Artikel 2        Agrarische doeleinden (A)

Doeleindenomschrijving

1. De gronden op de kaart aangewezen voor Agrarische doeleinden (A) zijn bestemd voor:

a.          een volwaardig of een reëel agrarisch bedrijf, dat kan bestaan uit één of meerdere hoofd­takken, zoals genoemd in artikel 1 lid 7 onder a, b, c, f, g en i, alsmede voor:

-        ter plaatse van de subbestemming Azb: een zorgboerderij;

-        ter plaatse van de subbestemming Alm: een agrarisch loonbedrijf en op- en overslag van mest behorende tot categorie 3 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten;

-        ter plaatse van de subbestemming Ac: een caravanstalling uitsluitend in de bestaande gebouwen;

-        ter plaatse van de subbestemming Atc: een tuincentrum;

-        geluidswerende voorzieningen ter afscherming van op de desbetreffende bouwstede gebouwde bedrijfswoningen;

b.          ter plaatse van de subbestemming Ale: behoud, bescherming en beheer van landschaps­elementen in de vorm van dijken, alsmede grondgebonden veehouderij zoals bedoeld in artikel 1 lid 7 onder a;

c.          agrarische activiteiten bij wijze van hobby;

d.          ter plaatse van de nadere aanwijzing "kleinschalig kamperen toegestaan", tevens klein­schalig kamperen;

e.          ter plaatse van de nadere aanwijzing één woning (1) tevens één woning ten opzichte van het aantal woningen zoals aanwezig op het tijdstip van de terinzagelegging van het ont­werp van dit plan;

alsmede voor voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding.

 

2. De in lid 1 bedoelde gronden zijn tevens bestemd voor de doeleinden die in hoofdstuk III voor het betrokken deelgebied - bij wijze van medebestemming - zijn aangegeven. Daarbij is per deelgebied ook aangegeven welke doeleinden en bouwmogelijkheden bij wijze van medebe­stemming of na vrijstelling of planwijziging toelaatbaar zijn.

 

Bouwvoorschriften

3. Op deze gronden mogen uitsluitend ten dienste van de bestemming worden gebouwd:

a.          gebouwen;

b.          bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

 

4. Voor het bouwen geldt het volgende:

a.          er mag ten hoogste 1 bedrijf per bouwvlak/bouwstede worden opgericht;

b.          gebouwen mogen uitsluitend op bouwsteden en op de gronden met de nadere aanwijzing (b) worden gebouwd;

c.          indien op de plankaart niet is aangegeven tot welk percentage/oppervlak het bouwvlak met gebouwen mag worden bebouwd, mag het gehele bouwvlak/de bouwstede met gebouwen worden bebouwd;

d.          ter plaatse waar een bouwstede is aangegeven mogen bouwwerken – behoudens het be­paalde onder j – uitsluitend binnen een bouwstede met een oppervlakte van maximaal 1,5 ha worden gebouwd; de langste zijde van de bouwstede mag ten hoogste 150 m be­dragen;

e.          nieuwe gebouwen op een bouwstede dienen te worden gebouwd in aansluiting op be­staande gebouwen, waarbij de onderlinge afstand ten hoogste 20 m mag bedragen;

f.            nieuwe gebouwen op een bouwstede dienen te worden gebouwd op een afstand van ten minste 20 m tot de zijkant van de dichtst bijgelegen openbare weg, met dien verstande dat nieuwe bedrijfsgebouwen niet mogen worden gebouwd in de zone tussen de bedrijfswo­ning en de dichtst bijgelegen openbare weg;

g.          nieuwe bedrijfswoningen op een bouwstede dienen te worden gebouwd op een afstand van ten minste 10 m tot de zijkant van de dichtst bijgelegen openbare weg, met dien ver­stande dat deze bedrijfswoningen niet tussen of achter aanwezige bedrijfsgebouwen mo­gen worden gebouwd;

h.          de afstand van tussen een bedrijfswoning en een bijbehorend bijgebouw dient ten minste 3,5 m en ten hoogste 10 m te bedragen;

i.            bijgebouwen bij en aanbouwen aan de bedrijfswoning dienen op een afstand van ten minste 3 m achter (het verlengde van) de voorgevel van de woning te worden gebouwd;

j.            ingeval van bouwsteden mag de voorgevelrooilijn niet met bouwwerken worden over­schre­den, tenzij het betreft:

1.    tot gebouwen behorende stoepen, stoeptreden, funderingen, balkons, erkers, en en­treeportalen, mits de overschrijding niet meer dan 1,25 m bedraagt;

2.    andere ondergeschikte onderdelen van gebouwen, mits de overschrijding niet meer dan 1 m bedraagt;

3.    terrein- en erfafscheidingen, mits de bouwhoogte niet meer dan 1 m bedraagt;

