Doeleindenomschrijving
Het gebied op de kaart aangewezen als Agrarisch gebied met verweving van landbouw en landschaps- en cultuurhistorische waarden, alsmede kenmerkende openheid (ALO) is bestemd voor:
a. de doeleinden en bouwmogelijkheden, zoals in de navolgende tabel 1 en de tabellen 5.1 en 5.2 is aangegeven, hetzij rechtstreeks (medebestemming), hetzij na vrijstelling of planwijziging;
b. de doeleinden en bouwmogelijkheden overeenkomstig hoofdstuk II;
een en ander met inachtneming van de in dit gebied voorkomende waarden in de vorm van grootschalige openheid, waardevolle historisch-geografische lijnen en dijken, historische groenstructuren, kreekrestanten, weidevogelgebieden en cultuurhistorische waarden.
Tabel 1 Agrarisch gebied met verweving van landbouw
en landschaps- en cultuurhistorische waarden, alsmede kenmerkende openheid
(ALO)
|
functie/gebruik |
passend/ toelaatbaar |
voorschriften bij tabel 1 van toepassing |
|
agrarische productierichtingen als
hoofdtak |
|
|
|
grondgebonden veehouderij (inclusief paardenfokkerij en -melkerij) |
/w |
20 |
|
akkerbouw en vollegrondstuinbouw |
/w |
1/20 |
|
fruitteelt, sierteelt en boomkwekerij |
/w |
1/20 |
|
glastuinbouw |
o+w |
2 |
|
intensieve veehouderij |
o |
|
|
intensieve kwekerij |
|
3 + 4 |
|
bosbouw |
l |
|
|
agrarische productierichtingen als
neventak |
|
|
|
grondgebonden veehouderij (inclusief paardenfokkerij en -melkerij) |
|
|
|
akkerbouw en vollegrondstuinbouw |
|
1 |
|
fruitteelt, sierteelt en boomkwekerij |
|
1 |
|
glastuinbouw |
l |
|
|
intensieve veehouderij |
o |
|
|
intensieve kwekerij |
|
3 + 4 |
|
bosbouw |
l |
|
|
bouwen |
|
|
|
vergroten van bouwsteden |
v |
5 |
|
vergroten bouwvlakken |
w |
6 + 22 |
|
verplaatsen agrarische bouwstede |
w |
17 |
|
schuilgelegenheden voor vee |
v |
7 |
|
particuliere schuilgelegenheden voor vee |
v |
19 |
|
tweede bedrijfswoning |
v |
8 + 9 |
|
tijdelijke huisvesting tijdelijk werknemers |
V |
21 |
|
tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen |
v |
10 |
|
permanente teeltondersteunende voorzieningen (containervelden,
stellingenteelt) |
v |
11 |
|
kassen en overige permanente teeltondersteunende voorzieningen
(ondersteunende kassen) |
v |
13 |
|
natuurontwikkeling |
|
|
|
nieuwe landgoederen |
w |
18 |
|
realisatie ecologische
verbindingszones |
w |
14 |
|
kleinschalige
natuurontwikkeling |
|
15 |
|
recreatie |
|
|
|
wandelpaden |
a |
|
|
fietspaden |
a |
|
|
kleinschalige
dagrecreatieve voorzieningen (buiten bouwvlakken/bouwsteden) exclusief
steigers |
¡ |
|
|
kleinschalige
dagrecreatieve voorzieningen (buiten bouwvlakken/bouwsteden) in de vorm van
steigers |
v |
16 |
|
niet-agrarische neven-
en vervolgfuncties op bouwvlakken/bouwsteden |
zie artikel 34 en 35 |
|
|
l niet
toelaatbaar ¡ toelaatbaar
als (mede)bestemming o alleen
toelaatbaar waar op kaartbladen 1 t/m 10 een bouwvlak en een
dienovereenkomstige (sub)bestemming
is aangegeven v na
vrijstelling ex artikel 15 WRO w na
planwijziging ex artikel 11 WRO a aanlegvergunning |
|
|
Voorschriften bij tabel 1
Akkerbouw en vollegrondstuinbouw, fruitteelt, sierteelt en boomkwekerij
1. Akkerbouw en vollegrondstuinbouw, fruitteelt, sierteelt en boomkwekerij zijn niet toegestaan ter plaatse van de bestemmingen Agrarische doeleinden, subbestemming Ale en Verkeersdoeleinden, subbestemming Vd.
