3.1
Bestemmingsomschrijving
De voor ‘Agrarisch’ aangewezen gronden zijn bestemd voor:
a agrarisch gebruik;
b bestrijding en voorkoming van bodemerosie en wateroverlast, waaronder begrepen de aanleg van onder- en/of bovengrondse voorzieningen voor de opvang en buffering van water;
c ontsluiting van de afzonderlijke percelen ten behoeve van het toegestane gebruik;
d instandhouding en ontwikkeling van de landschapskarakteristiek en landschappelijke openheid;
e een bedrijfsweg ter ontsluiting van een agrarische bouwkavel, ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch - bedrijfsweg’;
f extensief recreatief medegebruik.
Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de aangewezen dubbelbestemmingen en aanduidingen, zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtname van de voorrangsregels uit artikel 22.
3.2
Bouwregels
Op of in deze gronden mag niet worden gebouwd, behoudens:
a kleinschalige recreatieve voorzieningen (zit- en schuilgelegenheid, picknickplaatsen) en voederbergingen of voederruiven voor wild, voor zover deze geen onevenredige afbreuk doen aan het agrarisch gebruik en de kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap, waaronder begrepen de openheid van het landschap, met dien verstande dat:
1
het oppervlak aan bouwwerken per
voorziening ten hoogste
2
de goothoogte ten hoogste
3
de nokhoogte ten hoogste
4 bouwwerken, voorzien van een dak, plat of met een kap van ten hoogste 45° mogen worden afgedekt;
b veldschuren/schuilgelegenheden voor vee, mits er wordt voorzien in compensatie van de landschappelijke en/of natuurlijke waarden, die verloren gaan of kunnen gaan, met dien verstande dat:
1
veldschuren/schuilgelegenheden voor
vee uitsluitend op bouwpercelen met een oppervlak van ten minste
2
het oppervlak van gebouwen per
bouwperceel van ten minste
3
de goothoogte ten hoogste
4
de nokhoogte ten hoogste
5 gebouwen plat of met een kap van ten hoogste 45° mogen worden afgedekt.
c erf- en terreinafscheidingen, in de vorm van draadomheiningen en/of draaderfafscheidingen, waarvan de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 1,5 m.;
3.3.1 Werken en werkzaamheden
Het is verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (aanlegvergunning) de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren:
a
het
aanleggen of verharden van wegen, paden of parkeergelegenheden en het aanbrengen
van andere oppervlakteverhardingen;
b
het
ontginnen, bodemverlagen, afgraven of ophogen met
meer dan 0,30 m. en/of egaliseren van de bodem, behoudens de aanleg van
drinkpoelen;
c het aanbrengen van ondergrondse of bovengrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur tenzij zulks noodzakelijk is voor of verband houdt met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond;
d het verwijderen van kleine landschapselementen.
Het in lid 3.3.1 vervatte verbod is niet van toepassing voor:
a
werkzaamheden,
normale onderhoudswerkzaamheden zijnde;
b
werken
of werkzaamheden van ondergeschikte betekenis;
c
werken
of werkzaamheden binnen het kader van het normale bodemgebruik;
d werken of werkzaamheden, welke op het tijdstip van het van kracht worden van het plan in uitvoering zijn dan wel krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde vergunning, ontheffing of anderszins mogen worden uitgevoerd.
De werken
of werkzaamheden als bedoeld in lid 3.3.1 zijn slechts toelaatbaar indien door
die werken of werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct hetzij
indirect te verwachten gevolgen de in lid 3.1 genoemde waarden en doeleinden
niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden
voor herstel van de eerst bedoelde waarden,
niet wezenlijk worden of kunnen worden verkleind.