Artikel 19 Algemene wijzigingsbevoegdheid
Lid A. Burgemeester en Wethouders kunnen de bestemming van het plan wijzigen ten behoeve van het verschuiven van de bestemmingsgrenzen, voorzover de afwijking van geringe aard is en ten aanzien van andere ondergeschikte punten, wanneer dit met het oog op de praktische uitvoering gerechtvaardigd is, respectievelijk indien de aanpassing aan de terreingesteldheid dit noodzakelijk maakt en daardoor geen belangen van derden onevenredig worden geschaad.
Lid B. Burgemeester en wethouders kunnen, gehoord de adviescommissie Ruimte voor Ruimte, de bestemming 'agrarisch-bedrijf' dan wel 'bedrijf' wijzigen in de bestemming 'wonen' en/of 'agrarisch-landschappelijke en/of natuurlijke waarden', ten behoeve van de bouw van één dan wel meerdere compensatiewoningen in het kader van de POL-aanvulling Ruimte voor Ruimte Zuid-Limburg, Partiële herziening 2004 (PS 15 juli 2004), met dien verstande dat:
- alvorens de wijziging wordt toegepast, verzekerd is dat de bedrijfsgebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde en erfverhardingen, in ruil waarvoor de compensatiewoning mag worden gebouwd, daadwerkelijk gesloopt zullen worden;
- de bedrijfsactiviteiten ter plaatse zijn beëindigd, een en ander blijkend uit de intrekking van de milieuvergunning respectievelijk uit de afmelding als AmvB-bedrijf. Voor zover het een gemengd agrarisch bedrijf betreft waarvan uitsluitend de intensieve veehouderijtak zal worden beëindigd, dient de milieuvergunning voor dat deel te zijn ingetrokken;
- de compensatiewoning op een planologisch verantwoorde locatie zal worden gebouwd, inhoudende dat deze vanuit stedenbouwkundig (situering, bouwmassa en verschijningsvorm) en landschappelijk oogpunt goed aan dient te sluiten bij de omgeving; uitgangspunt is dat de compensatiewoning binnen de rode contour zoals aangewezen in de streekplanherziening Openruimte- en bufferzonebeleid Zuid-Limburg zal worden gebouwd. Indien dit niet mogelijk is dan dient hierop uitdrukkelijk in het wijzigingsplan te worden ingegaan;
- de inhoud van een compensatiewoning mag maximaal 800 m3 bedragen;
- er sprake dient te zijn van een goed woon- en leefklimaat en de omliggende agrarische bedrijven niet in hun bedrijfsvoering worden belemmerd;
- voldaan dient te worden aan de eisen zoals deze worden gesteld in het kader van de Wet geluidhinder respectievelijk in het kader van de Wet Bodembescherming.
Lid C. Burgemeester en Wethouders volgen bij het toepassen van de wijzigingsbevoegdheid, de in afdeling 3.4 Algemene wet bestuursrecht omschreven procedure.