Wijzigingsbevoegdheid uitbreiding glastuinbouw
2. Burgemeester en wethouders zijn - met toepassing van artikel 11 WRO - bevoegd het plan te wijzigen ten behoeve van de uitbreiding van bouwvlakken met de bestemming Agrarische doeleinden, glastuinbouw (Ag), met inachtneming van het volgende:
a. planwijziging wordt uitsluitend toegepast als op korte termijn geen zicht is op verplaatsing van het bedrijf;
b. de uitbreiding van het bouwvlak dient noodzakelijk te zijn voor de continuïteit van het bedrijf;
c. van de wijzigingsbevoegdheid mag uitsluitend gebruik worden gemaakt indien aanwezige landschapswaarden niet in onevenredige mate worden geschaad;
d. het bouwvlak mag tot ten hoogste 3,5 ha worden vergroot;
e.
van de wijzigingsbevoegdheid mag geen
gebruik worden gemaakt indien het betreffende bouwvak is voorzien van de nadere
aanwijzing (b*);
f. een verzoek om toepassing van deze wijzigingsbevoegdheid wordt ter toetsing voorgelegd aan de agrarisch deskundige omtrent de vraag of aan het gestelde onder a en b van dit voorschrift wordt voldaan;
g. een verzoek om toepassing van deze wijzigingsbevoegdheid wordt ter toetsing voorgelegd aan de natuur- en landschapsdeskundige, omtrent de vraag of aan het gestelde onder c van dit voorschrift wordt voldaan;
h. de uitbreiding van glastuinbouw is in geen geval toegestaan ter plaatse van:
-
de
bestemmingen Natuurdoeleinden en Groenvoorzieningen (kaartbladen 1 t/m 10);
-
gronden
die zijn gelegen binnen een zone van
-
schootsvelden (kaartblad 11);
i. bij uitbreiding dient ter compensatie 10% van het te realiseren oppervlak aan bebouwing of verharding extra oppervlakte water te worden gegraven en dient de compenserende waterberging in verbinding te staan met het watersysteem ter plaatse, met dien verstande dat dit percentage kleiner mag zijn, indien uit overleg met de waterbeheerder blijkt dat op andere wijze aan de waterbergingseis kan worden voldaan.
Intensieve kwekerij
3. Intensieve kwekerij als hoofdtak mag uitsluitend plaatsvinden op bestaande bouwvlakken/bouwsteden, met uitzondering van bouwvlakken/bouwstedes, voorzien van de nadere aanduiding "beperkte uitbreiding". Het oppervlak aan bedrijfsgebouwen ten behoeve van een intensieve kwekerij als hoofdtak mag ten hoogste 2.000 m² bedragen.
4. Het oppervlak aan bedrijfsgebouwen ten behoeve van een intensieve kwekerij als neventak mag ten hoogste 1.000 m² bedragen.
5. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd ten behoeve van volwaardige agrarische bedrijven, geen glastuinbouwbedrijven zijnde, vrijstelling te verlenen van de omvang van de bouwstede zoals omschreven in artikel 2 lid 4, met inachtneming van het volgende:
a. van de vrijstellingsbevoegdheid mag uitsluitend gebruik worden gemaakt, indien dit voor een doelmatige bedrijfsvoering noodzakelijk is; hiervan is in ieder geval sprake indien de vergroting van de bouwstede op grond van de milieuwetgeving of uit oogpunt van dierwelzijn noodzakelijk is;
b. van de vrijstellingsbevoegdheid mag uitsluitend gebruik worden gemaakt indien aanwezige landschapswaarden niet in onevenredige mate worden geschaad;
c.
