|
Voorschriften[serc1] |
. . . . . . . . . . . . . . . . . .
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Inhoudsopgave
Algemene bepalingen 3
Artikel 1 Begripsbepalingen 3
Artikel 2 Wijze van meten 8
Bestemmingsbepalingen 9
Artikel 3 Woongebied 9
Artikel 4 Maatschappelijke voorzieningen 15
Artikel 5 Bedrijven 17
Artikel 6 Verkooppunt motorbrandstoffen 21
Artikel 7 Agrarische doeleinden 23
Artikel 8 Horeca 26
Artikel 9 Sportterrein 29
Artikel 10 Dagrecreatie 31
Artikel 11 Verblijfsrecreatie 33
Artikel 12 Groenvoorzieningen 35
Artikel 13 Begraafplaats 37
Artikel 14 Wegverkeer 38
Artikel 15 Water 40
Artikel 16 Archeologisch waardevol terrein (dubbelbestemming) 41
Artikel 17 Molenbeschermingszone (dubbelbestemming) 42
Bijzondere bepalingen 43
Artikel 18 Uitsluiting aanvullende werking Bouwverordening 43
Artikel 19 Afstemming welstandstoets 44
Artikel 20 Toepassing artikel 8, lid 2 van de Wet op de openluchtrecreatie 45
Artikel 21 Algemene vrijstellingsbevoegdheid 46
Artikel 22 Wijzigingsbevoegdheid (artikel 11 WRO) 47
Artikel 23 Procedurevoorschriften 48
Artikel 24 Overgangsbepalingen 49
Artikel 25 Slotbepaling 50
Bijlagen voorschriften
Staat van bedrijven
In deze voorschriften wordt verstaan
onder:
a. het plan:
het
bestemmingsplan Kleine Kernen van de gemeente De Marne;
b. de plankaart:
de kaart,
bestaande uit meerdere bladen, met bijbehorende verklaring waarop de
bestemmingen van de in het plan begrepen gronden zijn aangewezen, alsmede de
kaarten “archeologische waarden” en “molenbeschermingszone”;
c. aan huis verbonden bedrijf:
een
dienstverlenend bedrijf, dat in een woning wordt uitgeoefend, waarbij de woning
in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking
of uitstraling heeft, die met de woonfunctie in overeenstemming is;
d. aan- of uitbouw
een
onderdeel van een hoofdgebouw, alsmede een op zichzelf staand gebouw dat is
gebouwd aan een hoofdgebouw waarmee het in directe verbinding staat, en dat in
arcitectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw;
e. bebouwing:
één of meer
gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde;
f. bedrijfswoning/dienstwoning:
een woning in
of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts bedoeld voor (het
huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar, gelet op de bestemming van
het gebouw of het terrein, noodzakelijk is;
g. bestaand bij bouwvoorschriften:
een bouwwerk,
de maatvoering van een bouwwerk, de afstand tot een bouwwerk of een te bebouwen
percentage, dat ten tijde van terinzagelegging van het ontwerp van dit plan
bestaat of wordt gebouwd, dan wel nadien kan worden gebouwd krachtens een
bouwvergunning, waarvoor de aanvraag voor het tijdstip van terinzagelegging is
ingediend;
h. bestaand gebruik:
het gebruik
dat bestaat ten tijde van het van kracht worden van het betreffende
gebruiksverbod;
i. bestemmingsgrens:
een op de
plankaart aangegeven lijn, die de grens vormt van een bestemmingsvlak;
j. bestemmingsvlak:
een op de
plankaart aangegeven vlak met eenzelfde bestemming;
k. bijgebouw:
een op zichzelf staand gebouw dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw en dat niet voldoet aan de definitie van aan- of uitbouw;
l. bouwen:
het plaatsen,
het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten
van een bouwwerk;
m. bouwgrens:
de
grens van een bouwvlak;
n. bouwperceel:
een
aaneengesloten stuk grond, waarop krachtens het plan een zelfstandige, bij
elkaar behorende bebouwing is toegelaten;
o. bouwvlak:
een
als zodanig op de plankaart aangegeven vlak;
p. bouwwerk:
elke
constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, welke
hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect
steun vindt in of op de grond;
q. café:
een
horecabedrijf, niet zijnde een discotheek of bar/dancing, dat tot hoofddoel
heeft het verstrekken van alcoholische en niet-alcoholische dranken voor
consumptie ter plaatse, met als nevenactiviteit het verstrekken van kleine
etenswaren, al dan niet ter plaatse bereid;
r. cafetaria/snackbar:
een
horecabedrijf dat tot hoofddoel heeft het verstrekken van al dan niet voor
consumptie ter plaatse bereide etenswaren, met als nevenactiviteit het
verstrekken van alcoholische en niet-alcoholische dranken;
s. detailhandel:
het
bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ter verkoop,
het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die die goederen kopen
voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een
beroeps- of bedrijfsactiviteit;
t. dienstverlenend bedrijf:
het
bedrijfsmatig verlenen van diensten in de vorm van een (para)medisch,
juridisch, administratief, therapeutisch, ontwerp-technisch, adviesgevend
bedrijf, alsmede schoonmaak-bedrijven, wassalons, kappersbedrijven,
schoonheidsinstituten, videotheken, reisbureaus, apotheken, galerieën,
fotoateliers en daarmee naar de aard gelijk te stellen bedrijven;
u. gebouw:
elk bouwwerk,
dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden
omsloten ruimte vormt;
v. hoofdgebouw:
een gebouw,
dat op een bouwperceel in architectonisch opzicht dan wel gelet op de
bestemming als belangrijkste gebouw valt aan te merken;
w. horeca, categorie I:
een
horecabedrijf, waar in hoofdzaak maaltijden worden verstrekt en waar doorgaans geen
overlast voor het leefklimaat wordt veroorzaakt, zoals restaurants, hotels en
pensions en een horecabedrijf dat vooral is gericht op het overdag en 's avonds
verstrekken van in hoofdzaak alcoholvrije dranken en eenvoudige etenswaren,
zoals ijssalons, croissanterieën, lunchrooms en naar de aard en openingstijden
daarmee gelijk te stellen horecabedrijven;
x. horeca, categorie II:
een
horecabedrijf, waar meestal in hoofdzaak alcoholische dranken worden verstrekt
en/of waarvan de exploitatie doorgaans overlast voor het leefklimaat kan
veroorzaken en een grote druk op de openbare orde met zich meebrengt, zoals
cafés, bars, snackbars en cafetaria's;
y. horeca, categorie III:
een
horecabedrijf dat tot hoofddoel heeft het verstrekken van dranken voor gebruik ter
plaatse, waarbij het doen beluisteren van overwegend mechanische muziek en het
gelegenheid geven tot dansen wezenlijke onderdelen vormen, zoals discotheken,
dancings en nachtclubs;
z. horecabedrijf:
een bedrijf of
instelling waar bedrijfsmatig dranken en/of etenswaren voor gebruik ter plaatse
worden verstrekt en/of waarin bedrijfsmatig logies worden verstrekt;
aa. aanduidingsgrens:
een als
zodanig op de plankaart aangegeven lijn ten behoeve van het indelen van een
bouwvlak of bestemmingsvlak met het oog op een verschil in maatvoering en/of
gebruik;
bb. kas:
een gebouw,
waarvan de wanden en het dak geheel of grotendeels bestaan uit glas of ander
lichtdoorlatend materiaal, dienend tot het kweken van vruchten, bloemen of
planten;
cc. maatschappelijke voorzieningen:
educatieve,
sociaal-medische, sociaal-culturele, levensbeschouwelijke voorzieningen,
sportvoorzieningen en recreatieve voorzieningen en voorzieningen ten behoeve
van openbare dienstverlening, alsook ondergeschikte detailhandel ten dienste
van deze voorzieningen;
dd. peil:
1. voor een bouwwerk, waarvan de
hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de bouwhoogte van de weg ter plaatse van
die hoofdtoegang;
2. voor een bouwwerk, waarvan de
hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de bouwhoogte van het terrein ter
plaatse van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw;
ee. restaurant:
een
horecabedrijf dat tot hoofddoel heeft het verstrekken van maaltijden voor
consumptie ter plaatse, met als nevenactiviteit het verstrekken van
alcoholische en niet-alcoholische dranken;
ff. seksinrichting:
een voor het
publiek toegankelijke, besloten ruimte, waarin bedrijfsmatig, of in een omvang
alsof zij bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht of vertoningen
van erotisch pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden
in elk geval verstaan een seksbioscoop, een seksautomatenhal, sekstheater, een
parenclub of een prostitutiebedrijf, waaronder tevens begrepen een erotische
massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar;
gg. verblijfsrecreatie
met een kleinschalig karakter als bedoeld in artikel 8, lid 2 van de Wet op de openluchtrecreatie:
1. het houden van een kampeerterrein voor
ten hoogste 10 kampeermiddelen;
2. het houden van een kampeerterrein door
een organisatie met een doelstelling van sociale, culturele, educatieve of
wetenschappelijke aard, ten behoeve van eigen doeleinden;
3. het houden van een natuurkampeerterrein
dat voldoet aan door de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij
gestelde regelen;
hh. woning:
een complex
van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk
huishouden.
Bij toepassing van deze voorschriften
wordt als volgt gemeten:
a. de bouwhoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil
tot aan het hoogste punt van het bouwwerk, ondergeschikte bouwdelen als
schoorstenen en antennes niet meegerekend;
b. de goothoogte van een bouwwerk:
vanaf de
snijlijn van een dakvlak en een evenwijdig aan de noklijn gelegen gevelvlak van
een gebouw tot het peil;
c. de oppervlakte van een bouwwerk:
tussen de
buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren);
d. de inhoud van een bouwwerk:
boven peil
tussen de bovenzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels
(en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en
dakkapellen.
Bij de toepassing van het bepaalde ten
aanzien van het bouwen binnen bouwvlakken of bestemmingsvlakken worden
ondergeschikte bouwdelen als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen,
ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, erkers,
balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de bouw- c.q.
bestemmingsgrens, dan wel de rooilijn met niet meer dan
1 Bestemmingsomschrijving
De op de plankaart voor woongebied
aangewezen gronden zijn bestemd voor:
a. wonen;
b. een aan huis verbonden bedrijf;
al
dan niet in combinatie met:
c. detailhandel, een dienstverlenend bedrijf
of kantoor met een maximum verkoopvloeroppervlakte van
d. horeca, categorie I, voorzover de gronden
op de plankaart met "horeca I" zijn aangeduid;
e. horeca, categorie II, voorzover de
gronden op de plankaart met "horeca II" zijn aangeduid;
f. bedrijven, behorende tot de categorieën
1 en 2 van de in de bijlage opgenomen Staat van bedrijven, uitsluitend
voorzover de gronden op de plankaart met
"bedrijven" zijn aangeduid;
met dien verstande dat het gebruik als
genoemd onder c tot en met f niet meer dan 50% van het vloeroppervlak van
gebouwen mag bedragen;
alsmede
voor:
g. woon- en zorgvoorzieningen, al dan niet
in de vorm van gestapelde wooneenheden, uitsluitend voorzover de gronden op de
plankaart zijn aangeduid met "woonzorgcomplex";
h. verkeers- en verblijfsdoeleinden;
i. nutsvoorzieningen;
j. groen- en parkeervoorzieningen.
