Artikel 30      Agrarisch gebied met verweving van landbouw en land­schaps- en cultuurhistorische waarden, alsmede kenmer­kende openheid (ALO)

Doeleindenomschrijving

Het gebied op de kaart aangewezen als Agrarisch gebied met verweving van landbouw en landschaps- en cultuurhistorische waarden, alsmede kenmerkende openheid (ALO) is bestemd voor:

a.          de doeleinden en bouwmogelijkheden, zoals in de navolgende tabel 1 en de tabellen 5.1 en 5.2 is aangegeven, hetzij rechtstreeks (medebestemming), hetzij na vrijstelling of plan­wijziging;

b.          de doeleinden en bouwmogelijkheden overeenkomstig hoofdstuk II;

een en ander met inachtneming van de in dit gebied voorkomende waarden in de vorm van grootschalige openheid, waardevolle historisch-geografische lijnen en dijken, historische groenstructuren, kreekrestanten, weidevogelgebieden en cultuurhistorische waarden.

 

Tabel 1     Agrarisch gebied met verweving van landbouw en landschaps- en cultuurhis­torische waarden, alsmede kenmerkende openheid (ALO)

 

functie/gebruik

passend/

toelaatbaar

voorschriften bij tabel 1 van toe­passing

agrarische productierichtingen als hoofdtak

 

 

grondgebonden veehouderij (inclusief paarden­fokkerij en -melkerij)

/w

20

akkerbouw en vollegrondstuinbouw

/w

1/20

fruitteelt, sierteelt en boomkwekerij

/w

1/20

glastuinbouw

o+w

2

intensieve veehouderij

o

 

intensieve kwekerij

3 + 4

bosbouw

l

 

agrarische productierichtingen als neventak

 

 

grondgebonden veehouderij (inclusief paarden­fokkerij en -melkerij)

 

akkerbouw en vollegrondstuinbouw

1

fruitteelt, sierteelt en boomkwekerij

1

glastuinbouw

l

 

intensieve veehouderij

o

 

intensieve kwekerij

3 + 4

bosbouw

l

 

bouwen

 

 

vergroten van bouwsteden

v

5

vergroten bouwvlakken

w

6 + 22

verplaatsen agrarische bouwstede

w

17

schuilgelegenheden voor vee

v

7

particuliere schuilgelegenheden voor vee

v

19

tweede bedrijfswoning

v

8 + 9

tijdelijke huisvesting tijdelijk werknemers

V

21

tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen

v

10

permanente teeltondersteunende voorzieningen (con­tainervelden, stellingenteelt)

v

11

kassen en overige permanente teeltondersteu­nende voorzieningen (ondersteunende kassen)

v

13

natuurontwikkeling

 

 

nieuwe landgoederen

w

18

realisatie ecologische verbindingszones

w

14

kleinschalige natuurontwikkeling

15

recreatie

 

 

wandelpaden

a

 

fietspaden

a

 

kleinschalige dagrecreatieve voorzieningen (buiten bouwvlakken/bouwsteden) exclusief steigers

¡

 

kleinschalige dagrecreatieve voorzieningen (buiten bouwvlakken/bouwsteden) in de vorm van steigers

v

16

niet-agrarische neven- en vervolgfuncties op bouwvlak­ken/bouwsteden

zie artikel 34 en 35

 

 

l      niet toelaatbaar

¡      toelaatbaar als (mede)bestemming

o      alleen toelaatbaar waar op kaartbladen 1 t/m 10 een bouwvlak en een dienovereenkomstige          (sub)bestemming is aangegeven

v        na vrijstelling ex artikel 15 WRO

w      na planwijziging ex artikel 11 WRO

a       aanlegvergunning

 

 

Voorschriften bij tabel 1

 

Akkerbouw en vollegrondstuinbouw, fruitteelt, sierteelt en boomkwekerij

1. Akkerbouw en vollegrondstuinbouw, fruitteelt, sierteelt en boomkwekerij zijn niet toegestaan ter plaatse van de bestemmingen Agrarische doeleinden, subbestemming Ale en Verkeersdoel­einden, subbestemming Vd.