de oppervlakte van de bouwstede van agrarische
bedrijven met de nadere aanduiding "beperkte uitbreiding" mag niet
meer bedragen dan
d. voor agrarische bedrijven met de nadere aanduiding "beperkte uitbreiding" waarvan de oppervlakte van de bouwstede op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van dit plan al meer dan 1,5 ha bedraagt, geldt dat de oppervlakte van de bouwstede met 15% mag worden uitgebreid, dan wel met de oppervlakte die minimaal benodigd is op grond van milieuwetgeving of uit oogpunt van dierwelzijn;
e.
voor agrarische bedrijven zonder de nadere
aanduiding "beperkte uitbreiding" geldt dat de oppervlakte van de
bouwstede niet meer dan
f.
de diepte van de bouwstede mag in geen geval
meer bedragen dan
g.
de langste zijde van de bouwstede mag in geen
geval meer bedragen dan
h. een verzoek om toepassing van deze vrijstellingsbevoegdheid wordt ter toetsing voorgelegd aan de agrarisch deskundige omtrent de vraag of aan het gestelde onder a van dit voorschrift is voldaan;
i. een verzoek om toepassing van deze vrijstellingsbevoegdheid wordt ter toetsing voorgelegd aan de natuur- en landschapsdeskundige, omtrent de vraag of aan het gestelde onder b van dit voorschrift wordt voldaan;
j. de vergroting van bouwsteden is in geen geval toegestaan ter plaatse van:
- de bestemmingen Natuurdoeleinden en Groenvoorzieningen (kaartbladen 1 t/m 10);
-
gronden die zijn gelegen binnen een zone van
- schootsvelden (kaartblad 11);
- bouwvlakken met de aanduiding "bij bouwstede behorend bouwvlak" (kaartbladen 1 t/m 10);
k. een vrijstelling in afwijking van het advies van de agrarisch deskundige en/of de natuur- en landschapsdeskundige mag niet worden verleend zonder een schriftelijke verklaring van geen bezwaar van Gedeputeerde Staten.
Wijzigingsbevoegdheid vergroten bouwvlakken niet zijnde Aiv
6. Burgemeester en wethouders zijn - met toepassing van artikel 11 WRO - bevoegd ten behoeve van het vergroten van bouwvlakken behorende bij agrarische bedrijven niet zijnde Aiv, al dan niet met een ondergeschikte intensieve neventak (on), het plan te wijzigen, met inachtneming van het volgende:
a. van de wijzigingsbevoegdheid mag uitsluitend gebruik worden gemaakt indien de vergroting voor een doelmatige bedrijfsvoering noodzakelijk is; hiervan is in ieder geval sprake indien de vergroting op grond van de milieuwetgeving of uit oogpunt van dierwelzijn noodzakelijk is;
b. van de wijzigingsbevoegdheid mag uitsluitend gebruik worden gemaakt indien aanwezige landschapswaarden niet in onevenredige mate worden geschaad;
c.
Het bouwvlak mag worden vergroot tot ten hoogste
c1. indien het verzoek om vergroten van het bouwvlak betrekking heeft op bouwvlakken met de bestemming Agrarische doeleinden glastuinbouw voorzien van de nadere aanwijzing (b*), wordt in het wijzigingsplan vastgelegd dat de oppervlakte van de op ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerp van het wijzigingsplan aanwezige glasopstanden niet mag worden vergroot;
d. een verzoek om toepassing van de wijzigingsbevoegdheid wordt ter toetsing voorgelegd aan de agrarisch deskundige omtrent de vraag of aan het gestelde onder a van dit voorschrift is voldaan;
e. een verzoek om toepassing van de wijzigingsbevoegdheid wordt ter toetsing voorgelegd aan de natuur- en landschapsdeskundige omtrent de vraag of aan het gestelde onder b van dit voorschrift is voldaan;
f.
de vergroting van bouwvlakken is in geen geval toegestaan ter plaatse van:
-
de
bestemmingen Natuurdoeleinden en Groenvoorzieningen (kaartbladen 1 t/m 10);
-
gronden
die zijn gelegen binnen een zone van
- schootsvelden (kaartblad 11);
- bouwvlakken met de aanduiding "bij bouwstede behorend bouwvlak" (kaartbladen 1 t/m 10).