Met dien verstande dat:
-
bij woningen de gronden die liggen in het gebied tussen de
perceelsgrens en de voorgevel, alsmede
-
het bestaande systeem van ontsluiting door middel van wegen
en paden, behoudens verbetering met het oog op de verkeersveiligheid en/of
vermindering van geluidsoverlast, gehandhaafd blijft;
-
de gemeente streeft naar handhaving van de uitwendige
hoofdvorm van de op de plankaart met “karakteristiek” aangegeven gebouwen.
2 Bouwvoorschriften
a. Voor het bouwen van hoofdgebouwen ten
behoeve van het wonen gelden de volgende bepalingen:
1. het realiseren van meer dan het bestaande
aantal woningen binnen de bouwvlakken is niet toegestaan, met uitzondering van
het aantal woningen dat op de plankaart is aangeduid zijn gebouwd;
2.
de hoofdgebouwen worden gebouwd binnen het bouwvlak in een
strook gemeten vanuit de naar de weg gekeerde bouwgrens met een diepte van ten
hoogste
3.
de hoofdgebouwen worden geplaatst in de naar de weg gekeerde
bouwgrens, dan wel op ten hoogste de bestaande afstand van die bouwgrens;
4. de afstand tot de zijdelingse
bouwperceelsgrens bedraagt niet minder dan
5.
de goot- en bouwhoogte bedragen respectievelijk ten hoogste
6.
de oppervlakte van een hoofdgebouw bedraagt ten hoogste
7.
aan- en uitbouwen dienen aan het hiervoor gestelde te
voldoen, dan wel aan het gestelde onder c (regeling bijgebouwen).
b. Voor het bouwen van gebouwen ten behoeve
van verkeers- en verblijfsdoeleinden en nutsvoorzieningen gelden de volgende
bepalingen:
1. de inhoud bedraagt per gebouwtje niet
meer dan
2. de bouwhoogte bedraagt niet meer dan
c. Voor het bouwen van aan- en uitbouwen,
voorzover deze niet voldoen aan het bepaalde onder a en bijgebouwen gelden de
volgende bepalingen:
1.
deze gebouwen worden gebouwd:
- binnen het bouwvlak;
- in een strook gemeten vanuit de naar de
weg gekeerde bouwgrens met een diepte van ten hoogste
- op een afstand van ten minste
2.
de goot- en bouwhoogte bedragen respectievelijk ten hoogste
3.
de gezamenlijke oppervlakte bedraagt niet meer dan de
oppervlakte van het hoofdgebouw, met dien verstande dat niet meer dan 50% van
een bouwperceel, dan wel niet meer dan het bestaande percentage indien dat meer
is, wordt bebouwd.
d. Voor het bouwen van bouwwerken, geen
gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen:
1. de bouwhoogte van erf- of
perceelscheidingen bedraagt ten hoogste
2. de bouwhoogte van de overige bouwwerken,
geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste
3 Nadere eisen
Burgemeester en Wethouders kunnen met
het oog op het voorkomen van een onevenredige aantasting van:
- de
gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden;
- het
bebouwingsbeeld;
- de
verkeersveiligheid;
- stedenbouwkundig
karakteristieke gebouwen;
nadere eisen stellen aan:
a. de goothoogte, bouwhoogte en plaatsing in
de bouwgrens van de met "karakteristiek" aangegeven gebouwen en de
plaatsing van overige bebouwing op het bijbehorend bouwperceel met het oog op
het streven naar handhaving van de karakteristiek;
b. de plaats van bouwwerken, geen gebouwen
zijnde, met een grotere horizontale oppervlakte dan
c. de plaats en bouwhoogte van gebouwen
binnen een afstand van
4 Vrijstelling van de bouwvoorschriften
Burgemeester en Wethouders kunnen, mits
geen onevenredige aantasting plaatsvindt van:
- de
gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden;
- het
bebouwingsbeeld;
- de
verkeersveiligheid;
- stedenbouwkundige
karakteristieke gebouwen;
vrijstelling verlenen van het bepaalde
in:
a. lid
2, sub a, onder 2:
voorzover het
betreft de plaats van het hoofdgebouw in het geval dat het bestaande
hoofdgebouw achter de bouwgrens ligt, tot maximaal
b. lid
2, sub a, onder 3:
voor plaatsing
buiten de bouwgrens;
c. lid
2, sub c, onder 1:
voor de bouw
van aan-, uit- of bijgebouwen buiten het bouwvlak of op een grotere afstand dan
d. lid
2, sub c, onder 1:
voor het
bouwen van aan- of uitbouwen tot de bouwgrens, dan wel tot
e. lid 2, sub d.
5 Gebruiksvoorschriften
a. Het is verboden de gronden en bouwwerken
te gebruiken in strijd met de in lid 1 gegeven bestemmingsomschrijving.
b. Onder
strijdig gebruik wordt in ieder geval begrepen:
- het gebruik van de gronden en opstallen
voor een seksinrichting;
- het gebruik van gronden en opstallen
voor reclamedoeleinden anders dan voor het op de gronden gevestigde bedrijf.
6 Vrijstelling van de gebruiksvoorschriften
a. Burgemeester en Wethouders verlenen
vrijstelling van het bepaalde in lid 5, indien strikte toepassing van dit
voorschrift leidt tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, die niet
door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.
b. Burgemeester en Wethouders kunnen
vrijstelling verlenen van het bepaalde in lid 5 voor de vestiging van bedrijven
genoemd in een naast hogere categorie en bedrijven die wat betreft geur, stof,
geluid en gevaar met de in lid 1 bedoelde bedrijven kunnen worden gelijkgesteld.
c. Burgemeester en Wethouders kunnen
vrijstelling verlenen van het bepaalde in lid 5 ten behoeve van:
- het gebruik van meer dan 50% van de
bestaande woning ten behoeve van de in lid 1 onder c t/m g genoemde functies;
- horeca, categorie I en II;
- detailhandel en/of dienstverlenend
bedrijf met een groter verkoopvloeroppervlak dan
- bedrijven, behorende tot de categorieën
1 of 2, of die daarmee kunnen worden gelijkgesteld;
mits de nadelige effecten op het woon-
en leefklimaat (milieuhinder, de mate van verkeersaantrekking, eventuele
parkeeroverlast, buitenopslag van goederen en reclame-uitingen) in de directe
omgeving niet onevenredig worden vergroot.
7 Strafbepaling
Overtreding van het bepaalde in lid 5
wordt aangemerkt als een strafbaar feit, in de zin van artikel 59 van de Wet op
de Ruimtelijke Ordening.
8 Uitwerking (artikel 11 WRO)
a. Burgemeester en Wethouders werken voor de
gronden aangeduid met "nieuwbouwlocatie" het plan uit in die zin dat
in afwijking van het gestelde in lid 2, sub a, onder 1 nieuwe woningen mogen
worden gebouwd tot het maximum aantal dat is genoemd op de plankaart en met
inachtneming van de volgende regels:
1. de gebouwen worden binnen het bouwvlak
gebouwd;
2. de maximale bouwhoogte van gebouwen
bedraagt
3. de gevelbelasting van woningen vanwege
het verkeerslawaai bedraagt niet meer dan 50 dB(A);
4. er dient een verkennend archeologisch
onderzoek te zijn uitgevoerd en mogelijk daarbij aangetroffen archeologische waarden
dienen, door middel van behoud in de gronden dan wel opgraving door een daartoe
gecertificeerd bedrijf, te worden gegarandeerd, met dien verstande dat geen
archeologisch onderzoek is vereist wanneer door de provinciaal archeoloog of
een andere ter zake deskundige is aangegeven dat onderzoek niet noodzakelijk
is;
5. de voorschriften van het uitwerkingsplan
sluiten zoveel mogelijk aan bij de regels, gesteld in artikel 3.
b. Zolang en voorzover de uitwerking niet
onherroepelijk is, mag slechts worden gebouwd indien:
1. het bouwplan in overeenstemming is met
het ontwerp-uitwerkingsplan;
2. van Gedeputeerde Staten vooraf een
verklaring van geen bezwaar terzake is ontvangen, tenzij Gedeputeerde Staten
hebben verklaard dat de uitwerking geen goedkeuring behoeft en gedurende de
termijn van terinzagelegging geen bedenkingen tegen het ontwerp-uitwerkingsplan
zijn ingebracht.
1 Bestemmingsomschrijving
De op de plankaart voor
maatschappelijke voorzieningen aangewezen gronden zijn bestemd voor
maatschappelijke voorzieningen;
met dien verstande dat het streven er
op is gericht om de uitwendige hoofdvorm van de op de plankaart met
"karakteristiek" aangegeven gebouwen te handhaven.
2 Bouwvoorschriften
a. Voor het bouwen van gebouwen gelden de
volgende bepalingen:
1. de gebouwen worden gebouwd binnen het
bouwvlak;
2. de goot- en bouwhoogte van gebouwen die
niet zijn aangeduid met “karakteristiek" bedragen ten hoogste de op de
plankaart aangegeven hoogten, dan wel de bestaande hoogten indien deze meer
bedragen.
3. de goot- en bouwhoogten van gebouwen die
op de plankaart zijn aangeduid met "karakteristiek" bedragen ten
hoogste de bestaande hoogten plus 5%.
b. Voor het bouwen van bouwwerken, geen
gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen:
1. de bouwhoogte van erf- of
perceelscheidingen bedraagt ten hoogste
2. de bouwhoogte van de overige bouwwerken,
geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste
3 Nadere eisen
Burgemeester en Wethouders kunnen met
het oog op het voorkomen van een onevenredige aantasting van:
- de
gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden;
- het
bebouwingsbeeld;
- stedenbouwkundige
karakteristieke gebouwen;
- de
verkeersveiligheid;
nadere eisen stellen aan:
a. de goothoogte en bouwhoogte van de met
"stedenbouwkundig karakteristiek" aangegeven gebouwen;
b. de plaats en bouwhoogte van andere
bouwwerken met een groter oppervlakte dan
4 Vrijstelling
van de bouwvoorschriften
Burgemeester en Wethouders kunnen, mits
geen onevenredige aantasting plaatsvindt van:
- de
gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden;
- het
bebouwingsbeeld;
- de
verkeersveiligheid;
vrijstelling verlenen van het bepaalde
in:
a. lid 2, sub a, onder 1:
voor de
plaatsing van gebouwen buiten het bouwvlak met een goot- en bouwhoogte van ten
hoogste 3 en
b. lid 2, sub b.