 

Wijzigingsbevoegdheid uitbreiding glastuinbouw

2. Burgemeester en wethouders zijn - met toepassing van artikel 11 WRO - bevoegd het plan te wijzigen ten behoeve van de uitbreiding van bouwvlakken met de bestemming Agrarische doeleinden, glastuinbouw (Ag), met inachtneming van het volgende:

a.          planwijziging wordt uitsluitend toegepast als op korte termijn geen zicht is op verplaatsing van het bedrijf;

b.          de uitbreiding van het bouwvlak dient noodzakelijk te zijn voor de continuïteit van het be­drijf;

c.          van de wijzigingsbevoegdheid mag uitsluitend gebruik worden gemaakt indien aanwezige landschapswaarden niet in onevenredige mate worden geschaad;

d.          het bouwvlak mag tot ten hoogste 3,5 ha worden vergroot;

e.          van de wijzigingsbevoegdheid mag geen gebruik worden gemaakt indien het betreffende bouwvak is voorzien van de nadere aanwijzing (b*);

f.            een verzoek om toepassing van deze wijzigingsbevoegdheid wordt ter toetsing voorgelegd aan de agrarisch deskundige omtrent de vraag of aan het gestelde onder a en b van dit voorschrift wordt voldaan;

g.          een verzoek om toepassing van deze wijzigingsbevoegdheid wordt ter toetsing voorgelegd aan de natuur- en landschapsdeskundige, omtrent de vraag of aan het gestelde onder c van dit voorschrift wordt voldaan;

h.          de uitbreiding van glastuinbouw is in geen geval toegestaan ter plaatse van:

-          de bestemmingen Natuurdoeleinden en Groenvoorzieningen (kaartbladen 1 t/m 10);

-          gronden die zijn gelegen binnen een zone van 25 m ter weerszijden van de aanduiding "wijzigingsbevoegdheid ecologische verbindingszones", gemeten vanuit het hart van de aanduiding (kaartblad 11);

-          schootsvelden (kaartblad 11);

i.            bij uitbreiding dient ter compensatie 10% van het te realiseren oppervlak aan bebou­wing of verharding extra oppervlakte water te worden gegraven en dient de compense­rende wa­terberging in verbinding te staan met het watersysteem ter plaatse, met dien verstande dat dit percentage kleiner mag zijn, indien uit overleg met de waterbeheerder blijkt dat op an­dere wijze aan de waterbergingseis kan worden voldaan.

 

Intensieve kwekerij

3. Intensieve kwekerij als hoofdtak mag uitsluitend plaatsvinden op bestaande bouwvlak­ken/bouwsteden, met uitzondering van bouwvlakken/bouwstedes, voorzien van de nadere aan­duiding "beperkte uitbreiding". Het oppervlak aan bedrijfsgebouwen ten behoeve van een inten­sieve kwekerij als hoofdtak mag ten hoogste 2.000 m² bedragen.

 

4. Het oppervlak aan bedrijfsgebouwen ten behoeve van een intensieve kwekerij als neventak mag ten hoogste 1.000 m² bedragen.

 

               Vrijstellingsbevoegdheid vergroten bouwsteden

5. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd ten behoeve van volwaardige agrarische bedrij­ven, geen glastuinbouwbedrijven zijnde, vrijstelling te verlenen van de omvang van de bouw­stede zoals omschreven in artikel 2 lid 4, met inachtneming van het volgende:

a.          van de vrijstellingsbevoegdheid mag uitsluitend gebruik worden gemaakt, indien dit voor een doelmatige bedrijfsvoering noodzakelijk is; hiervan is in ieder geval sprake indien de vergroting van de bouwstede op grond van de milieuwetgeving of uit oogpunt van dierwel­zijn noodzakelijk is;

b.          van de vrijstellingsbevoegdheid mag uitsluitend gebruik worden gemaakt indien aanwezige landschapswaarden niet in onevenredige mate worden geschaad;

c.          de oppervlakte van de bouwstede van agrarische bedrijven met de nadere aanduiding "be­perkte uitbreiding" mag niet meer bedragen dan 1,5 ha;

d.          voor agrarische bedrijven met de nadere aanduiding "beperkte uitbreiding" waarvan de op­pervlakte van de bouwstede op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van dit plan al meer dan 1,5 ha bedraagt, geldt dat de oppervlakte van de bouwstede met 15% mag worden uitgebreid, dan wel met de oppervlakte die minimaal benodigd is op grond van milieuwetgeving of uit oogpunt van dierwelzijn;

e.          voor agrarische bedrijven zonder de nadere aanduiding "beperkte uitbreiding" geldt dat de oppervlakte van de bouwstede niet meer dan 2,5 ha mag bedragen;

f.            de diepte van de bouwstede mag in geen geval meer bedragen dan 200 m;

g.          de langste zijde van de bouwstede mag in geen geval meer bedragen dan 200 m;

h.          een verzoek om toepassing van deze vrijstellingsbevoegdheid wordt ter toetsing voorge­legd aan de agrarisch deskundige omtrent de vraag of aan het gestelde onder a van dit voorschrift is voldaan;

i.            een verzoek om toepassing van deze vrijstellingsbevoegdheid wordt ter toetsing voorge­legd aan de natuur- en landschapsdeskundige, omtrent de vraag of aan het gestelde on­der b van dit voorschrift wordt voldaan;

j.            de vergroting van bouwsteden is in geen geval toegestaan ter plaatse van:

-          de bestemmingen Natuurdoeleinden en Groenvoorzieningen (kaartbladen 1 t/m 10);

-          gronden die zijn gelegen binnen een zone van 25 m ter weerszijden van de aanduiding "wijzigingsbevoegdheid ecologische verbindingszones", gemeten vanuit het hart van de aanduiding (kaartblad 11);

-          schootsvelden (kaartblad 11);

-          bouwvlakken met de aanduiding "bij bouwstede behorend bouwvlak" (kaartbladen 1 t/m 10);

k.          een vrijstelling in afwijking van het advies van de agrarisch deskundige en/of de natuur- en landschapsdeskundige mag niet worden verleend zonder een schriftelijke verklaring van geen bezwaar van Gedeputeerde Staten.

 

Wijzigingsbevoegdheid vergroten bouwvlakken niet zijnde Aiv

6. Burgemeester en wethouders zijn - met toepassing van artikel 11 WRO - bevoegd ten be­hoeve van het vergroten van bouwvlakken behorende bij agrarische bedrijven niet zijnde Aiv, al dan niet met een ondergeschikte intensieve neventak (on), het plan te wijzigen, met inachtne­ming van het volgende:

a.          van de wijzigingsbevoegdheid mag uitsluitend gebruik worden gemaakt indien de vergro­ting voor een doelmatige bedrijfsvoering noodzakelijk is; hiervan is in ieder geval sprake indien de vergroting op grond van de milieuwetgeving of uit oogpunt van dierwelzijn nood­zakelijk is;

b.          van de wijzigingsbevoegdheid mag uitsluitend gebruik worden gemaakt indien aanwezige landschapswaarden niet in onevenredige mate worden geschaad;

c.          Het bouwvlak mag worden vergroot tot ten hoogste 2 ha, indien en voor zover de vergro­ting van het bouwvlak noodzakelijk is voor de niet-intensieve hoofdtak van het agrarische bedrijf. Indien de vergroting noodzakelijk is ten behoeve van een ondergeschikte neventak intensieve vee­houderij geldt dat het bouwvlak met ten hoogste 15% mag worden ver­groot;

c1.   indien het verzoek om vergroten van het bouwvlak betrekking heeft op bouwvlakken met de bestemming Agrarische doeleinden glastuinbouw voorzien van de nadere aanwijzing (b*), wordt in het wijzigingsplan vastgelegd dat de oppervlakte van de op ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerp van het wijzigingsplan aanwezige glasopstanden niet mag worden vergroot;

d.          een verzoek om toepassing van de wijzigingsbevoegdheid wordt ter toetsing voorgelegd aan de agrarisch deskundige omtrent de vraag of aan het gestelde onder a van dit voor­schrift is voldaan;

e.          een verzoek om toepassing van de wijzigingsbevoegdheid wordt ter toetsing voorgelegd aan de natuur- en landschapsdeskundige omtrent de vraag of aan het gestelde onder b van dit voorschrift is voldaan;

f.            de vergroting van bouwvlakken is in geen geval toege­staan ter plaatse van:

-          de bestemmingen Natuurdoeleinden en Groenvoorzieningen (kaartbladen 1 t/m 10);

-          gronden die zijn gelegen binnen een zone van 25 m ter weerszijden van de aanduiding "wijzigingsbevoegdheid ecologische verbindingszones", gemeten vanuit het hart van de aanduiding (kaartblad 11);

-          schootsvelden (kaartblad 11);

-          bouwvlakken met de aanduiding "bij bouwstede behorend bouwvlak" (kaartbladen 1 t/m 10).