Vrijstellingsbevoegdheid schuilgelegenheden voor vee
7. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd vrijstelling te verlenen van het bepaalde in hoofdstuk II teneinde de bouw van schuilgelegenheden voor vee buiten de bouwvlakken/bouwsteden mogelijk te maken, met inachtneming van het volgende:
a. de schuilgelegenheden dienen noodzakelijk te zijn voor een doelmatige agrarische bedrijfsvoering;
b. van de vrijstellingsbevoegdheid mag uitsluitend gebruik worden gemaakt, indien aanwezige landschapswaarden niet in onevenredige mate worden geschaad;
c.
het gezamenlijk oppervlak van schuilgelegenheden
voor vee buiten de bouwvlakken/bouwsteden mag per agrarisch bedrijf ten
hoogste
d. schuilgelegenheden zijn niet toegestaan ter plaatse van:
- de bestemmingen Natuurdoeleinden en Groenvoorzieningen (kaartbladen 1 t/m 10);
-
gronden
die zijn gelegen binnen een zone van
-
het
beschermd stadsgezicht (kaartblad 11).
8. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd vrijstelling te verlenen van het bepaalde in hoofdstuk II teneinde de bouw van een tweede bedrijfswoning op bouwvlakken/bouwsteden met de bestemming A, Ag, Aik of Aiv mogelijk te maken, indien de permanente aanwezigheid door twee volwaardige arbeidskrachten daadwerkelijk noodzakelijk en doelmatig is, met inachtneming van het volgende:
a. de tweede agrarische bedrijfswoning is alleen toelaatbaar voor volwaardige agrarische bedrijven;
b. het betreffende bedrijf dient duurzaam werkgelegenheid te bieden aan twee volwaardige arbeidskrachten;
c. een verzoek om toepassing van deze vrijstellingsbevoegdheid wordt ter toetsing voorgelegd aan de agrarisch deskundige omtrent de vraag of aan het gestelde in de aanhef en onder a en b wordt voldaan;
d. er dient in ieder geval voldaan te worden aan het bepaalde in de artikelen 45 t/m 51;
e. er dient rekening te worden gehouden met het bepaalde in de Wet luchtkwaliteit.
9. Een vrijstelling voor een tweede agrarische bedrijfswoning mag niet worden verleend zonder een schriftelijke verklaring van geen bezwaar van Gedeputeerde Staten.
Vrijstellingsbevoegdheid hoge
tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen (wandelkappen)
10. Burgemeester en wethouders
zijn bevoegd vrijstelling te verlenen van het bepaalde in hoofdstuk II teneinde
buiten bouwvlakken/bouwsteden het oprichten van tijdelijke teeltondersteunende
voorzieningen in de vorm van wandelkappen, met een bouwhoogte van meer dan
1,5 m mogelijk te maken, met inachtneming van het volgende:
a. van de vrijstellingsbevoegdheid mag geen gebruik worden gemaakt, indien voor de bouwstede op de plankaart de nadere aanduiding "beperkte uitbreiding" is opgenomen;
b. de voorzieningen dienen noodzakelijk te zijn voor een doelmatige bedrijfsvoering;
c. van de vrijstellingsbevoegdheid mag uitsluitend gebruikgemaakt worden, indien aanwezige landschapswaarden niet in onevenredige mate worden geschaad;
d.
het oppervlak aan voorzieningen mag niet meer
dan
e. de voorzieningen dienen op het bouwvlak/bouwstede of in directe aansluiting daarop te worden gerealiseerd.
11. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd vrijstelling te verlenen van het bepaalde in hoofdstuk II teneinde buiten de bouwvlakken/bouwsteden het oprichten van teeltondersteunende voorzieningen met een meer permanent karakter mogelijk te maken, met inachtneming van het volgende:
a. van de vrijstellingsbevoegdheid mag geen gebruik worden gemaakt, indien voor de bouwstede op de plankaart de nadere aanduiding "beperkte uitbreiding" is opgenomen;
b. de voorzieningen dienen noodzakelijk te zijn voor een doelmatige bedrijfsvoering;
c. van de vrijstellingsbevoegdheid mag uitsluitend gebruik worden gemaakt, indien aanwezige landschapswaarden niet in onevenredige mate worden geschaad;
d.
het oppervlak van de teeltondersteunende
voorzieningen mag niet meer bedragen dan
e. de voorzieningen dienen op het bouwvlak/bouwstede of in directe aansluiting daarop te worden gerealiseerd.
