Doeleindenomschrijving
Het gebied op de kaart aangewezen als Agrarisch gebied, doorgroei glastuinbouw (AG1 en AG2) is bestemd voor:
a. de doeleinden en bouwmogelijkheden, zoals in de navolgende tabel 2 en de tabellen 5.1 en 5.2 is aangegeven, hetzij rechtstreeks (medebestemming), hetzij na vrijstelling of planwijziging;
b. de doeleinden en bouwmogelijkheden, overeenkomstig hoofdstuk II;
een en ander met inachtneming van de in dit gebied voorkomende waarden in de vorm van openheid.
Tabel 2
Agrarisch gebied, doorgroei glastuinbouw (AG1 en AG2)
|
functie/gebruik |
passend/ toelaatbaar |
voorschriften bij tabel 2
van toepassing |
|
agrarische productierichtingen als hoofdtak |
|
|
|
grondgebonden veehouderij
(inclusief paardenfokkerij en -melkerij) |
|
|
|
akkerbouw en vollegrondstuinbouw
|
|
|
|
fruitteelt, sierteelt en
boomkwekerij |
|
|
|
glastuinbouw |
+w |
1 + 10 |
|
intensieve veehouderij |
l |
|
|
intensieve
kwekerij |
l |
|
|
bosbouw |
l |
|
|
agrarische
productierichtingen als neventak |
|
|
|
grondgebonden veehouderij
(inclusief paardenfokkerij en -melkerij) |
|
|
|
akkerbouw en
vollegrondstuinbouw |
|
|
|
fruitteelt, sierteelt en
boomkwekerij |
|
|
|
glastuinbouw |
|
11 |
|
intensieve veehouderij |
l |
|
|
intensieve kwekerij |
l |
|
|
bosbouw |
l |
|
|
bouwen |
|
|
|
vergroten van bouwsteden |
v |
2 |
|
schuilgelegenheden voor vee |
l |
|
|
tweede bedrijfswoning |
v |
3 + 4 |
|
tijdelijke huisvestiging
tijdelijke werknemers |
v |
12 |
|
tijdelijke
teeltondersteunende voorzieningen |
v |
5 |
|
permanente
teeltondersteunende voorzieningen (containervelden, stellingenteelt) |
v |
6 |
|
kassen en overige
permanente teeltondersteunende voorzieningen (ondersteunende kassen) |
v |
8 |
|
natuurontwikkeling |
|
|
|
realisatie
ecologische verbindingszones |
l |
|
|
kleinschalige
natuurontwikkeling |
|
9 |
|
recreatie |
|
|
|
wandelpaden |
a |
|
|
fietspaden |
a |
|
|
kleinschalige
dagrecreatieve voorzieningen (buiten bouwvlakken/bouwsteden) exclusief
steigers |
¡ |
|
|
kleinschalige
dagrecreatieve voorzieningen (buiten bouwvlakken/bouwsteden) in de vorm van
steigers |
l |
|
|
niet-agrarische neven- en
vervolgfuncties op bouwvlakken/bouwsteden |
zie artikel 34 en 35 |
|
|
l niet
toelaatbaar ¡ toelaatbaar
als (mede)bestemming v na vrijstelling ex artikel 15 WRO w na planwijziging ex artikel 11 WRO a aanlegvergunning |
|
|
Voorschriften bij tabel 2
Wijzigingsbevoegdheid uitbreiding glastuinbouw (binnen AG1)
1A. Burgemeester en wethouders zijn - met toepassing van artikel 11 WRO - bevoegd het plan te wijzigen ten behoeve van de uitbreiding van bouwvlakken met de bestemming Agrarische doeleinden glastuinbouw binnen de gebiedsbestemming AG1, met inachtneming van het volgende:
a.
uitbreiding van het bouwvlak is niet toegestaan
binnen een zone van
b. de ontsluiting van bouwvlakken aan de oostzijde van de Ottervliet dient plaats te vinden vanaf de nieuw aan te leggen ontsluitingsweg ten oosten van de Ottervliet;
c.
ten aanzien van de omvang van het bouwvlak geldt
geen beperking, met dien verstande dat de totale oppervlakte van
glastuinbouwbedrijven in het glastuinbouwontwikkelingsgebied Spiepolder minder
dan
d.
langs de Pootweg dient voorzien te worden in een
landschappelijke inpassingszone met een breedte van
e. bij de inrichting/aanleg van een landschappelijke inpassingszone dient gebruikgemaakt te worden van streekeigen beplanting; de landschappelijke inpassingszone dient zodanig te worden ingericht dat er een samenhangend geheel ontstaat;
f. bij uitbreiding dient ter compensatie 10% van het te realiseren oppervlak aan bebouwing of verharding extra oppervlaktewater te worden gegraven en dient de compenserende waterberging niet in verbinding te staan met het watersysteem ter plaatse, met dien verstande dat dit percentage kleiner mag zijn, indien uit overleg met de waterbeheerder blijkt dat op andere wijze aan de waterbergingseis kan worden voldaan.