 

Vrijstellingsbevoegdheid schuilgelegenheden voor vee

7. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd vrijstelling te verlenen van het bepaalde in hoofd­stuk II teneinde de bouw van schuilgelegenheden voor vee buiten de bouwvlakken/bouwsteden mogelijk te maken, met inachtneming van het volgende:

a.          de schuilgelegenheden dienen noodzakelijk te zijn voor een doelmatige agrarische be­drijfsvoering;

b.          van de vrijstellingsbevoegdheid mag uitsluitend gebruik worden gemaakt, indien aanwe­zige landschapswaarden niet in onevenredige mate worden geschaad;

c.          het gezamenlijk oppervlak van schuilgelegenheden voor vee buiten de bouwvlak­ken/bouwsteden mag per agrarisch bedrijf ten hoogste 50 m² bedragen en de bouwhoogte ten hoogste 2,5 m;

d.          schuilgelegenheden zijn niet toegestaan ter plaatse van:

-          de bestemmingen Natuurdoeleinden en Groenvoorzieningen (kaartbladen 1 t/m 10);

-          gronden die zijn gelegen binnen een zone van 25 m ter weerszijden van de aanduiding "wijzigingsbevoegdheid ecologische verbindingszones", gemeten vanuit het hart van de aanduiding (kaartblad 11);

-          het beschermd stadsgezicht (kaartblad 11).

 

               Vrijstellingsbevoegdheid tweede agrarische bedrijfswoning bij A, Ag, Aik en Aiv

8. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd vrijstelling te verlenen van het bepaalde in hoofd­stuk II teneinde de bouw van een tweede bedrijfswoning op bouwvlakken/bouwsteden met de bestemming A, Ag, Aik of Aiv mogelijk te maken, indien de permanente aanwezigheid door twee volwaardige arbeidskrachten daadwerkelijk noodzakelijk en doelmatig is, met inachtne­ming van het volgende:

a.          de tweede agrarische bedrijfswoning is alleen toelaatbaar voor volwaardige agrarische be­drijven;

b.          het betreffende bedrijf dient duurzaam werkgelegenheid te bieden aan twee volwaardige arbeidskrachten;

c.          een verzoek om toepassing van deze vrijstellingsbevoegdheid wordt ter toetsing voorge­legd aan de agrarisch deskundige omtrent de vraag of aan het gestelde in de aanhef en onder a en b wordt voldaan;

d.          er dient in ieder geval voldaan te worden aan het bepaalde in de artikelen 45 t/m 51;

e.          er dient rekening te worden gehouden met het bepaalde in de Wet luchtkwaliteit.

 

9. Een vrijstelling voor een tweede agrarische bedrijfswoning mag niet worden verleend zonder een schriftelijke verklaring van geen bezwaar van Gedeputeerde Staten.

 

Vrijstellingsbevoegdheid hoge tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen (wan­delkappen)

10. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd vrijstelling te verlenen van het bepaalde in hoofdstuk II teneinde buiten bouwvlakken/bouwsteden het oprichten van tijdelijke teeltonder­steunende voorzieningen in de vorm van wandelkappen, met een bouwhoogte van meer dan 1,5 m mogelijk te maken, met inachtneming van het volgende:

a.          van de vrijstellingsbevoegdheid mag geen gebruik worden gemaakt, indien voor de bouw­stede op de plankaart de nadere aanduiding "beperkte uitbreiding" is opgenomen;

b.          de voorzieningen dienen noodzakelijk te zijn voor een doelmatige bedrijfsvoering;

c.          van de vrijstellingsbevoegdheid mag uitsluitend gebruikgemaakt worden, indien aanwezige landschapswaarden niet in onevenredige mate worden geschaad;

d.          het oppervlak aan voorzieningen mag niet meer dan 6 ha bedragen;

e.          de voorzieningen dienen op het bouwvlak/bouwstede of in directe aansluiting daarop te worden gerealiseerd.

 

               Vrijstellingsbevoegdheid permanente teeltondersteunende voorzieningen (contai­nervelden, stellingenteelt)

11. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd vrijstelling te verlenen van het bepaalde in hoofdstuk II teneinde buiten de bouwvlakken/bouwsteden het oprichten van teeltondersteu­nende voorzieningen met een meer permanent karakter mogelijk te maken, met inachtneming van het volgende:

a.          van de vrijstellingsbevoegdheid mag geen gebruik worden gemaakt, indien voor de bouw­stede op de plankaart de nadere aanduiding "beperkte uitbreiding" is opgenomen;

b.          de voorzieningen dienen noodzakelijk te zijn voor een doelmatige bedrijfsvoering;

c.          van de vrijstellingsbevoegdheid mag uitsluitend gebruik worden gemaakt, indien aanwe­zige landschapswaarden niet in onevenredige mate worden geschaad;

d.          het oppervlak van de teeltondersteunende voorzieningen mag niet meer bedragen dan 2 ha;

e.          de voorzieningen dienen op het bouwvlak/bouwstede of in directe aansluiting daarop te worden gerealiseerd.

