Gemeente Tytsjerksteradiel
regels
bestemmingsplan Suwâld 2009
gebaseerd op Versie 2.0
|
gemeente
tytsjerksteradiel 28-07-2011 |
|||
|
regels bestemmingsplan suwald 2009 (versie
2.0) Vastgesteld |
|||
|
regels |
|
|
|
|
inhoudsopgave |
|
|
blz |
HOOFDSTUK 1. Inleidende regels
HOOFDSTUK 2. BESTEMMINGSregels
Artikel 3: Agrarisch - Bedrijf 1
Artikel 4: Agrarisch - Cultuurgrond
Artikel 7: Groen - Groenvoorzieningen
Artikel 9: Maatschappelijk -
Begraafplaats
Artikel 10: Maatschappelijk
– Onderwijs
Artikel 11: Maatschappelijk
- Religie
Artikel 12: Maatschappelijk –
Sociaal-/cultureel
Artikel 17: Verkeer - Verblijf
Artikel 19: Wonen
- A1 (vrijstaande woningen)
Artikel 20: Wonen - A2 (vrijstaande
woningen)
Artikel 21: Wonen - A3 (vrijstaande
woningen)
Artikel 22: Wonen - A7 (vrijstaande
woningen boerderijtypen)
Artikel 23: Wonen – B1 (twee onder één
kap)
Artikel 24: Wonen - B3 (twee onder één
kap)
Artikel 25: Wonen - C1 (rijenbouw, meer
dan twee aaneen)
Artikel 26: Waterstaat
– Waterstaatkundige functie
Artikel 27: Anti-dubbeltelregel
Artikel 28: Algemene bouwregels
Artikel 29: Algemene gebruiksregels
Artikel 30: Algemene aanduidingsregels
Artikel 31: Algemene wijzigingsregels
HOOFDSTUK 4. Overgangs- en slotregels
BIJLAGEN
Bijlage 1 Bedrijvenlijst
Bijlage 2 Lijst met beroeps- en bedrijfsactiviteiten aan huis
In deze regels wordt
verstaan onder:
1.
plan:
het bestemmingsplan Suwâld
2009 van de gemeente Tytsjerksteradiel;
2.
bestemmingsplan:
de
geometrische bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand
NL.IMRO.0737.05BPI-ow01 met de bijbehorende regels (en eventuele bijlagen*);
* afhankelijk
van plan
3.
aanduiding:
een
geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar
ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het
bebouwen van deze gronden;
4.
aanduidingsgrens:
de
grens van een aanduiding indien het een vlak betreft;
5.
aan- en afmeersteiger:
constructie
aan een oever of kade, in of op het water, die hoofdzakelijk dient voor het
aanleggen en ligplaats innemen van vaartuigen;
6.
agrarisch aanverwant bedrijf:
een
bedrijf dat in nauwe relatie staat tot het agrarisch bedrijf, waarvan de
werkzaamheden in hoofdzaak bestaan uit het verlenen van diensten aan derden in
de vorm van het houden van dieren en/of het telen en bewerken van gewassen;
7.
agrarisch bedrijf:
een
bedrijf dat is gericht op het voortbrengen van producten door middel van het
telen van gewassen (houtteelt daaronder begrepen) en/of het houden van dieren;
8.
agrarisch dienstverlenend bedrijf:
een bedrijf
waarbinnen uitsluitend of overwegend arbeid wordt verricht ter productie of
levering van goederen of diensten ten behoeve van agrarische bedrijven;
9.
akker- of tuinbouwbedrijf:
een
bedrijf met een in hoofdzaak grondgebonden agrarische bedrijfsvoering die is
gericht op het telen van (consumptie)gewassen in de volle grond;
10.
archeologisch waardevol gebied:
een
gebied waar zich in de bodem met het oog op de bewoningsgeschiedenis
beschermingswaardige voorwerpen of sporen van vroegere samenlevingen bevinden;
11.
archeologische waarden:
de
waarden die verband houden met het zich in de bodem bevinden van voorwerpen of
bewoningssporen van vroegere samenlevingen, die wegens hun schoonheid, hun
betekenis voor de wetenschap of hun cultuurhistorische waarde van algemeen
belang zijn;
12.
bar:
een
horecabedrijf waar de bedrijfsuitoefening hoofdzakelijk is gericht op het tegen
vergoeding verstrekken van dranken, met een in het algemeen hoge
bezoekersfrequentie gedurende de avond, waarbij de bedrijvigheid zich
voornamelijk binnen de lokaliteit voltrekt;
13.
bebouwing:
één
of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde;
14.
bebouwingspercentage:
een
in het plan aangegeven percentage, dat de grootte van het deel van het terrein
aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd, dit met inbegrip van de oppervlakte
van (overdekte) bouwwerken, geen gebouwen zijnde;*
15.
bedrijfsgebouw:
een gebouw, dat dient voor de uitoefening van
een bedrijf;
16.
bedrijfswoning:
een
woning in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts bedoeld voor
(het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar in aantoonbare relatie
staat tot de bestemming van het gebouw of het terrein;
17.
beperkt kwetsbaar object:
een
object waarvoor ingevolge het Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen een
richtwaarde voor het risico c.q. een risicoafstand is bepaald, waarmee rekening
moet worden gehouden;
18.
beroeps- of bedrijfsactiviteit aan
huis:
een
beroeps- of bedrijfsmatige activiteit, genoemd in bijlage 2 dan wel een naar de
aard of invloed op de omgeving daarmee gelijk te stellen activiteit, die in of
bij een woonhuis wordt uitgeoefend op een zodanige wijze dat:
a.
het woonhuis in overwegende mate de
woonfunctie behoudt;
b.
de ruimtelijke uitwerking of
uitstraling van die activiteit met de woonfunctie in overeenstemming is,
waarbij:
-
het uiterlijk van de betreffende
woning niet wordt aangetast;
-
het beroep/bedrijf wordt
uitgeoefend door in ieder geval één van de bewoners van de woning;
-
het niet gaat om vormen van
detailhandel en/of horeca;
-
er geen onevenredige parkeerdruk
voor de omgeving optreedt;
19.
beroeps- c.q. bedrijfsvloeroppervlakte:
de
totale (bruto) vloeroppervlakte van de ruimte die wordt gebruikt voor een
beroeps- of bedrijfsactiviteit aan huis, een (dienstverlenend) bedrijf en/of
een dienstverlenende instelling, inclusief opslag- en administratieruimten en
dergelijke;
20.
bestaand:
a.
ten aanzien van bouwwerken, werken,
geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden:
-
bestaand ten tijde van de eerste
ter inzage legging van het ontwerp van dit plan;
b.
ten aanzien van het overige
gebruik:
-
bestaand ten tijde van het van
kracht worden van dit plan;
21.
bestemmingsgrens:
de
grens van een bestemmingsvlak;
22.
bestemmingsvlak:
een
geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming;
23.
bijzondere paardenhouderij:
een
agrarisch aanverwant bedrijf dat is gericht op het fokken, het africhten, het
opleiden en trainen, alsmede het opvangen en stallen van paarden en/of pony's;
24.
bijzondere recreatieve voorziening:
een
voorziening ten behoeve van de uitoefening van een specifieke vorm van
(sportieve) recreatie;
25.
bouwen:
het
plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het
vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten,
vernieuwen of veranderen van een standplaats;
26.
bouwgrens:
de
grens van een bouwvlak;
27.
bouwlaag:
een
doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering
gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip
van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder;
28.
bouwperceel:
een
aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij
elkaar behorende bebouwing is toegelaten;
29.
bouwperceelgrens:
de
grens van een bouwperceel;
30.
bouwvlak:
een
geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de
regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten;
31.
bouwwerk:
elke
constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die
hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of
indirect steun vindt in of op de grond;
32.
café:
een
horecabedrijf waar de bedrijfsuitoefening hoofdzakelijk is gericht op het tegen
vergoeding verstrekken van dranken, met een in het algemeen gespreide
bezoekersfrequentie gedurende de dag en een hoge bezoekersfrequentie gedurende
de avond, waarbij de bedrijvigheid zich voornamelijk binnen de lokaliteit
voltrekt;
33.
cultuurgrond:
grasland,
akkerbouw- en tuinbouwgronden (gronden ten behoeve van houtteelt daaronder
begrepen) met uitzondering van bosgronden;
34.
cultuurhistorische waarden:
waarden
van een gebied en/of de daarin voorkomende bebouwing, elementen en structuren,
die uitdrukking geven aan de beschavingsgeschiedenis en/of het gebruik door de
mens in de loop van die geschiedenis;
35.
cultuurlandschappelijke waarden:
een
gebied met een toegekende waarde ontstaan door het gebruik van dat gebied in de
loop van de geschiedenis door de mens en dat behouden dient te worden;
36.
dak:
iedere
bovenbeëindiging van een gebouw;
37.
detailhandel:
het
bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop,
het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die die goederen kopen
voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een
beroeps- of bedrijfsactiviteit.
Met
bedrijfsmatige activiteiten worden gelijkgesteld structureel hobbymatige
activiteiten, zoals meer dan incidentele / min of meer permanente detailhandel
door particulieren (bijvoorbeeld in gebruikte goederen);
38.
dienstverlenend bedrijf en/of
dienstverlenende instelling:
een
bedrijf of instelling, waarvan de werkzaamheden bestaan uit het verlenen van
diensten op administratief, adviesgevend, financieel, informatietechn(olog)isch,
intermediair, juridisch, (lichaams)verzorgend, ontwerptechnisch,
(para-/sociaal-)medisch, therapeutisch of daarmee gelijk te stellen terrein,
alsmede uitzend- en/of detacheringsbedrijven, uitleen- en/of verhuurbedrijven
in kleinschalige roerende goederen, zoals video- of bibliotheken, één en ander
evenwel met uitzondering van een seksinrichting, uitleen- en verhuurbedrijven
in grootschalige roerende goederen, zoals transportmiddelen, machines of
werktuigen en reparatie- en herstelbedrijven, waaronder een garagebedrijf;
39.
dykswâl:
een
door de mens opgeworpen, langgerekte aarden wal met een aaneengesloten
beplanting, bestaande uit bomen, struiken en een kruidenlaag;
40.
eerste bouwlaag:
de
bouwlaag op de begane grond;
41.
erf:
het
binnen de (woon)bestemming en tuinbestemming gelegen gedeelte van het
bouwperceel, met uitzondering van het binnen het bouwvlak gelegen gedeelte van
het bouwperceel;
42.
erker:
een
hoek- of rondvormig uitgebouwd deel van een woonhuis, bouwkundig bestaande uit
een “lichte” constructie met een overwegend transparante uitstraling;
43.
erotisch getinte vermaaksfunctie:
een
vermaaksfunctie, welke is gericht op het doen plaatsvinden van voorstellingen
en/of vertoningen van porno-erotische aard, waaronder begrepen een
seksbioscoop, een seksclub en een seksautomatenhal;
44.
evenement:
een
vorm van recreatief medegebruik inhoudende een publieke activiteit met een
tijdelijk, plaatsgebonden en van het reguliere gebruik afwijkend karakter,
plaatsvindend in de openlucht of in tijdelijke onderkomens en in het algemeen
bedoeld ter ontspanning en/of vermaak, waaronder begrepen commerciële,
culturele, religieuze, recreatieve en/of sportieve, of daarmee gelijk te
stellen activiteiten, zoals markten, braderieën, beurzen, kermissen,
festiviteiten, wedstrijden, bijeenkomsten, festivals, e.d.;
45.
fruitteelt:
de
teelt of het kweken van fruit aan houtige gewassen;
46.
gemeentelijk en provinciaal
woningbouwbeleid
het gemeentelijk woningbouwbeleid zoals neergelegd in de Structuurvisie ‘Finster op romte’ en de Woonvisie ‘Finster op wenjen’ (beiden vastgesteld in januari 2010) en het provinciaal woningbouwbeleid, zoals neergelegd in het Streekplan Fryslân 2007 (vastgesteld in december 2006);
47.
gebouw:
elk
bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk
met wanden omsloten ruimte vormt;
48.
gebruiksmogelijkheden:
de
mogelijkheden om gronden en bouwwerken overeenkomstig de daaraan toegekende
bestemming te gebruiken;
49.
geluidsbelasting:
de
geluidsbelasting vanwege een weg, een industrieterrein en/of een spoorweg;
50.
geluidsbelasting vanwege een
militaire luchthaven:
de
geluidsbelasting op een bepaalde plaats, veroorzaakt door de gezamenlijk op een
militaire luchthaven landende en opstijgende luchtvaartuigen, uitgedrukt in
Kosteneenheden, zoals bedoeld in de Wet luchtvaart en het Besluit militaire
luchthavens;
51.
geluidsgevoelige functies:
woningen
of andere geluidsgevoelige gebouwen, zoals bedoeld in de Wet luchtvaart en het
Besluit militaire luchthavens;
52.
geluidsgevoelige gebouwen:
gebouwen
welke dienen ter bewoning of andere geluidsgevoelige gebouwen, zoals bedoeld in
de Luchtvaartwet en het Besluit geluidsbelasting grote luchtvaart;
53.
geluidsgevoelige objecten:
gebouwen
welke dienen ter bewoning of andere geluidsgevoelige objecten of terreinen,
zoals bedoeld in de Wet geluidhinder en/of het Besluit Geluidhinder;
54.
geluidszoneringsplichtige
inrichting:
een
inrichting, bij welke ingevolge de Wet geluidhinder rondom het terrein van
vestiging in een bestemmingsplan een geluidszone moet worden vastgesteld;
55.
grenswaarde voor de
geluidsbelasting vanwege een luchthaven:
de
maximale waarde voor de geluidsbelasting, zoals deze rechtstreeks kan worden
afgeleid uit het Besluit militaire luchthavens;
56.
grondgebonden agrarische bedrijfsvoering:
een
agrarische bedrijfsvoering waarbij het gebruik van cultuurgrond noodzakelijk is
voor het functioneren van het bedrijf;
57.
hoekerker:
een
erker die aan twee gevels van een woonhuis is gebouwd;
58.
hogere grenswaarde:
een
bij een bestemmingsplan in acht te nemen maximale waarde voor de
geluidsbelasting van geluidsgevoelige objecten, die hoger is dan de voorkeurgrenswaarde
en die in een concreet geval kan worden vastgesteld op grond van de Wet
geluidhinder en/of het Besluit Geluidhinder;
59.
horecabedrijf:
een
bedrijf, waar bedrijfsmatig dranken en/of etenswaren voor gebruik ter plaatse
worden verstrekt en/of waarin bedrijfsmatig logies wordt verstrekt, één en
ander al dan niet in combinatie met een vermaaksfunctie, met uitzondering van
een erotisch getinte vermaaksfunctie;
60.
horecacedrijf categorie 1:
een
complementair horecabedrijf dat is gericht op het hoofdzakelijk overdag
verstrekken van (niet- of licht- alcoholhoudende) dranken en eenvoudige
etenswaren aan bezoekers van andere functies, met name functies als
centrumvoorzieningen en dagrecreatie, zoals een automatiek, broodjeszaak,
cafetaria, croissanterie, koffiebar, lunchroom, ijssalon, petit-restaurant,
snackbar, snack-kiosk, tearoom, traiteur, en/of een naar de aard en invloed op
de omgeving daarmee gelijk te stellen horecabedrijf;
61.
horecabedrijf categorie 2:
een
horecabedrijf met een in het algemeen hoge bezoekersfrequentie gedurende de
avond, dat voornamelijk is gericht op het verstrekken van maaltijden en/of
(alcoholische) dranken, zoals een bar, (grand)café, eetcafé, restaurant,
caférestaurant en/of een naar de aard en invloed op de omgeving daarmee gelijk
te stellen horecabedrijf, al dan niet in combinatie met logiesvertrekking of een zalencentrum;
62.
horecabedrijf categorie 3:
een
horecabedrijf dat voornamelijk is gericht op het ’s avonds en/of ‘s nachts
verstrekken van (alcoholische) dranken en waar tevens gelegenheid wordt geboden
tot dansen of vergelijkbaar vermaak, zoals een bar-/dancing, discotheek,
nachtclub, en/of een naar de aard en invloed op de omgeving daarmee gelijk te
stellen horecabedrijf;
63.
horecabedrijf categorie 4:
een
horecabedrijf dat in hoofdzaak is gericht op het tegen vergoeding verstrekken
van logies, zoals een hotel, motel, pension, en/of een naar de aard en invloed
op de omgeving daarmee gelijk te stellen bedrijf, al dan niet in combinatie met
een restaurant of een caférestaurant;
64.
horecavloeroppervlakte:
de
oppervlakte van de ruimte binnen een horecabedrijf, die wordt gebruikt voor de
verstrekking van dranken, etenswaren of logies, waaronder terrassen (exclusief
toilet-, keuken-, entree-, opslag- en administratieruimten, e.d.);
65.
hotel:
een
horecabedrijf waar tegen vergoeding, naast logies ook maaltijden en dranken
kunnen worden verstrekt;
66.
houtteelt:
een
bedrijfsmatige uitoefening van uitsluitend de functie houtproductie op gronden
die in principe hiervoor tijdelijk worden gebruikt en waarvoor daartoe
ontheffing is verleend van de melding- en herplantplicht ex artikel 2 en 3 van
de Boswet;
67.
incidenteel evenement:
een
eenmalig, niet periodiek terugkerend evenement;
68.
individueel aaneen gebouwd:
gebouwen
met een tussenruimte van ten hoogste
69.
jachthaven:
haven
met de daarbijbehorende grond waar overwegend gelegenheid wordt gegeven voor
het aanleggen, afmeren of afgemeerd houden van recreatie- of pleziervaartuigen;
70.
kampeermiddel:
a. een tent, een tentwagen, een kampeerauto of
een caravan;
b. enig ander onderkomen of
enig ander voertuig of gewezen voertuig of gedeelte daarvan, voorzover geen
bouwwerk zijnde;
één
en ander voor zover deze onderkomens of voertuigen of gewezen voertuigen geheel
of ten dele blijvend zijn bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen worden
gebruikt voor recreatief nachtverblijf;
71.
kampeerterrein:
een
terrein ter beschikking gesteld voor het plaatsen dan wel geplaatst houden van
kampeermiddelen;
72.
kampwinkel:
een
winkel ten behoeve van de gebruikers van een kampeerterrein of een andere
verblijfsrecreatieve voorziening;
73.
kantine:
een
restauratieve voorziening ten dienste van een bedrijf of instelling, gericht op
het verstrekken van etenswaren, eenvoudige maaltijden en/of dranken aan de
reguliere gebruikers van dat bedrijf of die instelling;
74.
kantoor:
een
gebouw zonder of met een ondergeschikte publieksgerichte functie, dat dient
voor de uitoefening van administratieve werkzaamheden en werkzaamheden die
verband houden met het doen functioneren van (semi)overheidsinstellingen, het
bankwezen, en naar de aard daarmee gelijk te stellen dienstverlenende bedrijven
en instellingen;
75.
kap:
iedere
bovenbeëindiging van een gebouw met een zekere helling;
76.
kas:
een
gebouw, waarvan de wanden en het dak geheel of grotendeels bestaan uit glas of
ander lichtdoorlatend materiaal, dienend tot het kweken van vruchten, bloemen
of planten;
77.
kunstobject:
voortbrengsel
van de beeldende kunsten in de vorm van een bouwwerk, geen gebouw zijnde;
78.
kunstwerk:
een
bouwwerk, geen gebouw zijnde, ten behoeve van civieltechnische en/of
infrastructurele doeleinden, zoals een brug, een dam, een duiker, een tunnel,
een via- of aquaduct of een sluis dan wel een daarmee gelijk te stellen
voorziening;
79.
kwetsbaar object:
een
object waarvoor ingevolge het Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen een
grenswaarde voor het risico c.q. een risicoafstand tot een risicovolle inrichting
is bepaald, die in achtgenomen moet worden;
80.
landschappelijke waarden:
waarden
in verband met de verschijningsvorm van een gebied en de aanwezigheid van
waarneembare structuren en/of elementen in dat gebied.
De
landschappelijke waarden van het woudengebied (coulisselandschap) bestaan in
het bijzonder uit de relatief kleinschalige verkaveling (regelmatig verkavelingspatroon)
en de aanwezigheid van beplanting op of langs perceelsscheidingen in de vorm
van hout- of boomsingels (meestal elzen bij sloten) en/of dykswâlen, veelal in
combinatie met een fijnmazig netwerk van wegen en paden (deels onverhard) en streekeigen
bebouwing (boerderijen en wâldhúskes). Daarnaast kan de aanwezigheid van
bospartijen, landgoederen, essen, pingoruïnes, poelen en dobben bepalend zijn
voor de landschappelijke waarden.
In
het open landschap is naast de openheid en de beperkte aanwezigheid van
bebouwing met name de verkavelingsrichting en het kavelpatroon belangrijk.
