Lid A. Doeleindenomschrijving.
De op de plankaart als zodanig aangewezen gronden zijn bestemd voor bestaande, ter plaatse reeds gevestigde bedrijven, overeenkomstig de met onderstaande lijst corresponderende aanduiding op de plankaart:
- timmerfabriek;
- transportbedrijf annex groothandel in bouwmaterialen en hout;
- veldbrandhandel;
- garagebedrijf;
- machineverhuurbedrijf;
- interieurbouwbedrijf,
alsmede bedrijven, opgenomen in categorie 1. en 2. van de toegesneden lijst van bedrijfstypen (bijlage 2. bij de voorschriften), en bedrijven, die naar het oordeel van Burgemeester en Wethouders, qua aard en omvang daarmee gelijk te stellen zijn, zulks met uitzondering van geluidhinder veroorzakende inrichtingen als bedoeld in artikel 2.4 van het Inrichtingen- en Vergunningenbesluit Milieubeheer.
Lid B. Beschrijving in hoofdlijnen.
Ter verwezenlijking van de onder lid A. beschreven doeleinden wordt het volgende beleid gevoerd:
- het beleid is gericht op continuering van de bestaande binnen de woonomgeving passende bedrijfsactiviteiten. Deze bedrijven worden daartoe voorzien van een reële uitbreidingsmogelijkheid zoals benodigd voor de bedrijfseconomische continuïteit en het aanbrengen van milieuhygiënische verbeteringen. Bij in principe niet binnen de woonomgeving passende bedrijfsactiviteiten (milieucategorie 3) worden de uitbreidingsmogelijkheden fysiek ingeperkt.
- De op de plankaart aangeduide, in principe niet binnen de woonomgeving passende bedrijfsactiviteiten (milieucategorie 3), die op niet legale wijze tot stand zijn gekomen en waartegen niet meer handhavend kan worden opgetreden, vallen onder het persoonsgebonden overgangsrecht. Alleen de rechthebbende ten tijde van het van kracht worden van dit plan mag de uitgeoefende bedrijfsactiviteiten uit milieucategorie 3 voortzetten, onder de voorwaarden dat:
- er geen afbreuk wordt gedaan aan het karakter van de directe omgeving;
- het woonmilieu niet onevenredig wordt geschaad, dit betekent dat de belasting van de omgeving niet meer mag bedragen dan de belasting veroorzaakt door een categorie 2-bedrijf (VNG brochure “Bedrijven en milieuzonering”);
- er geen extra verkeersmaatregelen of parkeervoorzieningen noodzakelijk worden.
Opvolgende rechthebbenden mogen slechts bedrijfsactiviteiten uit milieucategorie 1 en 2 uitoefenen.
- de bestemming “bedrijfsdoeleinden” gaat uit van de aanwezigheid van maximaal het bestaande aantal bedrijven, zoals af te leiden uit de aanduidingen van de bestaande, ter plaatse reeds gevestigde bedrijven op de plankaart, per bestemmingsvlak, met al dan niet één bedrijfs- c.q. dienstwoning per bedrijf.
Lid C. Gebruik van de grond voor bebouwing.
Op de tot "bedrijfsdoeleinden" aangewezen gronden mogen uitsluitend worden gebouwd:
- gebouwen, geen woning zijnde, ten behoeve van het in de aanhef toegestane gebruik;
- één (bedrijfs)woning per bouwperceel ongeacht of op het desbetreffende bouwperceel meerdere bedrijven zijn gevestigd, tenzij anders aangeduid op de plankaart,
en de daarbij behorende andere bouwwerken, welke qua aard en afmetingen bij deze bestemming passen, met dien verstande, dat:
- gebouwen uitsluitend in het bouwvlak en bijbouwvlak mogen worden gebouwd.
- ten aanzien van het bouwvlak:
- de voorgevel in of evenwijdig aan de naar de weg gekeerde bouwgrens zal worden gebouwd;
- de voorgevelbreedte ten minste 5.00 m zal bedragen;
- gebouwen, geen woning zijnde, in ten hoogste 2 bouwlagen mogen worden gebouwd, met een hoogte van elke bouwlaag afzonderlijk van ten minste 2.60 m en een hoogte van de bouwlagen tezamen van ten hoogste 5.60 m;
- een woning in ten hoogste 2 bouwlagen mag worden gebouwd, ieder afzonderlijk met een hoogte van ten minste 2.60 m en ten hoogste 3.50 m;
- gebouwen plat of met een kap van ten minste 30° en ten hoogste 60° zullen worden afgedekt.