 

Vrijstellingsbevoegdheid hoge permanente teeltondersteunende voorzieningen (stellingenteelt)

12. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd vrijstelling te verlenen van het bepaalde in hoofdstuk II teneinde buiten bouwvlakken/bouwsteden het oprichten van hoge permanente teeltondersteunende voorzieningen mogelijk te maken, met inachtneming van het volgende:

a.          van de vrijstellingsbevoegdheid mag geen gebruik worden gemaakt, indien op de plankaart voor de bouwstede de nadere aanduiding "beperkte uitbreiding" is opgenomen;

b.          de voorzieningen dienen noodzakelijk te zijn voor een doelmatige bedrijfsvoering;

c.          van de vrijstellingsbevoegdheid mag uitsluitend gebruikgemaakt worden, indien aanwe­zige landschapswaarden niet in onevenredige mate worden geschaad;

d.          het oppervlak aan voorzieningen mag niet meer dan 1 ha bedragen;

e.          de voorzieningen dienen binnen een afstand van 100 m tot een op de bouwstede/het bouw­vlak aanwezig gebouw te worden gerealiseerd.

 

               Vrijstellingsbevoegdheid kassen en overige permanente teeltondersteunende voor­zieningen (ondersteunende kassen)

13. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd vrijstelling te verlenen van het bepaalde in hoofdstuk II teneinde binnen bouwvlakken/bouwsteden het oprichten van kassen en overige permanente teeltondersteunende voorzieningen mogelijk te maken, met inachtneming van het volgende:

a.          de voorzieningen dienen noodzakelijk te zijn voor een doelmatige bedrijfsvoering;

b.          van de vrijstellingsbevoegdheid mag uitsluitend gebruikgemaakt worden, indien aanwe­zige landschapswaarden niet in onevenredige mate worden geschaad;

c.          het oppervlak aan voorzieningen mag niet meer dan 5.000 m² bedragen;

d.          vrijstelling wordt alleen verleend indien vooraf goedkeuring door Gedeputeerde Staten is verkregen.

 

Wijzigingsbevoegdheid ecologische verbindingszone en waterbergingsgebied

14. Burgemeester en wethouders zijn – met toepassing van artikel 11 WRO – bevoegd ten be­hoeve van de realisatie van ecologische verbindingszones en waterbergingsgebieden de be­stemming van de gronden die gelegen zijn binnen een zone van 100 m ter weerszijden van de aanduiding "wijzigingsbevoegdheid ecologische verbindingszone en waterbergingsgebied", ge­meten vanuit het hart van de aanduiding, alsmede de bestemming van de gronden die gelegen zijn binnen de aanduiding natte natuurparel, te wijzigen, met inachtneming van het volgende:

a.          de perceelsbestemming mag uitsluitend worden gewijzigd in de bestemming Natuurdoel­einden;

b.          een besluit tot planwijziging wordt niet eerder genomen dan nadat de betrokken gronden als ecologische verbindingszone en/of waterbergingsgebied aan een terreinbeherende in­stantie in eigendom zijn overgedragen;

c.          voor het overige zijn de bepalingen van artikel 19 zijn van overeenkomstige toepas­sing.

 

Kleinschalige natuurontwikkeling

15. Indien de kleinschalige natuurontwikkeling (mede) gerealiseerd wordt ter plaatse van de be­stemming Water, is het water te allen tijde de primaire functie.

 

Kleinschalige dagrecreatieve voorzieningen (steigers)

16. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd vrijstelling te verlenen van het bepaalde in hoofdstuk II teneinde buiten bouwvlakken/bouwsteden de bouw van openbare steigers mogelijk te maken, met inachtneming van het volgende:

a.          van de vrijstellingsbevoegdheid mag uitsluitend gebruik worden gemaakt, indien aanwe­zige landschapswaarden niet in onevenredige mate worden geschaad;

b.          een steiger dient evenwijdig aan de oever te worden gebouwd;

c.          de lengte en breedte van een steiger mogen niet meer bedragen dan 10 m respectievelijk 1,2 m;

d.          de bouwhoogte van een steiger mag niet meer bedragen dan het peil;

e.          een steiger mag de oeverlijn met niet meer dan 0,5 m overschrijden.