Wijzigingsbevoegdheid uitbreiding glastuinbouw (binnen AG2)
1B. Burgemeester en wethouders zijn - met toepassing van artikel 11 WRO - bevoegd het plan te wijzigen ten behoeve van de uitbreiding van bouwvlakken met de bestemming Agrarische doeleinden glastuinbouw binnen de gebiedsbestemming AG2, met inachtneming van het volgende:
a. de uitbreiding van het bouwvlak dient noodzakelijk te zijn voor de continuïteit van het bedrijf;
b. een verzoek om toepassing van deze wijzigingsbevoegdheid wordt ter toetsing voorgelegd aan de agrarisch deskundige omtrent de vraag of aan het gestelde onder a van dit voorschrift wordt voldaan;
c. de uitbreiding van het bouwvlak moet worden voorzien van een goede landschappelijke inpassing, waarbij gebruik moet worden gemaakt van streekeigen beplanting;
d. bij uitbreiding dient ter compensatie 10% van het te realiseren oppervlak aan bebouwing of verharding extra oppervlaktewater te worden gegraven en dient de compenserende waterberging niet in verbinding te staan met het watersysteem ter plaatse, met dien verstande dat dit percentage kleiner mag zijn, indien uit overleg met de waterbeheerder blijkt dat op andere wijze aan de waterbergingseis kan worden voldaan.
a. planwijziging wordt uitsluitend toegepast voor de verplaatsing van de glastuinbouwbedrijven inclusief bedrijfswoning gevestigd op de locaties Krauwelgors 2 te Langeweg en Molenstraat 5a te Fijnaart;
b.
een bouwvlak is niet toegestaan binnen een zone
van
c. de ontsluiting van bouwvlakken aan de oostzijde van de Ottervliet dient plaats te vinden vanaf de nieuw aan te leggen ontsluitingsweg ten oosten van de Ottervliet;
d.
ten aanzien van de omvang van het bouwvlak geldt
geen beperking, met dien verstande dat de totale oppervlakte van
glastuinbouwbedrijven in het glastuinbouwontwikkelingsgebied Spiepolder minder
dan
e.
langs de Pootweg dient voorzien te worden in een
landschappelijke inpassingszone met een breedte van
f. bij de inrichting/aanleg van deze landschappelijke inpassingszone dient gebruikgemaakt te worden van streekeigen beplanting; de landschappelijke inpassingszone dient zodanig te worden ingericht dat er een samenhangend geheel ontstaat;
g. ter compensatie van het te realiseren oppervlak aan bebouwing of verharding dient 10% extra oppervlaktewater te worden gegraven en dient de compenserende waterberging niet in verbinding te staan met het watersysteem ter plaatse, met dien verstande dat dit percentage kleiner mag zijn, indien uit overleg met de waterbeheerder blijkt dat op andere wijze aan de waterbergingseis kan worden voldaan;
h. planwijziging wordt uitsluitend toegepast indien de verplaatsing leidt tot een aanmerkelijke ruimtelijke kwaliteitsverbetering ter plaatse van de vrijgekomen locatie;
i. toekenning van een nieuw bouwvlak is uitsluitend toelaatbaar indien de verdere ontwikkeling en inrichting van het glastuinbouw concentratiegebied hierdoor niet onevenredig wordt belemmerd;
j. bij planwijziging wordt de bestemming van het huidige agrarische bouwvlak gewijzigd in de bestemming Woondoeleinden (W) voorzien van de nader aanwijzing voormalige agrarische bedrijfsbebouwing (vab), Tuinen (T of T+) en Agrarische doeleinden (A);
k. alle aanwezige bedrijfsbebouwing en kassen op het vrijgekomen bouwvlak dienen te worden gesloopt;
l. er dient in ieder geval te worden voldaan aan het bepaalde in de artikelen 45 t/m 51.
