Doeleindenomschrijving
1. De gronden op de kaart aangewezen voor Verkeersdoeleinden zijn bestemd voor:
a. wegen, bruggen en viaducten;
b. bijbehorende voorzieningen, zoals fiets- en voetpaden, andere verhardingen, bermen, picknickplaatsen, parkeer- en groenvoorzieningen en water;
c. geluidswerende voorzieningen;
alsmede voor:
d. ter plaatse van de subbestemming Vd: behoud, bescherming en beheer van landschapselementen in de vorm van dijken, alsmede agrarische activiteiten bij wijze van hobby;
e. ter plaatse van de subbestemming Vwt: windturbines;
f. antenne-installaties voor mobiele telecommunicatie boven en langs rijkswegen;
met dien verstande dat ter plaatse van de nadere aanwijzing "soortenrijk water" (zie kaartblad 11) de gronden mede zijn bestemd voor behoud, bescherming en beheer van de aan het water gebonden natuurwaarden.
2. De in lid 1 bedoelde gronden zijn tevens bestemd voor de doeleinden die in hoofdstuk III voor het betrokken deelgebied - bij wijze van medebestemming - zijn aangegeven.
Bouwvoorschriften
3. Op deze gronden mogen uitsluitend ten dienste van de (sub)bestemming worden gebouwd:
a. gebouwen;
b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
4. Voor het bouwen geldt het volgende:
a. nieuwe particuliere stalletjes ten behoeve van agrarische activiteiten bij wijze van hobby zijn niet toegestaan op de gronden met de gebiedsbestemmingen ARWN, AG en NRL;
b.
nieuwe particuliere stalletjes ten behoeve van
agrarische activiteiten bij wijze van hobby dienen binnen een afstand van
maximaal
c. overigens geldt het volgende:
|
|
max. aantal |
max. opper-vlak |
max. goothoogte |
max. bouwhoogte |
|
gebouwen |
|
|
|
|
|
particuliere stalletjes
t.b.v. agrarische activiteiten bij wijze van hobby |
1 per woning |
|
|
|
|
geluidswerende
voorzieningen |
|
|
|
|
|
vrijstaande
antenne-installaties |
|
|
|
|
|
niet-vrijstaande
antenne-installaties |
|
|
|
|
|
windturbines ter plaatse
van de subbestemming Vwt |
zie kaart |
|
|
Ú |
|
lichtmasten en
bewegwijzering |
|
|
|
|
|
overige bouwwerken, geen
gebouwen zijnde |
|
|
|
|
Ú Zoals
aanwezig op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van dit plan.
Vrijstellingsbevoegdheid bouwhoogte windturbines
5. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd vrijstelling te verlenen van lid 4 onder c ten behoeve van het verhogen van de maximale bouwhoogte voor windturbines, met inachtneming van het volgende:
a.
de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan
b.
de belangen van de laagvliegroute mogen door
het verhogen van de bouwhoogte niet onevenredig
worden geschaad;
c. alvorens omtrent het verlenen van vrijstelling te beslissen, winnen burgemeester en wethouders schriftelijk advies in bij de beheerder(s) van de laagvliegroute, omtrent de vraag of door het verhogen van de bouwhoogte de belangen van de laagvliegroute niet onevenredig worden geschaad en de eventueel te stellen voorwaarden;
d. de aanwezige natuur- en landschapswaarden mogen door het verhogen van de bouwhoogte niet onevenredig worden geschaad;
e. een verzoek om toepassing van de vrijstellingsbevoegdheid wordt ter toetsing voorgelegd aan de natuur- en landschapsdeskundige omtrent de vraag of de aanwezige natuur- en landschapswaarden door het verhogen van de bouwhoogte van windturbines niet in onevenredige mate worden geschaad en de eventueel te stellen voorwaarden.