De op de plankaart voor ‘beschermingszone natte natuurparel (dubbelbestemming)’ aangewezen gronden zijn naast de overige daaraan gegeven bestemmingen primair bestemd voor het behoud, de bescherming en het herstel van de hydrologische waarden die samenhangen het beekdal van de Dommel.
In afwijking van hetgeen elders in deze voorschriften is bepaald ten aanzien van het boven- en ondergronds bouwen krachtens de overige bestemmingen van deze gronden, mogen op of in deze bestemming begrepen grond niet worden bebouwd.
Burgemeester en wethouders kunnen vrijstelling verlenen van het bepaalde in 16.2 voor het bouwen ten behoeve van de overige bestemmingen van deze gronden, met dien verstande dat:
a aangetoond is dat de bebouwing geen nadelige invloed heeft op de hydrologische waarden van het beekdal van de Dommel;
b burgemeester en wethouders schriftelijk advies dienen te hebben ingewonnen bij het Waterschap.
Het is verboden op de gronden met de bestemming ‘beschermingszone natte natuurparel (dubbelbestemming)’ zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (aanlegvergunning) de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren:
a het verzetten van
grond (verlagen, vergraven, ophogen of egaliseren) van de bodem van meer dan
b het graven, dempen, danwel verdiepen, vergroten, of anderszins herprofileren van waterlopen, sloten en greppels;
c de aanleg van drainage ongeacht de diepte tenzij het gaat om vervangen een reeds bestaande drainage;
d het verlagen van de waterstand anders dan door middel van het graven van sloten of het toepassen van drainagemiddelen, met uitzondering van grondwateronttrekkingen;
e het aanbrengen van
niet-omkeerbare verhardingen en/of verharde oppervlakten van meer dan
Het in lid 16.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke:
a het normale onderhoud betreffen overeenkomstig de overige bestemmingen van deze gronden, dan wel van ondergeschikte betekenis zijn en/of voortvloeien uit het normale gebruik overeenkomstig de bestemming;
b reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit bestemmingsplan.
a De in lid 16.4.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend, indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de hydrologische waarden van de gronden.
b Alvorens te beslissen omtrent een vergunning als bedoeld in dit lid sub 16.4.1 winnen burgemeester en wethouders advies in bij het Waterschap.