 

               Wijzigingsbevoegdheid verplaatsing agrarische bouwsteden

17. Burgemeester en wethouders zijn - met toepassing van artikel 11 WRO - bevoegd het plan te wijzigen ten behoeve van het verplaatsen van bouwsteden binnen de zone ALO met inacht­neming van het volgende:

a.          planwijziging wordt uitsluitend toegepast indien de huidige vestigingslocatie, met het oog op ruimtelijke dan wel milieuvoorwaarden, onvoldoende mogelijkheden biedt voor een duurzame ontwikkeling van het agrarisch bedrijf;

b.          planwijziging wordt uitsluitend toegepast indien de verplaatsing leidt tot een aanmerkelijke ruimtelijke kwaliteitsverbetering ter plaatse van de vrijgekomen bouwstede;

c.          planwijziging mag uitsluitend plaatsvinden ten behoeve van een duurzaam, volwaardig agrarisch bedrijf;

d.          planwijziging wordt uitsluitend toegepast als in voldoende mate is vast komen te staan dat er geen gebruikgemaakt kan worden van bestaande bouwsteden en bouwvlakken met de bestemming Agrarische doeleinden; met het oog hierop wordt geen besluit tot planwijzi­ging genomen dan nadat een periode van 4 maanden is verstreken, gerekend vanaf het moment dat het verzoek om planwijziging is ingediend;

e.          bij planwijziging wordt de bestemming van de huidige agrarische bouwstede gewijzigd in de bestemming Woondoeleinden (W) voorzien van de nadere aanwijzing voormalige agra­rische bedrijfsbebouwing (vab), Tuinen (T of T+) en Agrarische doeleinden (A);

f.            overtollige bedrijfsbebouwing op de vrijgekomen bouwstede dient te worden gesloopt;

g.          nieuwe bouwsteden zijn in geen geval toegestaan ter plaatse van:

-        de bestemmingen Natuurdoeleinden en Groenvoorzieningen (kaartbladen 1 t/m 10);

-        gronden die zijn gelegen binnen een zone van 25 m ter weerszijden van de aanduiding "wijzigingsbevoegdheid ecologische verbindingszones", gemeten vanuit het hart van de aanduiding (kaartblad 11);

-        schootsvelden (kaartblad 11);

h.          er dient in ieder geval te worden voldaan aan het bepaalde in de artikelen 45 t/m 51.

 

               Wijzigingsbevoegdheid nieuwe landgoederen

18. Burgemeester en wethouders zijn - met toepassing van artikel 11 WRO - bevoegd het plan te wijzigen ten behoeve van de realisatie van een nieuw landgoed, met inachtneming van het volgende:

a.          aan de ontwikkeling van het landgoed dient een plan ten grondslag te liggen, bestaande uit de volgende onderdelen:

-        een beschrijving van de situering (het gebiedsprofiel);

-        een inventarisatie van de aanwezige gebiedswaarden;

-        een inrichtingsschets en onderbouwing (het projectprofiel);

-        een beeldkwaliteitplan;

-        een exploitatieopzet;

b.          bestaande natuur- en landschapswaarden dienen te worden gehandhaafd en waar moge­lijk te worden ontwikkeld;

c.          voor wat betreft de inrichting en architectuur van het landgoed dient zoveel mogelijk te worden aangesloten op de bestaande landschapsstructuren en de cultuurhistorische ken­merken van het gebied;

d.          een verzoek om toepassing van deze wijzigingsbevoegdheid wordt ter toetsing voorgelegd aan de natuur- en landschapsdeskundige over de vraag of aan het gestelde onder b en c van dit voorschrift wordt voldaan;

e.          met het besluit tot wijziging dienen aan de gronden zodanige bestemmingen met bijbeho­rende functies te worden toegekend dat 90% van het terrein, de ecologische verbindings­zone en fiets- en wandelpaden daaronder begrepen, als openbaar gebied kan worden ge­bruikt;

f.            het landgoed dient een minimale omvang te hebben van 10 ha, waarvan ten minste 7,5 ha nieuwe natuur;

g.          bij nieuwe landgoederen met een oppervlak tot 15 ha:

-        mag de bestaande woonruimte worden vervangen of uitgebreid tot ten hoogste drie wooneenheden in één woongebouw of 3 geclusterde woningen;

-        dient nieuwbouw/verbouw plaats te vinden op een bestaand (agrarisch) bouwblok;

-        dient de bestaande en nieuwe bebouwing geconcentreerd te worden binnen één aan­eengesloten compact bouwvlak en dient deze één ruimtelijke eenheid te vormen;

h.          bij nieuwe landgoederen met een oppervlak van meer dan 15 ha:

-        mogen per 7,5 ha nieuwe natuur 3 wooneenheden worden gerealiseerd; voor elke 2,5 ha extra nieuw bos of nieuwe natuur mag één extra wooneenheid worden gebouwd, met dien verstande dat er maximaal één wooneenheid per 5 ha nieuw landgoed gerea­liseerd mag worden en dat het aantal wooneenheden per landgoed niet meer dan 8 mag bedragen;