5 Gebruiksvoorschriften
a. Het is verboden de gronden en bouwwerken
te gebruiken in strijd met de in lid 1 gegeven bestemmingsomschrijving.
b. Onder strijdig gebruik wordt in ieder
geval begrepen het gebruik van de gronden en opstallen voor seksinrichting.
6 Vrijstelling van de
gebruiksvoorschriften
Burgemeester en Wethouders verlenen
vrijstelling van het bepaalde in lid 5, indien strikte toepassing van dit voorschrift
leidt tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, die niet door
dringende redenen wordt gerechtvaardigd.
7 Strafbepaling
Overtreding van het bepaalde in lid 5
wordt aangemerkt als een strafbaar feit, in de zin van artikel 59 van de Wet op
de Ruimtelijke Ordening.
1 Bestemmingsomschrijving
De op de plankaart voor bedrijven
aangewezen gronden zijn bestemd voor:
a. bedrijven behorende tot de categorieën 1
en 2 van de in de bijlage opgenomen Staat van bedrijven;
b. uitsluitend tuinbouwbedrijven en
dienstverlening ten behoeve van de landbouw, behorende tot de categorieën 1, 2
en 3 van de in de bijlage opgenomen Staat van bedrijven, voorzover de gronden
op de plankaart zijn aangeduid met “agrarische dienstverlening”;
c. bestaande bedrijven,
met dien verstande dat binnen de
aanduiding “bedrijfswoning toegestaan” uitsluitend bedrijfswoningen mogen
worden gebouwd.
Onder de bedrijfsactiviteiten is
detailhandel uitsluitend begrepen voorzover deze is aan te merken als
rechtstreeks voortvloeiend uit de activiteiten van het bedrijf en daaraan
ondergeschikt is.
In de bestemming zijn niet begrepen:
- inrichtingen als bedoeld in artikel 41
van de Wet geluidhinder;
- inrichtingen met een bewaarplaats of
een bewerkingsruimte waarin verpakt of onverpakt professioneel vuurwerk, al dan
niet in combinatie met consumentenvuurwerk, als bedoeld in het Vuurwerkbesluit
wordt opgeslagen.
2 Beschrijving in hoofdlijnen
De aanduiding "afscherming"
geeft de ligging van een gebied waar de aanleg van opgaande beplanting ter
afscherming van de bedrijfsbebouwing wordt nagestreefd.
Toetsing
toelaatbaarheid van bedrijven
De toelaatbaarheid van bedrijven met
het oog op geur, stof, geluid en gevaar wordt bepaald aan de hand van de bij de
voorschriften gevoegde Staat van bedrijven.
Bedrijven die wat betreft geur, stof,
geluid en gevaar zijn genoemd in de categorieën behorende bij de aangegeven
gebieden zijn zonder meer toelaatbaar.
Voorzover een bedrijf niet in de lijst
voorkomt, dan wel in een naast hogere categorie in de Staat van bedrijven
voorkomt, dan wel daarmee vergelijkbaar is, gaan Burgemeester en Wethouders bij
een verzoek om vrijstelling na of het betreffende bedrijf naar aard en effecten
op het woon- en leefklimaat van de aangrenzende woongebieden, al dan niet onder
te stellen voorwaarden, wat betreft geur, stof, geluid en gevaar, kan worden
gelijkgesteld met de bedrijven genoemd in de categorieën.
3 Bouwvoorschriften
a. Voor het bouwen van gebouwen gelden de
volgende bepalingen:
1. de gebouwen worden gebouwd binnen het
bouwvlak;
2. de goot- en bouwhoogte van binnen een
bouwvlak gelegen gebouwen bedragen ten hoogste de op de plankaart aangegeven
hoogten;
3. er mag per bedrijf één
dienstwoning/bedrijfswoning worden gebouwd;
4. van het bouwvlak op de plankaart
aangeduid met “agrarische dienstverlening” mag ten hoogste 50% met gebouwen,
niet zijnde kassen, worden bebouwd.
b. Voor het bouwen van bouwwerken, geen
gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen:
1. de bouwhoogte van erf- of
perceelscheidingen bedraagt ten hoogste
2. de bouwhoogte van de overige bouwwerken,
geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste
4 Nadere eisen
Burgemeester en Wethouders kunnen met
het oog op het voorkomen van een onevenredige aantasting van:
- de
gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden;
- het
bebouwingsbeeld;
- de
verkeersveiligheid;
nadere eisen stellen aan de plaats en
bouwhoogte van andere bouwwerken met een grotere oppervlakte dan
5 Vrijstelling van de bouwvoorschriften
Burgemeester en Wethouders kunnen, mits
geen onevenredige aantasting plaatsvindt van:
- de
gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden;
- het
bebouwingsbeeld;
- de
verkeersveiligheid;
vrijstelling verlenen van het bepaalde
in:
a. lid 3, sub a, onder 1:
voor de
plaatsing van gebouwen met een bouw- en goothoogte van ten hoogste
respectievelijk
b. lid
3, sub a, onder 2:
voor de bouw van een tweede
dienstwoning/bedrijfswoning, uitsluitend voorzover op de plankaart aangeduid
als “vrijstelling bedrijfswoning”, indien de noodzaak hiertoe is aangetoond.
Bij de toepassing van deze vrijstellingsbevoegdheid
dienen de effecten op het woongenot van aangrenzende percelen, de milieuhinder,
de mate van verkeersaantrekking, eventuele parkeeroverlast, buitenopslag van
goederen en reclame-uitingen bij de beoordeling te worden betrokken.
6 Gebruiksvoorschriften
a. Het is verboden de gronden en bouwwerken
te gebruiken in strijd met de in lid 1 gegeven bestemmingsomschrijving.
b. Onder strijdig gebruik wordt in ieder
geval begrepen het gebruik van de gronden en opstallen voor:
- een seksinrichting;
- reclamedoeleinden anders dan voor het
op de gronden gevestigde bedrijf;
- langdurige opslag van goederen voor de
voorgevelrooilijn.
7 Vrijstelling van de
gebruiksvoorschriften
a. Burgemeester en Wethouders verlenen
vrijstelling van het bepaalde in lid 6, indien strikte toepassing van dit
voorschrift leidt tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, die niet
door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.
b.
Burgemeester en Wethouders kunnen vrijstelling verlenen van
het bepaalde in lid 6 voor de vestiging van bedrijven genoemd in een naast
hogere categorie en bedrijven die wat betreft geur, stof, geluid en gevaar met
de in lid 1 bedoelde bedrijven kunnen worden gelijkgesteld.
8 Strafbepaling
Overtreding van het bepaalde in lid 6
wordt aangemerkt als een strafbaar feit, in de zin van artikel 59 van de Wet op
de Ruimtelijke Ordening.
1 Bestemmingsomschrijving
De op de plankaart voor verkooppunt motorbrandstoffen aangewezen gronden zijn bestemd voor verkooppunt motorbrandstoffen met LPG.
2 Bouwvoorschriften
a. Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen:
1. de gebouwen en overkappingen worden gebouwd binnen het bouwvlak;
2.
de bouwhoogte van binnen een bouwvlak gelegen
gebouwen bedraagt ten hoogste
b. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt de volgende bepaling:
- de bouwhoogte van erf- of
perceelafscheidingen bedraagt buiten het bouwvlak niet meer dan
3 Gebruiksvoorschriften
a. Het is verboden de gronden en bouwwerken te gebruiken in strijd met de in lid 1 gegeven bestemmingsomschrijving.
b. Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval begrepen het gebruik van de gronden en opstallen voor reclamedoeleinden.
4 Vrijstelling van de
gebruiksvoorschriften
Burgemeester en Wethouders verlenen vrijstelling van het bepaalde in lid 3, indien strikte toepassing van dit voorschrift leidt tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, die niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.
5 Strafbepaling
Overtreding van het bepaalde in lid 3 wordt aangemerkt als een strafbaar feit, in de zin van artikel 59 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening.
1 Bestemmingsomschrijving
De op de plankaart voor agrarische
doeleinden aangewezen gronden zijn bestemd voor:
a. agrarische bedrijven en/of agrarische
cultuurgrond, waarbij hoofdzakelijk gebruik wordt gemaakt van open grond:
b. nutsvoorzieningen, voorzover de gronden
op de plankaart zijn aangeduid met "nutsvoorzieningen";
met dien verstande dat het streven er
op is gericht om de uitwendige hoofdvorm van de op de plankaart met
"karakteristiek" aangegeven gebouwen te handhaven.
In de bestemming is niet begrepen:
- de opslag van mest en voer buiten het
in lid 2, sub a, onder 1 bedoelde bouwvlak;
- het gebruik van gebouwen voor
mesterijen, fokkerijen en/of het houden van pluimvee met een stalvloeroppervlak
van meer dan
2 Bouwvoorschriften
a. Voor het bouwen van gebouwen gelden de
volgende bepalingen:
1. de gebouwen worden gebouwd binnen een
bouwvlak, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding
"nutsvoorzieningen" ook gebouwen kunnen worden opgericht met een
bouwhoogte van ten hoogste
2. kassen met een bouwhoogte van ten hoogste
3. de goot- en bouwhoogte bedragen niet meer
dan de op de plankaart opgenomen hoogten. Indien geen goot- en/of bouwhoogte
zijn opgenomen op de plankaart bedragen deze respectievelijk
4. het aantal dienstwoningen bedraagt niet
meer dan één per bedrijf;
b. Voor het bouwen van bouwwerken, geen
gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen:
1. de bouwhoogte van erf- of
perceelscheidingen binnen het bouwvlak bedraagt ten hoogste
2. de bouwhoogte van bouwwerken, niet zijnde
erf- of perceelscheidingen binnen het bouwvlak bedraagt niet meer dan
3. de bouwhoogte van bouwwerken, niet zijnde
erf- of perceelscheidingen buiten het bouwvlak bedraagt niet meer dan
3 Nadere eisen
Burgemeester en Wethouders kunnen met
het oog op het voorkomen van een onevenredige aantasting van:
- de
gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden;
- het
bebouwingsbeeld;
- de
verkeersveiligheid;
nadere eisen stellen aan:
a. de goothoogte en bouwhoogte van de met
"karakteristiek" aangegeven gebouwen;
b. de plaats van bouwwerken, geen gebouwen
zijnde, met een grotere horizontale oppervlakte dan
4 Gebruiksvoorschriften
a. Het is verboden de gronden en bouwwerken
te gebruiken in strijd met de in lid 1 gegeven bestemmingsomschrijving.
b. Onder strijdig gebruik wordt in ieder
geval begrepen het gebruik van de gronden en opstallen voor reclamedoeleinden.