Tevens worden de landschappelijke waarden bepaald door de eventuele
aanwezigheid van open waterpartijen, sloten, vaarten, rietvelden, moerasbosjes
en terpen;
81.
logiesverstrekking:
een
horecabedrijfsactiviteit, die enkel of in hoofdzaak is gericht op het tegen
vergoeding verstrekken van logies en waarbij de logieseenheden zijn ingericht
als nachtverblijf, zoals een hotel, pension of kampeerboerderij;
82.
manege:
een
voorziening met een publieksgericht karakter, waar gelegenheid wordt geboden
tot het berijden en verzorgen van paarden en/of pony’s (waaronder begrepen het
stallen, het lesgeven, de verhuur, het
dresseren en trainen, alsmede het organiseren van wedstrijden en/of andere
hippische evenementen) eventueel in combinatie met daaraan gerelateerde
en ondergeschikte detailhandel;
83.
meetverschil:
een
door de feitelijke terreininrichting aanwezig verschil tussen het beloop van
lijnen in het veld en een aangegeven bestemmings- of bouwgrens;
84.
mensa:
een
eetgelegenheid voor leerlingen of studenten;
85.
milieuafstand:
de
grootste voor een bepaald bedrijfstype in acht te nemen (richtlijn)afstand ten
opzichte van een milieugevoelige functie in verband met door dat bedrijfstype
veroorzaakte hinder door geur, stof, geluid, gevaar, licht en/of trilling;
86.
milieusituatie:
de
waarde van een gebied in milieuhygiënische zin die wordt bepaald door de mate
van scheiding tussen milieugevoelige en milieubelastende functies, daarbij in
het bijzonder gelet op het voorkómen dan wel beperken van hinder door geur,
stof, geluid, gevaar, licht en/of trilling;
87.
molen:
een
bouwwerk met wieken, dat is bedoeld om door middel van windvang mechanische
kracht op te wekken, bijvoorbeeld voor het fijnmalen van stoffen (zoals koren
of graan) of het bemalen van polders;
88.
natuurlijke waarden:
de abiotische en biotische waarden van een
gebied;
89.
natuurwaarden:
de
aan een gebied toegekende waarden in verband met de geologische, bodemkundige
en biologische elementen voorkomende in dat gebied;
90.
niet-grondgebonden agrarische
bedrijfsvoering:
een
agrarische bedrijfsvoering die hoofdzakelijk in gebouwen plaatsvindt en die als
zodanig niet afhankelijk is van open cultuurgrond als productiemiddel;
91.
onderbouw:
het
doorlopend gedeelte van een gebouw, begrensd door op gelijke of bij benadering
gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen, dat geheel of grotendeels is
gelegen beneden het peil;
92.
opvangcentrum:
plaats
waar van elders komende personen (met name vluchtelingen en/of thuis- en daklozen)
opgevangen en voorlopig gehuisvest en verzorgd worden;
93.
overkapping:
elk
bouwwerk, geen gebouw zijnde, dat een overdekte ruimte vormt zonder dan wel met
ten hoogste één wand;
94.
peil:
a.
indien op of in het land wordt
gebouwd:
-
de hoogte van het afgewerkte
omliggende terrein ter plaatse van het bouwwerk, met dien verstande dat, indien
het bouwwerk zal worden gebouwd op een nog onbebouwd perceel, deze hoogte ten
hoogste
indien
de hoogte van het afgewerkte terrein niet aan alle zijden van het bouwwerk
gelijk is, wordt het peil gerekend:
-
vanaf het laagste punt van het
omliggende afgewerkte terrein;
incidenteel aangebrachte en
ondergeschikte ophogingen en verdiepingen buiten beschouwing gelaten;
b.
indien op of in het water wordt
gebouwd:
-
het ter plaatse door het waterschap
ten tijde van de eerste terrinzagelegging
van het bestemmingsplan vastgestelde waterpeil;
95.
pension:
een
horecabedrijf dat als hoofddoel heeft het verstrekken van logies voor langere
of kortere tijd, met als nevenactiviteiten het verstrekken van maaltijden en/of
dranken aan de logerende gasten, één en ander zonder vermaaksfunctie;
96.
periodiek evenement:
een
evenement dat in min of meer dezelfde vorm met een zekere regelmaat
(bijvoorbeeld wekelijks, maandelijks of (half)jaarlijks) wordt gehouden;
97.
persoonlijke dienstverlening:
dienstverlening
gericht op het persoonlijk welbevinden, de gezondheid en/of op het uiterlijk
van personen, zoals een kappersbedrijf, een schoon-heidsssalon en/of een
(para-)medische praktijk;
98.
productiegebonden detailhandel:
detailhandel
in goederen die ter plaatse worden vervaardigd, gerepareerd en/of toegepast in
het productieproces, waarbij de detailhandelsfunctie ondergeschikt is aan de
productiefunctie;
99.
prostitutie:
het
zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen voor of
met een ander tegen vergoeding;
100.
recreatief medegebruik:
een
recreatief gebruik van gronden dat ondergeschikt is aan de functie van de
bestemming waarbinnen dit recreatieve gebruik is toegestaan;
101.
recreatieve bewoning:
de
bewoning die plaatsvindt in het kader van de weekend- en/of verblijfsrecreatie;
102.
recreatiewoning:
een
gebouw dat naar de aard en inrichting bedoeld is voor recreatieve bewoning;
103.
recreatiewoonschip:
een
woonschip dat naar de aard en inrichting bedoeld is voor recreatieve bewoning;
104.
restauratieve voorziening:
een
voorziening ten dienste van een bedrijf of instelling, gericht op het
verstrekken van (eenvoudige) spijzen en dranken aan de reguliere gebruikers van
dat bedrijf of die instelling, zoals een kantine of mensa;
105.
risicovolle functie:
een
risicovolle inrichting, een transportroute gevaarlijke stoffen of een
buisleiding ten behoeve van het transport van gevaarlijke stoffen;
106.
risicovolle inrichting:
een
inrichting, bij welke ingevolge het Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen een
grenswaarde, een richtwaarde voor het risico c.q. een risicoafstand moet worden
aangehouden bij het in het bestemmingsplan toelaten van kwetsbare of beperkt
kwetsbare objecten;
107.
seksinrichting:
een
voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de
omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of
vertoningen van erotisch/pornografische aard plaatsvinden.
Onder
een seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een prostitutiebedrijf,
alsmede een erotische-massagesalon, een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een
sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar;
108.
sierteelt:
de
teelt van opgaande sier- en tuinbeplanting als bomen, struiken, heesters,
planten en aanverwante gewassen, bloembollenteelt daaronder niet begrepen;
109.
slijterij:
een
winkel in alcoholhoudende dranken voor het gebruik elders dan ter plaatse;
110.
stacaravan:
een
caravan die als een gebouw valt aan te merken;
111.
straat- en bebouwingsbeeld:
de
waarde van een gebied in stedenbouwkundige zin die wordt bepaald door de mate
van samenhang in aanwezige bebouwing, daarbij in het bijzonder gelet op een
goede verhouding tussen bouwmassa en open ruimte, een goede hoogte- en
breedteverhouding tussen de bebouwing onderling en de samenhang in bouwvorm en
ligging tussen bebouwing die ruimtelijk op elkaar georiënteerd is;
112.
tuincentrum:
een
bedrijf waarbinnen bedrijfsmatig bomen, heesters en andere siergewassen worden
gekweekt en/of waarbinnen detailhandel in tuininrichtingsartikelen plaatsvindt;
113.
tuininrichtingsartikelen:
specifieke
artikelen voor de inrichting en het onderhoud van particuliere tuinen en de
daarmee rechtstreeks samenhangende artikelen, zoals genoemd in bijlage 3;
114.
verkeersveiligheid:
de
waarde van een gebied voor de veiligheid van het verkeer die wordt bepaald door
de mate van overzichtelijkheid en vrij uitzicht (met name bij kruisingen van
wegen en uitritten) en de (mogelijke) effecten van bebouwing en overige
inrichtingselementen op de gedragingen van verkeersdeelnemers;
115.
verkoopvloeroppervlakte:
de
voor het publiek zichtbare en toegankelijke (besloten) winkelruimte ten behoeve
van detailhandel;
116.
vermaakscentrum:
een
bedrijf dat in hoofdzaak is gericht op de vermaaksfunctie door het bieden van gelegenheid tot de
beoefening van kans- of behendigheidsspelen, al dan niet met behulp van
automaten of apparatuur, of door het (ver)tonen van films of voorstellingen dan wel door het bieden van
soortgelijk amusement, één en ander al dan niet in combinatie met een
horecafunctie in de vorm van het bedrijfsmatig verstrekken van dranken en/of
etenswaren, zoals een amusementshal, speelautomaten- en/of
kansspelautomatenhal, snooker- of poolcentrum, bowlinghal, paintballcentrum,
bioscoop, theater, schouwburg, casino, wedlokaal, en/of een naar de aard en
invloed op de omgeving daarmee gelijk te stellen bedrijf, met uitzondering van
een seksinrichting;
117.
verticale diepte van een gebouw:
de
diepte van een gebouw, gemeten vanaf het peil;
118.
volkstuin:
gronden
waarop niet-bedrijfsmatige teelt van groente en/of fruit en het kweken van
siergewassen wordt uitgeoefend;
119.
volumineuze detailhandel:
detailhandel
in goederen die vanwege de aard en
omvang van de gevoerde artikelen een groot oppervlak nodig heeft voor de
uitstalling, zoals de verkoop van auto’s, boten, caravans, woning- en
tuininrichtingsartikelen, bouwmaterialen, keukens en sanitair;
120.
voorbouwgrens:
de
naar de weg gekeerde bouwgrens, met dien verstande dat, indien een bouwvlak
gericht is op meerdere wegen, de
bouwgrens die door de ligging en/of de situatie ter plaatse als voorbouwgrens
moet worden aangemerkt;
121.
voorgevel:
de
naar de weg gekeerde gevel van een gebouw of, indien het een gebouw betreft met
meer dan één naar de weg gekeerde gevel, de gevel die door de ligging, de situatie ter plaatse
en/of de indeling van het gebouw als voorgevel moet worden aangemerkt;
122.
voorkeurgrenswaarde:
de
bij een bestemmingsplan in acht te nemen maximale waarde voor de
geluidsbelasting van geluidsgevoelige objecten, zoals deze rechtstreeks kan
worden afgeleid uit de Wet geluidhinder en/of het Besluit geluidhinder;
123.
vuurwerkbedrijf:
een
bedrijf dat in hoofdzaak is gericht op de vervaardiging of assemblage van
vuurwerk of de handel in vuurwerk, c.q. de opslag van vuurwerk, en/of de
daarvoor benodigde stoffen;
124.
weg:
alle
voor het openbaar rij- of ander verkeer openstaande wegen of paden, daaronder
begrepen de daarin gelegen kunstwerken, de tot de wegen of paden behorende
bermen en zijkanten, alsmede de aan de weg liggende parkeergelegenheden;
125.
windturbine:
een
bouwwerk dat is bedoeld om met een draailichaam (rotor) door middel van
windvang elektrische energie op te wekken en waarvan de rotor om een
horizontale dan wel om een verticale as draait (horizontale respectievelijk
verticale windturbine);
126.
winkel:
een
gebouw dat een ruimte omvat, welke door zijn indeling kennelijk bedoeld is te
worden gebruikt voor de detailhandel;
127.
woning:
een
complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één
afzonderlijk huishouden c.q. een daarmee gelijk te stellen samenhangende groep
van personen;
128.
wooncentrum:
een
accommodatie met bijbehorende voorzieningen voor de huisvesting van personen
die bij hun normale, dagelijkse functioneren, huishoudelijke, sociale,
sociaal-medische en/of medische begeleiding en/of verzorging behoeven, zoals
bejaarden of gehandicapten;
129.
woongebouw:
een
gebouw, dat meerdere naast elkaar en/of geheel of gedeeltelijk boven elkaar
gelegen woningen omvat met één of meer gemeenschappelijke toegangen en dat qua
uiterlijke verschijningsvorm als een eenheid beschouwd kan worden;
130.
woonhuis:
een
gebouw, dat één woning omvat dan wel twee of meer naast elkaar en/of geheel of
gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen omvat en dat qua uiterlijke
verschijningsvorm als een eenheid beschouwd kan worden;
131.
woonschip:
een
zich in het water bevindend object, dat dient als woning;
132.
woonsituatie:
de
waarde van een gebied voor de woonfunctie die wordt bepaald door de situering
van om die woonfunctie liggende functies en bebouwing, daarbij in het bijzonder
gelet op de daglichttoetreding, het uitzicht, de mate van privacy en het
voorkómen of beperken van hinder;
133.
woonwagen:
een
voor bewoning bestemd gebouw dat is geplaatst op een standplaats en dat in zijn
geheel of in delen kan worden verplaatst.
2. 1.
Bij toepassing van deze regels
wordt als volgt gemeten[1]:
1.
de dakhelling:
langs het dakvlak ten
opzichte van het horizontale vlak;
2. de
goothoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot aan de
bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te
stellen constructiedeel;
3. de
inhoud van een bouwwerk:
tussen de onderzijde van de
begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de
scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen;
4. de
bouwhoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot aan het
hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met
uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes,
en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen;
5. de
oppervlakte van een bouwwerk:
tussen
de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts
geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter
plaatse van het bouwwerk. Onderdelen van het bouwwerk gemeten op meer dan
6. de
lengte, breedte en diepte van een gebouw:
tussen (de lijnen, getrokken
door) de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren);
7. het
bebouwde oppervlak:
de som van de oppervlakken
van alle op een bouwperceel staande gebouwen en overkappingen[2];
8. de
afstand tot de zijdelingse bouwperceelgrens:
de kortste afstand vanaf
enig punt tot de zijdelingse bouwperceelgrens;
9. de
hoogte van een molen:
vanaf het peil tot aan het
hoogste punt van de kap dan wel, bij het ontbreken daarvan, de draaias van de
molen;
10. de
hoogte van een windturbine:
vanaf het peil tot aan de
(wieken)as van de windturbine.
2. 2.
Bij toepassing van het bepaalde
in het plan ten aanzien van het bouwen binnen bouwvlakken of
bestemmingsvlakken, worden afwijkingen ten gevolge van meetverschillen buiten
beschouwing gelaten, mits dat meetverschil, mede gelet op de aard en omvang van
hierdoor toegelaten of toe te laten (bouw)werken of werkzaamheden, als van zeer
beperkte betekenis moet worden aangemerkt.
Artikel
3:
Agrarisch - Bedrijf 1
De voor ‘Agrarisch - Bedrijf
a. gebouwen
ten behoeve van een agrarisch bedrijf met een in hoofdzaak grondgebonden
agrarische bedrijfsvoering, met inbegrip van kassen en torensilo’s;
b. bedrijfswoningen
en de daarbijbehorende gebouwen en overkappingen, ter plaatse van de aanduiding
“bedrijfswoning”;
waarbij, ter plaatse van de
aanduiding “karakteristiek”, de bestaande karakteristieke hoofdvorm zoveel
mogelijk in stand wordt gehouden;
met daaraan ondergeschikt:
c. groenvoorzieningen;
d. parkeervoorzieningen;
e. speelvoorzieningen;
f.
wegen, straten en paden;
g. water;
h. openbare nutsvoorzieningen;
i.
productiegebonden detailhandel;
met de daarbijbehorende:
j.
tuinen, erven en terreinen;
k. bouwwerken,
geen gebouwen zijnde.
3. 2.
Bouwregels
3. 2.
1. Voor
het bouwen van de in lid 3.1. onder a genoemde bedrijfsgebouwen gelden de
volgende regels:
a. een
gebouw zal binnen een bouwvlak worden
gebouwd;
b. ter
plaatse van de aanduiding “maximale goot-, bouwhoogte (m) en maximum
bebouwingspercentage (%)” zal de goothoogte van een gebouw, met uitzondering
van een kas en een torensilo, ten hoogste de in die aanduiding aangegeven
goothoogte, de bouwhoogte van een gebouw, met uitzondering van een kas en een
torensilo, ten hoogste de in die aanduiding aangegeven bouwhoogte en het
bebouwingspercentage van een bouwvlak ten hoogste het in die aanduiding
aangegeven percentage bedragen;
c. het
aantal torensilo’s zal ten hoogste 2 per bouwperceel bedragen;
d. de
bouwhoogte van een torensilo zal ten hoogste
e. de
oppervlakte van een torensilo zal ten hoogste
f.
de goothoogte van een kas zal ten
hoogste
g. de
bouwhoogte van een kas zal ten hoogste
h. de
gezamenlijke oppervlakte van kassen zal ten hoogste
3. 2.
2. Voor
het bouwen van de in lid 3.1. onder b. genoemde bedrijfswoningen en de
daarbijbehorende gebouwen en overkappingen gelden de volgende regels:
a. een
bedrijfswoning zal worden gebouwd ter
plaatse van de aanduiding “bedrijfswoning”;
b. het
aantal bedrijfswoningen zal ten hoogste één per bedrijf bedragen, tenzij in het
bouwvlak een maximum aantal bedrijfswoningen is aangegeven, in welk geval het
aantal bedrijfswoningen ten hoogste het in dat bouwvlak aangegeven aantal zal
bedragen;
c. voor
inpandige bedrijfswoningen zijn de regels van lid 3.2.1. van overeenkomstige
toepassing;
d. voor
niet-inpandige bedrijfswoningen gelden, ter plaatse van de aanduiding
“specifieke bouwaanduiding - a” de volgende regels:
1. de
goothoogte van een bedrijfswoning zal ten hoogste
2. de
bouwhoogte van een bedrijfswoning zal ten hoogste
3. de
dakhelling van een bedrijfswoning zal ten minste 20° en ten hoogste 60°
bedragen;
e. voor
niet-inpandige bedrijfswoningen gelden, ter plaatse van de aanduiding
“specifieke bouwaanduiding - b” de volgende regels:
1. de
goothoogte van een bedrijfswoning zal ten hoogste
2. de
bouwhoogte van een bedrijfswoning zal ten hoogste
3. de
dakhelling van een bedrijfswoning zal ten minste 20° en ten hoogste 60°
bedragen;
f.
de andere gebouwen ten dienste van
de bedrijfswoonfunctie zullen binnen een bouwvlak en bij een op hetzelfde
bouwperceel gelegen bedrijfswoning worden gebouwd;
g. de
goothoogte van andere gebouwen ten dienste van de (be-drijfs)woonfunctie zal
ten hoogste
h. de
bouwhoogte van andere gebouwen ten dienste van de (be-drijfs)woonfunctie zal
ten hoogste
i.
de bouwhoogte van overkappingen ten
dienste van de (be-drijfs)woonfunctie zal ten hoogste
j.
de gezamenlijke oppervlakte van
andere gebouwen en overkappingen ten dienste van de bedrijfswoonfunctie zal ten
hoogste 30% van de oppervlakte van het erf, met een maximum van
k. de
oppervlakte van een vrijstaand gebouw ten dienste van de bedrijfswoonfunctie
zal ten hoogste
tenzij de gronden ter plaatse zijn
aangeduid als “maximum oppervlakte (m²)” en/of “maximale bouwhoogte (m)”, in
welk geval de gezamenlijke oppervlakte en/of de bouwhoogte van andere gebouwen
en overkappingen ten dienste van de bedrijfswoonfunctie ten hoogste de in die
aanduiding aangegeven oppervlakte en/of bouwhoogte zal bedragen.
3. 2.
3. Voor
het bouwen van de in lid 3.1. onder k. genoemde bouwwerken, geen gebouwen
zijnde, gelden de volgende regels:
a. de
bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen zal ten hoogste
b. de
bouwhoogte van de overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zal ten hoogste
1. de
bouwhoogte van masten, niet zijnde antennemasten, en palen ten hoogste
2. de
bouwhoogte van antennemasten ten hoogste
3. 3.
Specifieke
gebruiksregels
Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals
bedoeld in artikel 2.1 eerste lid, onder c van de Wet algemene bepalingen
omgevingsrecht, wordt in ieder geval gerekend:
a. het
gebruik van de in lid 3.1. onder a. genoemde gebouwen voor bewoning, tenzij de
gronden zijn aangeduid als “bedrijfswoning” in welk geval een bedrijfswoning is
toegestaan;
b. het
gebruik van andere gebouwen ten dienste van de bedrijfswoonfunctie dan de
bedrijfswoning voor zelfstandige bewoning;
c. het
gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van een niet grondgebonden
agrarisch bedrijf, tenzij de gronden zijn voorzien van de aanduiding
“specifieke vorm van agrarisch - niet-grondgebonden agrarische neventak”, in
welk geval niet-grondgebonden agrarische neventakken zijn toegestaan tot een
maximale oppervlakte van 40% van de oppervlakte van het grondgebonden agrarisch
bedrijf;
d. het
gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van een niet-agrarisch
bedrijf, tenzij de gronden zijn voorzien van de aanduiding “specifieke vorm van
bedrijf - niet-agrarisch bedrijf”, in welk geval de niet agrarische
bedrijfsactiviteiten zijn toegestaan tot een maximale oppervlakte van 40% van
de oppervlakte van het grondgebonden agrarisch bedrijf;
e. het
gebruik van de gronden en bouwwerken als horecabedrijf;
f.
het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van
detailhandel, met uitzondering van productiegebonden detailhandel;
g. het
gebruik van de gronden als standplaats voor kampeermiddelen, tenzij de gronden
ter plaatse zijn aangeduid als “kampeerterrein”, in welk geval de plaatsing van
ten hoogste 25 kampeermiddelen, niet zijnde stacaravans, is toegestaan;
h. het
gebruik van de gronden, ter plaatse van de aanduiding “kampeerterrein”, als
standplaats voor kampeermiddelen voor de periode 1 november tot 15 maart;
i.
het gebruik van de gronden en
bouwwerken, ter plaatse van de aanduiding “kampeerterrein”, ten behoeve van
permanente bewoning.
3. 4.
Wijzigingsbevoegdheid
3. 4.
1. Burgemeester
en wethouders kunnen ten behoeve van een functieverandering het
bestemmingsplan wijzigen in die zin dat:
a. de
bestemming wordt gewijzigd in de bestemming(en) ‘Wonen - A7’, ‘Wonen - B7’,
‘Wonen – C7’, ‘Tuin’ en/of ‘Agrarisch – Cultuurgrond’, ten behoeve van de
functieverandering van agrarische bedrijfsbebouwing en het daarbijbehorende
bouwperceel, mits:
1. ter
plaatse geen agrarische bedrijfsactiviteiten worden uitgeoefend;
2. de
woonfunctie wordt gerealiseerd binnen de bestaande oppervlakte van de op het
perceel aanwezige bebouwing en, ter plaatse van de aanduiding “karakteristiek”,
de karakteristieke hoofdvorm van (voormalige) agrarische bedrijfsbebouwing
behouden blijft;
3. erfbebouwing
in de vorm van silo’s, mestopslag, kassen, en dergelijke zal worden gesloopt;
b. de
bestemming wordt gewijzigd in de bestemming(en) ‘Bedrijf –
1. de
uitoefening van de betreffende functie plaatsvindt binnen de bestaande
oppervlakte aan gebouwen en het bijbehorende erf;
2. erfbebouwing
in de vorm van silo’s, mestopslag, kassen, en dergelijke zullen worden
gesloopt;
3. de
betreffende functie qua aard en schaal is afgestemd op de verzorgingsfunctie
van de omringende kernen;
4. vestiging
niet leidt tot een duurzame ontwrichting van het in het betrokken gebied
bestaande voorzieningenpatroon in de desbetreffende sector, die niet door een
dringende reden wordt gerechtvaardigd;
5. de
bestaande woonfunctie bij het bedrijf gehandhaafd blijft;
6. het
geen geluidszoneringsplichtige inrichtingen, risicovolle inrichtingen en/of
vuurwerkbedrijven betreft.
3. 4.
2. Burgemeester
en wethouders kunnen ten behoeve van een functieverbreding het bestemmingsplan
wijzigen in die zin dat:
a. de
aanduiding “specifieke vorm van agrarisch - niet-grondgebonden agrarische
neventak”, ten behoeve van niet-grondgebonden agrarische neventakken wordt
aangebracht, mits:
1. de
niet-grondgebonden agrarische neventakken ten hoogste 40% van de oppervlakte
van het grondgebonden agrarisch bedrijf bedragen;
2. de
milieubelastingnormen, in het bijzonder ten aanzien van stankhinder, mestafzet
en ammoniakemissie in acht kunnen worden genomen;
b. de
aanduiding “specifieke vorm van bedrijf - niet-agrarisch bedrijf”, ten behoeve
van niet-agrarische bedrijfsactiviteiten wordt aangebracht, mits:
1. de
niet agrarische bedrijfsactiviteiten ten hoogste 40% van de oppervlakte van het
grondgebonden agrarisch bedrijf bedragen;
2. de
uitoefening van de betreffende functie plaatsvindt binnen de bestaande
oppervlakte aan gebouwen en het bijbehorende erf;
3. de
betreffende functie qua aard en schaal is afgestemd op de verzorgingsfunctie
van de omringende kernen;
4. vestiging
niet leidt tot een duurzame ontwrichting van het in het betrokken gebied
bestaande voorzieningenpatroon in de desbetreffende sector, die niet door een
dringende reden wordt gerechtvaardigd;
5. indien
het een functieverandering naar een verblijfsrecreatieve functie betreft, de
verblijfsrecreatieve functie betrekking heeft op logiesverstrekking in de vorm
van recreatieve appartementen, een kampeerboerderij, een groepsverblijf of een
pension;
6. het
geen geluidszoneringsplichtige inrichtingen, risicovolle inrichtingen en/of
vuurwerkbedrijven betreft;
c. de
aanduiding “kampeerterrein” wordt aangebracht, mits:
1. ten
hoogste 25 kampeermiddelen, niet zijnde stacaravans, per bouwperceel worden
geplaatst;
2. het
kamperen niet binnen de periode van 1 november tot 15 maart zal plaatsvinden;
3. het
kamperen direct aansluitend op de erven van de agrarische percelen zal
plaatsvinden;
4. sanitaire
voorzieningen zoveel mogelijk zullen worden ondergebracht in de bestaande
(agrarische) bebouwing;
5. het
perceel waarop gekampeerd zal worden op een afstand van ten minste
6. het
kamperen inpasbaar zal zijn in het landschap door eventueel (afhankelijk van
het landschapstype, open dan wel besloten) gebruik te maken van afschermende
erfbeplanting, waarbij de breedte van de erfbeplanting ten minste
7. de
situering, de omvang en het gebruik de kleinschaligheid van het kamperen
beogen.