- ten aanzien van het bijbouwvlak:
- het bijbouwvlak per bouwperceel voor ten hoogste 40 % bebouwd mag worden;
- het totaal oppervlak aan bijgebouwen, onverminderd het bepaalde onder 1., per bouwperceel ten hoogste 60 m² of, indien dit meer is, 50% van het oppervlak van het bouwvlak mag bedragen;
- bijgebouwen aangebouwd of vrijstaand op ten minste 1.00 m afstand van het bouwvlak zullen worden opgericht;
- in of ten minste 1.00 m uit de zijdelingse erfscheiding zal worden gebouwd;
- in ten hoogste 1 bouwlaag mag worden gebouwd, waarvan de goothoogte ten hoogste 3.00 m mag bedragen;
- de nokhoogte van bijgebouwen ten hoogste 6.00 m mag bedragen.
- de hoogte van andere bouwwerken ten hoogste 5.00 m mag bedragen, met uitzondering van de hoogte van erfafscheidingen welke ten hoogste 2.00 mag bedragen.
Lid D. Gebruik van de grond anders dan voor bebouwing.
Onder strijdig gebruik als bedoeld in artikel 5, lid A. wordt verstaan het gebruik van de grond anders dan voor:
- open bedrijfsterreinen;
- parkeervoorzieningen.;
- tuin en/of groenvoorziening;
- opslagdoeleinden, uitsluitend binnen het bouwvlak en tot een hoogte van ten hoogste 2.40 m.
Lid E. Gebruik van opstallen.
Onder strijdig gebruik als bedoeld in artikel 6, lid A. wordt ten minste verstaan het gebruik van opstallen voor:
- woondoeleinden, anders dan in een bedrijfswoning;
- detailhandel, met uitzondering van goederen die ter plaatse worden vervaardigd, verwerkt of bewerkt, dan wel waarvan de verkoop inherent en ondergeschikt is aan het toegelaten bedrijf;
- horecadoeleinden;
- opslagdoeleinden, anders dan inherent aan het toegelaten gebruik.
Lid F. Wijzigingsbevoegdheid.
Burgemeester en Wethouders kunnen de bestemming wijzigen in de bestemming "woondoeleinden", met dien verstande, dat:
- de bouwmassa niet mag toenemen, wat tot uitdrukking zal worden gebracht door een op de functie afgestemd bouwvlak;
- de inhoud van een woning ten minste 250 m3 zal en ten hoogste 750 m3 mag bedragen;
- indien één of meerdere woningen worden gerealiseerd, voorafgaand aan de realisatie het oppervlak aan bijgebouwen per woning teruggebracht is tot ten hoogste 60 m² of, indien dit meer is, 50% van het oppervlak van het aangepaste bouwvlak per woning, tenzij er sprake is van bouwkavels van 1000 m² per woning, waarbij voorafgaand aan de realisatie het oppervlak aan bijgebouwen moet zijn teruggebracht tot ten hoogste 120 m² per woning;
- bij wijziging wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 9, met dien verstande, dat het wijzigingsplan duidelijkheid geeft over (nieuwe) bouwvlakken en bijbouwvlakken, alsmede het aantal en de aard van de woningen,
mits:
- de bedrijfsactiviteiten ter plaatse zijn beëindigd;
- het perceel waarvan de bestemming wordt gewijzigd is gelegen binnen de door de provincie Limburg bepaalde rode contour, zoals weergegeven in bijlage 4. bij de voorschriften;
- de woningen direct bereikbaar zijn vanaf de openbare weg;
- de totstandkoming van een goed woonklimaat in de te realiseren woningen gegarandeerd kan worden;
- door de woningbouw geen strijdigheid ontstaat met de planning, zoals opgenomen in de 'Regionale Woonvisie Maastricht en Mergelland 2010' van de regio Maastricht en Mergelland;
- de bodemkwaliteit en luchtkwaliteit, blijkens onderzoek vooraf, zodanig zijn, dat geen bezwaren bestaan tegen de realisering van woningen;
- aangrenzende waarden en belangen niet onevenredig worden aangetast.
Burgemeester en Wethouders volgen bij het toepassen van de wijzigingsbevoegdheid, de in afdeling 3.4 Algemene wet bestuursrecht omschreven procedure.