-        dient realisatie van 3 tot 4 wooneenheden plaats te vinden binnen één aaneengesloten compact bouwvlak en dient deze één ruimtelijke eenheid te vormen; bij 5 of meer wooneenheden kan sprake zijn van twee compacte bouwvlakken;

i.            de inhoud van een wooneenheid mag maximaal 1.500 m³ bedragen;

j.            bijgebouwen ten dienste van beheer en onderhoud zijn toegestaan en dienen een duide­lijke relatie te hebben met het landgoed en staan qua omvang in verhouding tot de woning;

k.          nieuwe bebouwing is geconcentreerd binnen een aaneengesloten en compact bouwvlak en vormt een ruimtelijke eenheid;

l.            overtollige, reeds aanwezige, (bedrijfs)gebouwen dienen te worden geamoveerd, met uit­zondering van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing;

m.        bestaande of voorziene agrarische bedrijven in de directe omgeving mogen niet in hun ont­wikkelingsmogelijkheden worden beperkt;

n.          nieuwe landgoederen zijn in geen geval toegestaan ter plaatse van:

-       de bestemmingen Natuurdoeleinden en Groenvoorzieningen (kaartbladen 1 t/m 10);

-       schootsvelden (kaartblad 11);

o.          er dient in ieder geval te worden voldaan aan het bepaalde in de artikelen 45 t/m 51.

 

            Wijzigingsbevoegdheid zorgboerderij

19. Burgemeester en wethouders zijn – met toepassing van artikel 11 WRO – bevoegd de be­stemming Woondoeleinden te wijzigen in de bestemming Agrarische doeleinden zorgboerderij, met bedrijfswoning, Azb(w), met dien verstande dat:

a.          de bestemmingswijziging bedoeld is voor de huisvesting van cliënten van de zorgboerderij ter plaatse van De Langeweg 14;

b.          het gehele bouwvlak met de bestemming Woondoeleinden (W) bij de bestemmingswijzi­ging betrokken dient te worden;

c.          de gronden voorzien dienen te worden van de nadere aanwijzing, bouwvlak (b);

d.          de inhoud van de bedrijfswoning maximaal 1.000 m³ mag bedragen;

e.          er geen sprake mag zijn van woningsplitsing;

f.            de afstand van de woning tot de weg niet minder mag bedragen dan de afstand zoals aanwe­zig op het moment van terinzagelegging van het ontwerp van dit plan;

g.          voor het overige de voorschriften van artikel 2 na planwijziging van toepassing zijn.

 

               Vrijstellingsbevoegdheid particuliere schuilgelegenheden voor vee

19. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd vrijstelling te verlenen van het bepaalde in hoofdstuk II teneinde de bouw van particuliere stalletjes ten behoeve van agrarische activiteiten bij wijze van hobby mogelijk te maken op gronden met de bestemming Verkeersdoeleinden (Vd), met inachtneming van het volgende:

a.          de particuliere stalletjes dienen als schuilgelegenheid voor dieren;

b.          van de vrijstellingsbevoegdheid mag uitsluitend gebruik worden gemaakt, indien aanwe­zige waarden van natuur, landschap en cultuurhistorie niet in onevenredige mate worden geschaad;

c.          het oppervlak van een particulier stalletje ten hoogste 12 m² bedragen en de bouwhoogte ten hoogste 2,5 m;

d.          de stalletjes moeten worden opgericht binnen een afstand van maximaal 25 m van gron­den met de bestemming Woondoeleinden;

e.          particuliere stalletjes zijn niet toegestaan ter plaatse van:

-        gronden die zijn gelegen binnen een zone van 25 m ter weerszijden van de aanduiding "wijzigingsbevoegdheid ecologische verbindingszones", gemeten vanuit het hart van de aanduiding (kaartblad 11);

-        het beschermd stadsgezicht (kaartblad 11).

 

               Wijzigingsbevoegdheid omzetten bouwvlak in bouwstede

20. Burgemeester en wethouders zijn - met toepassing van artikel 11 WRO - bevoegd de na­dere aanwijzing agrarisch bouwvlak (b) te wijzigen in de nadere aanwijzing agrarische bouw­stede * met dien verstande dat:

a.          planwijziging uitsluitend wordt toegepast indien de niet-grondgebonden agrarische activi­teiten in de vorm van intensieve veehouderij en/of intensieve kwekerij daadwerkelijk zijn beëindigd;

b.          planwijziging mag uitsluitend plaatsvinden ten behoeve van een duurzaam, volwaardig agrarisch bedrijf;

c.          voor agrarische bedrijven geldt dat de oppervlakte van de bouwstede niet meer dan 2 ha mag bedragen;

d.          de langste zijde van de bouwstede mag in geen geval meer bedragen dan 200 m;

e.          een verzoek om toepassing van deze vrijstellingsbevoegdheid wordt ter toetsing voorge­legd aan de agrarisch deskundige omtrent de vraag of aan het gestelde onder a en b van dit voorschrift is voldaan;

f.            er dient in ieder geval te worden voldaan aan het bepaalde in de artikelen 45 t/m 51.

