14.1 Bestemmingsomschrijving
a De voor ‘Waterstaat - Erosie’ aangewezen gronden zijn, naast de overige daaraan gegeven bestemmingen, mede bestemd voor het bestrijden en voorkomen van:
1 bodemerosie en wateroverlast;
2 het verloren gaan van het voortbrengend vermogen van de bodem;
3 de aantasting van het grondwaterpakket.
b Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de overige aangewezen dubbelbestemmingen, zijn mede de desbetreffende regels van aanduidingen van toepassing met inachtneming van de regeling in artikel 22.
14.2 Specifieke gebruiksregels
a
Onder
strijdig gebruik als bedoeld in artikel 7.10 Wet ruimtelijke ordening wordt ten
minste verstaan het gebruik van de grond voor:
1
het
geheel of gedeeltelijk egaliseren of slechten van graften;
2 het in hun functioneren belemmeren of aantasten van aanwezige of kunstmatige waterbuffers (inclusief aan- en afvoervoorzieningen).
b Het onder sub a bepaalde geldt niet indien voor de desbetreffende percelen een bedrijfserosieplan conform de Erosieverordening Hoofdproductschap Akkerbouw is opgesteld.
14.3 Aanlegvergunning
14.3.1 Aanlegvergunning
Het is verboden op of in de tot ‘Waterstaat - Erosie’ bestemde gronden, zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van Burgemeester en Wethouders (aanlegvergunning) de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:
a
het
rooien en/of verwijderen van opgaande begroeiing (met een hoogte van
b
het
ophogen of egaliseren van de in het landschap aanwezige laagten, waarbij de
hoogte van het maaiveld met meer dan
c
het
afgraven van grond, indien door de afgraving de kans op bodemerosie en/of
wateroverlast toeneemt;
d het aanbrengen van verhardingen op gronden steiler dan 10%.
14.3.2 Uitzonderingen
Het in lid 14.3.1 vervatte verbod is niet van toepassing voor:
a
werkzaamheden,
normale onderhoudswerkzaamheden zijnde;
b
werken
of werkzaamheden van ondergeschikte betekenis;
c
werken
of werkzaamheden binnen het kader van het normale bodemgebruik;
d
werken
of werkzaamheden, welke op het tijdstip van het van kracht worden van het plan
in uitvoering zijn dan wel krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde
vergunning, ontheffing of anderszins mogen worden uitgevoerd;
e
werken
of werkzaamheden op percelen waarvoor een bedrijfserosieplan
conform de Erosieverordening Hoofd Productschap Akkerbouw is opgesteld.
14.3.3 Toelaatbaarheid
De werken of werkzaamheden als bedoeld in lid 14.3.1 zijn slechts toelaatbaar indien door die werken of werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct hetzij indirect te verwachten gevolgen de in lid 14.1 genoemde waarden en doeleinden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast dan wel de mogelijkheden voor het herstel van de eerstbedoelde waarden.