5 Vrijstelling van de
gebruiksvoorschriften
Burgemeester en Wethouders verlenen
vrijstelling van het bepaalde in lid 4, indien strikte toepassing van dit
voorschrift leidt tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, die niet
door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.
6 Strafbepaling
Overtreding van het bepaalde in lid 4
wordt aangemerkt als een strafbaar feit, in de zin van artikel 59 van de Wet op
de Ruimtelijke Ordening.
1 Bestemmingsomschrijving
De op de plankaart voor horeca
aangewezen gronden zijn bestemd voor:
a. horeca, categorie I en culturele
voorzieningen;
b. een dienstverlenend bedrijf en
(detail)handel, voorzover de gronden op de plankaart met “dienstverlening” zijn
aangeduid.
2 Bouwvoorschriften
a. Voor het bouwen van gebouwen gelden de
volgende bepalingen:
1. de gebouwen worden gebouwd binnen het
bouwvlak;
2 de goot- en bouwhoogte van gebouwen die
niet zijn aangeduid met “karakteristiek” bedragen ten hoogste de op de
plankaart aangegeven hoogten, dan wel de bestaande hoogten indien deze meer
bedragen;
3. de goot- en bouwhoogten van gebouwen die
op de plankaart zijn aangeduid met “karakteristiek” bedragen ten hoogste de
bestaande hoogten plus 5%.
b. Voor het bouwen van bouwwerken, geen
gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen:
1. de bouwhoogte van erf- of
perceelscheidingen bedraagt ten hoogste
en voor de
overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde geldt dat:
2. de bouwhoogte binnen het bouwvlak niet
meer bedraagt dan
3. de bouwhoogte buiten het bouwvlak niet
meer bedraagt dan
3 Nadere eisen
Burgemeester en Wethouders kunnen met
het oog op het voorkomen van een onevenredige aantasting van:
- de
gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden;
- het
bebouwingsbeeld;
- de
verkeersveiligheid;
nadere eisen stellen aan:
a. de goothoogte en bouwhoogte van de met
"karakteristiek" aangegeven gebouwen;
b. de plaats van bouwwerken, geen gebouwen
zijnde, met een grotere horizontale oppervlakte dan
4 Gebruiksvoorschriften
a. Het is verboden de gronden en bouwwerken
te gebruiken in strijd met de in lid 1 gegeven bestemmingsomschrijving.
b. Onder strijdig gebruik wordt in ieder
geval begrepen het gebruik van de gronden en opstallen voor:
- reclamedoeleinden anders dan voor het
op de gronden gevestigde bedrijf;
- een seksinrichting.
5 Vrijstelling van de gebruiksvoorschriften
a. Burgemeester en Wethouders verlenen
vrijstelling van het bepaalde in lid 4, indien strikte toepassing van dit
voorschrift leidt tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, die niet
door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.
b. Burgemeester en Wethouders kunnen
vrijstelling verlenen van het bepaalde in lid 4 ten behoeve van “horeca,
categorie II”,
mits de
nadelige effecten op het woon- en leefklimaat (milieuhinder, de mate van
verkeersaantrekking, eventuele parkeeroverlast, buitenopslag van goederen en
reclame-uitingen) in de directe omgeving niet onevenredig worden vergroot.
6 Strafbepaling
Overtreding van het bepaalde in lid 4
wordt aangemerkt als een strafbaar feit, in de zin van artikel 59 van de Wet op
de Ruimtelijke Ordening.
1 Bestemmingsomschrijving
De op de plankaart voor sportterrein
aangewezen gronden zijn bestemd voor de uitoefening van sport en spel met
bijbehorende verkeers- en verblijfsvoorzieningen, speelvoorzieningen,
groenvoorzieningen en water.
2 Bouwvoorschriften
a. Voor het bouwen van gebouwen gelden de
volgende bepalingen:
1. de gebouwen worden gebouwd binnen het
bouwvlak. Indien geen bouwvlak is aangegeven, mag per afzonderlijk sportterrein
ten hoogste 2% van de gronden worden bebouwd;
2. de goot- en bouwhoogten bedragen ten
hoogste respectievelijk
b. Voor het bouwen van bouwwerken, geen
gebouwen zijnde, geldt de volgende bepaling:
1. de bouwhoogte van erf- en
perceelafscheidingen bedraagt ten hoogste
en voor de
overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde geldt dat:
2. de bouwhoogte niet meer bedraagt dan
3 Gebruiksvoorschriften
Het is verboden de gronden en
bouwwerken te gebruiken in strijd met de in lid 1 gegeven
bestemmingsomschrijving.
4 Vrijstelling van de
gebruiksvoorschriften
Burgemeester en Wethouders verlenen
vrijstelling van het bepaalde in lid 3, indien strikte toepassing van dit
voorschrift leidt tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, die niet
door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.
5 Strafbepaling
Overtreding van het bepaalde in lid 3
wordt aangemerkt als een strafbaar feit, in de zin van artikel 59 van de Wet op
de Ruimtelijke Ordening.
1 Bestemmingsomschrijving
De op de plankaart voor dagrecreatie
aangewezen gronden zijn bestemd voor dagrecreatieve en culturele voorzieningen
in de vorm van een manege, museum, speeltuin met daaraan ondergeschikte horeca
in de vorm van de verkoop van koffie, thee en lichte versnaperingen.
2 Bouwvoorschriften
a. Voor het bouwen van gebouwen gelden de
volgende bepalingen:
1. de gebouwen worden gebouwd binnen het
bouwvlak;
2. de op de plankaart aangegeven maximale
goot- en bouwhoogten dienen in acht te worden genomen.
b. Voor het bouwen van bouwwerken, geen
gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen:
1. de bouwhoogte van erf- of
perceelscheidingen bedraagt ten hoogste
en voor de
overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde geldt dat:
2. de bouwhoogte binnen het bouwvlak niet
meer bedraagt dan
3. de bouwhoogte buiten het bouwvlak niet
meer bedraagt dan
3 Gebruiksvoorschriften
a. Het is verboden de gronden en bouwwerken
te gebruiken in strijd met de in lid 1 gegeven bestemmingsomschrijving.
b. Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval
begrepen het gebruik van de gronden en opstallen voor:
- een horecagelegenheid (anders dan in
lid 1 omschreven);
- een seksinrichting;
- reclamedoeleinden anders dan voor het
op de gronden gevestigde bedrijf.
4 Vrijstelling van de gebruiksvoorschriften
Burgemeester en Wethouders verlenen
vrijstelling van het bepaalde in lid 3, indien strikte toepassing van dit
voorschrift leidt tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, die niet
door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.
5 Strafbepaling
Overtreding van het bepaalde in lid 3
wordt aangemerkt als een strafbaar feit, in de zin van artikel 59 van de Wet op
de Ruimtelijke Ordening.
6 Wijzigingsbevoegdheid (artikel 11 WRO)
Burgemeester en Wethouders zijn bevoegd
de bestemming, voor zover gelegen binnen de op de plankaart met “wijziging
bouwvlak” aangegeven lijn, te wijzigen ten behoeve van het vergroten van het
bouwvlak, met dien verstande dat:
b. er een verkennend archeologisch onderzoek
dient te worden uitgevoerd en mogelijk daarbij aangetroffen archeologische
waarden dienen, door middel van behoud in de gronden dan wel opgraving door een
daartoe gecertificeerd bedrijf, te worden gegarandeerd, met dien verstande dat
geen archeologisch onderzoek is vereist wanneer door de provinciaal archeoloog
of een andere ter zake deskundige is aangegeven dat onderzoek niet noodzakelijk
is.
1 Bestemmingsomschrijving
De op de plankaart voor
verblijfsrecreatie aangewezen gronden zijn bestemd voor:
a. staanplaatsen voor kampeermiddelen;
b. gastenverblijven en trekkershutten;
c. voorzieningen gericht op dienstverlening
en beheer, waaronder ten hoogste één dienstwoning, ten behoeve van het beheer
van het complex;
d. horeca, categorie I, voorzover de gronden
op de plankaart zijn aangeduid met “horeca I”;
e. sport-, speel- en recreatievoorzieningen;
met bijbehorende parkeervoorzieningen,
wegen, voet- en fietspaden en nutsvoorzieningen.
2 Bouwvoorschriften
a. Voor het bouwen van gebouwen gelden de
volgende bepalingen:
1. de gebouwen worden gebouwd binnen het
bouwvlak;
2. de goot- en bouwhoogte van binnen een
bouwvlak gelegen gebouwen bedragen respectievelijk ten hoogste
3. ter plaatse van de aanduiding
“trekkershutten” worden uitsluitend trekkershutten met een bouwhoogte van ten
hoogste
b. Voor het bouwen van bouwwerken, geen
gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen:
1. de bouwhoogte van erf- of
perceelscheidingen bedraagt ten hoogste
en voor de
overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde geldt dat:
2. de bouwhoogte binnen het bouwvlak niet
meer bedraagt dan
3. de bouwhoogte buiten het bouwvlak niet
meer bedraagt dan
met dien
verstande dat voor sport- en speeltoestellen de bouwhoogte ten hoogste
3 Nadere eisen
Burgemeester en Wethouders kunnen met
het oog op het voorkomen van een onevenredige aantasting van:
- de
gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden;
- het
bebouwingsbeeld;
- de
verkeersveiligheid;
nadere eisen stellen aan de plaats van
sport- en speeltoestellen indien deze een grotere hoogte dan
4 Gebruiksvoorschriften
Het is verboden de gronden te gebruiken
in strijd met de in lid 1 gegeven bestemmingsomschrijving.
5 Vrijstelling van de
gebruiksvoorschriften
Burgemeester en Wethouders verlenen
vrijstelling van het bepaalde in lid 4, indien strikte toepassing van dit
voorschrift leidt tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, die niet
door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.
6 Strafbepaling
Overtreding van het bepaalde in lid 4
wordt aangemerkt als een strafbaar feit, in de zin van artikel 59 van de Wet op
de Ruimtelijke Ordening.
1 Bestemmingsomschrijving
De op de plankaart voor
groenvoorzieningen aangewezen gronden zijn bestemd voor:
a. groenvoorzieningen;
b. sport-
en speelvoorzieningen;
c. wegen,
voet- en fietspaden;
d. nutsvoorzieningen;
e. water.
