De voor ‘Tuin’ aangewezen gronden zijn bestemd voor:
a tuinen, erven en verhardingen;
b afschermende beplanting ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van groen – afschermend groen’;
c water en waterhuishoudkundige voorzieningen.
Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd.
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde geldt de volgende bepaling:
a
De hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag
niet meer dan
b
De hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen
zijnde, mag niet meer bedragen dan
c Overkappingen zijn niet toegestaan.
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van groen – afschermend groen’:
a het kappen en/of rooien van bomen en/of houtgewas;
b het aanleggen, verbreden of verharden van wegen, banen of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakte verhardingen.
Het in lid 14.3.1 vervatte verbod geldt niet voor werken of werkzaamheden welke:
a het normale onderhoud betreffen, dan wel van ondergeschikte betekenis zijn;
b reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan.
De in lid 14.3.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de instandhouding en bescherming van de afschermende beplanting ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van groen – afschermend groen’.