3. 4.
3. Burgemeester
en wethouders kunnen ten behoeve van een verruiming van de bestaande functie
het bestemmingsplan wijzigen in die zin dat:
a. de
oppervlakte van een aangegeven bouwvlak wordt vergroot dan wel de ligging van
een aangegeven bouwvlak wordt gewijzigd, mits:
1. deze
wijzigingsbevoegdheid uitsluitend wordt toegepast ten behoeve van de
uitoefening van de grondgebonden agrarische bedrijfsvoering;
2. de
vergroting ten hoogste 25% van de oppervlakte van het bouwvlak zal bedragen;
3. de
afstand ten opzichte van de zijdelingse bouwperceelgrens ten minste
b. de
oppervlakte van de aanduiding “bedrijfswoning” wordt vergroot dan wel de
ligging van de aanduiding “bedrijfswoning” wordt gewijzigd, mits:
1. de
oppervlakte van de aanduiding ten hoogste
2. de
afstand ten opzichte van de zijdelingse bouwperceelgrens ten minste
3. de
geluidsbelasting van geluidsgevoelige objecten niet hoger is dan de geldende
voorkeursgrenswaarde of een vastgestelde hogere grenswaarde;
c. in
een aanduiding “maximale bouwhoogte” een grotere bouwhoogte voor het bouwen van
bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wordt aangegeven, mits:
-
de bouwhoogte van andere bouwwerken, geen
gebouwen zijnde, ten hoogste
d. de
aanduiding “karakteristiek” wordt aangebracht, indien door
verbeterwerkzaamheden dan wel door veranderde inzichten een niet als
karakteristiek aangeduid gebouw (weer) karakteristiek wordt;
e. de
aanduiding “karakteristiek” geheel of gedeeltelijk wordt verwijderd, mits:
1. de
karakteristieke hoofdvorm niet langer aanwezig is en niet zonder ingrijpende
wijzigingen aan het gebouw kan worden hersteld;
2. de
karakteristieke hoofdvorm in zijn geheel redelijkerwijs niet te handhaven is in
relatie tot de functie die het gebouw moet of uitsluitend nog kan vervullen.
3. 4.
4. Burgemeester
en wethouders kunnen toepassing geven aan de in de leden 3.4.1., 3.4.2. en
3.4.3. bedoelde wijzigingsbevoegdheden, mits:
a. ingeval
van de in lid 3.4.1. onder a. bedoelde wijzigingsbevoegdheid de te bouwen
woningen in overeenstemming zijn met het vigerende gemeentelijk en provinciaal
woningbouwbeleid;
b. er
sprake is van een goede landschappelijke inpassing van de bebouwing en de
gronden als één aaneengesloten geheel worden ingericht;
c. de
bestaande verkeersafwikkeling niet onevenredig zal worden belast en het
parkeren op het eigen terrein plaatsvindt;
d. de
geluidsbelasting van geluidsgevoelige objecten niet hoger is dan de geldende
voorkeursgrenswaarde of een vastgestelde hogere grenswaarde;
e. hierdoor
geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan
1. het straat- en bebouwingsbeeld;
2. de milieusituatie;
3. de woonsituatie;
4. de landschappelijke waarden;
5. de cultuurhistorische waarden;
6. de archeologische waarden;
7. de natuurwaarden;
8. de verkeersveiligheid;
9. de ontsluitingssituatie;
10. de parkeersituatie;
11. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
Artikel 4:
Agrarisch -
Cultuurgrond
4. 1.
Bestemmingsomschrijving
De
voor ‘Agrarisch – Cultuurgrond’ aangewezen gronden zijn bestemd voor:
a.
cultuurgrond;
b.
gebouwen en overkappingen ten
behoeve van een agrarisch bedrijf voor het tijdelijk onderbrengen van vee en/of
de tijdelijke opslag van gewassen en/of agrarische producten;
c.
een ijsbaan en gebouwen ten behoeve
van een ijsbaan, ter plaatse van de aanduiding “ijsbaan”;
d.
sloten, bermen en beplanting;
met
daaraan ondergeschikt:
e.
het behoud, het herstel en de
ontwikkeling van de landschappelijke waarden van het woudenlandschap, ter
plaatse van de aanduiding “specifieke vorm van agrarisch met waarden -
woudenlandschap”;
f.
het behoud, het herstel en de
ontwikkeling van de landschappelijke waarden van het open landschap, indien de
gronden ter plaatse niet zijn aangeduid als “specifieke vorm van
agrarisch met waarden - woudenlandschap”;
g.
paden en kavelontsluitingswegen;
h.
groenvoorzieningen;
i.
parkeervoorzieningen;
j.
water;
k.
het recreatief medegebruik;
l.
waterhuishoudkundige voorzieningen;
m.
openbare nutsvoorzieningen;
met
de daarbijbehorende:
n.
bouwwerken, geen gebouwen zijnde,
waaronder kunstwerken.
4. 2.
Bouwregels
4. 2. 1. Voor het bouwen van de in
lid 4.1. onder b. genoemde gebouwen en overkappingen gelden de volgende regels:
a.
een gebouw of een overkapping zal
binnen een bouwvlak worden gebouwd;
b.
ter plaatse van de aanduiding
“maximale goot-, bouwhoogte (m) en maximum bebouwingspercentage (%)” zal de
goothoogte van een gebouw, met uitzondering van een kas en een torensilo, ten
hoogste de in die aanduiding aangegeven goothoogte, de bouwhoogte van een
gebouw, met uitzondering van een kas en een torensilo, ten hoogste de in die
aanduiding aangegeven bouwhoogte en het bebouwingspercentage van een bouwvlak
ten hoogste het in die aanduiding aangegeven percentage bedragen
4. 2. 2. Voor het bouwen van de in
lid 4.1. onder c. genoemde gebouwen ten behoeve van een ijsbaan gelden de
volgende regels:
a.
een gebouw zal worden gebouwd ter
plaatse van de aanduiding “ijsbaan”;
b.
een gebouw zal binnen een bouwvlak
worden gebouwd;
c.
ter plaatse van de aanduiding
“maximale goot-, bouwhoogte (m) en maximum bebouwingspercentage (%)” zal de
goothoogte van een gebouw ten hoogste de in die aanduiding aangegeven
goothoogte, de bouwhoogte van een gebouw ten hoogste de in die aanduiding
aangegeven bouwhoogte en het bebouwingspercentage van een bouwvlak ten hoogste
het in die aanduiding aangegeven percentage bedragen.
4. 2. 3. Voor het bouwen van de in
lid 4.1. onder n. genoemde bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende
regels:
a.
de bouwhoogte van erf- en
terreinafscheidingen zal ten hoogste
b.
de bouwhoogte van de overige
bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zal ten hoogste
4. 3.
Specifieke
gebruiksregels
Tot
een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 2.1 eerste
lid, onder c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, wordt in ieder
geval gerekend:
a.
het gebruik van de gronden en
bouwwerken voor het opslaan van mest;
b.
het gebruik van de gronden als
standplaats voor kampeermiddelen.
4. 4.
Omgevingsvergunning
voor het uitvoeren van een werk, geen gebouw zijnde, of van werkzaamheden
4. 4. 1. Het is verboden zonder of in
afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken,
geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren, te doen of laten
uitvoeren:
a.
het aanplanten van bomen en/of
houtgewas, al dan niet ten behoeve van houtteelt over een oppervlakte van meer
dan
b.
het verharden van perceel- en/of
kavelontsluitingswegen met een grotere breedte dan
c.
het aanbrengen van oppervlakteverhardingen,
niet zijnde perceel- en/of kavelontsluitingswegen, met een oppervlakte van meer
dan
d.
het aanleggen van verharde en
halfverharde paden;
e.
het afgraven, ophogen of egaliseren
van gronden over een oppervlakte groter dan
f.
het aanleggen van voorzieningen ten
behoeve van het recreatief medegebruik;
g.
het graven, verdiepen, uitbaggeren,
dempen of verbreden van watergangen langs houtsingels, ter plaatse van de
aanduiding "specifieke vorm van agrarisch met waarden -
woudenlandschap";
h.
het graven of dempen van
watergangen, uitsluitend indien dit een wijziging van het kavelpatroon tot
gevolg heeft;
i.
het geheel of gedeeltelijk verwijderen
van dykswâlen.
4. 4. 2. Het bepaalde in lid 4.4.1.
is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden,
die:
a.
het normale onderhoud betreffen;
b.
reeds in uitvoering zijn op het
tijdstip van het van kracht worden van het plan;
c.
noodzakelijk zijn voor het
aansluiten van bouwwerken op het net van openbare nutsvoorzieningen.
4. 4. 3. De in lid 4.4.1. genoemde
vergunning kan slechts worden verleend, indien geen onevenredige afbreuk wordt
gedaan aan de landschappelijke en/of natuurwaarden van de gronden.
4. 5.
Wijzigingsbevoegdheid
4. 5. 1. Burgemeester en wethouders
kunnen ten behoeve van een functieverandering het bestemmingsplan wijzigen in
die zin dat:
a.
de bestemming wordt gewijzigd in de
bestemming(en) ‘Agrarisch - Bedrijf
1.
er sprake is van een bestaand
volwaardig agrarisch bedrijf in omvang en oppervlakte grond;
2.
de aanvrager zijn hoofdberoep heeft
in de landbouw;
3.
er sprake is van een zodanige
bedrijfsopzet dat het bedrijf ook op langere termijn perspectief biedt als
volwaardig bedrijf;
4.
de gezamenlijke oppervlakte van de
bouwvlakken ten hoogste
5.
de nieuwe bouwvlakken in de
onmiddellijke nabijheid van de bestaande bouwvlakken van het oorspronkelijke
agrarische bedrijf worden gesitueerd;
6.
bij vergroting van het bouwvlak de
noodzaak is aangetoond door middel van een bedrijfsplan, waarin het
ontwikkelingsperspectief van het agrarisch bedrijf voor minimaal 3 jaar is
aangegeven;
b.
de bestemming wordt gewijzigd in de
bestemming(en) ‘Natuur –
1.
de wijziging passend is binnen het
rijks- en provinciale beleid aangaande de Ecologische Hoofdstructuur;
2.
de wijziging betrekking heeft op
gronden die:
met
betrekking tot de externe productieomstandigheden reeds beperkingen ondervinden
en/of die landbouwkundig beperkte gebruiksmogelijkheden hebben dan wel;
nodig
zijn voor de afronding van natuurgebieden dan wel;
liggen
in het traject van een ecologische verbindingszone;
3.
de betreffende gronden door een
natuurbeschermingsorganisatie zijn verworven;
4.
rekening wordt gehouden met
voorzienbare nieuwe infrastructuur, dorpsuitbreidingen en (uitbreiding van)
bedrijventerrein, zoals onder meer opgenomen in de Structuurvisie “Finster op
romte” en de Woonvisie “Finster op wenjen”;
c.
de bestemming wordt gewijzigd in de
bestemming ‘Bos’, mits:
1.
een afstand van ten minste
2.
indien het een wijziging in het
open landschap betreft, bosbouw tot een oppervlakte van ten hoogste
4. 5. 2. Burgemeester en wethouders
kunnen ten behoeve van een functieverbreding het bestemmingsplan wijzigen in
die zin dat:
a.
de aanduiding “kampeerterrein”
wordt aangebracht, mits:
1.
er sprake is van een bestaand
kampeerterrein bij een agrarisch bedrijf, waarop wordt aangesloten;
2.
deze wijzigingsbevoegdheid in
combinatie met de wijzigingsbevoegdheid genoemd in de bestemming
‘Agrarisch - Bedrijf
3.
ten hoogste 25 kampeermiddelen,
niet zijnde stacaravans, per terrein worden geplaatst;
4.
het kamperen niet binnen de periode
van 1 november tot 15 maart zal plaatsvinden;
5.
het kamperen direct aansluitend op
de erven van de agrarische percelen zal plaatsvinden;
6.
sanitaire voorzieningen zoveel
mogelijk zullen worden ondergebracht in de bestaande (agrarische) bebouwing;
7.
het perceel waarop gekampeerd zal
worden op een afstand van ten minste
8.
het kamperen inpasbaar zal zijn in
het landschap door eventueel (afhankelijk van het landschapstype, open dan wel
besloten) gebruik te maken van afschermende erfbeplanting;
9.
de situering, de omvang en het
gebruik de kleinschaligheid van het kamperen beogen;
b.
de aanduiding “ijsbaan” wordt
aangebracht;
c.
de aanduiding “ijsbaan” wordt
verwijderd, indien ter plaatse geen ijsbaan meer aanwezig is;
d.
de aanduiding “volkstuin” wordt
aangebracht.
4. 5. 3. Burgemeester en wethouders
kunnen ten behoeve van een verruiming van de bestaande functie het
bestemmingsplan wijzigen in die zin dat:
a.
een nieuw bouwvlak wordt
aangegeven, mits:
1.
er sprake is van een bestaand
volwaardig agrarisch bedrijf in omvang en oppervlakte grond dan wel van een
reële verwachting dat het bedrijf binnen redelijke termijn tot een volwaardige
omvang zal uitgroeien (reële agrarische bedrijfsvoering);
2.
de aanvrager zijn hoofdberoep heeft
in de landbouw;
3.
er sprake is van een zodanige
bedrijfsopzet dat het bedrijf ook op langere termijn perspectief biedt als
volwaardig bedrijf;
4.
de oppervlakte ten hoogste
5.
een afstand van ten minste
4. 5. 4. Burgemeester en wethouders
kunnen toepassing geven aan de in de leden 4.5.1., 4.5.2 en 4.5.3. bedoelde
wijzigingsbevoegdheden, mits:
a.
er sprake is van een goede
landschappelijke inpassing van de bebouwing en de gronden als één
aaneengesloten geheel worden ingericht;
b.
de bestaande verkeersafwikkeling
niet onevenredig zal worden belast en het parkeren op het eigen terrein
plaatsvindt;
c.
de geluidsbelasting van
geluidsgevoelige objecten niet hoger is dan de geldende voorkeursgrenswaarde of
een vastgestelde hogere grenswaarde;
d. hierdoor
geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan
het straat- en bebouwingsbeeld;
1. de milieusituatie;
2. de woonsituatie;
3. de landschappelijke waarden;
4. de cultuurhistorische waarden;
5. de archeologische waarden;
6. de natuurwaarden;
7. de verkeersveiligheid;
8. de ontsluitingssituatie;
9. de parkeersituatie;
10. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
5. 1.
Bestemmingsomschrijving
De voor ‘Bedrijf –
a.
gebouwen ten behoeve van:
1.
bedrijven die zijn genoemd in
bijlage 1 onder de categorieën 1, 2 en 3 en bedrijven die naar de aard en de
invloed op de omgeving daarmee gelijk te stellen zijn, met uitzondering van
geluidszoneringsplichtige inrichtingen, risicovolle inrichtingen en/of
vuurwerkbedrijven;
met daaraan ondergeschikt:
b.
restauratieve voorzieningen;
c.
groenvoorzieningen;
d.
parkeervoorzieningen;
e.
speelvoorzieningen;
f.
wegen, straten en paden;
g.
water;
h.
openbare nutsvoorzieningen;
i.
productiegebonden detailhandel, met
uitzondering van detailhandel in voeding- en genotmiddelen;
met de daarbijbehorende:
j.
tuinen, erven en terreinen;
k.
bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
5. 2.
Bouwregels
5. 2.
1. Voor
het bouwen van de in lid 5.1. onder a. genoemde bedrijfsgebouwen gelden de
volgende regels:
a.
een gebouw zal binnen een bouwvlak worden gebouwd;
b. ter plaatse van de aanduiding “maximale goot-, bouwhoogte (m) en maximum bebouwingspercentage (%)” zal de goothoogte van een gebouw ten hoogste de in die aanduiding aangegeven goothoogte, de bouwhoogte van een gebouw ten hoogste de in die aanduiding aangegeven bouwhoogte en het bebouwingspercentage van een bouwvlak ten hoogste het in die aanduiding aangegeven percentage bedragen.
5. 2.
2. Voor
het bouwen van de in lid 5.1. onder k. genoemde bouwwerken, geen gebouwen
zijnde, gelden de volgende regels:
a.
de bouwhoogte van erf- en
terreinafscheidingen zal ten hoogste
b.
de bouwhoogte van de overige
bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zal ten hoogste
1.
de bouwhoogte van masten, niet zijnde
antennemasten, en palen ten hoogste
2.
de bouwhoogte van antennemasten ten
hoogste
tenzij de aanduiding
“maximale bouwhoogte” is aangegeven, in welk geval de bouwhoogte van
bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten hoogste de in die aanduiding aangegeven
bouwhoogte zal bedragen.
5. 3.
Specifieke
gebruiksregels
Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals
bedoeld in artikel 2.1 eerste lid, onder c van de Wet algemene bepalingen
omgevingsrecht, wordt in ieder geval gerekend:
a.
het gebruik van de in lid 5.1.
onder a. genoemde bedrijfsgebouwen voor bewoning;
b.
het gebruik van andere gebouwen ten
dienste van de bedrijfswoonfunctie dan de bedrijfswoning voor zelfstandige
bewoning;
c.
het gebruik van de gronden en
bouwwerken ten behoeve van bedrijven, anders dan die welke zijn genoemd in
bijlage 1 onder de categorieën 1 t/m 3 en bedrijven die naar de aard en de
invloed op de omgeving daarmee gelijk te stellen zijn;
d.
het gebruik van de gronden en
bouwwerken als horecabedrijf;
e.
het gebruik van de gronden
bouwwerken ten behoeve van detailhandel, met uitzondering van:
1.
productiegebonden detailhandel,
niet zijnde detailhandel in voeding- en genotmiddelen;
f.
het gebruik van de gronden en
bouwwerken ten behoeve van een verkooppunt van motorbrandstoffen.
5. 4.
Wijzigingsbevoegdheid
5. 4.
1. Burgemeester
en wethouders kunnen het bestemmingsplan wijzigen in die zin dat:
a.
de oppervlakte van een aangegeven
bouwvlak wordt vergroot dan wel de ligging van een aangegeven bouwvlak wordt
gewijzigd, mits:
1.
de vergroting ten hoogste 25% van
de oppervlakte van het bouwvlak zal bedragen;
2.
de afstand ten opzichte van de
zijdelingse bouwperceelgrens ten minste
b.
in een bouwvlak in een aanduiding
“maximale goot-, bouwhoogte (m) en maximum bebouwingspercentage (%)” een andere
goothoogte en/of andere bouwhoogte en/of ander bebouwingspercentage wordt
aangegeven, mits:
1.
het bebouwingspercentage van het
bouwperceel ten hoogste 80% zal bedragen;
2.
de goothoogte van een gebouw ten
hoogste
3.
de bouwhoogte van een gebouw ten
hoogste
c.
in een aanduiding “maximale
bouwhoogte” een grotere bouwhoogte voor het bouwen van bouwwerken, geen
gebouwen zijnde, wordt aangegeven, mits:
-
de bouwhoogte van andere bouwwerken, geen
gebouwen zijnde, ten hoogste
d.
de aanduiding “karakteristiek” wordt
aangebracht, indien door verbeterwerkzaamheden dan wel door veranderde
inzichten een niet als karakteristiek aangeduid gebouw (weer) karakteristiek
wordt;
e.
de bestemming wordt gewijzigd in de
bestemming(en) ‘Wonen - A1’, ‘Wonen – A2’, ‘Wonen – A3’, ‘Wonen – A4’, ‘Wonen –
A5’, ‘Wonen – A6’, ‘Wonen - B1’, ‘Wonen – B2’, ‘Wonen – B3’, ‘Wonen – B4’,
‘Wonen – B5’, ‘Wonen – B6’, ‘Wonen - C1’, ‘Wonen – C2’, ‘Wonen – C3’, ‘Wonen –
C4’, ‘Wonen – C5’, ‘Wonen – C6’, en/of ‘Tuin’, mits:
1.
ter plaatse geen bedrijf meer wordt
uitgeoefend;
2.
de te bouwen woningen in
overeenstemming zijn met het vigerende gemeentelijk en provinciaal
woningbouwbeleid;
3.
de geluidsbelasting van
geluidsgevoelige objecten niet hoger is dan de geldende voorkeursgrenswaarde of
een vastgestelde hogere grenswaarde.
5. 4.
2. Burgemeester
en wethouders kunnen toepassing geven aan de in lid 5.4.1. bedoelde
wijzigingsbevoegdheden indien hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan
aan
1. het straat- en bebouwingsbeeld;
2. de milieusituatie;
3. de woonsituatie;
4. de landschappelijke waarden;
5. de cultuurhistorische waarden;
6. de archeologische waarden;
7. de natuurwaarden;
8. de verkeersveiligheid;
9. de ontsluitingssituatie;
10. de parkeersituatie;
11. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
6. 1.
Bestemmingsomschrijving
De
voor ‘Bos’ aangewezen gronden zijn bestemd voor:
a. bos
en bebossing, waaronder houtsingels;
waarbij
de bestaande landschappelijke en natuurwaarden van de gronden zoveel mogelijk
in stand worden gehouden;
met daaraan ondergeschikt:
b. water;
c. openbare
nutsvoorzieningen;
met
de daarbijbehorende:
d. bouwwerken,
geen gebouwen zijnde.
6. 2.
Bouwregels
6. 2. 1. Voor het bouwen van de in
lid 6.1. onder d. genoemde bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende
regels:
a. de
bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen zal ten hoogste
-
de bouwhoogte van de overige bouwwerken, geen
gebouwen zijnde, zal ten hoogste
b. er
zullen geen windturbines worden gebouwd.
6. 3.
Omgevingsvergunning
voor het uitvoeren van een werk, geen gebouw zijnde of van werkzaamheden
6. 3. 1. Het is verboden zonder of in
afwijking van een vergunning van het bevoegde gezag de volgende werken, geen
bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren, te doen of te laten
uitvoeren:
a. het
geheel of gedeeltelijk verwijderen van bomen en/of opgaande beplanting waardoor
een houtsingel geheel of gedeeltelijk teniet gaat.
6. 3. 2. Het in lid 6.3.1. vervatte
verbod is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, en
werkzaamheden welke:
a. het
normale onderhoud betreffen;
b. reeds
in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan;
c. noodzakelijk
zijn voor het aansluiten van bouwwerken op het net van openbare
nutsvoorzieningen.
6. 3. 3. De in lid 6.3.1. genoemde
vergunning kan slechts worden verleend, indien geen onevenredige afbreuk wordt
gedaan aan de landschappelijke of natuurwaarden van de gronden.
Artikel 7:
Groen -
Groenvoorzieningen
7. 1.
Bestemmingsomschrijving
De voor ‘Groen – Groenvoorzieningen’ aangewezen gronden
zijn bestemd voor:
a.
groenvoorzieningen;
b.
bermen en beplanting;
c.
paden;
d.
water;
met daaraan ondergeschikt:
e.
het recreatief medegebruik;
f.
geluidwerende voorzieningen;
g.
wegen en straten;
h.
tuinen;
i.
parkeervoorzieningen;
j.
speelvoorzieningen;
k.
openbare nutsvoorzieningen;
met de daarbijbehorende:
l.
verhardingen;
m.
bouwwerken, geen gebouwen zijnde,
waaronder kunstobjecten.