2 Bouwvoorschriften
a. Op
deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd.
b. Voor het bouwen van bouwwerken, geen
gebouwen zijnde, geldt de volgende bepaling:
- de bouwhoogte bedraagt niet meer dan
3 Gebruiksvoorschriften
a. Het is verboden de gronden te gebruiken
in strijd met de in lid 1 gegeven bestemmingsomschrijving.
b. Onder strijdig gebruik wordt in ieder
geval begrepen het gebruik van gronden voor reclamedoeleinden.
4 Vrijstelling van de
gebruiksvoorschriften
Burgemeester en Wethouders verlenen
vrijstelling van het bepaalde in lid 3, indien strikte toepassing van dit
voorschrift leidt tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, die niet
door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.
5 Strafbepaling
Overtreding van het bepaalde in lid 3
wordt aangemerkt als een strafbaar feit, in de zin van artikel 59 van de Wet op
de Ruimtelijke Ordening.
1 Bestemmingsomschrijving
De op de plankaart voor begraafplaats
aangewezen gronden zijn bestemd voor begraafplaats.
2 Bouwvoorschriften
a. Per bestemmingsvlak mag maximaal één
gebouw worden gebouwd met een oppervlak van ten hoogste
b. Voor het bouwen van bouwwerken, geen
gebouwen zijnde, geldt de volgende bepaling:
- de bouwhoogte bedraagt niet meer dan
3 Gebruiksvoorschriften
Het is verboden de gronden en
bouwwerken te gebruiken in strijd met de in lid 1 gegeven
bestemmingsomschrijving.
4 Vrijstelling van de
gebruiksvoorschriften
Burgemeester en Wethouders verlenen
vrijstelling van het bepaalde in lid 3, indien strikte toepassing van dit
voorschrift leidt tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, die niet
door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.
5 Strafbepaling
Overtreding van het bepaalde in lid 3
wordt aangemerkt als een strafbaar feit, in de zin van artikel 59 van de Wet op
de Ruimtelijke Ordening.
1 Bestemmingsomschrijving
De op de plankaart voor wegverkeer
aangewezen gronden zijn bestemd voor:
a. wegen met een functie voor zowel het
verkeer met een doorgaand karakter als voor de ontsluiting van aanliggende
gronden;
b. parkeren;
c. verblijfsvoorzieningen;
d. nutsvoorzieningen;
met dien verstande dat:
- in de bestemming de bij het wegverkeer
gebruikelijke voorzieningen, zoals bermbeplanting, voorzieningen voor
voetgangers en fietsers, bushaltes en dergelijke zijn begrepen;
- de bestemming, afgezien van een
plaatselijke verbreding of versmalling, niet in een ingrijpende wijziging van
het profiel voorziet.
2 Bouwvoorschriften
a. Voor het bouwen van gebouwen gelden de
volgende bepalingen:
1. de inhoud bedraagt ten hoogste
2. de bouwhoogte bedraagt niet meer dan
b. Voor het bouwen van bouwwerken, geen
gebouwen zijnde, geldt de volgende bepaling:
- de bouwhoogte bedraagt ten hoogste
3 Nadere eisen
Burgemeester en Wethouders kunnen met
het oog op het voorkomen van een onevenredige aantasting van:
- de
gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden;
- het
bebouwingsbeeld;
- de
verkeersveiligheid;
nadere eisen stellen aan de plaats en
bouwhoogte van gebouwen en andere bouwwerken, met dien verstande dat de
bouwhoogte van gebouwen ten minste
4 Gebruiksvoorschriften
a. Het is verboden de gronden en bouwwerken
te gebruiken in strijd met de in lid 1 gegeven bestemmingsomschrijving.
b. Onder strijdig gebruik wordt in ieder
geval begrepen het gebruik van de gronden voor reclamedoeleinden.
5 Vrijstelling van de
gebruiksvoorschriften
Burgemeester en Wethouders verlenen
vrijstelling van het bepaalde in lid 4, indien strikte toepassing van dit
voorschrift leidt tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, die niet
door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.
6 Strafbepaling
Overtreding van het bepaalde in lid 4
wordt aangemerkt als een strafbaar feit, in de zin van artikel 59 van de Wet op
de Ruimtelijke Ordening.
1 Bestemmingsomschrijving
De op de plankaart voor water
aangewezen gronden zijn bestemd voor water, oeverstroken en paden.
2 Bouwvoorschriften
a. Op
deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd.
b. Voor het bouwen van bouwwerken, geen
gebouwen zijnde, geldt de volgende bepaling:
- de bouwhoogte bedraagt niet meer dan
3 Gebruiksvoorschriften
a. Het is verboden de gronden te gebruiken
in strijd met de in lid 1 gegeven bestemmingsomschrijving.
b. Onder strijdig gebruik wordt in ieder
geval begrepen het gebruik van de gronden voor reclamedoeleinden.
4 Vrijstelling van de
gebruiksvoorschriften
Burgemeester en Wethouders verlenen
vrijstelling van het bepaalde in lid 3, indien strikte toepassing van dit
voorschrift leidt tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, die niet
door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.
5 Strafbepaling
Overtreding van het bepaalde in lid 3
wordt aangemerkt als een strafbaar feit, in de zin van artikel 59 van de Wet op
de Ruimtelijke Ordening.
1 Doeleindenomschrijving
De gronden die op de bij deze voorschriften behorende 14 kaarten “Archeologische waarden” zijn aangeduid als van archeologische waarde of archeologische betekenis (AMK-gebieden) zijn mede bestemd voor het behoud van archeologische waarden.
2 Aanlegvergunning
(artikel
14 WRO)
1.
Het is verboden op of in de gronden de
bodembewerking dieper dan
2. Alvorens over bedoelde vergunning te beslissen, plegen Burgemeester en Wethouders overleg met de provinciaal archeoloog of andere ter zake deskundigen.
3. De aanlegvergunning kan alleen worden verleend indien een archeologisch onderzoek is uitgevoerd en de daarbij aangetroffen archeologische waarden, door middel van behoud in de gronden dan wel opgraving door een daartoe gecertificeerd bedrijf, kunnen worden gegarandeerd. Ten aanzien van het benodigd soort onderzoek zal door de deskundige genoemd in lid 2 sub 2 worden geadviseerd. Archeologisch onderzoek is niet vereist wanneer door de deskundige, genoemd in lid 2 sub 2, wordt aangegeven dat onderzoek niet noodzakelijk is.
3 Strafbepaling
Overtreding van het bepaalde in lid 2
sub 1 wordt aangemerkt als een strafbaar feit in de zin van artikel 59 van de
Wet op de Ruimtelijke Ordening.
1
Doeleindenomschrijving
De gronden die op de bij deze voorschriften behorende kaarten zijn aangeduid als “molenbeschermingszone” zijn mede bestemd voor de bescherming van openheid met het oog op een vrije windvang en het zicht op de molen.
2
Nadere
eisen
Burgemeester en Wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en hoogte van de bebouwing teneinde aantasting van de vrije windvang en het zicht op de molen te voorkomen.
3
Voorschriften
betreffende uitvoering van werken en werkzaamheden
Het is verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning (aanlegvergunning) van Burgemeester en Wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde of werkzaamheden uit te voeren:
- het aanbrengen van opgaande beplanting met een groeihoogte van meer dan de stellinghoogte van de molen.
4
Strafbepaling
Overtreding van het bepaalde in lid 3 wordt aangemerkt als een strafbaar feit in de zin van artikel 59 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening.
De voorschriften van de Bouwverordening
ten aanzien van onderwerpen van stedenbouwkundige aard blijven overeenkomstig
het gestelde in artikel 9, lid 2 van de Woningwet buiten toepassing, behoudens
ten aanzien van de volgende onderwerpen:
a. richtlijnen voor de verlening van
vrijstelling van de stedenbouwkundige bepalingen (artikel 2.5.1);
b. invloed van de omgeving op een bouwwerk
(artikel 2.5.2);
c. bereikbaarheid van bouwwerken voor
wegverkeer (artikel 2.5.3);
d. bereikbaarheid van gebouwen voor
gehandicapten (artikel 2.5.4);
e. ruimte tussen bouwwerken (artikel
2.5.17);
f. parkeergelegenheid en laad- en
losmogelijkheden bij of in gebouwen (artikel 2.5.30).
Voorzover de voorschriften in het
bestemmingsplan met betrekking tot:
a. de voorgeschreven goothoogte en
bouwhoogte;
b. de dakhelling;
c. de plaatsing op het bouwperceel;
ruimte bieden voor verschillende
mogelijkheden van het realiseren van gebouwen is deze ruimte tevens bedoeld
voor het kunnen stellen van voorwaarden op basis van de in artikel 12a van de
Woningwet aangegeven welstandscriteria, mits:
- de goot- en bouwhoogte van gebouwen met
niet meer dan 15% afwijken van de toegestane goot- en bouwhoogte;
- de binnen de voorschriften te
realiseren oppervlakte niet wordt verminderd.
1 Behoudens ingeval Burgemeester en
Wethouders vrijstelling hebben verleend op grond van het bepaalde in lid 2,
verzet een bestemming zich tegen het gebruik van verblijfsrecreatie met een
kleinschalig karakter.
2 Burgemeester en Wethouders zijn bevoegd
vrijstelling te verlenen voor het houden van een kampeerterrein als bedoeld in
artikel 1, sub gg op erven bij woningen en agrarische bedrijfswoningen met dien
verstande dat:
- het aantal toe te stane kampeermiddelen
afhankelijk is van de grootte van het erf, waarbij de volgende oppervlaktematen
van toepassing zijn: ten hoogste vijf kampeermiddelen met een grootte van het
erf (inclusief de oppervlakte van de gebouwen) van minimaal
- de onderlinge afstand tussen het
hoofdgebouw en het hoofdgebouw op het direct aangrenzende erf minimaal
- de afstand van een kampeermiddel tot
het hoofdgebouw en het hoofdgebouw van het direct aangrenzende erf minimaal
- uitsluitend in de periode van 15 maart
tot 31 oktober kampeermiddelen zijn toegestaan.
De vrijstelling wordt niet verleend
indien onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de in de directe omgeving
aanwezige functies.
Burgemeester en Wethouders zijn bevoegd
nadere eisen te stellen ten aanzien van de situering en landschappelijke
inpassing, alsmede inpassing in cultuurhistorisch waardevolle gebieden van de
kampeermiddelen, onder andere door het aanbrengen van beplantingen.