Vrijstellingsbevoegdheid vergroten bouwsteden (binnen AG1 en AG2)
2. Burgemeester en wethouders zijn ten behoeve van volwaardige agrarische bedrijven, geen glastuinbouwbedrijven zijnde, vrijstelling te verlenen van de omvang van de bouwstede zoals omschreven in artikel 2 lid 4, met inachtneming van het volgende:
a. van de vrijstellingsbevoegdheid mag uitsluitend gebruik worden gemaakt, indien de vergroting voor een doelmatige bedrijfsvoering noodzakelijk is; hiervan is in ieder geval sprake indien de vergroting van de bouwstede op grond van de milieuwetgeving of uit oogpunt van dierwelzijn noodzakelijk is;
b. van de vrijstellingsbevoegdheid mag uitsluitend gebruik worden gemaakt indien aanwezige landschapswaarden niet in onevenredige mate worden geschaad;
c. de oppervlakte van de bouwstede mag niet meer dan 2,5 ha bedragen;
d.
de grootste afstand tussen gebouwen op een
bouwstede mag in geen geval meer bedragen dan
e. een verzoek om toepassing van deze vrijstellingsbevoegdheid wordt ter toetsing voorgelegd aan de agrarisch deskundige omtrent de vraag of aan het gestelde onder a van dit voorschrift is voldaan;
f. een verzoek om toepassing van deze vrijstellingsbevoegdheid wordt ter toetsing voorgelegd aan de natuur- en landschapsdeskundige, omtrent de vraag of aan het gestelde onder b van dit voorschrift wordt voldaan.
Vrijstellingsbevoegdheid tweede agrarische bedrijfswoning bij A en Ag (binnen AG1 en AG2)
3. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd vrijstelling te verlenen van het bepaalde in hoofdstuk II teneinde de bouw van een tweede bedrijfswoning op bouwvlakken/bouwsteden met de bestemming A en Ag mogelijk te maken, indien de permanente aanwezigheid door twee volwaardige arbeidskrachten daadwerkelijk noodzakelijk en doelmatig is, met inachtneming van het volgende:
a. de tweede agrarische bedrijfswoning is alleen toelaatbaar voor volwaardige agrarische bedrijven;
b. het betreffende bedrijf dient duurzaam werkgelegenheid te bieden aan twee volwaardige arbeidskrachten;
c. een verzoek om toepassing van deze vrijstellingsbevoegdheid wordt ter toetsing voorgelegd aan de agrarisch deskundige omtrent de vraag of aan het gestelde in de aanhef en onder a en b wordt voldaan;
d. er dient in ieder geval voldaan te worden aan het bepaalde in de artikelen 45 t/m 51;
e. er dient rekening te worden gehouden met het bepaalde in de Wet luchtkwaliteit.
4. Een vrijstelling voor een tweede agrarische bedrijfswoning mag niet worden verleend zonder een schriftelijke verklaring van geen bezwaar van Gedeputeerde Staten.
Vrijstellingsbevoegdheid hoge
tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen (wandelkappen)
5. Burgemeester en wethouders
zijn bevoegd vrijstelling te verlenen van het bepaalde in hoofdstuk II
teneinde buiten bouwvlakken/bouwsteden het oprichten van tijdelijke
teeltondersteunende voorzieningen in de vorm van wandelkappen, met een
bouwhoogte van meer dan 1,5 m mogelijk te maken, met inachtneming van
het volgende:
a. de voorzieningen dienen noodzakelijk te zijn voor een doelmatige bedrijfsvoering;
b. van de vrijstellingsbevoegdheid mag uitsluitend gebruikgemaakt worden, indien aanwezige landschapswaarden niet in onevenredige mate worden geschaad;
c.
het oppervlak aan voorzieningen mag niet meer
dan
d. de voorzieningen dienen op het bouwvlak/bouwstede of in directe aansluiting daarop te worden gerealiseerd.