Vrijstellingsbevoegdheid hoge permanente
teeltondersteunende voorzieningen (stellingenteelt)
12. Burgemeester en wethouders
zijn bevoegd vrijstelling te verlenen van het bepaalde in hoofdstuk II teneinde
buiten bouwvlakken/bouwsteden het oprichten van hoge permanente
teeltondersteunende voorzieningen mogelijk te maken, met inachtneming van het
volgende:
a.
van de vrijstellingsbevoegdheid mag geen
gebruik worden gemaakt, indien op de plankaart voor de bouwstede de nadere
aanduiding "beperkte uitbreiding" is opgenomen;
b.
de voorzieningen dienen noodzakelijk te
zijn voor een doelmatige bedrijfsvoering;
c.
van de vrijstellingsbevoegdheid mag
uitsluitend gebruikgemaakt worden, indien aanwezige landschapswaarden niet in
onevenredige mate worden geschaad;
d.
het oppervlak aan voorzieningen mag niet
meer dan
e.
de voorzieningen dienen binnen een
afstand van
13. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd vrijstelling te verlenen van het bepaalde in hoofdstuk II teneinde binnen bouwvlakken/bouwsteden het oprichten van kassen en overige permanente teeltondersteunende voorzieningen mogelijk te maken, met inachtneming van het volgende:
a. de voorzieningen dienen noodzakelijk te zijn voor een doelmatige bedrijfsvoering;
b. van de vrijstellingsbevoegdheid mag uitsluitend gebruikgemaakt worden, indien aanwezige landschapswaarden niet in onevenredige mate worden geschaad;
c.
het oppervlak aan voorzieningen mag niet meer
dan
d. vrijstelling wordt alleen verleend indien vooraf goedkeuring door Gedeputeerde Staten is verkregen.
Wijzigingsbevoegdheid ecologische verbindingszone en waterbergingsgebied
14. Burgemeester en wethouders zijn – met
toepassing van artikel 11 WRO – bevoegd ten behoeve van de realisatie van
ecologische verbindingszones en waterbergingsgebieden de bestemming van de
gronden die gelegen zijn binnen een zone van
a.
de perceelsbestemming mag uitsluitend worden
gewijzigd in de bestemming Natuurdoeleinden;
b.
een besluit tot planwijziging wordt niet eerder
genomen dan nadat de betrokken gronden als ecologische verbindingszone en/of
waterbergingsgebied aan een terreinbeherende instantie in eigendom zijn
overgedragen;
c.
voor het overige zijn de bepalingen van artikel 19
zijn van overeenkomstige toepassing.
Kleinschalige natuurontwikkeling
15. Indien de kleinschalige natuurontwikkeling (mede) gerealiseerd wordt ter plaatse van de bestemming Water, is het water te allen tijde de primaire functie.
Kleinschalige dagrecreatieve voorzieningen (steigers)
16. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd vrijstelling te verlenen van het bepaalde in hoofdstuk II teneinde buiten bouwvlakken/bouwsteden de bouw van openbare steigers mogelijk te maken, met inachtneming van het volgende:
a. van de vrijstellingsbevoegdheid mag uitsluitend gebruik worden gemaakt, indien aanwezige landschapswaarden niet in onevenredige mate worden geschaad;
b.
een
steiger dient evenwijdig aan de oever te worden gebouwd;
c.
de
lengte en breedte van een steiger mogen niet meer bedragen dan
d.
de
bouwhoogte van een steiger mag niet meer bedragen dan het peil;
e.
een
steiger mag de oeverlijn met niet meer dan 0,5 m overschrijden.
