Artikel 31      Agrarisch gebied, doorgroei glastuinbouw (AG1 en AG2)

Doeleindenomschrijving

Het gebied op de kaart aangewezen als Agrarisch gebied, doorgroei glastuinbouw (AG1 en AG2) is be­stemd voor:

a.          de doeleinden en bouwmogelijkheden, zoals in de navolgende tabel 2 en de tabellen 5.1 en 5.2 is aangegeven, hetzij rechtstreeks (medebestemming), hetzij na vrijstelling of plan­wijziging;

b.          de doeleinden en bouwmogelijkheden, overeenkomstig hoofdstuk II;

een en ander met inachtneming van de in dit gebied voorkomende waarden in de vorm van openheid.

 

Tabel 2  Agrarisch gebied, doorgroei glastuinbouw (AG1 en AG2)

 

functie/gebruik

passend/

toelaatbaar

voorschriften bij tabel 2 van toe­passing

agrarische productierichtingen als hoofdtak

 

 

grondgebonden veehouderij (inclusief paardenfokkerij en -melkerij)

 

akkerbouw en vollegrondstuinbouw

 

fruitteelt, sierteelt en boomkwekerij

 

glastuinbouw

+w

1 + 10

intensieve veehouderij

l

 

intensieve kwekerij

l

 

bosbouw

l

 

agrarische productierichtingen als neventak

 

 

grondgebonden veehouderij (inclusief paardenfokkerij en -melkerij)

 

akkerbouw en vollegrondstuinbouw

 

fruitteelt, sierteelt en boomkwekerij

 

glastuinbouw

11

intensieve veehouderij

l

 

intensieve kwekerij

l

 

bosbouw

l

 

bouwen

 

 

vergroten van bouwsteden

v

2

schuilgelegenheden voor vee

l

 

tweede bedrijfswoning

v

3 + 4

tijdelijke huisvestiging tijdelijke werknemers

v

12

tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen

v

5

permanente teeltondersteunende voorzieningen (containervelden, stellingenteelt)

v

6

kassen en overige permanente teeltondersteunende voorzieningen (ondersteunende kassen)

v

8

natuurontwikkeling

 

 

realisatie ecologische verbindingszones

l

 

kleinschalige natuurontwikkeling

9

recreatie

 

 

wandelpaden

a

 

fietspaden

a

 

kleinschalige dagrecreatieve voorzieningen (buiten bouwvlak­ken/bouwste­den) exclusief steigers

¡

 

kleinschalige dagrecreatieve voorzieningen (buiten bouwvlak­ken/bouwste­den) in de vorm van steigers

l

 

niet-agrarische neven- en vervolgfuncties op bouwvlak­ken/bouwsteden

zie artikel 34 en 35

 

 

l       niet toelaatbaar

¡       toelaatbaar als (mede)bestemming

v        na vrijstelling ex artikel 15 WRO

w       na planwijziging ex artikel 11 WRO

a        aanlegvergunning

 

 

 

Voorschriften bij tabel 2

 

Wijzigingsbevoegdheid uitbreiding glastuinbouw (binnen AG1)

1A. Burgemeester en wethouders zijn - met toepassing van artikel 11 WRO - bevoegd het plan te wijzigen ten behoeve van de uitbreiding van bouwvlakken met de bestemming Agrarische doeleinden glastuinbouw binnen de gebiedsbestemming AG1, met inachtneming van het vol­gende:

a.          uitbreiding van het bouwvlak is niet toegestaan binnen een zone van 12 m vanaf de oost- en westzijde van de Ottervliet in verband met de reservering van deze gronden voor de ontsluiting van het glastuinbouwgebied, met dien verstande dat indien de weg is gereali­seerd aan de oost- of westzijde van de Ottervliet, uitbreiding van het bouwvlak aan de zijde waar de weg niet gerealiseerd is wel is toegestaan;

b.          de ontsluiting van bouwvlakken aan de oostzijde van de Ottervliet dient plaats te vinden vanaf de nieuw aan te leggen ontsluitingsweg ten oosten van de Ottervliet;

c.          ten aanzien van de omvang van het bouwvlak geldt geen beperking, met dien verstande dat de totale oppervlakte van glastuinbouwbedrijven in het glastuinbouwontwikkelingsge­bied Spiepolder minder dan 100 ha moet bedragen;

d.          langs de Pootweg dient voorzien te worden in een landschappelijke inpassingszone met een breedte van 25 m;

e.          bij de inrichting/aanleg van een landschappelijke inpassingszone dient gebruikgemaakt te worden van streekeigen beplanting; de landschappelijke inpassingszone dient zodanig te worden ingericht dat er een samenhangend geheel ontstaat;

f.            bij uitbreiding dient ter compensatie 10% van het te realiseren oppervlak aan bebouwing of verharding extra oppervlaktewater te worden gegraven en dient de compenserende water­berging niet in verbinding te staan met het watersysteem ter plaatse, met dien verstande dat dit percentage kleiner mag zijn, indien uit overleg met de waterbeheerder blijkt dat op andere wijze aan de waterbergingseis kan worden voldaan.