7. 2.
Bouwregels
7. 2.
1. Voor
het bouwen van de in lid 7.1. onder m. genoemde bouwwerken, geen gebouwen
zijnde, gelden de volgende regels:
a.
de bouwhoogte van masten, niet
zijnde antennemasten, en palen zal ten hoogste
b.
de bouwhoogte van de overige
bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zal ten hoogste
c.
er zullen geen windturbines worden
gebouwd.
7. 3. Wijzigingsbevoegdheid
7. 3.
1. Burgemeester
en wethouders kunnen het bestemmingsplan wijzigen in die zin dat:
a.
een nieuw bouwvlak wordt
aangegeven, mits:
-
de oppervlakte ten hoogste
b.
de bestemming wordt gewijzigd in de
bestemming ‘Bedrijf - Nutsbedrijf, nutsvoorziening’ ten behoeve van de bouw van
transformatiehuisjes en gasdruk- en regelstations, mits:
-
de oppervlakte ten hoogste
7. 3.
2. Burgemeester
en wethouders kunnen toepassing geven aan de in lid 7.3.1. bedoelde
wijzigingsbevoegdheden indien hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan
1. het straat- en bebouwingsbeeld;
2. de milieusituatie;
3. de woonsituatie;
4. de landschappelijke waarden;
5. de cultuurhistorische waarden;
6. de archeologische waarden;
7. de natuurwaarden;
8. de verkeersveiligheid;
9. de ontsluitingssituatie;
10. de parkeersituatie;
11. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
Artikel
8:
Horeca - 1
8. 1.
Bestemmingsomschrijving
De voor ‘Horeca –
a.
gebouwen ten behoeve van
horecabedrijven categorie 1;
met daaraan ondergeschikt:
b.
groenvoorzieningen;
c.
parkeervoorzieningen;
d.
speelvoorzieningen;
e.
wegen, straten en paden;
f.
water;
g.
openbare nutsvoorzieningen;
met de daarbijbehorende:
h.
tuinen, erven en terreinen;
i.
bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
8. 2.
Bouwregels
8. 2.
1. Voor
het bouwen van de in lid 8.1. onder a. genoemde gebouwen gelden de volgende
regels:
a.
een gebouw zal binnen een bouwvlak worden gebouwd;
b.
ter plaatse van de aanduiding
“maximale goot-, bouwhoogte (m) en maximum bebouwingspercentage (%)” zal de
goothoogte van een gebouw ten hoogste de in die aanduiding aangegeven
goothoogte, de bouwhoogte van een gebouw ten hoogste de in die aanduiding
aangegeven bouwhoogte en het bebouwingspercentage van een bouwvlak ten hoogste
het in die aanduiding aangegeven percentage bedragen.
8. 2.
2. Voor
het bouwen van de in lid 8.1. onder i. genoemde bouwwerken, geen gebouwen
zijnde, gelden de volgende regels:
a.
de bouwhoogte van erf- en
terreinafscheidingen zal ten hoogste
b.
de bouwhoogte van de overige
bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zal ten hoogste
-
de bouwhoogte van masten, niet zijnde
antennemasten, en palen ten hoogste
tenzij de aanduiding
“maximale bouwhoogte” is aangegeven, in welk geval de bouwhoogte van
bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten hoogste de in die aanduiding aangegeven
bouwhoogte zal bedragen.
8. 3.
Specifieke
gebruiksregels
Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 2.1 eerste lid, onder c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, wordt in ieder geval gerekend:
a.
het gebruik van de in lid 8.1.
onder a. genoemde bedrijfsgebouwen voor bewoning;
b.
het gebruik van de gronden en
bouwwerken ten behoeve van horecadoeleinden, anders dan als horecabedrijven
categorie 1;
c.
het gebruik van de gronden en
bouwwerken ten behoeve van detailhandel.
8. 4.
Wijzigingsbevoegdheid
8. 4.
1. Burgemeester
en wethouders kunnen het bestemmingsplan wijzigen in die zin dat:
a.
de oppervlakte van een aangegeven
bouwvlak wordt vergroot dan wel de ligging van een aangegeven bouwvlak wordt
gewijzigd, mits:
1.
de vergroting ten hoogste 25% van
de oppervlakte van het bouwvlak zal bedragen;
2.
de afstand ten opzichte van de
zijdelingse bouwperceelgrens ten minste
b.
de aanduiding “karakteristiek” wordt
aangebracht, indien door verbeterwerkzaamheden dan wel door veranderde
inzichten een niet als karakteristiek aangeduid gebouw (weer) karakteristiek
wordt.
8. 4.
2. Burgemeester
en wethouders kunnen toepassing geven aan de in lid 8.4.1. bedoelde
wijzigingsbevoegdheden indien hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan
aan
1. het straat- en bebouwingsbeeld;
2. de milieusituatie;
3. de woonsituatie;
4. de landschappelijke waarden;
5. de cultuurhistorische waarden;
6. de archeologische waarden;
7. de natuurwaarden;
8. de verkeersveiligheid;
9. de ontsluitingssituatie;
10. de parkeersituatie;
11. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
Artikel
9:
Maatschappelijk -
Begraafplaats
9. 1.
Bestemmingsomschrijving
De voor ‘Maatschappelijk – Begraafplaats’ aangewezen
gronden zijn bestemd voor:
a.
een begraafplaats;
b.
gebouwen ten behoeve van onderhoud
en beheer van een begraafplaats;
met
daaraan ondergeschikt:
c.
groenvoorzieningen;
d.
parkeervoorzieningen;
e.
wegen, straten en paden;
f.
water;
g.
openbare nutsvoorzieningen;
met de daarbijbehorende:
h.
tuinen, erven en terreinen;
i.
bouwwerken, geen gebouwen zijnde,
waaronder (graf)monumenten, gedenktekens en kunstobjecten.
9. 2.
Bouwregels
9. 2.
1. Voor
het bouwen van de in lid 9.1. onder b. genoemde gebouwen gelden de volgende
regels:
a. het
aantal gebouwen zal ten hoogste 1 bedragen;
b. de
oppervlakte van een gebouw zal ten hoogste
c. de
bouwhoogte van een gebouw zal ten hoogste
9. 2.
2. Voor
het bouwen van de in lid 9.1. onder i. genoemde bouwwerken, geen gebouwen
zijnde, gelden de volgende regels:
a.
de bouwhoogte van erf- en
terreinafscheidingen zal ten hoogste
b.
de bouwhoogte van de overige bouwwerken,
geen gebouwen zijnde, zal ten hoogste
-
de bouwhoogte van masten, palen, gedenktekens en
kunstobjecten ten hoogste
9. 3.
Wijzigingsbevoegdheid
9. 3.
1. Burgemeester
en wethouders kunnen het bestemmingsplan wijzigen in die zin dat:
a.
de bestemming wordt gewijzigd in de
bestemming ‘Bedrijf – Nutsbedrijf, nutsvoorziening’ ten behoeve van de bouw van
transformatiehuisjes en gasdruk- en regelstations, mits:
-
de oppervlakte ten hoogste
9. 3.
2. Burgemeester
en wethouders kunnen toepassing geven aan de in lid 9.3.1. bedoelde
wijzigingsbevoegdheden indien hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan
aan
1. het straat- en bebouwingsbeeld;
2. de milieusituatie;
3. de woonsituatie;
4. de landschappelijke waarden;
5. de cultuurhistorische waarden;
6. de archeologische waarden;
7. de natuurwaarden;
8. de verkeersveiligheid;
9. de ontsluitingssituatie;
10. de parkeersituatie;
11. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
Artikel 10: Maatschappelijk – Onderwijs
10. 1.
Bestemmingsomschrijving
De voor ‘Maatschappelijk – Onderwijs’ aangewezen gronden
zijn bestemd voor:
a. gebouwen ten behoeve van educatieve en informatieve voorzieningen en kinderopvang;
met daaraan ondergeschikt:
b. restauratieve voorzieningen;
c. groenvoorzieningen;
d. parkeervoorzieningen;
e. speelvoorzieningen;
f. wegen, straten en paden;
g. water;
h. openbare nutsvoorzieningen;
met de daarbijbehorende:
i. tuinen, erven en terreinen;
j. bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
10. 2.
Bouwregels
10.
2. 1. Voor
het bouwen van de in lid 10.1. onder a. genoemde gebouwen gelden de volgende
regels:
a. een gebouw zal binnen een bouwvlak worden gebouwd;
b.
ter plaatse van de aanduiding
“maximale goot-, bouwhoogte (m) en maximum bebouwingspercentage (%)” zal de
goothoogte van een gebouw ten hoogste de in die aanduiding aangegeven
goothoogte, de bouwhoogte van een gebouw ten hoogste de in die aanduiding
aangegeven bouwhoogte en het bebouwingspercentage van een bouwvlak ten hoogste
het in die aanduiding aangegeven percentage bedragen.
10.
2. 2. Voor
het bouwen van de in lid 10.1. onder j. genoemde bouwwerken, geen gebouwen
zijnde, gelden de volgende regels:
a. de
bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen zal ten hoogste
b. de
bouwhoogte van de overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zal ten hoogste
1. de
bouwhoogte van masten, niet zijnde antennemasten, en palen ten hoogste
2. de
bouwhoogte van antennemasten ten hoogste
tenzij de aanduiding
“maximale bouwhoogte” is aangegeven, in welk geval de bouwhoogte van
bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten hoogste de in die aanduiding aangegeven
bouwhoogte zal bedragen.
10. 3.
Specifieke
gebruiksregels
Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 2.1 eerste lid, onder c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, wordt in ieder geval gerekend:
a. het gebruik van de in lid 10.1. onder a. genoemde gebouwen voor bewoning;
b. het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van bedrijfsdoeleinden;
c. het gebruik van de gronden en bouwwerken als horecabedrijf;
d. het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van detailhandel.
10. 4.
Wijzigingsbevoegdheid
10.
4. 1. Burgemeester
en wethouders kunnen het bestemmingsplan wijzigen in die zin dat:
a. de
bestemming wordt gewijzigd in de
bestemming(en) “Maatschappelijk – Medisch’, ‘Maatschappelijk – Openbare
dienstverlening’, ‘Maatschappelijk – Opvangcentrum’, ‘Maatschappelijk –
Religie’ en/of ‘Maatschappelijk – Sociaal-cultureel’, mits:
1. de
betreffende functie op een adequate wijze wordt ontsloten;
2. er
voldoende parkeergelegenheden in het gebied aanwezig zijn;
b. de
bestemming wordt gewijzigd in de bestemming(en) ‘Wonen - A1’, ‘Wonen – A2’,
‘Wonen – A3’, ‘Wonen – A4’, ‘Wonen – A5’, ‘Wonen – A6’, ‘Wonen - B1’, ‘Wonen –
B2’, ‘Wonen – B3’, ‘Wonen – B4’, ‘Wonen – B5’, ‘Wonen – B6’, ‘Wonen - C1’,
‘Wonen – C2’, ‘Wonen – C3’, ‘Wonen – C4’, ‘Wonen – C5’, ‘Wonen – C6’, ‘Tuin’
en/of ‘Verkeer – Verblijf’, alsmede de oppervlakte van het (de) bouwvlak(ken)
wordt vergroot dan wel de ligging van een (de) aangegeven bouwvlak(ken) wordt
gewijzigd, mits:
1. de
te bouwen woningen in overeenstemming zijn met het vigerende gemeentelijk en
provinciaal woningbouwbeleid;
2. de
geluidsbelasting van geluidsgevoelige objecten niet hoger is dan de geldende
voorkeursgrenswaarde of een vastgestelde hogere grenswaarde;
3. rekening
wordt gehouden met de structuur en het karakter van de omgeving (dorpskern,
dorpsuitlopers of landelijk gebied) en de oppervlakte, de ligging en de afmetingen
van de gebouwen op de aangrenzende bouwpercelen;
c. de
bestemming wordt gewijzigd in de bestemming ‘Wonen - Woongebouw’, alsmede de
oppervlakte van het (de) bouwvlak(ken) wordt vergroot dan wel de ligging van
een (de) aangegeven bouwvlak(ken) wordt gewijzigd, mits:
1. de
bouwhoogte van een woongebouw ten hoogste
2. de
vergroting ten hoogste 25% van de oppervlakte van het bouwvlak zal bedragen;
3. de
te bouwen woningen in overeenstemming zijn met het vigerende gemeentelijk en
provinciaal woningbouwbeleid;
4. de
geluidsbelasting van geluidsgevoelige objecten niet hoger is dan de geldende
voorkeursgrenswaarde of een vastgestelde hogere grenswaarde;
5. rekening
wordt gehouden met de structuur en het karakter van de omgeving (dorpskern,
dorpsuitlopers of landelijk gebied) en de oppervlakte, de ligging en de
afmetingen van de gebouwen op de aangrenzende bouwpercelen;
d. de
oppervlakte van een aangegeven bouwvlak wordt vergroot dan wel de ligging van
een aangegeven bouwvlak wordt gewijzigd, mits:
- de vergroting ten hoogste 25% van de oppervlakte van het bouwvlak zal bedragen;
e. in
een bouwvlak in een aanduiding “maximale goot-, bouwhoogte (m) en maximum
bebouwingspercentage (%)” een andere goothoogte en/of andere bouwhoogte en/of
ander bebouwingspercentage wordt aangegeven, mits:
1. het
bebouwingspercentage van het bouwperceel ten hoogste 80% zal bedragen;
2. de
goothoogte van een gebouw ten hoogste
3. de
bouwhoogte van een gebouw ten hoogste
f.
in een aanduiding “maximale
bouwhoogte” een grotere bouwhoogte voor het bouwen van bouwwerken, geen
gebouwen zijnde, wordt aangegeven, mits:
-
de bouwhoogte van andere bouwwerken, geen
gebouwen zijnde, ten hoogste
g. de
aanduiding “karakteristiek” wordt aangebracht, indien door verbeterwerkzaamheden
dan wel door veranderde inzichten een niet als karakteristiek aangeduid gebouw
(weer) karakteristiek wordt.
10.
4. 2. Burgemeester
en wethouders kunnen toepassing geven aan de in lid 10.4.1. bedoelde
wijzigingsbevoegdheden indien hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan
1. het straat- en bebouwingsbeeld;
2. de milieusituatie;
3. de woonsituatie;
4. de landschappelijke waarden;
5. de cultuurhistorische waarden;
6. de archeologische waarden;
7. de natuurwaarden;
8. de verkeersveiligheid;
9. de ontsluitingssituatie;
10. de parkeersituatie;
11. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
Artikel 11: Maatschappelijk - Religie
11. 1.
Bestemmingsomschrijving
De voor ‘Maatschappelijk – Religie’ aangewezen gronden
zijn bestemd voor:
a.
gebouwen ten behoeve van
levensbeschouwelijke voorzieningen;
met daaraan ondergeschikt:
b.
restauratieve voorzieningen;
c.
groenvoorzieningen;
d.
parkeervoorzieningen;
e.
speelvoorzieningen;
f.
wegen, straten en paden;
g.
water;
h.
openbare nutsvoorzieningen;
met de daarbijbehorende:
i.
tuinen, erven en terreinen;
j.
bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
11. 2.
Bouwregels
11.
2. 1. Voor
het bouwen van de in lid 11.1. onder a. genoemde gebouwen gelden de volgende
regels:
a.
een gebouw zal binnen een bouwvlak worden gebouwd;
b.
ter plaatse van de aanduiding
“maximale goot-, bouwhoogte (m) en maximum bebouwingspercentage (%)” zal de
goothoogte van een gebouw ten hoogste de in die aanduiding aangegeven
goothoogte, de bouwhoogte van een gebouw ten hoogste de in die aanduiding
aangegeven bouwhoogte en het bebouwingspercentage van een bouwvlak ten hoogste
het in die aanduiding aangegeven percentage bedragen
11.
2. 2. Voor
het bouwen van de in lid 11.1. onder j. genoemde bouwwerken, geen gebouwen
zijnde, gelden de volgende regels:
a.
de bouwhoogte van erf- en
terreinafscheidingen zal ten hoogste
b.
de bouwhoogte van de overige
bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zal ten hoogste
1.
de bouwhoogte van masten, niet
zijnde antennemasten, en palen ten hoogste
2.
de bouwhoogte van antennemasten ten
hoogste
tenzij de aanduiding
“maximale bouwhoogte” is aangegeven, in welk geval de bouwhoogte van
bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten hoogste de in die aanduiding aangegeven
bouwhoogte zal bedragen.
11. 3.
Specifieke
gebruiksregels
Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 2.1 eerste lid, onder c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, wordt in ieder geval gerekend:
a.
het gebruik van de in lid 11.1.
onder a. genoemde gebouwen voor bewoning,;
b.
het gebruik van de gronden en
bouwwerken ten behoeve van bedrijfsdoeleinden;
c.
het gebruik van de gronden en
bouwwerken als horecabedrijf;
d.
het gebruik van de gronden en
bouwwerken ten behoeve van detailhandel.
11. 4.
Wijzigingsbevoegdheid
11.
4. 1. Burgemeester
en wethouders kunnen het bestemmingsplan wijzigen in die zin dat:
a.
de bestemming wordt gewijzigd
in de bestemming(en) ‘Maatschappelijk-
Medisch’, ‘Maatschappelijk – Onderwijs’, ‘Maatschappelijk – Openbare dienstverlening’,
‘Maatschappelijk – Opvangcentrum’ en/of ‘Maatschappelijk – Sociaal-cultuureel’,
mits:
1.
de betreffende functie op een
adequate wijze wordt ontsloten;
2.
er voldoende parkeergelegenheden in
het gebied aanwezig zijn;
b.
de bestemming wordt gewijzigd in de
bestemming(en) ‘Wonen - A1’, ‘Wonen – A2’, ‘Wonen – A3’, ‘Wonen – A4’, ‘Wonen –
A5’, ‘Wonen – A6’, ‘Wonen - B1’, ‘Wonen – B2’, ‘Wonen – B3’, ‘Wonen – B4’,
‘Wonen – B5’, ‘Wonen – B6’, ‘Wonen - C1’, ‘Wonen – C2’, ‘Wonen – C3’, ‘Wonen –
C4’, ‘Wonen – C5’, ‘Wonen – C6’, ‘Tuin’ en/of ‘Verkeer – Verblijf’, alsmede de
oppervlakte van het (de) bouwvlak(ken) wordt vergroot dan wel de ligging van
een (de) aangegeven bouwvlak(ken) wordt gewijzigd, mits:
1.
de te bouwen woningen in
overeenstemming zijn met het vigerende gemeentelijk en provinciaal
woningbouwbeleid;
2.
de geluidsbelasting van
geluidsgevoelige objecten niet hoger is dan de geldende voorkeursgrenswaarde of
een vastgestelde hogere grenswaarde;
3.
rekening wordt gehouden met de
structuur en het karakter van de omgeving (dorpskern, dorpsuitlopers of
landelijk gebied) en de oppervlakte, de ligging en de afmetingen van de
gebouwen op de aangrenzende bouwpercelen;
c.
de oppervlakte van een aangegeven
bouwvlak wordt vergroot dan wel de ligging van een aangegeven bouwvlak wordt
gewijzigd, mits:
- de vergroting ten hoogste 25% van de oppervlakte van het bouwvlak zal bedragen;
d.
in een bouwvlak in een aanduiding
“maximum bebouwingspercentage (%)”, “maximale goothoogte (m)” en/of “maximale
bouwhoogte (m)” aan (ander) bebouwingspercentage, andere goothoogte en/of
andere bouwhoogte wordt aangeven, mits:
1. het
bebouwingspercentage van het bouwperceel ten hoogste 80% zal bedragen;
2.
de goothoogte van een gebouw ten
hoogste
3.
de bouwhoogte van een gebouw ten
hoogste
e.
in een aanduiding “maximale
bouwhoogte” een grotere bouwhoogte voor het bouwen van bouwwerken, geen
gebouwen zijnde, wordt aangegeven, mits:
-
de bouwhoogte van andere bouwwerken, geen
gebouwen zijnde, ten hoogste
11.
4. 2. Burgemeester
en wethouders kunnen toepassing geven aan de in lid 11.4.1. bedoelde
wijzigingsbevoegdheden indien hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan
1. het straat- en bebouwingsbeeld;
2. de milieusituatie;
3. de woonsituatie;
4. de landschappelijke waarden;
5. de cultuurhistorische waarden;
6. de archeologische waarden;
7. de natuurwaarden;
8. de verkeersveiligheid;
9. de ontsluitingssituatie;
10. de parkeersituatie;
11. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
Artikel
12:
Maatschappelijk – Sociaal-/cultureel
12. 1.
Bestemmingsomschrijving
De voor ‘Maatschappelijk – Sociaal-/cultureel’
aangewezen gronden zijn bestemd voor:
a.
gebouwen ten behoeve van
sociaal-/culturele voorzieningen en kinderopvang;
waarbij, ter plaatse van de aanduiding “karakteristiek”,
de bestaande karakteristieke hoofdvorm zoveel mogelijk in stand wordt gehouden;
met daaraan ondergeschikt:
b.
restauratieve voorzieningen;
c.
groenvoorzieningen;
d.
parkeervoorzieningen;
e.
speelvoorzieningen;
f.
wegen, straten en paden;
g.
water;
h.
openbare nutsvoorzieningen;
met de daarbijbehorende:
i.
tuinen, erven en terreinen;
j.
bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
12. 2.
Bouwregels
12.
2. 1. Voor
het bouwen van de in lid 12.1. onder a. genoemde gebouwen gelden de volgende
regels:
a.
een gebouw zal binnen een bouwvlak worden gebouwd;
b. ter plaatse van de aanduiding “maximale goot-, bouwhoogte (m) en maximum bebouwingspercentage (%)” zal de goothoogte van een gebouw ten hoogste de in die aanduiding aangegeven goothoogte, de bouwhoogte van een gebouw ten hoogste de in die aanduiding aangegeven bouwhoogte en het bebouwingspercentage van een bouwvlak ten hoogste het in die aanduiding aangegeven percentage bedragen.
12.
2. 2. Voor
het bouwen van de in lid 12.1. onder j. genoemde bouwwerken, geen gebouwen
zijnde, gelden de volgende regels:
a.
de bouwhoogte van erf- en
terreinafscheidingen zal ten hoogste
b.
de bouwhoogte van de overige
bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zal ten hoogste
1.
de bouwhoogte van masten, niet
zijnde antennemasten, en palen ten hoogste
2.
de bouwhoogte van antennemasten ten
hoogste
tenzij de aanduiding
“maximale bouwhoogte” is aangegeven, in welk geval de bouwhoogte van bouwwerken,
geen gebouwen zijnde, ten hoogste de in die aanduiding aangegeven bouwhoogte
zal bedragen.
12. 3.
Specifieke
gebruiksregels
Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 2.1 eerste lid, onder c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, wordt in ieder geval gerekend:
a.
het gebruik van de in lid 12.1.
onder a. genoemde gebouwen voor bewoning;
b.
het gebruik van de gronden en
bouwwerken ten behoeve van bedrijfsdoeleinden;
c.
het gebruik van de gronden en
bouwwerken als horecabedrijf;
d.
het gebruik van de gronden en
bouwwerken ten behoeve van detailhandel.
12. 4.
Wijzigingsbevoegdheid
12.