1 Burgemeester
en Wethouders kunnen vrijstelling verlenen van:
a. de op de plankaart of in de voorschriften
gegeven maten, afmetingen en percentages tot niet meer dan 10% van die maten,
afmetingen en percentages;
b. het bepaalde in het plan en toestaan dat
het beloop of profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling in
geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of -intensiteit
daartoe aanleiding geven;
c. het bepaalde in het plan en toestaan dat
bestemmings- of bouwgrenzen worden overschreden indien een meetverschil daartoe
aanleiding geeft;
d. het bepaalde in het plan voor het bouwen
van antennes, waarvan de bouwhoogte ten hoogste
e. het bepaalde in het plan en toestaan dat
openbare nutsgebouwtjes, wachthuisjes ten behoeve van het openbaar vervoer,
telefooncellen, kiosken, gebouwtjes ten behoeve van de bediening van
kunstwerken, lichtmasten, toiletgebouwtjes en naar de aard daarmee gelijk te
stellen gebouwtjes en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd, mits:
- de inhoud per gebouwtje niet meer dan
- de bouwhoogte van reclamemasten ten
hoogste
2 De onder 1 bedoelde vrijstelling mag
niet leiden tot een onevenredige aantasting van:
- de gebruiksmogelijkheden van
aangrenzende gronden;
- het bebouwingsbeeld;
- de verkeersveiligheid.
1 Burgemeester en Wethouders zijn bevoegd
de bestemmingen die zijn gelegen binnen de met "wijziging woongebied"
aangegeven lijn, te wijzigen in de bestemming Woongebied, met dien verstande
dat:
a. ten hoogste het aantal woningen dat op de
plankaart is aangegeven mag worden gebouwd;
b. de maximale bouwhoogte van gebouwen
c. de gevelbelasting van woningen vanwege
het verkeerslawaai niet meer dan 50 dB(A) of een hoger verkregen grenswaarde op
grond van de Wet geluidhinder bedraagt;
d. er een verkennend archeologisch onderzoek
dient te worden uitgevoerd en mogelijk daarbij aangetroffen archeologische
waarden dienen, door middel van behoud in de gronden dan wel opgraving door een
daartoe gecertificeerd bedrijf, te worden gegarandeerd, met dien verstande dat
geen archeologisch onderzoek is vereist wanneer door de provinciaal archeoloog
of een andere ter zake deskundige is aangegeven dat onderzoek niet noodzakelijk
is;
e. de voorschriften van het plan van
wijziging zoveel mogelijk aansluiten bij de regels, gesteld in artikel 3.
2 Burgemeester en Wethouders kunnen de
bestemmingen uit artikel 4, 5 en 7 wijzigen in de bestemming Woongebied onder
de voorwaarden dat:
a. wordt aangetoond dat de geldende
bestemming niet meer is te handhaven;
b. de toevoeging van meer dan één nieuwe
woning past in het provinciaal woningbouwbeleid;
c. bestaande karakteristieke bebouwing wordt
gehandhaafd;
d. de gevelbelasting van woningen vanwege
het verkeerslawaai niet meer bedraagt dan 50 dB(A) of een hoger verkregen
grenswaarde op grond van de Wet geluidhinder;
e. verontreinigde of verdachte gronden,
zoals aangegeven op bijlagekaart 2, alleen in aanmerking komen voor wijziging
indien wordt aangetoond dat de gronden voor de ingebruikname ten behoeve van
het wonen schoon zijn;
f. de voorschriften van het plan van
wijziging zoveel mogelijk aansluiten bij de regels, gesteld in artikel 3.
Op de voorbereiding van een besluit tot
uitwerking of wijziging ex artikel 11 WRO, zoals bedoeld in artikel 3, 10 en
22, is de in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht geregelde procedure
van toepassing.
A Overgangsbepalingen ten aanzien van
bouwwerken
Bestaande bouwwerken die in enigerlei
opzicht van het plan afwijken, mogen, mits de bestaande afwijkingen naar de
aard en omvang niet worden vergroot:
1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;
2. na het tenietgaan ten gevolge van een
calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de bouwaanvraag of
melding geschiedt binnen 18 maanden na het tenietgaan.
B Overgangsbepaling ten aanzien van het
gebruik
Het bestaande gebruik van gronden en
bouwwerken dat in strijd is met de aan die gronden en bouwwerken gegeven
bestemming en dat in enigerlei opzicht afwijkt van het plan, mag worden
voortgezet of gewijzigd, zo lang en voorzover de strijdigheid van dat gebruik
ten opzichte van het gebruik overeenkomstig de bestemmingen in dit plan, naar
de aard en omvang niet wordt vergroot.
C Uitzondering op het overgangsrecht
1. Lid A is niet van toepassing op
bouwwerken, die weliswaar bestaan op het tijdstip van de terinzagelegging van
het ontwerp van dit plan, doch zijn gebouwd in strijd met het toen geldende
bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
2. Lid B is niet van toepassing op het
gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder
begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
Deze voorschriften kunnen worden
aangehaald onder de titel:
"Voorschriften deel uitmakende van
het bestemmingsplan Kleine Kernen, gemeente De Marne".
Aldus vastgesteld in de raadsvergadering
van ...........................
,
voorzitter
,
griffier
22 juni 2004
|
SBI-code |
OMSCHRIJVING |
Geur |
Stof |
Geluid |
Gevaar |
Afst. |
Cat. |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
01 |
LANDBOUW EN DIENSTVERLENING T.B.V. DE LANDBOUW |
|
|
|
|
|
|
|
014 |
Dienstverlening t.b.v. de landbouw |
30 |
10 |
50 |
10 |
50 |
3 |
|
0141.1 |
hoveniersbedrijven |
10 |
10 |
10 |
10 |
10 |
1 |
|
02 |
BOSBOUW EN DIENSTVERLENING T.B.V. BOSBOUW |
|
|
|
|
|
|
|
020 |
Bosbouwbedrijven |
10 |
10 |
50 |
0 |
50 |
3 |
|
15 |
VERVAARDIGING VAN VOEDINGSMIDDELEN EN DRANKEN |
|
|
|
|
|
|
|
151 |
Slachterijen en overige vleesverwerking: |
|
|
|
|
|
|
|
151 |
- slachterijen en pluimveeslachterijen |
100 |
0 |
100 |
30 |
100 |
3 |
|
151 |
- vleeswaren- en vleesconservenfabrieken |
100 |
0 |
100 |
50 |
100 |
3 |
|
151 |
- loonslachterijen |
50 |
0 |
50 |
10 |
50 |
3 |
|
1532, 1533 |
Groente- en fruitconservenfabrieken: |
|
|
|
|
|
|
|
1532, 1533 |
- jam |
50 |
10 |
100 |
10 |
100 |
3 |
|
1532, 1533 |
- groente algemeen |
100 |
10 |
100 |
10 |
100 |
3 |
|
1551 |
Zuivelprodukten fabrieken: |
|
|
|
|
|
|
|
1551 |
- melkprodukten fabrieken v.c. < 55.000 t/j |
50 |
0 |
100 |
30 |
100 |
3 |
|
1552 |
Consumptie-ijsfabrieken |
50 |
0 |
100 |
50 |
100 |
3 |
|
1581 |
Broodfabrieken, brood- en banketbakkerijen: |
|
|
|
|
|
|
|
1581 |
- v.c. < |
30 |
10 |
30 |
10 |
30 |
2 |
|
1581 |
- Brood- en beschuitfabrieken |
100 |
30 |
100 |
30 |
100 |
3 |
|
1582 |
Banket, biscuit- en koekfabrieken |
100 |
10 |
100 |
30 |
100 |
3 |
|
1584 |
Verwerking cacaobonen en vervaardiging chocolade- en suikerwerk: |
|
|
|
|
|
|
|
1584 |
- Suikerwerkfabrieken zonder suiker branden |
100 |
30 |
50 |
30 |
100 |
3 |
|
1585 |
Deegwarenfabrieken |
50 |
30 |
10 |
10 |
50 |
3 |
|
1586 |
Koffiebranderijen en theepakkerijen: |
|
|
|
|
|
|
|
1586 |
- theepakkerijen |
100 |
10 |
30 |
10 |
100 |
3 |
|
1589.2 |
Soep- en soeparomafabrieken: |
|
|
|
|
|
|
|
1589.2 |
- zonder poederdrogen |
100 |
10 |
50 |
10 |
100 |
3 |
|
1593 t/m 1595 |
Vervaardiging van wijn, cider e.d. |
10 |
0 |
30 |
0 |
30 |