 

Wijzigingsbevoegdheid uitbreiding glastuinbouw (binnen AG2)

1B. Burgemeester en wethouders zijn - met toepassing van artikel 11 WRO - bevoegd het plan te wijzigen ten behoeve van de uitbreiding van bouwvlakken met de bestemming Agrarische doeleinden glastuinbouw binnen de gebiedsbestemming AG2, met inachtneming van het vol­gende:

a.          de uitbreiding van het bouwvlak dient noodzakelijk te zijn voor de continuïteit van het be­drijf;

b.          een verzoek om toepassing van deze wijzigingsbevoegdheid wordt ter toetsing voorgelegd aan de agrarisch deskundige omtrent de vraag of aan het gestelde onder a van dit voor­schrift wordt voldaan;

c.          de uitbreiding van het bouwvlak moet worden voorzien van een goede landschappelijke in­passing, waarbij gebruik moet worden gemaakt van streekeigen beplanting;

d.          bij uitbreiding dient ter compensatie 10% van het te realiseren oppervlak aan bebouwing of verharding extra oppervlaktewater te worden gegraven en dient de compenserende water­berging niet in verbinding te staan met het watersysteem ter plaatse, met dien verstande dat dit percentage kleiner mag zijn, indien uit overleg met de waterbeheerder blijkt dat op andere wijze aan de waterbergingseis kan worden voldaan.

 

               Wijzigingsbevoegdheid nieuwe bouwvlakken (binnen AG1)

1C. Burgemeester en wethouders zijn - met toepassing van artikel 11 WRO - bevoegd het plan te wijzigen ten behoeve van nieuwe bouwvlakken met de bestemming Agrarische doeleinden glastuinbouw binnen de gebiedsbestemming AG1, met inachtneming van het volgende:

a.          planwijziging wordt uitsluitend toegepast voor de verplaatsing van de glastuinbouwbedrij­ven inclusief bedrijfswoning gevestigd op de locaties Krauwelgors 2 te Langeweg en Mo­lenstraat 5a te Fijnaart;

b.          een bouwvlak is niet toegestaan binnen een zone van 12 m vanaf de oostzijde van de Ot­tervliet in verband met de reservering van deze gronden voor de ontsluiting van het glas­tuinbouwgebied;

c.          de ontsluiting van bouwvlakken aan de oostzijde van de Ottervliet dient plaats te vinden vanaf de nieuw aan te leggen ontsluitingsweg ten oosten van de Ottervliet;

d.          ten aanzien van de omvang van het bouwvlak geldt geen beperking, met dien verstande dat de totale oppervlakte van glastuinbouwbedrijven in het glastuinbouwontwikkelingsge­bied Spiepolder minder dan 100 ha moet bedragen;

e.          langs de Pootweg dient voorzien te worden in een landschappelijke inpassingszone met een breedte van 25 m;

f.            bij de inrichting/aanleg van deze landschappelijke inpassingszone dient gebruikgemaakt te worden van streekeigen beplanting; de landschappelijke inpassingszone dient zodanig te worden ingericht dat er een samenhangend geheel ontstaat;

g.          ter compensatie van het te realiseren oppervlak aan bebouwing of verharding dient 10% extra oppervlaktewater te worden gegraven en dient de compenserende water­berging niet in verbinding te staan met het watersysteem ter plaatse, met dien verstande dat dit per­centage kleiner mag zijn, indien uit overleg met de waterbeheerder blijkt dat op andere wijze aan de waterbergingseis kan worden voldaan;

h.          planwijziging wordt uitsluitend toegepast indien de verplaatsing leidt tot een aanmerkelijke ruimtelijke kwaliteitsverbetering ter plaatse van de vrijgekomen locatie;

i.            toekenning van een nieuw bouwvlak is uitsluitend toelaatbaar indien de verdere ontwikke­ling en inrichting van het glastuinbouw concentratiegebied hierdoor niet onevenredig wordt belemmerd;

j.            bij planwijziging wordt de bestemming van het huidige agrarische bouwvlak gewijzigd in de bestemming Woondoeleinden (W) voorzien van de nader aanwijzing voormalige agrari­sche bedrijfsbebouwing (vab), Tuinen (T of T+) en Agrarische doeleinden (A);

k.          alle aanwezige bedrijfsbebouwing en kassen op het vrijgekomen bouwvlak dienen te wor­den gesloopt;

l.            er dient in ieder geval te worden voldaan aan het bepaalde in de artikelen 45 t/m 51.