Vrijstellingbevoegdheid permanente teeltondersteunende voorzieningen (containervelden/stellingenteelt) (binnen AG1 en AG2)
6. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd vrijstelling te verlenen van het bepaalde in hoofdstuk II teneinde buiten bouwvlakken/bouwsteden het oprichten van teeltondersteunende voorzieningen met een meer permanent karakter mogelijk te maken, met inachtneming van het volgende:
a. van de vrijstellingsbevoegdheid mag geen gebruik worden gemaakt, indien voor de bouwstede op de plankaart de nadere aanduiding "beperkte uitbreiding" is opgenomen;
b. de voorzieningen dienen noodzakelijk te zijn voor een doelmatige bedrijfsvoering;
c. van de vrijstellingsbevoegdheid mag uitsluitend gebruikgemaakt worden, indien aanwezige landschapswaarden niet in onevenredige mate worden geschaad;
d.
het oppervlak aan de teeltondersteunende
voorzieningen mag niet meer dan
e. de voorzieningen dienen op de bouwstede/het bouwvlak of in directe aansluiting daarop te worden gerealiseerd.
Vrijstellingsbevoegdheid hoge
permanente teeltondersteunende voorzieningen (stellingenteelt)
7. Burgemeester en wethouders
zijn bevoegd vrijstelling te verlenen van het bepaalde in hoofdstuk II
teneinde buiten bouwvlakken/bouwsteden het oprichten van hoge permanente teeltondersteunende
voorzieningen mogelijk te maken, met inachtneming van het volgende:
a.
de voorzieningen dienen noodzakelijk te
zijn voor een doelmatige bedrijfsvoering;
b.
van de vrijstellingsbevoegdheid mag
uitsluitend gebruikgemaakt worden, indien aanwezige landschapswaarden niet in
onevenredige mate worden geschaad;
c.
het oppervlak aan voorzieningen mag niet
meer dan
d.
de voorzieningen dienen binnen een
afstand van
Vrijstellingsbevoegdheid kassen en overige permanente teeltondersteunende voorzieningen (ondersteunende kassen) (binnen AG1 en AG2)
8. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd vrijstelling te verlenen van het bepaalde in hoofdstuk II teneinde binnen bouwvlakken/bouwsteden het oprichten van kassen en overige permanente teeltondersteunende voorzieningen mogelijk te maken, met inachtneming van het volgende:
a. de voorzieningen dienen noodzakelijk te zijn voor een doelmatige bedrijfsvoering;
b. van de vrijstellingsbevoegdheid mag uitsluitend gebruikgemaakt worden, indien aanwezige landschapswaarden niet in onevenredige mate worden geschaad;
c.
het oppervlak aan voorzieningen mag niet meer
dan
Kleinschalige natuurontwikkeling (binnen AG1 en AG2)
9. Indien de kleinschalige natuurontwikkeling (mede) gerealiseerd wordt ter plaatse van de bestemming Water, is het water te allen tijde de primaire functie.
10. Burgemeester en wethouders zijn - met toepassing van artikel 11 WRO - bevoegd het plan te wijzigen ten behoeve van het toestaan van glastuinbouw als neventak ter plaatse van agrarische bouwsteden binnen de zone AG1 en AG2, met dien verstande dat:
a. de bouwstede vervangen wordt door een agrarisch bouwvlak (b) waarbinnen alle bedrijfsgebouwen, kassen daaronder begrepen, dienen te worden opgericht;
b. toekenning van een bouwvlak is uitsluitend toelaatbaar indien de verdere ontwikkeling en inrichting van het glastuinbouw concentratiegebied hierdoor niet onevenredig wordt belemmerd;
c. er dient in ieder geval te worden voldaan aan het bepaalde in de artikelen 45 t/m 51.
11. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd vrijstelling te verlenen van het bepaalde in hoofdstuk II ten behoeve van de tijdelijke huisvesting van tijdelijke werknemers op bouwvlakken en bouwsteden met de bestemming Agrarische doeleinden (A) en Agrarische doeleinden glastuinbouw (Ag) met in achtneming van het volgende:
a. vrijstelling wordt uitsluitend verleend indien de tijdelijke huisvesting aantoonbaar noodzakelijk is voor een doelmatige bedrijfsvoering vanuit een oogpunt van de opvang van een tijdelijke grote arbeidsbehoefte op het bedrijf;
b. vrijstelling wordt uitsluitend verleend voor een aaneengesloten periode van 6 maanden;
c. ten behoeve van de tijdelijke huisvesting mogen woonunits binnen het bouwvlak of de bouwstede worden geplaatst en mogen (sta)caravans op het bouwvlak of de bouwstede worden geplaatst;
d. ten behoeve van de tijdelijke huisvesting mogen in bestaande gebouwen voorzieningen worden gerealiseerd zoals een gemeenschappelijke verblijfsruimte, sanitair en een kook- en wasgelegenheid.