4. 1. Burgemeester
en wethouders kunnen het bestemmingsplan wijzigen in die zin dat:
a.
de bestemming wordt gewijzigd
in de bestemming(en) ‘Maatschappelijk –
Medisch’, ‘Maatschappelijk – Onderwijs’, ‘Maatschappelijk – Openbare
dienstverlening’, ‘Maatschappelijk – Opvangcentrum’ en/of ‘Maatschappelijk –
Religie’, mits:
1.
de betreffende functie op een
adequate wijze wordt ontsloten;
2.
er voldoende parkeergelegenheden in
het gebied aanwezig zijn;
b.
de bestemming wordt gewijzigd in de
bestemming(en) ‘Wonen - A1’, ‘Wonen – A2’, ‘Wonen – A3’, ‘Wonen – A4’, ‘Wonen –
A5’, ‘Wonen – A6’, ‘Wonen - B1’, ‘Wonen – B2’, ‘Wonen – B3’, ‘Wonen – B4’,
‘Wonen – B5’, ‘Wonen – B6’, ‘Wonen - C1’, ‘Wonen – C2’, ‘Wonen – C3’, ‘Wonen –
C4’, ‘Wonen – C5’, ‘Wonen – C6’, ‘Tuin’ en/of ‘Verkeer – Verblijf’, alsmede de
oppervlakte van het (de) bouwvlak(ken) wordt vergroot dan wel de ligging van
een (de) aangegeven bouwvlak(ken) wordt gewijzigd, mits:
1.
de te bouwen woningen in
overeenstemming zijn met hetvigerende gemeentelijk en provinciaal
woningbouwbeleid;
2.
de geluidsbelasting van
geluidsgevoelige objecten niet hoger is dan de geldende voorkeursgrenswaarde of
een vastgestelde hogere grenswaarde;
3.
rekening wordt gehouden met de
structuur en het karakter van de omgeving (dorpskern, dorpsuitlopers of
landelijk gebied) en de oppervlakte, de ligging en de afmetingen van de
gebouwen op de aangrenzende bouwpercelen;
c.
de bestemming wordt gewijzigd in de
bestemming ‘Wonen - Woongebouw’, alsmede de oppervlakte van het (de)
bouwvlak(ken) wordt vergroot dan wel de ligging van een (de) aangegeven
bouwvlak(ken) wordt gewijzigd, mits:
1.
de bouwhoogte van een woongebouw
ten hoogste
2.
de vergroting ten hoogste 25% van
de oppervlakte van het bouwvlak zal bedragen;
3.
de te bouwen woningen in
overeenstemming zijn met het vigerende gemeentelijk en provinciaal
woningbouwbeleid;
4.
de geluidsbelasting van
geluidsgevoelige objecten niet hoger is dan de geldende voorkeursgrenswaarde of
een vastgestelde hogere grenswaarde;
5.
rekening wordt gehouden met de
structuur en het karakter van de omgeving (dorpskern, dorpsuitlopers of
landelijk gebied) en de oppervlakte, de ligging en de afmetingen van de
gebouwen op de aangrenzende bouwpercelen;
d.
de oppervlakte van een aangegeven
bouwvlak wordt vergroot dan wel de ligging van een aangegeven bouwvlak wordt
gewijzigd, mits:
- de vergroting ten hoogste 25% van de oppervlakte van het bouwvlak zal bedragen;
e.
in een bouwvlak in een aanduiding
“maximale goot-, bouwhoogte (m) en maximum bebouwingspercentage (%)” een andere
goothoogte en/of andere bouwhoogte en/of ander bebouwingspercentage wordt
aangegeven, mits:
1. het
bebouwingspercentage van het bouwperceel ten hoogste 80% zal bedragen;
2.
de goothoogte van een gebouw ten
hoogste
3.
de bouwhoogte van een gebouw ten
hoogste
f.
in een aanduiding “maximale
bouwhoogte” een grotere bouwhoogte voor het bouwen van bouwwerken, geen
gebouwen zijnde, wordt aangegeven, mits:
-
de bouwhoogte van andere bouwwerken, geen
gebouwen zijnde, ten hoogste
g.
de aanduiding “karakteristiek”
wordt aangebracht, indien door verbeterwerkzaamheden dan wel door veranderde
inzichten een niet als karakteristiek aangeduid gebouw (weer) karakteristiek
wordt;
h.
de aanduiding “karakteristiek”
geheel of gedeeltelijk wordt verwijderd, mits:
1.
de karakteristieke hoofdvorm niet
langer aanwezig is en niet zonder ingrijpende wijzigingen aan het gebouw kan
worden hersteld;
2.
de karakteristieke hoofdvorm in
zijn geheel redelijkerwijs niet te handhaven is in relatie tot de functie die
het gebouw moet of uitsluitend nog kan vervullen.
12.
4. 2. Burgemeester
en wethouders kunnen toepassing geven aan de in lid 12.4.1. bedoelde
wijzigingsbevoegdheden indien hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan
1. het straat- en bebouwingsbeeld;
2. de milieusituatie;
3. de woonsituatie;
4. de landschappelijke waarden;
5. de cultuurhistorische waarden;
6. de archeologische waarden;
7. de natuurwaarden;
8. de verkeersveiligheid;
9. de ontsluitingssituatie;
10. de parkeersituatie;
11. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
Artikel
13:
Recreatie – 3A
13. 1.
Bestemmingsomschrijving
De voor ‘Recreatie - 3A´ aangewezen gronden zijn bestemd
voor:
a.
een jachthaven;
b.
gebouwen voor bijzondere
recreatieve voorzieningen ten behoeve van een jachthaven, in de vorm van
toiletgebouwen en gebouwen voor onderhoud en beheer;
c.
water;
met daaraan ondergeschikt:
d.
een restauratieve voorziening;
e.
groenvoorzieningen;
f.
parkeervoorzieningen;
g.
speelvoorzieningen;
h.
wegen, straten en paden;
i.
waterhuishouding;
j.
openbare nutsvoorzieningen;
met de daarbijbehorende:
k.
tuinen, erven en terreinen;
l.
bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
13. 2.
Bouwregels
13.
2. 1. Voor
het bouwen van de in lid 13.1. onder b. genoemde gebouwen gelden de volgende
regels:
a. het
aantal gebouwen zal ten hoogste 1 bedragen;
b. de
oppervlakte van een gebouw zal ten hoogste
c. de
bouwhoogte van een gebouw zal ten hoogste
13.
2. 2. Voor
het bouwen van de in lid 13.1. onder l. genoemde bouwwerken, geen gebouwen
zijnde, gelden de volgende regels:
a.
de bouwhoogte van erf- en
terreinafscheidingen zal ten hoogste
b.
de bouwhoogte van de overige
bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zal ten hoogste
1.
de bouwhoogte van masten, niet
zijnde antennemasten, en palen ten hoogste
2.
de bouwhoogte van antennemasten ten
hoogste
tenzij de aanduiding
“maximale bouwhoogte” is aangegeven, in welk geval de bouwhoogte van
bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten hoogste de in die aanduiding aangegeven
bouwhoogte zal bedragen.
13. 3.
Specifieke
gebruiksregels
Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 2.1 eerste lid, onder c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, wordt in ieder geval gerekend:
a.
het gebruik van de gronden en
bouwwerken als (permanente) liggelegenheid voor woonschepen;
b.
het gebruik van de gronden en
bouwwerken ten behoeve van woondoeleinden;
c.
het gebruik van de gronden en
bouwwerken ten behoeve van bedrijfsdoeleinden;
d.
het gebruik van de gronden en
bouwwerken als horecabedrijf;
e.
het gebruik van de gronden en
bouwwerken ten behoeve van detailhandel;
f.
het gebruik van de gronden als
standplaats voor kampeermiddelen.
13. 4.
Wijzigingsbevoegdheid
13.
4. 1. Burgemeester
en wethouders kunnen het bestemmingsplan wijzigen in die zin dat:
a.
in een aanduiding “maximale
bouwhoogte” een grotere bouwhoogte voor het bouwen van bouwwerken, geen
gebouwen zijnde, wordt aangegeven, mits:
-
de bouwhoogte van andere bouwwerken, geen
gebouwen zijnde, ten hoogste
13.
4. 2. Burgemeester
en wethouders kunnen toepassing geven aan de in lid 13.4.1. bedoelde
wijzigingsbevoegdheden indien hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan
aan:
1. het straat- en bebouwingsbeeld;
2. de milieusituatie;
3. de woonsituatie;
4. de landschappelijke waarden;
5. de cultuurhistorische waarden;
6. de archeologische waarden;
7. de natuurwaarden;
8. de verkeersveiligheid;
9. de ontsluitingssituatie;
10. de parkeersituatie;
11. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
14. 1.
Bestemmingsomschrijving
De voor ‘Sport –
a.
terreinen ten behoeve van sport en
sportieve recreatie;
b.
gebouwen ten behoeve van sport en
sportieve recreatie, waaronder sportzalen, verenigings- en kleedgebouwen,
gebouwen voor beheer en onderhoud en tribunes;
met daaraan ondergeschikt:
c.
het recreatief medegebruik;
d.
restauratieve voorzieningen;
e.
groenvoorzieningen;
f.
parkeervoorzieningen;
g.
speelvoorzieningen;
h.
wegen, straten en paden;
i.
water;
j.
openbare nutsvoorzieningen;
met de daarbijbehorende:
k.
erven en terreinen;
l.
bouwwerken, geen gebouwen zijnde,
waaronder tribunes en lichtmasten.
14. 2.
Bouwregels
14.
2. 1. Voor
het bouwen van de in lid 14.1. onder b. genoemde gebouwen gelden de volgende
regels:
a.
een gebouw zal binnen een bouwvlak
worden gebouwd;
b.
ter plaatse van de aanduiding
“maximale goot-, bouwhoogte (m) en maximum bebouwingspercentage (%)” zal de
goothoogte van een gebouw ten hoogste de in die aanduiding aangegeven
goothoogte, de bouwhoogte van een gebouw ten hoogste de in die aanduiding
aangegeven bouwhoogte en het bebouwingspercentage van een bouwvlak ten hoogste
het in die aanduiding aangegeven percentage bedragen.
14.
2. 2. Voor
het bouwen van de in lid 14.1. onder l. genoemde bouwwerken, geen gebouwen
zijnde, gelden de volgende regels:
a.
de bouwhoogte van erf- en
terreinafscheidingen zal ten hoogste
b.
de bouwhoogte van de overige
bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zal ten hoogste
1.
de bouwhoogte van masten, niet
zijnde antennemasten en lichtmasten, en palen ten hoogste
2.
de bouwhoogte van antennemasten ten
hoogste
3.
de bouwhoogte van lichtmasten ten
hoogste
tenzij de aanduiding
“maximale bouwhoogte” is aangegeven, in welk geval de bouwhoogte van
bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten hoogste de in die aanduiding aangegeven
bouwhoogte zal bedragen.
14. 3.
Specifieke
gebruiksregels
Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 2.1 eerste lid, onder c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, wordt in ieder geval gerekend:
a.
het gebruik van de gronden en bouwwerken
ten behoeve van bedrijfsdoeleinden;
b.
het gebruik van de gronden en
bouwwerken als horecabedrijf;
c.
het gebruik van de gronden en
bouwwerken ten behoeve van detailhandel.
14. 4.
Wijzigingsbevoegdheid
14.
4. 1. Burgemeester
en wethouders kunnen het bestemmingsplan wijzigen in die zin dat:
a.
de oppervlakte van een aangegeven
bouwvlak wordt vergroot dan wel de ligging van een aangegeven bouwvlak wordt
gewijzigd, mits:
-
de vergroting ten hoogste 25% van
de oppervlakte van het bouwvlak zal bedragen;
b.
een nieuw bouwvlak wordt aangegeven,
mits:
-
de oppervlakte ten hoogste
c.
een aangegeven bouwvlak wordt
verwijderd;
d.
in een bouwvlak in een aanduiding
“maximale goot-, bouwhoogte (m) en maximum bebouwingspercentage (%)” een andere
goothoogte en/of andere bouwhoogte en/of ander bebouwingspercentage wordt
aangegeven, mits:
1.
het bebouwingspercentage van het
bouwperceel ten hoogste 80% zal bedragen;
2.
de goothoogte van een gebouw ten
hoogste
3.
de bouwhoogte van een gebouw ten
hoogste
e.
in een aanduiding “maximale
bouwhoogte” een grotere bouwhoogte voor het bouwen van bouwwerken, geen
gebouwen zijnde, wordt aangegeven, mits:
1.
de bouwhoogte van andere
bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten hoogste
2.
de bouwhoogte van lichtmasten ten
hoogste
14.
4. 2. Burgemeester
en wethouders kunnen toepassing geven aan de in lid 14.4.1. bedoelde
wijzigingsbevoegdheden indien hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan
1. het straat- en bebouwingsbeeld;
2. de milieusituatie;
3. de woonsituatie;
4. de landschappelijke waarden;
5. de cultuurhistorische waarden;
6. de archeologische waarden;
7. de natuurwaarden;
8. de verkeersveiligheid;
9. de ontsluitingssituatie;
10. de parkeersituatie;
11. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
15. 1.
Bestemmingsomschrijving
De voor ‘Tuin’ aangewezen gronden zijn bestemd voor:
a.
tuinen;
b.
erkers;
met daaraan ondergeschikt:
c.
groenvoorzieningen;
d.
parkeervoorzieningen;
e.
speelvoorzieningen;
f.
wegen, straten en paden;
g.
water;
h.
openbare nutsvoorzieningen;
met de daarbijbehorende:
i.
erven en verhardingen;
j.
bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
15. 2.
Bouwregels
15.
2. 1. Voor
het bouwen van erkers gelden de volgende regels:
a.
een erker zal ten hoogste
b.
de afstand van een erker tot de
zijdelingse bouwperceelgrens zal ten minste
1.
er sprake is van twee aaneen te
bouwen erkers voor twee afzonderlijke, aaneen gebouwde woonhuizen;
2.
er sprake is van een hoekerker of
een erker aan de zijgevel van een gebouw, in welk geval de afstand tot de zijdelingse
bouwperceel-grens ten minste
c.
een erker zal ten hoogste over 50%
van de voorgevel worden gebouwd;
d.
de oppervlakte van een erker zal
ten hoogste
15.
2. 2. Voor
het bouwen van de in lid 15.1. onder j. genoemde bouwwerken, geen gebouwen
zijnde, gelden de volgende regels:
a.
de bouwhoogte van erf- en
terreinafscheidingen zal ten hoogste
b.
de bouwhoogte van de overige
bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zal ten hoogste
1.
de bouwhoogte van masten, niet
zijnde antennemasten, en palen ten hoogste
2.
de bouwhoogte van antennemasten ten
hoogste
tenzij de aanduiding
“maximale bouwhoogte” is aangegeven, in welk geval de bouwhoogte van
bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten hoogste de in die aanduiding aangegeven
bouwhoogte zal bedragen.
15. 3.
Specifieke
gebruiksregels
Tot een gebruik strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 2.1 eerste lid, onder c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, wordt in ieder geval gerekend:
a.
het gebruik van de gronden en
bouwwerken ten behoeve van bedrijfsdoeleinden;
b.
het gebruik van de gronden en
bouwwerken ten behoeve van detailhandel;
c.
het gebruik van de gronden en
bouwwerken als horecabedrijf.
15. 4.
Wijzigingsbevoegdheid
15.
4. 1. Burgemeester
en wethouders kunnen het bestemmingsplan wijzigen in die zin dat:
de bestemming wordt gewijzigd in de bestemming(en)
‘Wonen - A1’, ‘Wonen – A2’, ‘Wonen – A3’, ‘Wonen – A4’, ‘Wonen – A5’, ‘Wonen –
A6’, ‘Wonen - A7’, ‘Wonen - B1’, ‘Wonen – B2’, ‘Wonen – B3’, ‘Wonen – B4’,
‘Wonen – B5’, ‘Wonen – B6’, ‘Wonen - B7’, ‘Wonen - C1’, ‘Wonen – C2’, ‘Wonen –
C3’, ‘Wonen – C4’, ‘Wonen – C5’, ‘Wonen – C6’ en/of ‘Wonen - C7’, alsmede
nieuwe bouwvlakken worden aangebracht, mits:
1.
de wijzigingsbevoegdheid met
betrekking tot het aanbrengen van nieuwe bouwvlakken uitsluitend betrekking
heeft op een wijziging van de oorsponkelijke voorbouwgrens ten behoeve van een
veranderende situering van het woonhuis;
2.
de oppervlakte van het bouwvlak
niet groter wordt dan ten hoogste de oppervlakte van het oorspronkelijke
bouwvlak;
3.
gebouwen en overkappingen die
buiten een bouwvlak mogen worden gebouwd, niet voor de voorbouwgrens worden
gebouwd;
4.
de gezamenlijke oppervlakte van
gebouwen en overkappingen buiten een bouwvlak per bouwperceel ten hoogste
5.
de afstand ten opzichte van de
zijdelingse bouwperceelgrens ten minste
6.
de geluidsbelasting van
geluidsgevoelige objecten niet hoger is dan de geldende voorkeursgrenswaarde of
een vastgestelde hogere grenswaarde;
7.
rekening wordt gehouden met de
structuur en het karakter van de omgeving (dorpskern, dorpsuitlopers of
landelijk gebied) en de op-pervlakte, de ligging en de afmetingen van de
gebouwen op de aangrenzende bouwpercelen.
15.
4. 2. Burgemeester
en wethouders kunnen toepassing geven aan de in lid 15.4.1. bedoelde
wijzigingsbevoegdheden indien hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan
aan
1. het straat- en bebouwingsbeeld;
2. de milieusituatie;
3. de woonsituatie;
4. de landschappelijke waarden;
5. de cultuurhistorische waarden;
6. de archeologische waarden;
7. de natuurwaarden;
8. de verkeersveiligheid;
9. de ontsluitingssituatie;
10. de parkeersituatie;
11. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
16. 1.
Bestemmingsomschrijving
De voor ‘Verkeer –
a.
ontsluitingswegen en -straten;
b.
paden;
c.
parkeervoorzieningen en carpoolplaatsen;
d.
bermen en beplanting;
waarbij gestreefd wordt naar een inrichting
hoofdzakelijk gericht op de afwikkeling van het verkeer;
met daaraan ondergeschikt:
e.
gebouwen ten behoeve van het
verkeer, zoals wachtruimtes voor openbaar vervoer en/of stallingsruimten voor
(brom)fietsen;
f.
geluidwerende voorzieningen;
g.
groenvoorzieningen;
h.
tuinen, erven en terreinen;
i.
water;
j.
openbare nutsvoorzieningen;
met de daarbijbehorende:
k.
bouwwerken, geen gebouwen zijnde,
waaronder kunstwerken.
16. 2.
Bouwregels
16.
2. 1. Voor
het bouwen van de in lid 16.1. onder k. genoemde bouwwerken, geen gebouwen
zijnde, gelden de volgende regels:
a.
de bouwhoogte van bouwwerken, geen
gebouwen zijnde, zal ten hoogste
1.
de bouwhoogte van palen en masten
ten hoogste
2.
de bouwhoogte van bouwwerken, geen
gebouwen zijnde, ten behoeve van de geleiding, beveiliging en regeling van het
verkeer ten hoogste
tenzij de aanduiding
“maximale bouwhoogte” is aangegeven, in welk geval de bouwhoogte van bouwwerken,
geen gebouwen zijnde, ten hoogste de in die aanduiding aangegeven bouwhoogte
zal bedragen;
b.
er zullen geen windturbines worden
gebouwd.
16. 3.
Specifieke
gebruiksregels
Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 2.1 eerste lid, onder c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, wordt in ieder geval gerekend:
- het inrichten van het bestemmingsvlak in afwijking van het (de) aangegeven dwarsprofiel(en).
16. 4.
Wijzigingsbevoegdheid
16.
4. 1. Burgemeester
en wethouders kunnen het bestemmingsplan wijzigen in die zin dat:
a.
een ander dwarsprofiel wordt
aangegeven, mits:
-
de geluidsbelasting van
geluidsgevoelige objecten niet hoger is dan de geldende voorkeursgrenswaarde of
een vastgestelde hogere grenswaarde;
b.
een nieuw bouwvlak wordt
aangegeven, mits:
-
de oppervlakte ten hoogste
c.
de bestemming wordt gewijzigd in de
bestemming ‘Bedrijf – Nutsbedrijf, nutsvoorziening’, ten behoeve van de bouw
van transformatiehuisjes en gasdruk- en regelstations, mits:
-
de oppervlakte ten hoogste
d.
de bestemming wordt gewijzigd in de
bestemming ‘Verkeer – Verblijf’, mits:
1.
de functie van de betreffende weg
is gewijzigd;
2.
de geluidsbelasting van
geluidsgevoelige objecten niet hoger is dan de geldende voorkeursgrenswaarde of
een vastgestelde hogere grenswaarde;
e.
in een aanduiding “maximale
bouwhoogte” een grotere bouwhoogte voor het bouwen van bouwwerken, geen
gebouwen zijnde, wordt aangegeven, mits:
1.
de bouwhoogte van bouwwerken, geen
gebouwen zijnde, ten behoeve van de geleiding, beveiliging en regeling van het
verkeer ten hoogste
2.
de bouwhoogte van andere
bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten hoogste
16. 4. 2. Burgemeester en wethouders kunnen toepassing geven aan de in lid 16.4.1. bedoelde wijzigingsbevoegdheden indien hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan
1. het straat- en bebouwingsbeeld;
2. de milieusituatie;
3. de woonsituatie;
4. de landschappelijke waarden;
5. de cultuurhistorische waarden;
6. de archeologische waarden;
7. de natuurwaarden;
8. de verkeersveiligheid;
9. de ontsluitingssituatie;
10. de parkeersituatie;
11. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
Artikel
17:
Verkeer - Verblijf
17. 1.
Bestemmingsomschrijving
De voor ‘Verkeer – Verblijf’ aangewezen gronden zijn
bestemd voor:
a.
(woon)straten en pleinen;
b.
paden;
c.
parkeervoorzieningen;
met daaraan ondergeschikt:
d.
gebouwen ten behoeve van het
verkeer en verblijf, zoals wachtruimtes voor openbaar vervoer en/of
stallingsruimten voor (brom)fietsen;
e.
het recreatief medegebruik;
f.
groenvoorzieningen;
g.
speelvoorzieningen;
h.
water;
i.
tuinen, erven en terreinen;
j.
terrassen;
k.
openbare nutsvoorzieningen;
met de daarbijbehorende:
l.
bouwwerken, geen gebouwen zijnde,
waaronder kunstwerken.
17. 2.
Bouwregels
17.
2. 1. Voor
het bouwen van de in lid 17.1. onder d. genoemde gebouwen gelden de volgende
regels:
a.
een gebouw zal binnen een bouwvlak
worden gebouwd;
b.
de bouwhoogte van een gebouw zal
ten hoogste
c.
de oppervlakte van een gebouw zal
ten hoogste
17.
2. 2. Voor
het bouwen van de in lid 17.1. onder l. genoemde bouwwerken, geen gebouwen
zijnde, gelden de volgende regels:
a.
de bouwhoogte van bouwwerken, geen
gebouwen zijnde, zal ten hoogste
1.
de bouwhoogte van palen en masten
ten hoogste
2.
de bouwhoogte van bouwwerken, geen
gebouwen zijnde, ten behoeve van de geleiding, beveiliging en regeling van het
verkeer ten hoogste
tenzij de aanduiding
“maximale bouwhoogte” is aangegeven, in welk geval de bouwhoogte van
bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten hoogste de in die aanduiding aangegeven
bouwhoogte zal bedragen;
b.
er zullen geen windturbines worden
gebouwd.
17. 3.
Wijzigingsbevoegdheid
17.