 

Vrijstellingsbevoegdheid vergroten bouwsteden (binnen AG1 en AG2)

2. Burgemeester en wethouders zijn ten behoeve van volwaardige agrarische bedrijven, geen glastuinbouwbedrijven zijnde, vrijstelling te verlenen van de omvang van de bouwstede zoals omschreven in artikel 2 lid 4, met inachtneming van het volgende:

a.          van de vrijstellingsbevoegdheid mag uitsluitend gebruik worden gemaakt, indien de ver­gro­ting voor een doelmatige bedrijfsvoering noodzakelijk is; hiervan is in ieder geval sprake indien de vergroting van de bouwstede op grond van de milieuwetgeving of uit oogpunt van dierwelzijn noodzakelijk is;

b.          van de vrijstellingsbevoegdheid mag uitsluitend gebruik worden gemaakt indien aanwezige landschapswaarden niet in onevenredige mate worden geschaad;

c.          de oppervlakte van de bouwstede mag niet meer dan 2,5 ha bedragen;

d.          de grootste afstand tussen gebouwen op een bouwstede mag in geen geval meer bedra­gen dan 200 m;

e.          een verzoek om toepassing van deze vrijstellingsbevoegdheid wordt ter toetsing voorge­legd aan de agrarisch deskundige omtrent de vraag of aan het gestelde onder a van dit voorschrift is voldaan;

f.            een verzoek om toepassing van deze vrijstellingsbevoegdheid wordt ter toetsing voorge­legd aan de natuur- en landschapsdeskundige, omtrent de vraag of aan het gestelde on­der b van dit voorschrift wordt voldaan.

 

Vrijstellingsbevoegdheid tweede agrarische bedrijfswoning bij A en Ag (binnen AG1 en AG2)

3. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd vrijstelling te verlenen van het bepaalde in hoofd­stuk II teneinde de bouw van een tweede bedrijfswoning op bouwvlakken/bouwsteden met de bestemming A en Ag mogelijk te maken, indien de permanente aanwezigheid door twee vol­waardige arbeidskrachten daadwerkelijk noodzakelijk en doelmatig is, met inachtneming van het volgende:

a.          de tweede agrarische bedrijfswoning is alleen toelaatbaar voor volwaardige agrarische be­drijven;

b.          het betreffende bedrijf dient duurzaam werkgelegenheid te bieden aan twee volwaardige arbeidskrachten;

c.          een verzoek om toepassing van deze vrijstellingsbevoegdheid wordt ter toetsing voorge­legd aan de agrarisch deskundige omtrent de vraag of aan het gestelde in de aanhef en onder a en b wordt voldaan;

d.          er dient in ieder geval voldaan te worden aan het bepaalde in de artikelen 45 t/m 51;

e.          er dient rekening te worden gehouden met het bepaalde in de Wet luchtkwaliteit.

 

4. Een vrijstelling voor een tweede agrarische bedrijfswoning mag niet worden verleend zonder een schriftelijke verklaring van geen bezwaar van Gedeputeerde Staten.

 

Vrijstellingsbevoegdheid hoge tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen (wan­delkappen)

5. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd vrijstelling te verlenen van het bepaalde in hoofd­stuk II teneinde buiten bouwvlakken/bouwsteden het oprichten van tijdelijke teeltondersteu­nende voorzieningen in de vorm van wandelkappen, met een bouwhoogte van meer dan 1,5 m mogelijk te maken, met inachtneming van het volgende:

a.          de voorzieningen dienen noodzakelijk te zijn voor een doelmatige bedrijfsvoering;

b.          van de vrijstellingsbevoegdheid mag uitsluitend gebruikgemaakt worden, indien aanwezige landschapswaarden niet in onevenredige mate worden geschaad;

c.          het oppervlak aan voorzieningen mag niet meer dan 6 ha bedragen;

d.          de voorzieningen dienen op het bouwvlak/bouwstede of in directe aansluiting daarop te worden gerealiseerd.

 

Vrijstellingbevoegdheid permanente teeltondersteunende voorzieningen (container­velden/stellingenteelt) (binnen AG1 en AG2)

6. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd vrijstelling te verlenen van het bepaalde in hoofd­stuk II teneinde buiten bouwvlakken/bouwsteden het oprichten van teeltondersteunende voor­zieningen met een meer permanent karakter mogelijk te maken, met inachtneming van het vol­gende:

a.          van de vrijstellingsbevoegdheid mag geen gebruik worden gemaakt, indien voor de bouw­stede op de plankaart de nadere aanduiding "beperkte uitbreiding" is opgenomen;

b.          de voorzieningen dienen noodzakelijk te zijn voor een doelmatige bedrijfsvoering;

c.          van de vrijstellingsbevoegdheid mag uitsluitend gebruikgemaakt worden, indien aanwe­zige landschapswaarden niet in onevenredige mate worden geschaad;

d.          het oppervlak aan de teeltondersteunende voorzieningen mag niet meer dan 2 ha bedra­gen;

e.          de voorzieningen dienen op de bouwstede/het bouwvlak of in directe aansluiting daarop te worden gerealiseerd.