4.    voorzieningen ten behoeve van de waterbeheersing;

k.          op de gronden zonder de nadere aanwijzing (b) en buiten bouwsteden mogen uitslui­tend terrein- en erfafscheidingen, voorzieningen ten behoeve van de waterbeheersing en tijde­lijke lage teelt­onder­steunende voorzieningen worden gebouwd;

l.            particu­liere stalletjes ten behoeve van het hobbymatig houden van vee zijn alleen binnen bouw­steden of binnen een afstand van 20 m tot de bestemming Verkeersdoeleinden toe­gestaan;

m.        particuliere stalletjes ten behoeve van het hobbymatig houden van vee zijn niet toegestaan op de gronden met de gebiedsbestemming Gebied met verweving van natuur, recreatie en landschapswaarden (NRL);

n.          op de gronden met de nadere aanwijzing (zw) mogen geen bedrijfswoningen worden ge­bouwd;

o.          overigens geldt het volgende:

 

 

max. aantal per bedrijf/ max. aantal

max. oppervlak

max. inhoud

max. goot-hoogte

max. bouw-hoogte

bedrijfswoningen (exclu­sief aanbouwen)

 

Ú

 

750

5,5 m

3 m bij dijkbe-bouwing

10 m

5,5 m bij dijk­bebouwing

aanbouwen aan en bijge­bouwen bij bedrijfswoning

 

75 per woning

 

-      aanbouwen: begane grondlaag woning

bijgebouwen:

-      3 m

aanbouwen:

-      1½ maal de goothoogte van de be­gane grondlaag van de wo­ning

bijgebouwen:

-      5 m

kassen en overige per­manente teeltondersteu­nende voorzieningen bin­nen het bouwvlak/de bouwstede niet zijnde bouwsteden voorzien van de nadere aanwijzing "bouwstede beperkte uit­breiding"

 

1.000 per bouwvlak/
bouwstede

 

8 m

 

10 m

ondersteunende voorzie­ningen ten behoeve van bio-energie-installaties

 

 

 

 

10 m

overige bedrijfsgebouwen

 

 

 

8 m

10 m

particuliere stalletjes ten behoeve van agrarische activiteiten bij wijze van hobby

Ú

12 per stalletje

 

2 m

2,5 m

sleufsilo's

mestsilo's

torensilo's

 

 

 

 

2,5 m

6 m

10 m

windschermen

 

 

 

 

2 m

terrein- en erfafscheidin­gen

 

 

 

 

2 m

overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde

 

 

 

 

4 m

Ú   Zoals aanwezig op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van dit plan.

 

Vrijstellingsbevoegdheid agrarische bedrijfswoning

5. In gevallen waarin nog geen bedrijfswoning aanwezig is, zijn burgemeester en wethouders bevoegd vrijstelling te verlenen van het bepaalde in lid 4 onder o teneinde de bouw van een agrarische bedrijfswoning op bouwvlakken en bouwsteden mogelijk te maken indien de woning daadwerkelijk noodzakelijk en doelmatig is, met inachtneming van het volgende:

a.          de agrarische bedrijfswoning is alleen toelaatbaar voor een volwaardig agrarisch bedrijf zo­als ge­noemd in lid 1 onder a;

b.          er dient in ieder geval voldaan te worden aan het bepaalde in de artikelen 45 t/m 51;

c.          er dient rekening te worden gehouden met het bepaalde in het Besluit luchtkwaliteit;

d.          een verzoek om toepassing van de bevoegdheid tot vrijstelling wordt ter toetsing voorge­legd aan de agrarisch deskundige omtrent de vraag of aan het gestelde in de aanhef en onder a wordt voldaan;

e.          vrijstelling voor een agrarische bedrijfswoning, in afwijking van het advies van de agrarisch deskundige, mag niet worden verleend zonder een schriftelijke verklaring van geen be­zwaar van Gedeputeerde Staten.

 

Wijzigingsbevoegdheid naar Tuinen

6. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de bestemming Agrarische doeleinden (A) te wij­zigen in de bestemming Tuinen, met de nadere aanwijzing +, met inachtneming van de vol­gende bepalingen:

a.          uitsluitend de bestemming van gronden die grenzen aan gronden gelegen in het bestem­mingsplan Buitengebied met de bestemming Woondoeleinden mag worden gewijzigd;

b.          een besluit tot planwijziging wordt niet eerder genomen dan nadat dat betrokken gronden in eigendom zijn overgedragen;

c.          de gebruikssituatie op aangrenzende gronden mag niet onevenredig worden aangetast;

d.          de bepalingen van artikel 18 zijn van overeenkomstige toepassing.

 

Vrijstellingsbevoegdheid overschrijden afstandsmaten

7. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd vrijstelling te verlenen van het bepaalde in lid 4 sub e tot en met i teneinde van de hierin bepaalde afstanden af te kunnen wijken met inacht­neming van het volgende:

-             een doelmatige bedrijfsvoering moet afwijking van de afstandsmaten noodzakelijk maken; deze noodzaak is in ieder geval aanwezig, wanneer afwijking van de afstandsmaten nood­zakelijk is op grond van milieuwetgeving of uit oogpunt van dierwelzijn.