3. 1. Burgemeester
en wethouders kunnen het bestemmingsplan wijzigen in die zin dat:
a.
een nieuw bouwvlak wordt
aangegeven, mits:
-
de oppervlakte ten hoogste
b.
de aanduiding “specifieke vorm van
verkeer - garageboxen” wordt aangegeven of verwijderd;
c.
de bestemming wordt gewijzigd in de
bestemming ‘Bedrijf - Nutsbedrijf, nutsvoorziening’ ten behoeve van de bouw van
transformatiehuisjes en gasdruk- en regelstations, mits:
-
de oppervlakte ten hoogste
d.
de bestemming wordt gewijzigd in de
aangrenzende bestemmingen ‘Groen – Groenvoorzieningen’ of ‘Tuin’, mits:
-
de geluidsbelasting van
geluidsgevoelige objecten niet hoger is dan de geldende voorkeursgrenswaarde of
een vastgestelde hogere grenswaarde;
e.
de bestemming wordt gewijzigd in de
bestemming ‘Verkeer -
1.
de functie van de betreffende weg
is gewijzigd;
2.
de geluidsbelasting van
geluidsgevoelige objecten niet hoger is dan de geldende voorkeursgrenswaarde of
een vastgestelde hogere grenswaarde;
f.
in een aanduiding “maximale
bouwhoogte” een grotere bouwhoogte voor het bouwen van bouwwerken, geen
gebouwen zijnde, wordt aangegeven, mits:
1.
de bouwhoogte van bouwwerken, geen
gebouwen zijnde, ten behoeve van de geleiding, beveiliging en regeling van het
verkeer ten hoogste
2.
de bouwhoogte van andere
bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten hoogste
17.
3. 2. Burgemeester
en wethouders kunnen toepassing geven aan de in lid 17.3.1. bedoelde
wijzigingsbevoegdheden indien hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan
aan
1. het straat- en bebouwingsbeeld;
2. de milieusituatie;
3. de woonsituatie;
4. de landschappelijke waarden;
5. de cultuurhistorische waarden;
6. de archeologische waarden;
7. de natuurwaarden;
8. de verkeersveiligheid;
9. de ontsluitingssituatie;
10. de parkeersituatie;
11. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
18. 1.
Bestemmingsomschrijving
De voor ‘Water –
a.
sloten, tochten, vaarten, vijvers
en poelen, en daarmee gelijk te stellen waterlopen en waterpartijen;
b.
kaden en oevers;
c.
aanleggelegenheid;
d.
de waterhuishouding;
met daaraan ondergeschikt:
e.
het behoud, het herstel en de
ontwikkeling van de landschappelijke waarden van het open landschap, indien de
gronden ter plaatse niet zijn aangeduid als “specifieke vorm van natuur
- woudenlandschap”;
f.
het behoud, het herstel en de
ontwikkeling van de natuurlijke waarden;
g. het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de cultuurhistorische waarden;
h.
het recreatief medegebruik;
i.
groenvoorzieningen;
j.
paden;
k.
openbare nutsvoorzieningen;
met de daarbijbehorende:
l.
bouwwerken, geen gebouwen zijnde,
waaronder kunstwerken.
18. 2.
Bouwregels
18.
2. 1. Op
of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd.
18.
2. 2. Voor
het bouwen van de in lid 18.1. onder l. genoemde bouwwerken, geen gebouwen
zijnde, gelden de volgende regels:
a.
de bouwhoogte van bouwwerken, geen
gebouwen zijnde, zal ten hoogste
1.
de bouwhoogte van
aanleggelegenheden ten hoogste
2.
de oppervlakte van een
aanleggelegenheid ten hoogste
3.
de bouwhoogte van bouwwerken, geen
gebouwen zijnde, ten behoeve van de geleiding, beveiliging en regeling van het
verkeer ten hoogste
4.
de bouwhoogte van kunstwerken ten
hoogste
b.
er zullen geen aan- en
afmeersteigers worden gebouwd;
c.
er zullen geen windturbines worden
gebouwd.
18. 3.
Specifieke
gebruiksregels
Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 2.1 eerste lid, onder c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, wordt in ieder geval gerekend:
het gebruik van de gronden als (permanente) liggelegenheid of ligplaats voor (recreatie)vaartuigen of (recreatie)woonschepen.
18. 4. Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
18. 4. 1. Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegdd gezag de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren, te doen of laten uitvoeren:
a. het aanbrengen van bomen en opgaande beplanting;
b. het afgraven, ophogen of egaliseren van gronden;
c. het aanleggen van voorzieningen ten behoeve van het recreatief medegebruik;
d. het graven of dempen van waterlopen en/of waterpartijen.
18. 4. 2. Het bepaalde in lid 18.4.1. is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden, die:
a. het normale onderhoud betreffen;
b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan;
c. noodzakelijk zijn voor het aansluiten van bouwwerken op het net van openbare nutsvoorzieningen.
18. 4. 3. De in lid 18.4.1. genoemde vergunning kan slechts worden verleend indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan:
a. de waarde van de gronden voor de waterhuishouding;
b. de landschappelijke en/of natuurwaarden van de gronden;
c. de cultuurhistorische waarden van de gronden.
18. 5.
Wijzigingsbevoegdheid
18.
5. 1. Burgemeester
en wethouders kunnen het bestemmingsplan wijzigen in die zin dat:
de bouwhoogte van bouwwerken, geen
gebouwen zijnde, ten behoeve van - de geleiding, beveiliging en regeling van
het verkeer op het water ten hoogste
18.
5. 2. Burgemeester
en wethouders kunnen toepassing geven aan de in lid 18.5.1. bedoelde
wijzigingsbevoegdheden indien hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan
aan
1. het straat- en bebouwingsbeeld;
2. de milieusituatie;
3. de woonsituatie;
4. de landschappelijke waarden;
5. de cultuurhistorische waarden;
6. de archeologische waarden;
7. de natuurwaarden;
8. de verkeersveiligheid;
9. de ontsluitingssituatie;
10. de parkeersituatie;
11. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
Artikel 19: Wonen - A1 (vrijstaande woningen)
19. 1.
Bestemmingsomschrijving
De voor ‘Wonen - A1’ aangewezen gronden zijn bestemd
voor:
a.
gebouwen en overkappingen ten
behoeve van:
1. het wonen, al dan niet in combinatie met ruimte voor een beroeps- of bedrijfsactiviteit aan huis;
2.
het wonen in combinatie met bedrijven
die zijn genoemd in bijlage 1 onder de categorieën 1 en 2 en bedrijven die naar
de aard en de invloed op de omgeving daarmee gelijk te stellen zijn, met
uitzondering van geluidszoneringsplichtige inrichtingen, risicovolle
inrichtingen en/of vuurwerkbedrijven, ter plaatse van de aanduiding “bedrijf
tot en met categorie
waarbij, ter plaatse van de aanduiding “karakteristiek”,
de bestaande karakteristieke hoofdvorm zoveel mogelijk in stand wordt gehouden;
met daaraan ondergeschikt:
b.
groenvoorzieningen;
c.
parkeervoorzieningen;
d.
speelvoorzieningen;
e.
wegen, straten en paden;
f.
water;
g.
openbare nutsvoorzieningen;
met de daarbijbehorende:
h.
tuinen, erven en verhardingen;
i.
bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
19. 2.
Bouwregels
19.
2. 1. Bouwen
van gebouwen binnen een bouwvlak
Voor het bouwen van gebouwen binnen een bouwvlak gelden
de volgende regels:
a.
het aantal woonhuizen per bouwvlak
zal ten hoogste één bedragen;
b.
de gebouwen zullen met ten minste
60% van de breedte van de voorgevel in de voorbouwgrens worden gebouwd;
c.
de goot- en bouwhoogte zal ten
hoogste
-
de goothoogte binnen een afstand
van
19.
2. 2. Bouwen
van gebouwen en overkappingen buiten een bouwvlak
Voor het bouwen van gebouwen en overkappingen buiten een
bouwvlak gelden de volgende regels:
a.
de goot- en bouwhoogte van
niet-vrijstaande gebouwen zal ten hoogste
1.
de goothoogte van gebouwen binnen een
afstand van
2.
de goothoogte van gebouwen binnen
een afstand van
b.
de goot- en bouwhoogte van een
vrijstaand gebouw zal ten hoogste 3 respectievelijk
c.
de bouwhoogte van overkappingen zal
ten hoogste
d.
de gezamenlijke oppervlakte van de
gebouwen en overkappingen per bouwperceel zal ten hoogste 30% van de oppervlakte
van het erf, met een maximum van
e.
de oppervlakte van een vrijstaand
gebouw zal ten hoogste
tenzij de gronden ter plaatse zijn aangeduid als
“maximum oppervlakte (m²)” en/of “maximale bouwhoogte (m)”, in welk geval de gezamenlijke
oppervlakte en/of de bouwhoogte van andere gebouwen en overkappingen ten
dienste van de woonfunctie ten hoogste de in die aanduiding aangegeven
oppervlakte en/of bouwhoogte zal bedragen.
19.
2. 3. Bouwen
van bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van de in lid 19.1. onder i. genoemde
bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:
a.
de bouwhoogte van erf- en
terreinafscheidingen zal ten hoogste
b.
de bouwhoogte van de overige
bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zal ten hoogste
1.
de bouwhoogte van masten, niet
zijnde antennemasten, en palen ten hoogste
2.
de bouwhoogte van antennemasten ten
hoogste
tenzij de aanduiding
“maximale bouwhoogte” is aangegeven, in welk geval de bouwhoogte van
bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten hoogste de in die aanduiding aangegeven
bouwhoogte zal bedragen.
19. 3.
Specifieke
gebruiksregels
Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 2.1 eerste lid, onder c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, wordt in ieder geval gerekend:
a.
het gebruik van vrijstaande
gebouwen buiten het bouwvlak als zelfstandige woning;
b.
het gebruik van de gronden en
bouwwerken ten behoeve van detailhandel;
c.
het gebruik van de gronden en
bouwwerken ten behoeve van bedrijfsdoeleinden;
d.
het gebruik van de gronden en
bouwwerken als horecabedrijf;
e.
het gebruik van de gronden en
bouwwerken ten behoeve van een beroeps- of bedrijfsactiviteit aan huis, zodanig
dat de beroeps- c.q. bedrijfsvloeroppervlakte meer bedraagt dan
-
30% van de totale gezamenlijke
begane vloeroppervlakte van de aanwezige bebouwing op het bouwperceel, of
-
19. 4.
Wijzigingsbevoegdheid
19.
4. 1. Burgemeester
en wethouders kunnen het bestemmingsplan wijzigen in die zin dat:
a.
de bestemming wordt gewijzigd in de
bestemming(en) ‘Wonen – A2’. ‘Wonen – A3’, ‘Wonen – A4’, ‘Wonen – A5’ en/of
‘Wonen - A6’;
b.
de bestemming wordt gewijzigd in de
bestemming(en) ‘Wonen – B1’, ‘Wonen – B2’, ‘Wonen – B3’, ‘Wonen – B4’, ‘Wonen –
B5’ en/of ‘Wonen - B6’, mits:
1.
de oppervlakte van het bouwvlak
tenminste
2.
de te bouwen tweede woning in
overeenstemming is met het vigerende gemeentelijk en provinciaal
woningbouwbeleid;
3.
de geluidsbelasting van
geluidsgevoelige objecten niet hoger is dan de geldende voorkeursgrenswaarde of
een vastgestelde hogere grenswaarde;
4.
het parkeren ten behoeve van de
woningen op het eigen erf plaatsvindt;
5.
de woningen op een adequate wijze
worden ontsloten;
c.
de
oppervlakte van een aangegeven bouwvlak in combinatie met de oppervlakte van
gebouwen en overkappingen buiten een bouwvlak wordt vergroot, mits:
1.
de oppervlakte van het bouwvlak ten
hoogste 25% van de opper-vlakte van het bouwperceel zal bedragen, met een
maximum van
2.
het bebouwingspercentage van het
erf ten hoogste 30% zal bedra-gen, met een maximum van
3.
de oppervlakte van een vrijstaand
gebouw ten hoogste 10% van de oppervlakte van het bouwperceel zal bedragen, met
een maximum van
4.
de afstand ten opzichte van de
zijdelingse bouwperceelgrens ten minste
5.
geen onevenredige afbreuk wordt
gedaan aan de stedenbouwkundige uitgangspunten van het gebied, waarbij met name
rekening wordt gehouden met de structuur en het karakter van de omgeving (dorpskern, dorpsuitlopers of landelijk
gebied) en de oppervlakte, de ligging en
de afmetingen van de gebouwen op de aangrenzende bouwpercelen;
6.
de geluidsbelasting van
geluidsgevoelige objecten niet hoger is dan de geldende voorkeursgrenswaarde of
een vastgestelde hogere grenswaarde;
d.
de ligging van een aangegeven
bouwvlak wordt gewijzigd, mits:
1.
de oppervlakte van het bouwvlak
niet groter wordt dan ten hoogste
2.
de afstand ten opzichte van de
zijdelingse bouwperceelgrens ten minste
3.
de geluidsbelasting van
geluidsgevoelige objecten niet hoger is dan de geldende voorkeursgrenswaarde of
een vastgestelde hogere grenswaarde;
e.
de aanduiding “karakteristiek”
wordt aangebracht, indien door verbeterwerkzaamheden dan wel door veranderde
inzichten een niet als karakteristiek aangeduid gebouw (weer) karakteristiek
wordt;
f.
de aanduiding “karakteristiek”
geheel of gedeeltelijk wordt verwijderd, mits:
1.
de karakteristieke hoofdvorm niet
langer aanwezig is en niet zonder ingrijpende wijzigingen aan het gebouw kan
worden hersteld;
2.
de karakteristieke hoofdvorm in
zijn geheel redelijkerwijs niet te handhaven is in relatie tot de functie die
het gebouw moet of uitsluitend nog kan vervullen.
19.
4. 2. Burgemeester
en wethouders kunnen toepassing geven aan de in lid 19.4.1. bedoelde
wijzigingsbevoegdheden indien hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan
aan
1. het straat- en bebouwingsbeeld;
2. de milieusituatie;
3. de woonsituatie;
4. de landschappelijke waarden;
5. de cultuurhistorische waarden;
6. de archeologische waarden;
7. de natuurwaarden;
8. de verkeersveiligheid;
9. de ontsluitingssituatie;
10. de parkeersituatie;
11. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
Artikel 20:
Wonen - A2 (vrijstaande woningen)
20.
1.
Bestemmingsomschrijving
De
voor ‘Wonen – A2’ aangewezen gronden zijn bestemd voor:
a.
gebouwen en overkappingen ten
behoeve van
1. het wonen al dan niet in combinatie met ruimte voor een beroeps- of bedrijfsactiviteit aan huis;
2. het wonen in combinatie met:
a. winkels,
ter plaatse van de aanduiding “detailhandel”;
a.
bedrijven die zijn genoemd in
bijlage 1 onder de categorieën 1 en 2 en bedrijven die naar de aard en de
invloed op de omgeving daarmee gelijk te stellen zijn, met uitzondering van
geluidszoneringsplichtige inrichtingen, risicovolle inrichtingen en/of
vuurwerkbedrijven, ter plaatse van de aanduiding “bedrijf tot en met categorie
b.
dienstverlenende bedrijven en/of
dienstverlenende instellingen, ter plaatse van de aanduiding “dienstverlening”;
waarbij,
ter plaatse van de aanduiding “karakteristiek”, de bestaande karakteristieke
hoofdvorm zoveel mogelijk in stand wordt gehouden;
met
daaraan ondergeschikt:
b.
groenvoorzieningen;
c.
parkeervoorzieningen;
d.
speelvoorzieningen;
e.
wegen, straten en paden;
f.
water;
g.
openbare nutsvoorzieningen;
met
de daarbijbehorende:
h.
tuinen, erven en verhardingen;
i.
bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
20. 2.
Bouwregels
20. 2. 1. Bouwen van gebouwen binnen
een bouwvlak
Voor
het bouwen van gebouwen binnen een bouwvlak gelden de volgende regels:
a.
het aantal woonhuizen zal per
bouwvlak ten hoogste één bedragen;
b.
de gebouwen zullen met ten minste
60% van de breedte van de voorgevel in de voorbouwgrens worden gebouwd;
c.
de goot- en bouwhoogte zal ten
hoogste
-
de goothoogte binnen een afstand
van
20. 2. 2. Bouwen van gebouwen en
overkappingen buiten een bouwvlak
Voor
het bouwen van gebouwen en overkappingen buiten een bouwvlak gelden de volgende
regels:
a.
de goot- en bouwhoogte van
niet-vrijstaande gebouwen zal ten hoogste
1.
de goothoogte van gebouwen binnen
een afstand van
2.
de goothoogte van gebouwen binnen
een afstand van
b.
de goot- en bouwhoogte van een
vrijstaand gebouw zal ten hoogste 3 respectievelijk
c.
de bouwhoogte van overkappingen zal
ten hoogste
d.
de gezamenlijke oppervlakte van de
gebouwen en overkappingen per bouwperceel zal ten hoogste 30% van de
oppervlakte van het erf, met een maximum van
e.
de oppervlakte van een vrijstaand
gebouw zal ten hoogste
tenzij
de gronden ter plaatse zijn aangeduid als “maximum oppervlakte (m²)” en/of
“maximale bouwhoogte (m)”, in welk geval de gezamenlijke oppervlakte en/of de
bouwhoogte van andere gebouwen en overkappingen ten dienste van de woonfunctie
ten hoogste de in die aanduiding aangegeven oppervlakte en/of bouwhoogte zal
bedragen.
20. 2. 3. Bouwen van bouwwerken, geen
gebouwen zijnde
Voor
het bouwen van de in lid 63.1. onder j. genoemde bouwwerken, geen gebouwen
zijnde, gelden de volgende regels:
a.
de bouwhoogte van erf- en
terreinafscheidingen zal ten hoogste
b.
de bouwhoogte van de overige
bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zal ten hoogste
1.
de bouwhoogte van masten, niet
zijnde antennemasten, en palen ten hoogste
2.
de bouwhoogte van antennemasten ten
hoogste
tenzij
de aanduiding “maximale bouwhoogte” is aangegeven, in welk geval de bouwhoogte
van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten hoogste de in die aanduiding
aangegeven bouwhoogte zal bedragen.
20. 3.
Specifeke
gebruiksregels
Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 7.10 van de Wet ruimtelijke ordening, wordt in ieder geval gerekend:
a.
het gebruik van vrijstaande
gebouwen buiten het bouwvlak als zelfstandige woning;
b.
het gebruik van de gronden en
bouwwerken ten behoeve van detailhandel, tenzij de gronden ter plaatse zijn
aangeduid als “detailhandel”;
c.
het gebruik van de gronden en
bouwwerken ten behoeve van bedrijfsdoeleinden, tenzij de gronden ter plaatse
zijn aangeduid als “bedrijf tot en met categorie
d.
het gebruik van de gronden en
bouwwerken als horecabedrijf;
e.
het gebruik van de gronden en
bouwwerken ten behoeve van een beroeps- of bedrijfsactiviteit aan huis, zodanig
dat de beroeps- c.q. bedrijfsvloeroppervlakte meer bedraagt dan
-
30% van de totale gezamenlijke
begane vloeroppervlakte van de aanwezige bebouwing op het bouwperceel, of
-
tenzij
de gronden ter plaatse zijn aangeduid als
“dienstverlening”.
20. 4.
Wijzigingsbevoegdheid
20. 4. 1. Burgemeester en wethouders
kunnen het bestemmingsplan wijzigen in die zin dat:
a.
de bestemming wordt gewijzigd in de
bestemming(en) ‘Wonen – A1’, ‘Wonen – A3’, ‘Wonen – A4’, ‘Wonen – A5’ en/of
‘Wonen – A6’;
b.
de bestemming wordt gewijzigd in de
bestemming(en) ‘Wonen – B1’, ‘Wonen – B2’. ‘Wonen – B3’, ‘Wonen – B4’, ‘Wonen –
B5’ en/of ‘Wonen - B6’, mits:
1.
de oppervlakte van het bouwvlak
tenminste
2.
de te bouwen tweede woning in
overeenstemming is met het, op moment van wijziging, vigerende gemeentelijk en
provinciaal woningbouwbeleid;
3.
de geluidsbelasting van
geluidsgevoelige objecten niet hoger is dan de geldende voorkeursgrenswaarde of
een vastgestelde hogere grenswaarde;
4.
het parkeren ten behoeve van de
woningen op het eigen erf plaatsvindt;
5.
de woningen op een adequate wijze
worden ontsloten;
c.
de oppervlakte van een aangegeven
bouwvlak in combinatie met de oppervlakte van gebouwen en overkappingen buiten
een bouwvlak wordt vergroot, mits:
1.
de oppervlakte van het bouwvlak ten
hoogste 25% van de opper-vlakte van het bouwperceel zal bedragen, met een
maximum van
2.
het bebouwingspercentage van het
erf ten hoogste 30 zal bedra-gen, met een maximum van
3.
de oppervlakte van een vrijstaand gebouw
ten hoogste 10% van de oppervlakte van het bouwperceel zal bedragen, met een
maximum van
4.
de afstand ten opzichte van de
zijdelingse bouwperceelgrens ten minste
5.
geen onevenredige afbreuk wordt
gedaan aan de stedenbouwkundige uitgangspunten van het gebied, waarbij met name
rekening wordt gehouden met de structuur en het karakter van de omgeving (dorpskern, dorpsuitlopers of landelijk
gebied) en de oppervlakte, de ligging en
de afmetingen van de gebouwen op de aangrenzende bouwpercelen;
6.
de geluidsbelasting van
geluidsgevoelige objecten niet hoger is dan de geldende voorkeursgrenswaarde of
een vastgestelde hogere grenswaarde;
d.
de ligging van een aangegeven
bouwvlak wordt gewijzigd, mits:
1. de
oppervlakte van het bouwvlak niet groter wordt dan
2. de
afstand ten opzichte van de zijdelingse bouwperceelgrens ten minste
3. de
geluidsbelasting van geluidsgevoelige objecten niet hoger is dan de geldende
voorkeursgrenswaarde of een vastgestelde hogere grenswaarde;
e.
de aanduiding “karakteristiek”
wordt aangebracht, indien door verbeterwerkzaamheden dan wel door veranderde
inzichten een niet als karakteristiek aangeduid gebouw (weer) karakteristiek
wordt;
f.
de aanduiding “karakteristiek”
geheel of gedeeltelijk wordt verwijderd, mits:
1.
de karakteristieke hoofdvorm niet
langer aanwezig is en niet zonder ingrijpende wijzigingen aan het gebouw kan
worden hersteld;
2.
de karakteristieke hoofdvorm in
zijn geheel redelijkerwijs niet te handhaven is in relatie tot de functie die
het gebouw moet of uitsluitend nog kan vervullen.
20. 4. 2. Burgemeester en wethouders kunnen toepassing geven aan de in lid 63.4.1. bedoelde wijzigingsbevoegdheden indien hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan
1. het straat- en bebouwingsbeeld;
2. de milieusituatie;
3. de woonsituatie;
4. de landschappelijke waarden;
5. de cultuurhistorische waarden;
6. de archeologische waarden;
7. de natuurwaarden;
8. de verkeersveiligheid;
9. de ontsluitingssituatie;
10. de parkeersituatie;
11. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
Artikel
21:
Wonen - A3 (vrijstaande woningen)
21. 1.