 

Vrijstellingsbevoegdheid hoge permanente teeltondersteunende voorzieningen (stellingenteelt)

7. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd vrijstelling te verlenen van het bepaalde in hoofd­stuk II teneinde buiten bouwvlakken/bouwsteden het oprichten van hoge permanente teelton­dersteunende voorzieningen mogelijk te maken, met inachtneming van het volgende:

a.          de voorzieningen dienen noodzakelijk te zijn voor een doelmatige bedrijfsvoering;

b.          van de vrijstellingsbevoegdheid mag uitsluitend gebruikgemaakt worden, indien aanwe­zige landschapswaarden niet in onevenredige mate worden geschaad;

c.          het oppervlak aan voorzieningen mag niet meer dan 2 ha bedragen;

d.          de voorzieningen dienen binnen een afstand van 100 m tot een op de bouwstede/het bouwvlak aanwezig gebouw te worden gerealiseerd.

 

Vrijstellingsbevoegdheid kassen en overige permanente teeltondersteunende voor­zieningen (ondersteunende kassen) (binnen AG1 en AG2)

8. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd vrijstelling te verlenen van het bepaalde in hoofd­stuk II teneinde binnen bouwvlakken/bouwsteden het oprichten van kassen en overige perma­nente teeltondersteunende voorzieningen mogelijk te maken, met inachtneming van het vol­gende:

a.          de voorzieningen dienen noodzakelijk te zijn voor een doelmatige bedrijfsvoering;

b.          van de vrijstellingsbevoegdheid mag uitsluitend gebruikgemaakt worden, indien aanwe­zige landschapswaarden niet in onevenredige mate worden geschaad;

c.          het oppervlak aan voorzieningen mag niet meer dan 5.000 m² bedragen.

 

Kleinschalige natuurontwikkeling (binnen AG1 en AG2)

9. Indien de kleinschalige natuurontwikkeling (mede) gerealiseerd wordt ter plaatse van de be­stemming Water, is het water te allen tijde de primaire functie.

 

               Wijzigingsbevoegdheid glastuinbouw als neventak (binnen AG 1 en AG2)

10. Burgemeester en wethouders zijn - met toepassing van artikel 11 WRO - bevoegd het plan te wijzigen ten behoeve van het toestaan van glastuinbouw als neventak ter plaatse van agrari­sche bouwsteden binnen de zone AG1 en AG2, met dien verstande dat:

a.          de bouwstede vervangen wordt door een agrarisch bouwvlak (b) waarbinnen alle bedrijfs­gebouwen, kassen daaronder begrepen, dienen te worden opgericht;

b.          toekenning van een bouwvlak is uitsluitend toelaatbaar indien de verdere ontwikkeling en inrichting van het glastuinbouw concentratiegebied hierdoor niet onevenredig wordt be­lemmerd;

c.          er dient in ieder geval te worden voldaan aan het bepaalde in de artikelen 45 t/m 51.

 

               Vrijstellingsbevoegdheid tijdelijke huisvesting tijdelijke werknemers

11. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd vrijstelling te verlenen van het bepaalde in hoofdstuk II ten behoeve van de tijdelijke huisvesting van tijdelijke werknemers op bouwvlakken en bouwsteden met de bestemming Agrarische doeleinden (A) en Agrarische doeleinden glas­tuinbouw (Ag) met in achtneming van het volgende:

a.          vrijstelling wordt uitsluitend verleend indien de tijdelijke huisvesting aantoonbaar noodza­ke­lijk is voor een doelmatige bedrijfsvoering vanuit een oogpunt van de opvang van een tijdelijke grote arbeidsbehoefte op het bedrijf;

b.          vrijstelling wordt uitsluitend verleend voor een aaneengesloten periode van 6 maanden;

c.          ten behoeve van de tijdelijke huisvesting mogen woonunits binnen het bouwvlak of de bouwstede worden geplaatst en mogen (sta)caravans op het bouwvlak of de bouwstede worden geplaatst;

d.          ten behoeve van de tijdelijke huisvesting mogen in bestaande gebouwen voorzieningen worden gerealiseerd zoals een gemeenschappelijke verblijfsruimte, sanitair en een kook- en wasgelegenheid.