17. Burgemeester en wethouders zijn - met toepassing van artikel 11 WRO - bevoegd het plan te wijzigen ten behoeve van het verplaatsen van bouwsteden binnen de zone ALO met inachtneming van het volgende:
a. planwijziging wordt uitsluitend toegepast indien de huidige vestigingslocatie, met het oog op ruimtelijke dan wel milieuvoorwaarden, onvoldoende mogelijkheden biedt voor een duurzame ontwikkeling van het agrarisch bedrijf;
b. planwijziging wordt uitsluitend toegepast indien de verplaatsing leidt tot een aanmerkelijke ruimtelijke kwaliteitsverbetering ter plaatse van de vrijgekomen bouwstede;
c. planwijziging mag uitsluitend plaatsvinden ten behoeve van een duurzaam, volwaardig agrarisch bedrijf;
d. planwijziging wordt uitsluitend toegepast als in voldoende mate is vast komen te staan dat er geen gebruikgemaakt kan worden van bestaande bouwsteden en bouwvlakken met de bestemming Agrarische doeleinden; met het oog hierop wordt geen besluit tot planwijziging genomen dan nadat een periode van 4 maanden is verstreken, gerekend vanaf het moment dat het verzoek om planwijziging is ingediend;
e. bij planwijziging wordt de bestemming van de huidige agrarische bouwstede gewijzigd in de bestemming Woondoeleinden (W) voorzien van de nadere aanwijzing voormalige agrarische bedrijfsbebouwing (vab), Tuinen (T of T+) en Agrarische doeleinden (A);
f. overtollige bedrijfsbebouwing op de vrijgekomen bouwstede dient te worden gesloopt;
g. nieuwe bouwsteden zijn in geen geval toegestaan ter plaatse van:
- de bestemmingen Natuurdoeleinden en Groenvoorzieningen (kaartbladen 1 t/m 10);
-
gronden die zijn gelegen binnen een zone van
- schootsvelden (kaartblad 11);
h. er dient in ieder geval te worden voldaan aan het bepaalde in de artikelen 45 t/m 51.
18. Burgemeester en wethouders zijn - met toepassing van artikel 11 WRO - bevoegd het plan te wijzigen ten behoeve van de realisatie van een nieuw landgoed, met inachtneming van het volgende:
a. aan de ontwikkeling van het landgoed dient een plan ten grondslag te liggen, bestaande uit de volgende onderdelen:
- een beschrijving van de situering (het gebiedsprofiel);
- een inventarisatie van de aanwezige gebiedswaarden;
- een inrichtingsschets en onderbouwing (het projectprofiel);
- een beeldkwaliteitplan;
- een exploitatieopzet;
b. bestaande natuur- en landschapswaarden dienen te worden gehandhaafd en waar mogelijk te worden ontwikkeld;
c. voor wat betreft de inrichting en architectuur van het landgoed dient zoveel mogelijk te worden aangesloten op de bestaande landschapsstructuren en de cultuurhistorische kenmerken van het gebied;
d. een verzoek om toepassing van deze wijzigingsbevoegdheid wordt ter toetsing voorgelegd aan de natuur- en landschapsdeskundige over de vraag of aan het gestelde onder b en c van dit voorschrift wordt voldaan;
e. met het besluit tot wijziging dienen aan de gronden zodanige bestemmingen met bijbehorende functies te worden toegekend dat 90% van het terrein, de ecologische verbindingszone en fiets- en wandelpaden daaronder begrepen, als openbaar gebied kan worden gebruikt;
f.