Bestemmingsomschrijving
De voor ‘Wonen - A3’ aangewezen gronden zijn bestemd
voor:
a.
gebouwen en overkappingen ten
behoeve van:
1. het wonen, al dan niet in combinatie met ruimte voor een beroeps- of bedrijfsactiviteit aan huis;
waarbij, ter plaatse van de aanduiding “karakteristiek”,
de bestaande karakteristieke hoofdvorm zoveel mogelijk in stand wordt gehouden;
met daaraan ondergeschikt:
b.
groenvoorzieningen;
c.
parkeervoorzieningen;
d.
speelvoorzieningen;
e.
wegen, straten en paden;
f.
water;
g.
openbare nutsvoorzieningen;
met de daarbijbehorende:
h.
tuinen, erven en verhardingen;
i.
bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
21. 2.
Bouwregels
21.
2. 1. Bouwen
van gebouwen binnen een bouwvlak
Voor het bouwen van gebouwen binnen een bouwvlak gelden
de volgende regels:
a.
het aantal woonhuizen zal per
bouwvlak ten hoogste één bedragen;
b.
de gebouwen zullen met ten minste 60% van de breedte van
de voorgevel in de voorbouwgrens worden gebouwd;
c.
de goot- en bouwhoogte zal ten
hoogste
-
de goothoogte binnen een afstand
van
21.
2. 2. Bouwen
van gebouwen en overkappingen buiten een bouwvlak
Voor het bouwen van gebouwen en overkappingen buiten een
bouwvlak gelden de volgende regels:
a.
de goot- en bouwhoogte van
niet-vrijstaande gebouwen zal ten hoogste
1.
de goothoogte van gebouwen binnen
een afstand van
2.
de goothoogte van gebouwen binnen
een afstand van
b.
de goot- en bouwhoogte van een
vrijstaand gebouw zal ten hoogste 3 respectievelijk
c.
de bouwhoogte van overkappingen zal
ten hoogste
d.
de gezamenlijke oppervlakte van de
gebouwen en overkappingen per bouwperceel zal ten hoogste 30% van de
oppervlakte van het erf, met een maximum van
e.
de oppervlakte van een vrijstaand
gebouw zal ten hoogste
tenzij de gronden ter plaatse zijn aangeduid als
“maximum oppervlakte (m²)” en/of “maximale bouwhoogte (m)”, in welk geval de
gezamenlijke oppervlakte en/of de bouwhoogte van andere gebouwen en
overkappingen ten dienste van de woonfunctie ten hoogste de in die aanduiding
aangegeven oppervlakte en/of bouwhoogte zal bedragen.
21.
2. 3. Bouwen
van bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van de in lid 20.1. onder i. genoemde
bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:
a.
de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen
zal ten hoogste
b.
de bouwhoogte van de overige
bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zal ten hoogste
1.
de bouwhoogte van masten, niet
zijnde antennemasten, en palen ten hoogste
2.
de bouwhoogte van antennemasten ten
hoogste
tenzij de aanduiding
“maximale bouwhoogte” is aangegeven, in welk geval de bouwhoogte van
bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten hoogste de in die aanduiding aangegeven
bouwhoogte zal bedragen.
21. 3.
Specifieke
gebruiksregels
Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 2.1 eerste lid, onder c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, wordt in ieder geval gerekend:
a.
het gebruik van vrijstaande
gebouwen buiten het bouwvlak als zelfstandige woning;
b.
het gebruik van de gronden en
bouwwerken ten behoeve van detailhandel;
c.
het gebruik van de gronden en bouwwerken
ten behoeve van bedrijfsdoeleinden;
d.
het gebruik van de gronden en
bouwwerken als horecabedrijf;
e.
het gebruik van de gronden en
bouwwerken ten behoeve van een beroeps- of bedrijfsactiviteit aan huis, zodanig
dat de beroeps- c.q. bedrijfsvloeroppervlakte meer bedraagt dan
-
30% van de totale gezamenlijke
begane vloeroppervlakte van de aanwezige bebouwing op het bouwperceel, of
-
21. 4.
Wijzigingsbevoegdheid
21.
4. 1. Burgemeester
en wethouders kunnen het bestemmingsplan wijzigen in die zin dat:
a.
de bestemming wordt gewijzigd in de
bestemming(en) ‘Wonen – A1’, ‘Wonen – A2’, ‘Wonen – A4’, ‘Wonen – A5’ en/of
‘Wonen - A6’;
b.
de bestemming wordt gewijzigd in de
bestemming(en) ‘Wonen – B1’, ‘Wonen – B2’, ‘Wonen – B3’, ‘Wonen – B4’, ‘Wonen –
B5’ en/of ‘Wonen - B6’, mits:
1.
de oppervlakte van het bouwvlak
tenminste
2.
de te bouwen tweede woning in
overeenstemming is met het vigerende gemeentelijk en provinciaal
woningbouwbeleid;
3.
de geluidsbelasting van
geluidsgevoelige objecten niet hoger is dan de geldende voorkeursgrenswaarde of
een vastgestelde hogere grenswaarde;
4.
het parkeren ten behoeve van de
woningen op het eigen erf plaatsvindt;
5.
de woningen op een adequate wijze
worden ontsloten;
c.
de oppervlakte van een aangegeven
bouwvlak in combinatie met de oppervlakte van gebouwen en overkappingen buiten
een bouwvlak wordt vergroot, mits:
1.
de oppervlakte van het bouwvlak ten
hoogste 25% van de opper-vlakte van het bouwperceel zal bedragen, met een
maximum van
2.
het bebouwingspercentage van het
erf ten hoogste 30% zal bedra-gen, met een maximum van
3.
de oppervlakte van een vrijstaand
gebouw ten hoogste 10% van de oppervlakte van het bouwperceel zal bedragen, met
een maximum van
4.
de afstand ten opzichte van de
zijdelingse bouwperceelgrens ten minste
5.
geen onevenredige afbreuk wordt
gedaan aan de stedenbouwkundige uitgangspunten van het gebied, waarbij met name
rekening wordt gehouden met de structuur en het karakter van de omgeving (dorpskern, dorpsuitlopers of landelijk
gebied) en de oppervlakte, de ligging en
de afmetingen van de gebouwen op de aangrenzende bouwpercelen;
6.
de geluidsbelasting van
geluidsgevoelige objecten niet hoger is dan de geldende voorkeursgrenswaarde of
een vastgestelde hogere grenswaarde;
d.
de ligging van een aangegeven
bouwvlak wordt gewijzigd, mits:
1.
de oppervlakte van het bouwvlak
niet groter wordt dan ten hoogste
2.
de afstand ten opzichte van de
zijdelingse bouwperceelgrens ten minste
3.
de geluidsbelasting van
geluidsgevoelige objecten niet hoger is dan de geldende voorkeursgrenswaarde of
een vastgestelde hogere grenswaarde;
e.
de aanduiding “karakteristiek”
wordt aangebracht, indien door verbeterwerkzaamheden dan wel door veranderde
inzichten een niet als karakteristiek aangeduid gebouw (weer) karakteristiek
wordt;
f.
de aanduiding “karakteristiek”
geheel of gedeeltelijk wordt verwijderd, mits:
1.
de karakteristieke hoofdvorm niet
langer aanwezig is en niet zonder ingrijpende wijzigingen aan het gebouw kan
worden hersteld;
2.
de karakteristieke hoofdvorm in zijn
geheel redelijkerwijs niet te handhaven is in relatie tot de functie die het
gebouw moet of uitsluitend nog kan vervullen.
21.
4. 2. Burgemeester
en wethouders kunnen toepassing geven aan de in lid 20.4.1. bedoelde
wijzigingsbevoegdheden indien hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan
aan
1. het straat- en bebouwingsbeeld;
2. de milieusituatie;
3. de woonsituatie;
4. de landschappelijke waarden;
5. de cultuurhistorische waarden;
6. de archeologische waarden;
7. de natuurwaarden;
8. de verkeersveiligheid;
9. de ontsluitingssituatie;
10. de parkeersituatie;
11. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden
Artikel
22:
Wonen - A7 (vrijstaande woningen
boerderijtypen)
22. 1.
Bestemmingsomschrijving
De
voor ‘Wonen - A7’ aangewezen gronden zijn bestemd voor:
a. gebouwen
en overkappingen ten behoeve van:
1. het
wonen, al dan niet in combinatie met ruimte voor een beroeps- of
bedrijfsactiviteit aan huis;
2. het
wonen in combinatie met:
c.
winkels, ter plaatse van de
aanduiding “detailhandel”;
d. bedrijven
die zijn genoemd in bijlage 1 onder de categorieën 1 en 2 en bedrijven die naar
de aard en de invloed op de omgeving daarmee gelijk te stellen zijn, met
uitzondering van geluidszoneringsplichtige inrichtingen, risicovolle
inrichtingen en/of vuurwerkbedrijven, ter plaatse van de aanduiding “bedrijf
tot en met categorie
waarbij,
ter plaatse van de aanduiding “karakteristiek”, de bestaande karakteristieke
hoofdvorm zoveel mogelijk in stand wordt gehouden;
met
daaraan ondergeschikt:
b. groenvoorzieningen;
c. parkeervoorzieningen;
d. speelvoorzieningen;
e. wegen,
straten en paden;
f.
water;
g. openbare
nutsvoorzieningen;
met
de daarbijbehorende:
h. tuinen,
erven en verhardingen;
i.
bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
22. 2.
Bouwregels
22. 2. 1. Bouwen van gebouwen binnen
een bouwvlak
Voor
het bouwen van gebouwen binnen een bouwvlak gelden de volgende regels:
a. het
aantal woonhuizen zal per bouwvlak ten hoogste één bedragen;
b. de
gebouwen zullen met ten minste 60% van de breedte van de voorgevel in de
voorbouwgrens worden gebouwd;
c. de
goot- en bouwhoogte zal ten hoogste
-
de goothoogte binnen een afstand
van
22. 2. 2. Bouwen van gebouwen en
overkappingen buiten een bouwvlak
Voor
het bouwen van gebouwen en overkappingen buiten een bouwvlak gelden de volgende
regels:
a. de
goot- en bouwhoogte van niet-vrijstaande gebouwen zal ten hoogste
1. de
goothoogte van gebouwen binnen een afstand van
2. de
goothoogte van gebouwen binnen een afstand van
b. de
goot- en bouwhoogte van een vrijstaand gebouw zal ten hoogste 3 respectievelijk
c. de
bouwhoogte van overkappingen zal ten hoogste
d. de
gezamenlijke oppervlakte van de gebouwen en overkappingen per bouwperceel zal
ten hoogste 30% van de oppervlakte van het erf, met een maximum van
e. de
oppervlakte van een vrijstaand gebouw zal ten hoogste
tenzij
de gronden ter plaatse zijn aangeduid als “maximum oppervlakte (m²)” en/of
“maximale bouwhoogte (m)”, in welk geval de gezamenlijke oppervlakte en/of de
bouwhoogte van andere gebouwen en overkappingen ten dienste van de woonfunctie
ten hoogste de in die aanduiding aangegeven oppervlakte en/of bouwhoogte zal
bedragen.
22. 2. 3. Bouwen van bouwwerken, geen
gebouwen zijnde
Voor
het bouwen van de in lid 21.1. onder i. genoemde bouwwerken, geen gebouwen
zijnde, gelden de volgende regels:
a. de
bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen zal ten hoogste
b. de
bouwhoogte van de overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zal ten hoogste
1. de
bouwhoogte van masten, niet zijnde antennemasten, en palen ten hoogste
2. de
bouwhoogte van antennemasten ten hoogste
tenzij
de aanduiding “maximale bouwhoogte” is aangegeven, in welk geval de bouwhoogte
van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten hoogste de in die aanduiding
aangegeven bouwhoogte zal bedragen.
22. 3.
Specifieke
gebruiksregels
Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 2.1 eerste lid, onder c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, wordt in ieder geval gerekend:
a. het
gebruik van vrijstaande gebouwen buiten het bouwvlak als zelfstandige woning;
b. het
gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van detailhandel, tenzij de
gronden ter plaatse zijn aangeduid als “detailhandel”;
c. het
gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van bedrijfsdoeleinden, tenzij
de gronden ter plaatse zijn aangeduid als “bedrijf tot en met categorie
d. het
gebruik van de gronden en bouwwerken als horecabedrijf;
e. het
gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van een beroeps- of
bedrijfsactiviteit aan huis, zodanig dat de beroeps- c.q. bedrijfsvloeroppervlakte
meer bedraagt dan
-
30% van de totale gezamenlijke
begane vloeroppervlakte van de aanwezige bebouwing op het bouwperceel, of
-
22. 4.
Wijzigingsbevoegdheid
22. 4. 1. Burgemeester en wethouders
kunnen het bestemmingsplan wijzigen in die zin dat:
a. de
bestemming wordt gewijzigd in de bestemming(en) ‘Bedrijf –
1. deze
wijzigingsbevoegdheid uitsluitend van toepassing is ten behoeve van een
functieverandering van het gehele oorspronkelijke boerderijpand welke gelegen
is in een dorpsuitloper of binnen het landelijk gebied;
2. de
uitoefening van de betreffende functie plaatsvindt binnen de bestaande
oppervlakte aan gebouwen en het bijbehorende erf;
3. de
betreffende functie qua aard en schaal is afgestemd op de verzorgingsfunctie
van de omringende kernen;
4. vestiging
niet leidt tot een duurzame ontwrichting van het in het betrokken gebied
bestaande voorzieningenpatroon in de desbetreffende sector, die niet door een
dringende reden wordt gerechtvaardigd;
5. de
bestaande woonfunctie bij het bedrijf gehandhaafd blijft;
6. het
geen geluidszoneringsplichtige inrichtingen, risicovolle inrichtingen en/of
vuurwerkbedrijven betreft;
b. de
bestemming wordt gewijzigd in de bestemming(en) ‘Wonen – A1’, ‘Wonen – A2’,
‘Wonen – A3’, ‘Wonen – A4’, ‘Wonen – A5’ en/of ‘Wonen - A6’;
c. de
bestemming wordt gewijzigd in de bestemming(en) ‘Wonen – B1’, ‘Wonen – B2’,
‘Wonen – B3’, ‘Wonen – B4’, ‘Wonen – B5’ ‘Wonen - B6’ en/of ‘Wonen – B7’, mits:
1. de
oppervlakte van het bouwvlak ten minste
2. de
te bouwen tweede woning in overeenstemming is met het vigerende gemeentelijk en
provinciaal woningbouwbeleid;
3. de
geluidsbelasting van geluidsgevoelige objecten niet hoger is dan de geldende
voorkeursgrenswaarde of een vastgestelde hogere grenswaarde;
4. het
parkeren ten behoeve van de woningen op het eigen erf plaatsvindt;
5. de
woningen op een adequate wijze worden ontsloten;
d. de
oppervlakte van een aangegeven bouwvlak in combinatie met de oppervlakte van
gebouwen en overkappingen buiten een bouwvlak wordt vergroot, mits:
1. de
oppervlakte van het bouwvlak ten hoogste 25% van de opper-vlakte van het
bouwperceel zal bedragen, met een maximum van
2. het
bebouwingspercentage van het erf ten hoogste 30% zal bedra-gen, met een maximum
van
3. de
oppervlakte van een vrijstaand gebouw ten hoogste 10% van de oppervlakte van
het bouwperceel zal bedragen, met een maximum van
4. de
afstand ten opzichte van de zijdelingse bouwperceelgrens ten minste
5. geen
onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de stedenbouwkundige uitgangspunten van
het gebied, waarbij met name rekening wordt gehouden met de structuur en het
karakter van de omgeving (dorpskern,
dorpsuitlopers of landelijk gebied) en de oppervlakte, de ligging en de afmetingen van de gebouwen op
de aangrenzende bouwpercelen;
6. de
geluidsbelasting van geluidsgevoelige objecten niet hoger is dan de geldende
voorkeursgrenswaarde of een vastgestelde hogere grenswaarde;
e. de
ligging van een aangegeven bouwvlak wordt gewijzigd, mits:
1. de
oppervlakte van het bouwvlak niet groter wordt dan ten hoogste
2. de
afstand ten opzichte van de zijdelingse bouwperceelgrens ten minste
3. de
geluidsbelasting van geluidsgevoelige objecten niet hoger is dan de geldende
voorkeursgrenswaarde of een vastgestelde hogere grenswaarde;
f.
de aanduiding “karakteristiek”
wordt aangebracht, indien door verbeterwerkzaamheden dan wel door veranderde
inzichten een niet als karakteristiek aangeduid gebouw (weer) karakteristiek
wordt;
g. de
aanduiding “karakteristiek” geheel of gedeeltelijk wordt verwijderd, mits:
1. de
karakteristieke hoofdvorm niet langer aanwezig is en niet zonder ingrijpende
wijzigingen aan het gebouw kan worden hersteld;
2. de
karakteristieke hoofdvorm in zijn geheel redelijkerwijs niet te handhaven is in
relatie tot de functie die het gebouw moet of uitsluitend nog kan vervullen.
22. 4. 2. Burgemeester en wethouders
kunnen toepassing geven aan de in lid 20.4.1. bedoelde wijzigingsbevoegdheden
indien hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan
1. het straat- en bebouwingsbeeld;
2. de milieusituatie;
3. de woonsituatie;
4. de landschappelijke waarden;
5. de cultuurhistorische waarden;
6. de archeologische waarden;
7. de natuurwaarden;
8. de verkeersveiligheid;
9. de ontsluitingssituatie;
10. de parkeersituatie;
11. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
Artikel 23:
Wonen – B1 (twee onder
één kap)
23. 1.
Bestemmingsomschrijving
De voor ‘Wonen - B1’ aangewezen gronden zijn bestemd
voor:
a.
gebouwen en overkappingen ten
behoeve van:
1.
het wonen, al dan niet in
combinatie met ruimte voor een beroeps- of bedrijfsactiviteit aan huis;
waarbij, ter plaatse van de aanduiding “karakteristiek”,
de bestaande karakteristieke hoofdvorm zoveel mogelijk in stand wordt gehouden;
met daaraan ondergeschikt:
b.
groenvoorzieningen;
c.
parkeervoorzieningen;
d.
speelvoorzieningen;
e.
wegen, straten en paden;
f.
water;
g.
openbare nutsvoorzieningen;
met de daarbijbehorende:
h.
tuinen, erven en verhardingen;
i.
bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
23. 2.
Bouwregels
23.
2. 1. Bouwen
van gebouwen binnen een bouwvlak
Voor het bouwen van gebouwen binnen een bouwvlak gelden
de volgende regels:
a.
het aantal woonhuizen zal per
bouwvlak ten hoogste twee bedragen;
b.
de gebouwen zullen met ten minste
60% van de breedte van de voorgevel in de voorbouwgrens worden gebouwd;
c.
de goot- en bouwhoogte zal ten
hoogste
-
de goothoogte binnen een afstand
van
23.
2. 2. Bouwen
van gebouwen en overkappingen buiten een bouwvlak
Voor het bouwen van gebouwen en overkappingen buiten een
bouwvlak gelden de volgende regels:
a.
de goot- en bouwhoogte van
niet-vrijstaande gebouwen zal ten hoogste
1.
de goothoogte van gebouwen binnen
een afstand van
2.
de goothoogte van gebouwen binnen
een afstand van
b.
de goot- en bouwhoogte van een
vrijstaand gebouw zal ten hoogste 3 respectievelijk
c.
de bouwhoogte van overkappingen zal
ten hoogste
d.
de gezamenlijke oppervlakte van de
gebouwen en overkappingen per bouwperceel zal ten hoogste 40% van de
oppervlakte van het erf, met een maximum van
e.
de oppervlakte van een vrijstaand
gebouw zal ten hoogste
tenzij de gronden ter plaatse zijn aangeduid als
“maximum oppervlakte (m²)” en/of “maximale bouwhoogte (m)”, in welk geval de
gezamenlijke oppervlakte en/of de bouwhoogte van andere gebouwen en
overkappingen ten dienste van de woonfunctie ten hoogste de in die aanduiding
aangegeven oppervlakte en/of bouwhoogte zal bedragen.
23.
2. 3. Bouwen
van bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van de in lid 22.1. onder i. genoemde
bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:
a.
de bouwhoogte van erf- en
terreinafscheidingen zal ten hoogste
b.
de bouwhoogte van de overige
bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zal ten hoogste
1.
de bouwhoogte van masten, niet
zijnde antennemasten, en palen ten hoogste
2.
de bouwhoogte van antennemasten ten
hoogste
tenzij de aanduiding
“maximale bouwhoogte” is aangegeven, in welk geval de bouwhoogte van
bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten hoogste de in die aanduiding aangegeven
bouwhoogte zal bedragen.
23. 3.
Specifieke
gebruiksregels
Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 2.1 eerste lid, onder c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, wordt in ieder geval gerekend:
a.
het gebruik van vrijstaande
gebouwen buiten het bouwvlak als zelfstandige woning;
b.
het gebruik van de gronden en
bouwwerken ten behoeve van detailhandel;
c.
het gebruik van de gronden en
bouwwerken ten behoeve van bedrijfsdoeleinden, tenzij de gronden ter plaatse
zijn aangeduid als “bedrijf tot en met categorie
d.
het gebruik van de gronden en
bouwwerken als horecabedrijf;
e.
het gebruik van de gronden en
bouwwerken ten behoeve van een beroeps- of bedrijfsactiviteit aan huis, zodanig
dat de beroeps- c.q. bedrijfsvloeroppervlakte meer bedraagt dan
-
30% van de totale gezamenlijke
begane vloeroppervlakte van de aanwezige bebouwing op het bouwperceel, of
-
23. 4.
Wijzigingsbevoegdheid
23.
4. 1. Burgemeester
en wethouders kunnen het bestemmingsplan wijzigen in die zin dat:
a.
de bestemming wordt gewijzigd in de
bestemming(en) ‘Wonen – A1’, ‘Wonen – A2’, ‘Wonen – A3’, ‘Wonen – A4’, ‘Wonen –
A5’, ‘Wonen - A6’, ‘Wonen – B2’, ‘Wonen – B3’, ‘Wonen – B4’, ‘Wonen – B5’ en/of
‘Wonen - B6’;
b.
de oppervlakte van een aangegeven
bouwvlak in combinatie met de oppervlakte van gebouwen en overkappingen buiten
een bouwvlak wordt vergroot dan wel de ligging van een aangegeven bouwvlak
wordt gewijzigd, mits:
1.
de oppervlakte van het bouwvlak ten
hoogste 30% van de oppervlakte van het bouwperceel zal bedragen met een maximum
van
2.
het bebouwingspercentage van het
erf ten hoogste 30% zal bedragen, met een maximum van
3.
de oppervlakte van een vrijstaand
gebouw ten hoogste 10% van de oppervlakte van het bouwperceel zal bedragen, met
een maximum van
4.
de afstand ten opzichte van de
zijdelingse bouwperceelgrens ten minste
5.
de geluidsbelasting van
geluidsgevoelige objecten niet hoger is dan de geldende voorkeursgrenswaarde of
een vastgestelde hogere grenswaarde;
6.
geen onevenredige afbreuk wordt
gedaan aan de stedenbouwkundige uitgangspunten van het gebied, waarbij met name
rekening wordt gehouden met de structuur en het karakter van de omgeving (dorpskern, dorpsuitlopers of landelijk
gebied) en de oppervlakte, de ligging en de afmetingen van de gebouwen op de
aangrenzende bouwpercelen;
c.
de aanduiding “karakteristiek”
wordt aangebracht, indien door verbeterwerkzaamheden dan wel door veranderde
inzichten een niet als karakteristiek aangeduid gebouw (weer) karakteristiek
wordt;
d.
de aanduiding “karakteristiek”
geheel of gedeeltelijk wordt verwijderd, mits:
1.
de karakteristieke hoofdvorm niet
langer aanwezig is en niet zonder ingrijpende wijzigingen aan het gebouw kan
worden hersteld;
2.
de karakteristieke hoofdvorm in
zijn geheel redelijkerwijs niet te handhaven is in relatie tot de functie die
het gebouw moet of uitsluitend nog kan vervullen.