2 |
|
1598 |
Mineraalwater- en frisdrankfabrieken |
10 |
0 |
100 |
10 |
100 |
3 |
|
17 |
VERVAARDIGING VAN TEXTIEL |
|
|
|
|
|
|
|
171 |
Bewerken en spinnen van textielvezels |
10 |
50 |
100 |
30 |
100 |
3 |
|
172 |
Weven van textiel: |
|
|
|
|
|
|
|
172 |
- aantal weefgetouwen < 50 |
10 |
10 |
100 |
0 |
100 |
3 |
|
173 |
Textielveredelingsbedrijven |
50 |
0 |
50 |
10 |
50 |
3 |
|
174, 175 |
Vervaardiging van textielwaren |
10 |
0 |
50 |
10 |
50 |
3 |
|
176, 177 |
Vervaardiging van gebreide en gehaakte stoffen en artikelen |
0 |
10 |
50 |
10 |
50 |
3 |
|
18 |
VERVAARDIGING VAN KLEDING; BEREIDEN EN VERVEN VAN BONT |
|
|
|
|
|
|
|
181 |
Vervaardiging kleding van leer |
30 |
0 |
50 |
0 |
50 |
3 |
|
182 |
Vervaardiging van kleding en -toebehoren (excl. van leer) |
10 |
10 |
30 |
30 |
30 |
2 |
|
183 |
Bereiden en verven van bont; vervaardiging van artikelen van bont |
50 |
10 |
10 |
10 |
50 |
3 |
|
19 |
VERVAARDIGING VAN LEER EN LEDERWAREN (EXCL. KLEDING) |
|
|
|
|
|
|
|
192 |
Lederwarenfabrieken (excl. kleding en schoeisel) |
50 |
10 |
30 |
10 |
50 |
3 |
|
193 |
Schoenenfabrieken |
50 |
10 |
50 |
10 |
50 |
3 |
|
20 |
HOUTINDUSTRIE EN VERVAARDIGING ARTIKELEN VAN HOUT, RIET, KURK E.D. |
|
|
|
|
|
|
|
2010.1 |
Houtzagerijen |
0 |
50 |
100 |
10 |
100 |
3 |
|
2010.2 |
Houtconserveringsbedrijven: |
|
|
|
|
|
|
|
2010.2 |
- met zoutoplossingen |
10 |
30 |
50 |
10 |
50 |
3 |
|
202 |
Fineer- en plaatmaterialenfabrieken |
100 |
30 |
100 |
10 |
100 |
3 |
|
203, 204 |
Timmerwerkfabrieken |
0 |
30 |
100 |
0 |
100 |
3 |
|
205 |
Kurkwaren-, riet- en vlechtwerkfabrieken |
10 |
30 |
30 |
0 |
30 |
2 |
|
21 |
VERVAARDIGING VAN PAPIER, KARTON EN PAPIER- EN KARTONWAREN |
|
|
|
|
|
|
|
2112 |
Papier- en kartonfabrieken: |
|
|
|
|
|
|
|
2112 |
- p.c. < 3 t/u |
50 |
50 |
50 |
30 |
50 |
3 |
|
212 |
Papier- en kartonwarenfabrieken |
30 |
30 |
100 |
30 |
100 |
3 |
|
2121.2 |
Golfkartonfabrieken: |
|
|
|
|
|
|
|
2121.2 |
- p.c. < 3 t/u |
30 |
30 |
100 |
30 |
100 |
3 |
|
22 |
UITGEVERIJEN, DRUKKERIJEN EN REPRODUKTIE VAN OPGENOMEN MEDIA |
|
|
|
|
|
|
|
221 |
Uitgeverijen (kantoren) |
0 |
0 |
10 |
0 |
10 |
1 |
|
2221 |
Drukkerijen van dagbladen |
30 |
0 |
100 |
10 |
100 |
3 |
|
2222 |
Drukkerijen (vlak- en rotatie-diepdrukkerijen) |
30 |
0 |
100 |
10 |
100 |
3 |
|
2222.6 |
Kleine drukkerijen en kopieerinrichtingen |
10 |
0 |
30 |
0 |
30 |
2 |
|
2223 |
Grafische afwerking |
10 |
0 |
10 |
0 |
10 |
1 |
|
2223 |
Binderijen |
30 |
0 |
30 |
0 |
30 |
2 |
|
2224 |
Grafische reproduktie en zetten |
30 |
0 |
10 |
10 |
30 |
2 |
|
2225 |
Overige grafische aktiviteiten |
30 |
0 |
30 |
10 |
30 |
2 |
|
223 |
Reproduktiebedrijven opgenomen media |
10 |
0 |
10 |
0 |
10 |
1 |
|
23 |
AARDOLIE-/STEENKOOLVERWERK. IND.; BEWERKING SPLIJT-/KWEEKSTOFFEN |
|
|
|
|
|
|
|
2320.2 |
Smeeroliën- en vettenfabrieken |
50 |
0 |
100 |
30 |
100 |
3 |
|
24 |
VERVAARDIGING VAN CHEMISCHE PRODUKTEN |
|
|
|
|
|
|
|
2442 |
Farmaceutische produktenfabrieken: |
|
|
|
|
|
|
|
2442 |
- formulering en afvullen geneesmiddelen |
50 |
10 |
50 |
50 |
50 |
3 |
|
2442 |
- verbandmiddelenfabrieken |
10 |
10 |
30 |
10 |
30 |
2 |
|
2462 |
Lijm- en plakmiddelenfabrieken: |
|
|
|
|
|
|
|
2462 |
- zonder dierlijke grondstoffen |
100 |
10 |
100 |
50 |
100 |
3 |
|
2464 |
Fotochemische produktenfabrieken |
50 |
10 |
100 |
50 |
100 |
3 |
|
2466 |
Chemische kantoorbenodigdhedenfabrieken |
50 |
10 |
50 |
50 |
50 |
3 |
|
25 |
VERVAARDIGING VAN PRODUKTEN VAN RUBBER EN KUNSTSTOF |
|
|
|
|
|
|
|
2512 |
Loopvlakvernieuwingsbedrijven: |
|
|
|
|
|
|
|
2512 |
- vloeropp. < |
50 |
10 |
30 |
30 |
50 |
3 |
|
2513 |
Rubber-artikelenfabrieken |
100 |
10 |
50 |
50 |
100 |
3 |
|
26 |
VERVAARDIGING VAN GLAS, AARDEWERK, CEMENT-, KALK- EN GIPSPRODUKTEN |
|
|
|
|
|
|
|
261 |
Glasfabrieken: |
|
|
|
|
|
|
|
261 |
- glas en glasprodukten, p.c. < 5.000 t/j |
30 |
30 |
100 |
30 |
100 |
3 |
|
2615 |
Glasbewerkingsbedrijven |
10 |
50 |
50 |
30 |
50 |
3 |
|
262, 263 |
Aardewerkfabrieken: |
|
|
|
|
|
|
|
262, 263 |
- vermogen elektrische ovens totaal < 40 kW |
10 |
50 |
30 |
10 |
50 |
3 |
|
262, 263 |
- vermogen elektrische ovens totaal >= 40 kW |
30 |
100 |
100 |
30 |
100 |
3 |
|
2661.2 |
Kalkzandsteenfabrieken: |
|
|
|
|
|
|
|
2661.2 |
- p.c. < 100.000 t/j |
10 |
100 |
100 |
30 |
100 |
3 |
|
2662 |
Mineraalgebonden bouwplatenfabrieken |
50 |
100 |
100 |
30 |
100 |
3 |
|
2663, 2664 |
Betonmortelcentrales: |
|
|
|
|
|
|
|
2663, 2664 |
- p.c. < 100 t/u |
10 |
100 |
100 |
10 |
100 |
3 |
|
2665, 2666 |
Vervaardiging van produkten van beton, (vezel)cement en gips: |
|
|
|
|
|
|
|
2665, 2666 |
- p.c. < 100 t/d |
10 |
100 |
100 |
100 |
100 |
3 |
|
267 |
Natuursteenbewerkingsbedrijven: |
|
|
|
|
|
|
|
267 |
- zonder breken, zeven en drogen |
0 |
30 |
100 |
0 |
100 |
3 |
|
2681 |
Slijp- en polijstmiddelen fabrieken |
10 |
50 |
50 |
10 |
50 |
3 |
|
2682 |
Minerale produktenfabrieken n.e.g. |
50 |
100 |
100 |
50 |
100 |
3 |
|
28 |
VERVAARD. VAN PRODUKTEN VAN METAAL (EXCL. MACH./TRANSPORTMIDD.) |
|
|
|
|
|
|
|
281 |
Constructiewerkplaatsen: |
|
|
|
|
|
|
|
281 |
- gesloten gebouw |
30 |
30 |
100 |
30 |
100 |
3 |
|
284 |
Smederijen, lasinrichtingen, bankwerkerijen e.d. |
50 |
30 |
100 |
30 |
100 |
3 |
|
2851 |
Metaaloppervlaktebehandelingsbe-drijven: |
|
|
|
|
|
|
|
2851 |
- algemeen |
50 |
50 |
100 |
50 |
50 |
3 |
|
2851 |
- scoperen (opspuiten van zink) |
50 |
50 |
100 |
30 |
50 |
3 |
|
2851 |
- thermisch verzinken |
100 |
50 |
100 |
50 |
100 |
3 |
|
2851 |
- thermisch vertinnen |
100 |
50 |
100 |
50 |
100 |
3 |
|
2851 |
- mechanische oppervlaktebehandeling (slijpen, polijsten) |
30 |
50 |
100 |
30 |
50 |
3 |
|
2851 |
- anodiseren, eloxeren |
50 |
10 |
100 |
30 |
100 |
3 |
|
2851 |
- chemische oppervlaktebehandeling |
50 |
10 |
100 |
30 |
100 |
3 |
|
2851 |
- emailleren |
100 |
50 |
100 |
50 |
100 |
3 |
|
2851 |
- galvaniseren (vernikkelen, verchromen, verzinken, verkoperen ed) |
30 |
30 |
100 |
50 |
30 |
2 |
|
2851 |
- metaalharden |
30 |
50 |
100 |
50 |
100 |
3 |
|
2851 |
- lakspuiten en moffelen |
100 |
30 |
100 |
50 |
100 |
3 |
|
2852 |
Overige metaalbewerkende industrie |
10 |
30 |
100 |
30 |
100 |
3 |
|
287 |
Overige metaalwarenfabrieken n.e.g. |
30 |
30 |
100 |
30 |
100 |
3 |
|
29 |
VERVAARDIGING VAN MACHINES EN APPARATEN |
|
|
|
|
|
|
|
29 |
Machine- en apparatenfabrieken: |
|
|
|
|
|
|
|
29 |
- p.o. < |
30 |
30 |
100 |
30 |
100 |
3 |
|
30 |
VERVAARDIGING VAN KANTOORMACHINES EN COMPUTERS |
|
|
|
|
|
|
|
30 |
Kantoormachines- en computerfabrieken |
30 |
10 |
50 |
30 |
50 |
3 |
|
31 |
VERVAARDIGING VAN OVER. ELEKTR. MACHINES, APPARATEN EN BENODIGDH. |
|
|
|
|
|
|
|
314 |
Accumulatoren- en batterijenfabrieken |
100 |
30 |
100 |
50 |
100 |
3 |
|
316 |
Elektrotechnische industrie n.e.g. |
30 |
10 |
50 |
30 |
50 |
3 |
|
32 |
VERVAARDIGING VAN AUDIO-, VIDEO-, TELECOM-APPARATEN EN -BENODIGDH. |
|
|
|
|
|
|
|
321 t/m 323 |
Vervaardiging van audio-, video- en telecom-apparatuur e.d. |
30 |
0 |
50 |
30 |
50 |
3 |
|
3210 |
Fabrieken voor gedrukte bedrading |