het landgoed dient een minimale omvang te hebben
van
g. bij nieuwe landgoederen met een oppervlak tot 15 ha:
- mag de bestaande woonruimte worden vervangen of uitgebreid tot ten hoogste drie wooneenheden in één woongebouw of 3 geclusterde woningen;
- dient nieuwbouw/verbouw plaats te vinden op een bestaand (agrarisch) bouwblok;
- dient de bestaande en nieuwe bebouwing geconcentreerd te worden binnen één aaneengesloten compact bouwvlak en dient deze één ruimtelijke eenheid te vormen;
h. bij nieuwe landgoederen met een oppervlak van meer dan 15 ha:
-
mogen per 7,5 ha nieuwe natuur 3
wooneenheden worden gerealiseerd; voor elke 2,5 ha extra nieuw bos of
nieuwe natuur mag één extra wooneenheid worden gebouwd, met dien verstande dat
er maximaal één wooneenheid per
- dient realisatie van 3 tot 4 wooneenheden plaats te vinden binnen één aaneengesloten compact bouwvlak en dient deze één ruimtelijke eenheid te vormen; bij 5 of meer wooneenheden kan sprake zijn van twee compacte bouwvlakken;
i. de inhoud van een wooneenheid mag maximaal 1.500 m³ bedragen;
j. bijgebouwen ten dienste van beheer en onderhoud zijn toegestaan en dienen een duidelijke relatie te hebben met het landgoed en staan qua omvang in verhouding tot de woning;
k. nieuwe bebouwing is geconcentreerd binnen een aaneengesloten en compact bouwvlak en vormt een ruimtelijke eenheid;
l. overtollige, reeds aanwezige, (bedrijfs)gebouwen dienen te worden geamoveerd, met uitzondering van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing;
m. bestaande of voorziene agrarische bedrijven in de directe omgeving mogen niet in hun ontwikkelingsmogelijkheden worden beperkt;
n. nieuwe landgoederen zijn in geen geval toegestaan ter plaatse van:
- de bestemmingen Natuurdoeleinden en Groenvoorzieningen (kaartbladen 1 t/m 10);
- schootsvelden (kaartblad 11);
o. er dient in ieder geval te worden voldaan aan het bepaalde in de artikelen 45 t/m 51.
Wijzigingsbevoegdheid
zorgboerderij
19. Burgemeester en wethouders
zijn – met toepassing van artikel 11 WRO – bevoegd de bestemming
Woondoeleinden te wijzigen in de bestemming Agrarische doeleinden
zorgboerderij, met bedrijfswoning, Azb(w), met dien verstande dat:
a.
de bestemmingswijziging bedoeld is voor
de huisvesting van cliënten van de zorgboerderij ter plaatse van De Langeweg
14;
b.
het gehele bouwvlak met de bestemming
Woondoeleinden (W) bij de bestemmingswijziging betrokken dient te worden;
c.
de gronden voorzien dienen te worden van
de nadere aanwijzing, bouwvlak (b);
d.
de inhoud van de bedrijfswoning maximaal
1.000 m³ mag bedragen;
e.
er geen sprake mag zijn van woningsplitsing;
f.
de afstand van de woning tot de weg niet
minder mag bedragen dan de afstand zoals aanwezig op het moment van
terinzagelegging van het ontwerp van dit plan;
g.
voor het overige de voorschriften van
artikel 2 na planwijziging van toepassing zijn.
19. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd vrijstelling te verlenen van het bepaalde in hoofdstuk II teneinde de bouw van particuliere stalletjes ten behoeve van agrarische activiteiten bij wijze van hobby mogelijk te maken op gronden met de bestemming Verkeersdoeleinden (Vd), met inachtneming van het volgende:
a. de particuliere stalletjes dienen als schuilgelegenheid voor dieren;
b. van de vrijstellingsbevoegdheid mag uitsluitend gebruik worden gemaakt, indien aanwezige waarden van natuur, landschap en cultuurhistorie niet in onevenredige mate worden geschaad;
c.
het oppervlak van een particulier stalletje ten
hoogste
d.
de stalletjes moeten worden opgericht binnen een
afstand van maximaal
e. particuliere stalletjes zijn niet toegestaan ter plaatse van:
-
gronden die zijn gelegen binnen een zone van
- het beschermd stadsgezicht (kaartblad 11).
20. Burgemeester en wethouders zijn - met toepassing van artikel 11 WRO - bevoegd de nadere aanwijzing agrarisch bouwvlak (b) te wijzigen in de nadere aanwijzing agrarische bouwstede * met dien verstande dat:
a. planwijziging uitsluitend wordt toegepast indien de niet-grondgebonden agrarische activiteiten in de vorm van intensieve veehouderij en/of intensieve kwekerij daadwerkelijk zijn beëindigd;
b. planwijziging mag uitsluitend plaatsvinden ten behoeve van een duurzaam, volwaardig agrarisch bedrijf;
c.
voor agrarische bedrijven geldt dat de
oppervlakte van de bouwstede niet meer dan
d.
de langste zijde van de bouwstede mag in geen
geval meer bedragen dan
e. een verzoek om toepassing van deze vrijstellingsbevoegdheid wordt ter toetsing voorgelegd aan de agrarisch deskundige omtrent de vraag of aan het gestelde onder a en b van dit voorschrift is voldaan;
f. er dient in ieder geval te worden voldaan aan het bepaalde in de artikelen 45 t/m 51.
21. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd vrijstelling te verlenen van het bepaalde in hoofdstuk II ten behoeve van de tijdelijke huisvesting van tijdelijke werknemers op bouwvlakken en bouwsteden met de bestemming Agrarische doeleinden (A) en Agrarische doeleinden glastuinbouw (Ag) met in achtneming van het volgende:
a. vrijstelling wordt uitsluitend verleend indien de tijdelijke huisvesting aantoonbaar noodzakelijk is voor een doelmatige bedrijfsvoering vanuit een oogpunt van de opvang van een tijdelijke grote arbeidsbehoefte op het bedrijf;
b. vrijstelling wordt uitsluitend verleend voor een aaneengesloten periode van 6 maanden;
c. ten behoeve van de tijdelijke huisvesting mogen woonunits binnen het bouwvlak of de bouwstede worden geplaatst, en mogen (sta)caravans op het bouwvlak of de bouwstede worden geplaatst;
d. ten behoeve van de tijdelijke huisvesting mogen in bestaande gebouwen voorzieningen worden gerealiseerd zoals een gemeenschappelijke verblijfsruimte, sanitair en een kook- en wasgelegenheid.
22. Burgemeester en wethouders zijn - met toepassing van artikel 11 WRO - bevoegd ten behoeve van het vergroten van bouwvlakken met de bestemming Aiv en uitbreiding van bedrijfsgebouwen ten dienste van de intensieve veehouderij het plan te wijzigen, met inachtneming van het volgende:
a. van de wijzigingsbevoegdheid mag uitsluitend gebruik worden gemaakt ten behoeve van volwaardige intensieve veehouderijbedrijven als hoofdtak of als volwaardige neventak en indien de vergroting/uitbreiding voor een doelmatige bedrijfsvoering noodzakelijk is; hiervan is in ieder geval sprake indien de vergroting op grond van de milieuwetgeving of uit oogpunt van dierwelzijn noodzakelijk is;
b. van de wijzigingsbevoegdheid mag uitsluitend gebruik worden gemaakt indien aanwezige natuurwaarden, landschapswaarden, cultuurhistorische waarden en aardkundige waarden niet in onevenredige mate worden geschaad;
c. het bouwvlak mag tot ten hoogste 1,5 ha worden vergroot en de oppervlakte van bedrijfsgebouwen ten behoeve van de intensieve veehouderij mag worden uitgebreid, rekening houdend met de maximale oppervlakte van het bouwvlak na de vergroting van dat bouwvlak;
d. bestaande agrarische bedrijven mogen niet in onevenredige mate in hun bedrijfsvoering en/of ontwikkelingsmogelijkheden worden belemmerd;
e. een verzoek om toepassing van de wijzigingsbevoegdheid wordt ter toetsing voorgelegd aan de agrarisch deskundige omtrent de vraag of aan het gestelde onder a en d van dit voorschrift is voldaan;
f. een verzoek om toepassing van de wijzigingsbevoegdheid wordt ter toetsing voorgelegd aan de natuur- en landschapsdeskundige en de cultuurhistorisch deskundige omtrent de vraag of aan het gestelde onder b van dit voorschrift is voldaan;
g. de vergroting van bouwvlakken is in geen geval toegestaan ter plaatse van:
- de bestemmingen Natuurdoeleinden en Groenvoorzieningen (kaartbladen 1 t/m 10);
-
gronden die zijn gelegen binnen een zone van
- schootsvelden (kaartblad 11);
- bouwvlakken met de aanduiding "bij bouwstede behorend bouwvlak" (kaartbladen 1 t/m 10).