Artikel 22      Verkeersdoeleinden (V)

Doeleindenomschrijving

1. De gronden op de kaart aangewezen voor Verkeersdoeleinden zijn bestemd voor:

a.          wegen, bruggen en viaducten;

b.          bijbehorende voorzieningen, zoals fiets- en voetpaden, andere verhardingen, bermen, picknickplaatsen, parkeer- en groenvoorzieningen en water;

c.          geluidswerende voorzieningen;

alsmede voor:

d.          ter plaatse van de subbestemming Vd: behoud, bescherming en beheer van landschaps­elementen in de vorm van dijken, alsmede agrarische activiteiten bij wijze van hobby;

e.          ter plaatse van de subbestemming Vwt: windturbines;

f.            antenne-installaties voor mobiele telecommunicatie boven en langs rijkswegen;

met dien verstande dat ter plaatse van de nadere aanwijzing "soortenrijk water" (zie kaartblad 11) de gronden mede zijn bestemd voor behoud, bescherming en beheer van de aan het water gebonden natuurwaarden.

 

2. De in lid 1 bedoelde gronden zijn tevens bestemd voor de doeleinden die in hoofdstuk III voor het betrokken deelgebied - bij wijze van medebestemming - zijn aangegeven.

 

Bouwvoorschriften

3. Op deze gronden mogen uitsluitend ten dienste van de (sub)bestemming worden gebouwd:

a.          gebouwen;

b.          bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

 

4. Voor het bouwen geldt het volgende:

a.          nieuwe particuliere stalletjes ten behoeve van agrarische activiteiten bij wijze van hobby zijn niet toegestaan op de gronden met de gebiedsbestemmingen ARWN, AG en NRL;

b.          nieuwe particuliere stalletjes ten behoeve van agrarische activiteiten bij wijze van hobby dienen binnen een afstand van maximaal 25 m van de bestemming Woondoeleinden te worden gerealiseerd;

c.          overigens geldt het volgende:

 

 

max. aantal

max. opper-vlak

max. goot­hoogte

max. bouw­hoogte

gebouwen

 

 

 

3 m

particuliere stalletjes t.b.v. agrarische activiteiten bij wijze van hobby

1 per woning

12 m² per stalletje

2 m

2,5 m

geluidswerende voorzieningen

 

 

 

10 m

vrijstaande antenne-installaties

 

 

 

40 m

niet-vrijstaande antenne-installaties

 

 

 

6 m

windturbines ter plaatse van de subbestemming Vwt

zie kaart

 

 

Ú

lichtmasten en bewegwijzering

 

 

 

12 m

overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde

 

 

 

6 m

Ú     Zoals aanwezig op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van dit plan.

 

Vrijstellingsbevoegdheid bouwhoogte windturbines

5. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd vrijstelling te verlenen van lid 4 onder c ten be­hoe­ve van het verhogen van de maximale bouwhoogte voor windturbines, met inachtne­ming van het volgende:

a.          de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 75 m;

b.          de belangen van de laagvliegroute mogen door het verhogen van de bouwhoogte niet   one­venredig worden geschaad;

c.          alvorens omtrent het verlenen van vrijstelling te beslissen, winnen burgemeester en wet­houders schriftelijk advies in bij de beheerder(s) van de laagvliegroute, omtrent de vraag of door het verhogen van de bouwhoogte de belangen van de laagvliegroute niet onevenre­dig worden geschaad en de eventueel te stellen voorwaarden;

d.          de aanwezige natuur- en landschapswaarden mogen door het verhogen van de bouw­hoogte niet onevenredig worden geschaad;

e.          een verzoek om toepassing van de vrijstellingsbevoegdheid wordt ter toetsing voorgelegd aan de natuur- en landschapsdeskundige omtrent de vraag of de aanwezige natuur- en landschapswaarden door het verhogen van de bouwhoogte van windturbines niet in one­venredige mate worden geschaad en de eventueel te stellen voorwaarden.