50 |
10 |
50 |
30 |
50 |
3 |
|
33 |
VERVAARDIGING VAN MEDISCHE EN OPTISCHE APPARATEN EN INSTRUMENTEN |
|
|
|
|
|
|
|
33 |
Fabrieken voor medische en optische apparaten en instrumenten e.d. |
30 |
0 |
30 |
0 |
30 |
2 |
|
34 |
VERVAARDIGING VAN AUTO'S, AANHANGWAGENS EN OPLEGGERS |
|
|
|
|
|
|
|
343 |
Auto-onderdelenfabrieken |
30 |
10 |
100 |
30 |
100 |
3 |
|
35 |
VERVAARDIGING VAN TRANSPORTMIDDELEN (EXCL. AUTO'S, AANHANGWAGENS) |
|
|
|
|
|
|
|
351 |
Scheepsbouw- en reparatiebedrijven: |
|
|
|
|
|
|
|
351 |
- houten schepen |
30 |
50 |
50 |
10 |
50 |
3 |
|
351 |
- kunststof schepen |
100 |
50 |
100 |
50 |
100 |
3 |
|
352 |
Wagonbouw- en spoorwegwerkplaatsen: |
|
|
|
|
|
|
|
352 |
- algemeen |
50 |
30 |
100 |
30 |
100 |
3 |
|
354 |
Rijwiel- en motorrijwielfabrieken |
30 |
10 |
100 |
30 |
100 |
3 |
|
355 |
Transportmiddelenindustrie n.e.g. |
30 |
30 |
100 |
30 |
100 |
3 |
|
36 |
VERVAARDIGING VAN MEUBELS EN OVERIGE GOEDEREN N.E.G. |
|
|
|
|
|
|
|
361 |
Meubelfabrieken |
50 |
50 |
100 |
30 |
100 |
3 |
|
362 |
Fabricage van munten, sieraden e.d. |
30 |
10 |
10 |
10 |
30 |
2 |
|
363 |
Muziekinstrumentenfabrieken |
30 |
10 |
30 |
10 |
30 |
2 |
|
364 |
Sportartikelenfabrieken |
30 |
10 |
50 |
30 |
50 |
3 |
|
365 |
Speelgoedartikelenfabrieken |
30 |
10 |
50 |
30 |
50 |
3 |
|
366 |
Vervaardiging van overige goederen n.e.g. |
30 |
10 |
50 |
30 |
50 |
3 |
|
45 |
BOUWNIJVERHEID |
|
|
|
|
|
|
|
45 |
Bouwbedrijven en aannemersbedrijven met werkplaats |
10 |
30 |
50 |
10 |
50 |
3 |
|
50 |
HANDEL/REPARATIE VAN AUTO'S, MOTORFIETSEN; BENZINESERVICESTATIONS |
|
|
|
|
|
|
|
501, 502, 504 |
Handel in auto's en motorfietsen, reparatie- en servicebedrijven |
10 |
0 |
30 |
10 |
30 |
2 |
|
5020.4 |
Autoplaatwerkerijen |
10 |
30 |
100 |
10 |
100 |
3 |
|
5020.4 |
Autobeklederijen |
10 |
10 |
10 |
10 |
10 |
1 |
|
5020.4 |
Autospuitinrichtingen |
50 |
30 |
30 |
30 |
50 |
3 |
|
5020.5 |
Autowasserijen |
10 |
0 |
30 |
0 |
30 |
2 |
|
503, 504 |
Handel in auto- en motorfietsonderdelen en -accessoires |
0 |
0 |
30 |
10 |
30 |
2 |
|
505 |
Benzineservisestations: |
|
|
|
|
|
|
|
505 |
- met LPG |
30 |
0 |
30 |
100 |
100 |
3 |
|
505 |
- zonder LPG |
30 |
0 |
30 |
30 |
30 |
2 |
|
51 |
GROOTHANDEL EN HANDELSBEMIDDELING |
|
|
|
|
|
|
|
511 |
Handelsbemiddeling (kantoren) |
0 |
0 |
10 |
0 |
10 |
1 |
|
5121 |
Grth in akkerbouwprodukten en veevoeders |
30 |
30 |
30 |
30 |
30 |
2 |
|
5122 |
Grth in bloemen en planten |
10 |
10 |
30 |
0 |
30 |
2 |
|
5123 |
Grth in levende dieren |
50 |
10 |
100 |
0 |
100 |
3 |
|
5124 |
Grth in huiden, vellen en leder |
50 |
0 |
30 |
0 |
50 |
3 |
|
5125, 5131 |
Grth in ruwe tabak, groenten, fruit en consumptie-aardappelen |
30 |
30 |
30 |
30 |
30 |
2 |
|
5132, 5133 |
Grth in vlees, vleeswaren, zuivelprodukten, eieren, spijsoliën |
10 |
0 |
30 |
30 |
30 |
2 |
|
5134 |
Grth in dranken |
0 |
0 |
30 |
0 |
30 |
2 |
|
5135 |
Grth in tabaksprodukten |
10 |
0 |
30 |
0 |
30 |
2 |
|
5136 |
Grth in suiker, chocolade en suikerwerk |
10 |
10 |
30 |
0 |
30 |
2 |
|
5137 |
Grth in koffie, thee, cacao en specerijen |
30 |
10 |
30 |
0 |
30 |
2 |
|
5138, 5139 |
Grth in overige voedings- en genotmiddelen |
10 |
10 |
30 |
30 |
30 |
2 |
|
514 |
Grth in overige consumentenartikelen |
10 |
10 |
30 |
10 |
30 |
2 |
|
5151.1 |
Grth in vaste brandstoffen: |
|
|
|
|
|
|
|
5151.1 |
- klein, lokaal verzorgingsgebied |
10 |
100 |
50 |
30 |
100 |
3 |
|
5151.3 |
Grth minerale olieprodukten (excl. brandstoffen) |
100 |
0 |
30 |
50 |
100 |
3 |
|
5152.2 /.3 |
Grth in metalen en -halffabrikaten |
0 |
10 |
100 |
10 |
100 |
3 |
|
5153 |
Grth in hout en bouwmaterialen |
0 |
10 |
50 |
10 |
50 |
3 |
|
5154 |
Grth in ijzer- en metaalwaren en verwarmingsapparatuur |
0 |
0 |
50 |
10 |
50 |
3 |
|
5155.1 |
Grth in chemische produkten |
50 |
10 |
30 |
100 |
100 |
3 |
|
5156 |
Grth in overige intermediaire goederen |
10 |
10 |
30 |
10 |
30 |
2 |
|
5157 |
Autosloperijen |
10 |
30 |
100 |
30 |
100 |
3 |
|
5157.2 /.3 |
Overige groothandel in afval en schroot |
10 |
30 |
100 |
10 |
100 |
3 |
|
5162 |
Grth in machines en apparaten |
0 |
0 |
30 |
0 |
30 |
2 |
|
517 |
Overige grth (bedrijfsmeubels, emballage, vakbenodigdheden e.d. |
0 |
0 |
30 |
0 |
30 |
2 |
|
52 |
REPARATIE T.B.V. PARTICULIEREN |
|
|
|
|
|
|
|
527 |
Reparatie t.b.v. particulieren (excl. auto's en motorfietsen) |
10 |
0 |
10 |
10 |
10 |
1 |
|
60 |
VERVOER OVER LAND |
|
|
|
|
|
|
|
6022 |
Taxibedrijven, taxistandplaatsen |
0 |
0 |
30 |
0 |
30 |
2 |
|
6023 |
Touringcarbedrijven |
10 |
0 |
100 |
0 |
100 |
3 |
|
6024 |
Goederenwegvervoerbedrijven (zonder schoonmaken tanks) |
0 |
0 |
100 |
30 |
100 |
3 |
|
63 |
DIENSTVERLENING T.B.V. HET VERVOER |
|
|
|
|
|
|
|
6312 |
Veem- en pakhuisbedrijven, koelhuizen |
30 |
10 |
50 |
30 |
50 |
3 |
|
71 |
VERHUUR VAN TRANSPORTMIDDELEN, MACHINES, ANDERE ROERENDE GOEDEREN |
|
|
|
|
|
|
|
711 |
Personenautoverhuurbedrijven |
10 |
0 |
30 |
10 |
30 |
2 |
|
712 |
Verhuurbedrijven voor transportmiddelen (excl. Personenauto's) |
10 |
0 |
50 |
10 |
50 |
3 |
|
713 |
Verhuurbedrijven voor machines en werktuigen |
10 |
0 |
50 |
10 |
50 |
3 |
|
714 |
Verhuurbedrijven voor roerende goederen n.e.g. |
10 |
10 |
30 |
10 |
30 |
2 |
|
72 |
COMPUTERSERVICE- EN INFORMATIETECHNOLOGIE |
|
|
|
|
|
|
|
72 |
Computerservice- en informatietechnologie-bureau's e.d. |
0 |
0 |
10 |
0 |
10 |
1 |
|
73 |
SPEUR- EN ONTWIKKELINGSWERK |
|
|
|
|
|
|
|
731 |
Natuurwetenschappelijk speur- en ontwikkelingswerk |
30 |
10 |
30 |
30 |
30 |
2 |
|
732 |
Maatschappij- en geesteswetenschappelijk onderzoek |
0 |
0 |
10 |
0 |
10 |
1 |
|
74 |
OVERIGE ZAKELIJKE DIENSTVERLENING |
|
|
|
|
|
|
|
74 |
Overige zakelijke dienstverlening: kantoren |
0 |
0 |
10 |
0 |
10 |
1 |
|
747 |
Reinigingsbedrijven voor gebouwen |
50 |
10 |
30 |
50 |
50 |
3 |
|
7481.3 |
Foto- en filmontwikkelcentrales |
10 |
0 |
30 |
10 |
30 |
2 |
|
7484.4 |
Veilingen voor huisraad, kunst e.d. |
0 |
0 |
10 |
0 |
10 |
1 |
|
75 |
OPENBAAR BESTUUR, OVERHEIDSDIENSTEN |
|
|
|
|
|
|
|
7525 |
Brandweerkazernes |
0 |
0 |
50 |
0 |
50 |
3 |
|
90 |
MILIEUDIENSTVERLENING |
|
|
|
|
|
|
|
9000.2 |
Vuilophaal-, straatreinigingsbedrijven e.d. |
50 |
30 |
50 |
10 |
50 |
3 |
|
9000.2 |
Gemeentewerven (afval-inzameldepots) |
30 |
50 |
50 |
10 |
50 |
3 |
|
9000.3 |
Afvalverwerkingsbedrijven: |
|
|
|
|
|
|
|
9000.3 |
- kabelbranderijen |
100 |
50 |
30 |
10 |
100 |
3 |
|
9000.3 |
- pathogeen afvalverbranding (voor ziekenhuizen) |
50 |
10 |
30 |
10 |
50 |
3 |
|
9000.3 |
- oplosmiddelterugwinning |
100 |
0 |
10 |
30 |
100 |
3 |
|
9000.3 |
- verwerking fotochemisch en galvano-afval |
10 |
10 |
30 |
10 |
30 |
2 |
|
91 |
DIVERSE ORGANISATIES |
|
|
|
|
|
|
|
9301.1 |
Wasserijen en strijkinrichtingen |
30 |
0 |
50 |
30 |
50 |
3 |
|
9301.1 |
Tapijtreinigingsbedrijven |
30 |
0 |
50 |
30 |
50 |
3 |
|
9301.2 |
Chemische wasserijen en ververijen |
30 |
0 |
30 |
30 |
30 |
2 |
|
9301.3 |
Wasverzendinrichtingen |
0 |
0 |
30 |
0 |
30 |
2 |
[serc1]Datum van het plan moet op 22 juni 2004 blijven staan.