 

               Vrijstellingsbevoegdheid tijdelijke huisvesting tijdelijke werknemers

21. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd vrijstelling te verlenen van het bepaalde in hoofdstuk II ten behoeve van de tijdelijke huisvesting van tijdelijke werknemers op bouwvlakken en bouwsteden met de bestemming Agrarische doeleinden (A) en Agrarische doeleinden glas­tuinbouw (Ag) met in achtneming van het volgende:

a.          vrijstelling wordt uitsluitend verleend indien de tijdelijke huisvesting aantoonbaar noodza­kelijk is voor een doelmatige bedrijfsvoering vanuit een oogpunt van de opvang van een tijdelijke grote arbeidsbehoefte op het bedrijf;

b.          vrijstelling wordt uitsluitend verleend voor een aaneengesloten periode van 6 maanden;

c.          ten behoeve van de tijdelijke huisvesting mogen woonunits binnen het bouwvlak of de bouwstede worden geplaatst, en mogen (sta)caravans op het bouwvlak of de bouwstede worden geplaatst;

d.          ten behoeve van de tijdelijke huisvesting mogen in bestaande gebouwen voorzieningen worden gerealiseerd zoals een gemeenschappelijke verblijfsruimte, sanitair en een kook- en wasgelegenheid.

 

               Wijzigingsbevoegdheid vergroten bouwvlakken en uitbreiding bedrijfsgebouwen hoofdtak/volwaardige neventak Aiv

22. Burgemeester en wethouders zijn - met toepassing van artikel 11 WRO - bevoegd ten be­hoeve van het vergroten van bouwvlakken met de bestemming Aiv en uitbreiding van bedrijfs­gebouwen ten dienste van de intensieve veehouderij het plan te wijzigen, met inachtneming van het volgende:

a.          van de wijzigingsbevoegdheid mag uitsluitend gebruik worden gemaakt ten behoeve van volwaardige intensieve veehouderijbedrijven als hoofdtak of als volwaardige neventak en indien de vergro­ting/uitbrei­ding voor een doelmatige bedrijfsvoering noodzakelijk is; hier­van is in ieder geval sprake indien de vergroting op grond van de milieuwetgeving of uit oogpunt van dierwelzijn nood­zakelijk is;

b.          van de wijzigingsbevoegdheid mag uitsluitend gebruik worden gemaakt indien aanwezige natuurwaarden, landschapswaarden, cultuurhistorische waarden en aardkundige waarden niet in oneven­redige mate worden geschaad;

c.          het bouwvlak mag tot ten hoogste 1,5 ha worden vergroot en de oppervlakte van bedrijfs­gebouwen ten behoeve van de intensieve veehouderij mag worden uitgebreid, rekening houdend met de maximale oppervlakte van het bouwvlak na de vergroting van dat bouw­vlak;

d.          bestaande agrarische bedrijven mogen niet in onevenredige mate in hun bedrijfsvoering en/of ontwikkelingsmogelijkheden worden belemmerd;

e.          een verzoek om toepassing van de wijzigingsbevoegdheid wordt ter toetsing voorgelegd aan de agrarisch deskundige omtrent de vraag of aan het gestelde onder a en d van dit voorschrift is voldaan;

f.            een verzoek om toepassing van de wijzigingsbevoegdheid wordt ter toetsing voorgelegd aan de natuur- en landschapsdeskundige en de cultuurhistorisch deskundige omtrent de vraag of aan het gestelde onder b van dit voorschrift is voldaan;

g.          de vergroting van bouwvlakken is in geen geval toegestaan ter plaatse van:

-        de bestemmingen Natuurdoeleinden en Groenvoorzieningen (kaartbladen 1 t/m 10);

-        gronden die zijn gelegen binnen een zone van 25 m ter weerszijden van de aanduiding "wijzigingsbevoegdheid ecologische verbindingszones", gemeten vanuit het hart van de aanduiding (kaartblad 11);

-        schootsvelden (kaartblad 11);

-        bouwvlakken met de aanduiding "bij bouwstede behorend bouwvlak" (kaartbladen 1 t/m 10).