23.
4. 2. Burgemeester
en wethouders kunnen toepassing geven aan de in lid 20.4.1. bedoelde
wijzigingsbevoegdheden indien hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan
1. het straat- en bebouwingsbeeld;
2. de milieusituatie;
3. de woonsituatie;
4. de landschappelijke waarden;
5. de cultuurhistorische waarden;
6. de archeologische waarden;
7. de natuurwaarden;
8. de verkeersveiligheid;
9. de ontsluitingssituatie;
10. de parkeersituatie;
11. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
Artikel
24:
Wonen - B3 (twee onder één kap)
24. 1.
Bestemmingsomschrijving
De voor ‘Wonen - B3’ aangewezen gronden zijn bestemd
voor:
a.
gebouwen en overkappingen ten
behoeve van:
1.
het wonen, al dan niet in
combinatie met ruimte voor een beroeps- of bedrijfsactiviteit aan huis;
met daaraan ondergeschikt:
b.
groenvoorzieningen;
c.
parkeervoorzieningen;
d.
speelvoorzieningen;
e.
wegen, straten en paden;
f.
water;
g.
openbare nutsvoorzieningen;
met de daarbijbehorende:
h.
tuinen, erven en verhardingen;
i.
bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
24. 2.
Bouwregels
24.
2. 1. Bouwen
van gebouwen binnen een bouwvlak
Voor het bouwen van gebouwen binnen een bouwvlak gelden
de volgende regels:
a.
het aantal woonhuizen zal per
bouwvlak ten hoogste twee bedragen;
b.
de gebouwen zullen met ten minste
60% van de breedte van de voorgevel in de voorbouwgrens worden gebouwd;
c.
de goot- en bouwhoogte zal ten
hoogste
-
de goothoogte binnen een afstand
van
24.
2. 2. Bouwen
van gebouwen en overkappingen buiten een bouwvlak
Voor het bouwen van gebouwen en overkappingen buiten een
bouwvlak gelden de volgende regels:
a.
de goot- en bouwhoogte van
niet-vrijstaande gebouwen zal ten hoogste
1.
de goothoogte van gebouwen binnen
een afstand van
2.
de goothoogte van gebouwen binnen
een afstand van
b.
de goot- en bouwhoogte van een
vrijstaand gebouw zal ten hoogste 3 respectievelijk
c.
de bouwhoogte van overkappingen zal
ten hoogste
d.
de gezamenlijke oppervlakte van de
gebouwen en overkappingen per bouwperceel zal ten hoogste 40% van de
oppervlakte van het erf, met een maximum van 100 m² bedragen;
e.
de oppervlakte van een vrijstaand
gebouw zal ten hoogste
tenzij de gronden ter plaatse zijn aangeduid als
“maximum oppervlakte (m²)” en/of “maximale bouwhoogte (m)”, in welk geval de
gezamenlijke oppervlakte en/of de bouwhoogte van andere gebouwen en
overkappingen ten dienste van de woonfunctie ten hoogste de in die aanduiding
aangegeven oppervlakte en/of bouwhoogte zal bedragen.
24.
2. 3. Bouwen
van bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van de in lid 23.1. onder i. genoemde
bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:
a.
de bouwhoogte van erf- en
terreinafscheidingen zal ten hoogste
b.
de bouwhoogte van de overige
bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zal ten hoogste
1.
de bouwhoogte van masten, niet
zijnde antennemasten, en palen ten hoogste
2.
de bouwhoogte van antennemasten ten
hoogste
tenzij de aanduiding
“maximale bouwhoogte” is aangegeven, in welk geval de bouwhoogte van
bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten hoogste de in die aanduiding aangegeven
bouwhoogte zal bedragen.
24. 3.
Specifieke
gebruiksregels
Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 2.1 eerste lid, onder c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, wordt in ieder geval gerekend:
a.
het gebruik van vrijstaande
gebouwen buiten het bouwvlak als zelfstandige woning;
b.
het gebruik van de gronden en
bouwwerken ten behoeve van detailhandel;
c.
het gebruik van de gronden en
bouwwerken ten behoeve van bedrijfsdoeleinden;
d.
het gebruik van de gronden en
bouwwerken als horecabedrijf;
e.
het gebruik van de gronden en
bouwwerken ten behoeve van een beroeps- of bedrijfsactiviteit aan huis, zodanig
dat de beroeps- c.q. bedrijfsvloeroppervlakte meer bedraagt dan
-
30% van de totale gezamenlijke
begane vloeroppervlakte van de aanwezige bebouwing op het bouwperceel, of
-
24. 4.
Wijzigingsbevoegdheid
24.
4. 1. Burgemeester
en wethouders kunnen het bestemmingsplan wijzigen in die zin dat:
a.
de bestemming wordt gewijzigd in de
bestemming(en) ‘Wonen – A1’, ‘Wonen – A2’, ‘Wonen – A3’, ‘Wonen – A4’, ‘Wonen –
A5’, ‘Wonen – A6’, ‘Wonen – B1’, ‘Wonen – B2’, ‘Wonen – B4’, ‘Wonen – B5’ en/of
‘Wonen - B6’;
b.
de oppervlakte van een aangegeven
bouwvlak in combinatie met de oppervlakte van gebouwen en overkappingen buiten
een bouwvlak wordt vergroot dan wel de ligging van een aangegeven bouwvlak
wordt gewijzigd, mits:
1.
de oppervlakte van het bouwvlak ten
hoogste 30% van de opper-vlakte van het bouwperceel zal bedragen met een
maximum van
2.
het bebouwingspercentage van het
erf ten hoogste 30% zal bedra-gen, met een maximum van
3.
de oppervlakte van een vrijstaand
gebouw ten hoogste 10% van de oppervlakte van het bouwperceel zal bedragen, met
een maximum van
4.
de afstand ten opzichte van de
zijdelingse bouwperceelgrens ten minste
5.
geen onevenredige afbreuk wordt
gedaan aan de stedenbouwkundige uitgangspunten van het gebied, waarbij met name
rekening wordt gehouden met de structuur en het karakter van de omgeving (dorpskern, dorpsuitlopers of landelijk
gebied) en de oppervlakte, de ligging en de afmetingen van de gebouwen op de
aangrenzende bouwpercelen;
6.
de geluidsbelasting van
geluidsgevoelige objecten niet hoger is dan de geldende voorkeursgrenswaarde of
een vastgestelde hogere grenswaarde;
c.
de aanduiding “karakteristiek” wordt
aangebracht, indien door verbeterwerkzaamheden dan wel door veranderde
inzichten een niet als karakteristiek aangeduid gebouw (weer) karakteristiek
wordt;
24.
4. 2. Burgemeester
en wethouders kunnen toepassing geven aan de in lid 23.4.1. bedoelde
wijzigingsbevoegdheden indien hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan
aan
1. het straat- en bebouwingsbeeld;
2. de milieusituatie;
3. de woonsituatie;
4. de landschappelijke waarden;
5. de cultuurhistorische waarden;
6. de archeologische waarden;
7. de natuurwaarden;
8. de verkeersveiligheid;
9. de ontsluitingssituatie;
10. de parkeersituatie;
11. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
Artikel 25:
Wonen - C1 (rijenbouw,
meer dan twee aaneen)
25. 1.
Bestemmingsomschrijving
De voor ‘Wonen - C1’ aangewezen gronden zijn bestemd
voor:
a.
gebouwen en overkappingen ten
behoeve van:
1.
het wonen, al dan niet in
combinatie met ruimte voor een beroeps- of bedrijfsactiviteit aan huis;
met daaraan ondergeschikt:
b.
groenvoorzieningen;
c.
parkeervoorzieningen;
d.
speelvoorzieningen;
e.
wegen, straten en paden;
f.
water;
g.
openbare nutsvoorzieningen;
met de daarbijbehorende:
h.
tuinen, erven en verhardingen;
i.
bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
25. 2.
Bouwregels
25.
2. 1. Bouwen
van gebouwen binnen een bouwvlak
Voor het bouwen van gebouwen binnen een bouwvlak gelden
de volgende regels:
a.
de woonhuizen zullen aaneen worden
gebouwd;
b.
de gebouwen zullen met ten minste
60% van de breedte van de voorgevel in de voorbouwgrens worden gebouwd;
c.
het maximum aantal woningen zal ten
hoogste het in de aanduiding “maximum aantal wooneenheden” aangegeven aantal
bedragen;
d.
de goot- en bouwhoogte zal ten
hoogste
-
de goothoogte binnen een afstand
van
25.
2. 2. Bouwen
van gebouwen en overkappingen buiten een bouwvlak
Voor het bouwen van gebouwen en overkappingen buiten een
bouwvlak gelden de volgende regels:
a.
de goot- en bouwhoogte van
niet-vrijstaande gebouwen zal ten hoogste
1.
de goothoogte van gebouwen binnen
een afstand van
2.
de goothoogte van gebouwen binnen
een afstand van
b.
de goot- en bouwhoogte van een
vrijstaand gebouw zal ten hoogste 3 respectievelijk
c.
de bouwhoogte van overkappingen zal
ten hoogste
d.
de gezamenlijke oppervlakte van de
gebouwen en overkappingen per bouwperceel zal ten hoogste 50% van de
oppervlakte van het erf, met een maximum van
e.
de oppervlakte van een vrijstaand
gebouw zal ten hoogste
tenzij de gronden ter plaatse zijn aangeduid als
“maximum oppervlakte (m²)” en/of “maximale bouwhoogte (m)”, in welk geval de
gezamenlijke oppervlakte en/of de bouwhoogte van andere gebouwen en
overkappingen ten dienste van de woonfunctie ten hoogste de in die aanduiding
aangegeven oppervlakte en/of bouwhoogte zal bedragen.
25.
2. 3. Bouwen
van bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van de in lid 24.1. onder i. genoemde bouwwerken,
geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:
a.
de bouwhoogte van erf- en
terreinafscheidingen zal ten hoogste
b.
de bouwhoogte van de overige
bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zal ten hoogste
1.
de bouwhoogte van masten, niet
zijnde antennemasten, en palen ten hoogste
2.
de bouwhoogte van antennemasten ten
hoogste
tenzij de aanduiding
“maximale bouwhoogte” is aangegeven, in welk geval de bouwhoogte van
bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten hoogste de in die aanduiding aangegeven
bouwhoogte zal bedragen.
25. 3.
Specifieke
gebruiksregels
Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 2.1 eerste lid, onder c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, wordt in ieder geval gerekend:
a.
het gebruik van vrijstaande
gebouwen buiten het bouwvlak als zelfstandige woning;
b.
het gebruik van de gronden en
bouwwerken ten behoeve van detailhandel;
c.
het gebruik van de gronden en
bouwwerken ten behoeve van bedrijfsdoeleinden;
d.
het gebruik van de gronden en
bouwwerken als horecabedrijf;
e.
het gebruik van de gronden en
bouwwerken ten behoeve van een beroeps- of bedrijfsactiviteit aan huis, zodanig
dat de beroeps- c.q. bedrijfsvloeroppervlakte meer bedraagt dan
-
30% van de totale gezamenlijke
begane vloeroppervlakte van de aanwezige bebouwing op het bouwperceel, of
-
25. 4.
Wijzigingsbevoegdheid
25.
4. 1. Burgemeester
en wethouders kunnen het bestemmingsplan wijzigen in die zin dat:
a.
de bestemming wordt gewijzigd in de
bestemming(en) ‘Wonen – C2’, ‘Wonen – C3’, ‘Wonen – C4’, ‘Wonen – C5’ en/of
‘Wonen – C6’;
b.
de bestemming wordt gewijzigd in de
bestemming(en) ‘Wonen – A1’, ‘Wonen – A2’. ‘Wonen – A3’, ‘Wonen – A4’, ‘Wonen –
A5’, ‘Wonen - A6’, ‘Wonen – B1’, ‘Wonen – B2’. ‘Wonen – B3’, ‘Wonen – B4’,
‘Wonen – B5’ en/of ‘Wonen - B6’, mits:
-
geen onevenredige afbreuk wordt
gedaan aan de stedenbouwkundige uitgangspunten van het gebied, waarbij met name
wordt uitgegaan van de oppervlakte en de ligging van de gebouwen op de
aangrenzende bouwpercelen;
c.
de oppervlakte van een aangegeven
bouwvlak wordt vergroot dan wel de ligging van een aangegeven bouwvlak wordt
gewijzigd, mits:
1.
de vergroting ten hoogste 25% van
de oppervlakte van het bouwvlak zal bedragen;
2.
de afstand ten opzichte van de
zijdelingse bouwperceelgrens ten minste
3.
de geluidsbelasting van
geluidsgevoelige objecten niet hoger is dan de geldende voorkeursgrenswaarde of
een vastgestelde hogere grenswaarde;
4.
geen onevenredige afbreuk wordt
gedaan aan de stedenbouwkundige uitgangspunten van het gebied, waarbij met name
wordt uitgegaan van de oppervlakte en de ligging van de gebouwen op de
aangrenzende bouwpercelen.
25.
4. 2. Burgemeester
en wethouders kunnen toepassing geven aan de in lid 24.4.1. bedoelde
wijzigingsbevoegdheden indien hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan
aan
1. het straat- en bebouwingsbeeld;
2. de milieusituatie;
3. de woonsituatie;
4. de landschappelijke waarden;
5. de cultuurhistorische waarden;
6. de archeologische waarden;
7. de natuurwaarden;
8. de verkeersveiligheid;
9. de ontsluitingssituatie;
10. de parkeersituatie;
11. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
Artikel 26: Waterstaat – Waterstaatkundige functie
26. 1.
Bestemmingsomschrijving
De voor ‘Waterstaat – Waterstaatkundige functie’
aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende
bestemming(en), mede bestemd voor:
a.
de bescherming van het doelmatig en
veilig functioneren van de nabijgelegen vaarweg;
b.
werken ten behoeve van de
waterstaat, waaronder kaden en dijken;
met de daarbijbehorende:
c.
bouwwerken, geen gebouwen zijnde,
waaronder sluizen en gemalen.
26. 2.
Bouwregels
26.
2. 1. In
afwijking van het bepaalde bij de andere daar voorkomende bestemming(en) mogen
op of in deze gronden geen gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden
gebouwd, anders dan ten behoeve van deze dubbelbestemming.
26. 2. 2. Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd.
26.
2. 3. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen
zijnde, geldt de volgende regel: de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen
zijnde, zal ten hoogste
26. 3.
Omgevingsvergunning
voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
26.
3. 1. Het
is, in het gebied waarop deze bestemming betrekking heeft, verboden zonder of
in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende
werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren, te doen of
laten uitvoeren zulks ongeacht het bepaalde in de regels bij de andere daar
voorkomende bestemming(en):
a.
het ophogen en afgraven van de
gronden;
b.
het verwijderen en aanbrengen van
verhardingen, waaronder de toegelaten wegen en paden.
26.
3. 2. Het
bepaalde in lid 25.3.1. is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken
zijnde, of werkzaamheden die:
a.
het normale onderhoud betreffen;
b.
reeds in uitvoering zijn op het
tijdstip van het van kracht worden van het plan.
26.
3. 3. De
in lid 25.3.1. genoemde vergunning zal slechts worden verleend, indien geen
onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de gronden met een waterkerende (neven)
functie.
26. 4.
Wijzigingsbevoegdheid
26.
4. 1. Burgemeester
en wethouders kunnen het bestemmingsplan wijzigen in die zin dat:
a.
de in de andere daar voorkomende
bestemming(en) toegelaten gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden
gebouwd, mits:
vooraf advies wordt ingewonnen bij de beheerder van de
desbetreffende waterstaatkundige functie;
b.
de dubbelbestemming ‘Waterstaat –
Waterstaatkundige functie’ wordt verwijderd.
26.
4. 2. Burgemeester
en wethouders kunnen toepassing geven aan de in lid 25.4.1. bedoelde wijzigingsbevoegdheden,
indien hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de gronden met een
waterkerende en/of waterregulerende (neven)functie.
Artikel 27: Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Artikel
28:
Algemene bouwregels
28. 1. Welstandscriteria
De
door het plan geboden ruimte ten aanzien van de situering en de maatvoering van
bouwwerken, kan nader worden ingevuld door de in artikel 12a van de Woningwet
bedoelde welstandscriteria.
28. 2. Horizontale windturbines
Er zullen geen
horizontale windturbines worden gebouwd, tenzij de gronden zijn bestemd als
‘Bedrijf –
28. 3.
Omgevingsvergunning
voor het slopen van een bouwwerk
28. 3. 1. Ter plaatse van de aanduiding "karakteristiek" is het verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag gebouwen geheel of gedeeltelijk te slopen.
28. 3. 2. Het bepaalde in lid 27.3.1.
is niet van toepassing op sloopwerkzaamheden die:
a.
het normale onderhoud betreffen;
b.
reeds in uitvoering zijn op het
tijdstip van het van kracht worden van het plan.
28. 3. 3. De in lid 27.3.1. genoemde
vergunning kan slechts worden verleend mits:
a.
de karakteristieke hoofdvorm niet
langer aanwezig is en niet zonder ingrijpende wijzigingen aan het gebouw kan
worden hersteld;
b.
de karakteristieke hoofdvorm in
redelijkheid niet is te handhaven;
c. het
delen van gebouwen betreft, die op zichzelf niet als karakteristiek vallen aan
te merken, en door sloop daarvan geen onevenredige aantasting van de
karakteristieke hoofdvorm plaatsvindt.
Artikel 29:
Algemene
gebruiksregels
Tot een gebruik strijdig met
de gegeven bestemmingen, zoals bedoeld in artikel 2.1 eerste lid, onder c van
de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, wordt in ieder geval gerekend:
a. het gebruik van de gronden voor het storten van puin en afvalstoffen;
b. het gebruik van de gronden voor de opslag van schroot, afbraak- en bouwmaterialen, anders dan ten behoeve van de uitvoering van krachtens de bestemming(en) toegelaten bouwactiviteiten en werken en werkzaamheden;
c. het gebruik van de gronden voor de stalling en opslag van (aan het oorspronkelijk gebruik onttrokken) voer-, vaar- of vliegtuigen, anders dan ten behoeve van de uitvoering van krachtens de bestemming(en) toegelaten bouwactiviteiten en werken en werkzaamheden;;
d. het gebruik van de gronden als standplaats voor kampeermiddelen;
e. het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting.
Artikel 30:
Algemene
aanduidingsregels
30. 1. Wro – zone 1
29.1.1. Burgemeester en wethouders kunnen het bestemmingsplan wijzigen in die zin dat:
a. de bestemming kan worden gewijzigd ten behoeve van het aanbrengen van een nieuw bouwvlak, mits:
1.
de gronden op de kaart zijn voorzien van de
aanduiding ‘wro-zone – wijzigingsgebied
2. het aantal te bouwen woningen ten hoogste 1 bedraagt;
3. de te bouwen woning in overeenstemming is met het, op moment van wijziging vigerende gemeentelijk en provinciaal woningbouwbeleid;
4. de geluidsbelasting van de geluidsgevoelige objecten niet hoger is dan de geldende voorkeurswaarde of een verkregen hogere grenswaarde;
5. rekening wordt gehouden met de structuur en het karakter van de omgeving (dorpskern, dorpsuitlopers of landelijk gebied) en de oppervlakte, de ligging en de afmetingen van de gebouwde op de aangrenzende bouwpercelen.
29.1.1. Burgemeester en wethouders kunnen toepassing geven aan de
in lid 29.1.1. bedoelde wijzigingsbevoegdheden indien hierdoor geen
onevenredige afbreuk wordt gedaan aan
1. het straat- en bebouwingsbeeld;
2. de milieusituatie;
3. de woonsituatie;
4. de landschappelijke waarden;
5. de cultuurhistorische waarden;
6. de archeologische waarden;
7. de natuurwaarden;
8. de verkeersveiligheid;
9. de ontsluitingssituatie;
10. de parkeersituatie;
11. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
29.2. Wro
– zone 2
29.2.1. Burgemeester en wethouders kunnen het bestemmingsplan in die zin wijzigen dat:
a. de
gronden die ter plaatse zijn aangeduid als “Wro-zone – wijzigingsgebied
-
winkels, indien de gronden ter
plaatse worden aangeduid als “detailhandel”;
-
bedrijven die zijn genoemd in
bijlage 1 onder de categorieën 1 en 2 en bedrijven die naar de aard en de
invloed op de omgeving daarmee gelijk te stellen zijn, met uitzondering van
geluidszoneringsplichtige inrichtingen, risicovolle inrichtingen en/of
vuurwerkbedrijven, indien de gronden ter plaatse worden aangeduid als “bedrijf
tot en met categorie
-
dienstverlenende bedrijven en/of
dienstverlenende instellingen, indien de gronden ter plaatse worden aangeduid
als “dienstverlening”;
mits:
1.
de betreffende functie qua aard en
schaal is afgestemd op de verzorgingsfunctie van de omringende kernen;
2.
vestiging niet leidt tot een
duurzame ontwrichting van het in het betrokken gebied bestaande
voorzieningenpatroon in de desbetreffende sector, die niet door een dringende
reden wordt gerechtvaardigd;
3.
er voldoende parkeergelegenheden in
het gebied aanwezig zijn.
29.2.2. Burgemeester en wethouders kunnen toepassing geven aan de in lid 29.2.1. bedoelde wijzigingsbevoegdheden indien hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan
1. het straat- en bebouwingsbeeld;
2. de milieusituatie;
3. de woonsituatie;
4. de landschappelijke waarden;
5. de cultuurhistorische waarden;
6. de archeologische waarden;
7. de natuurwaarden;
8. de verkeersveiligheid;
9. de ontsluitingssituatie;
10. de parkeersituatie;
11. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
29.3. Wro – zone 3
29.3.1.Burgemeester en wethouders kunnen het bestemmingsplan in die zin wijzigen dat:
a. de
gronden die ter plaatse zijn aangeduid als “Wro-zone – wijzigingsgebied
1.
ten hoogste 1 bedrijfswoning zal
worden gebouwd;
2.
de geluidbelasting van de
geluidgevoelige gebouwen niet hoger is dan de geldende voorkeursgrenswaarde of
een verkregen hogere grenswaarde;
3.
de oppervlakte van een
bedrijfswoning ten hoogste
4.
de goothoogte van een
bedrijfswoning ten hoogste
5.
de bouwhoogte van een
bedrijfswoning ten hoogste
6.
de dakhellen van een bedrijfswoning
ten hoogste 60º zal bedragen;
7.
de goothoogte van andere gebouwen
ten dienste van de bedrijfswoonfunctie ten hoogste
8.
de bouwhoogte van de andere
gebouwen ten dienste van de bedrijfswoonfunctie ten hoogste
9.
de bouwhoogte van overkappingen ten
dienste van de bedrijfswoonfunctie ten hoogste
10. de
gezamenlijke oppervlakte van andere gebouwen en overkappingen ten dienste van
de bedrijfswoonfunctie ten hoogste 30% van de oppervlakte van het erf met een
maximum van
11. de
oppervlakte van een vrijstaand gebouw ten dienste van de bedrijfswoonfunctie
ten hoogste
12. de
hoogte van andere bouwwerken ten hoogste
29.3.2. Burgemeester en wethouders
kunnen toepassing geven aan de in lid 29.3.1. bedoelde wijzigingsbevoegdheden
indien hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan
1. het straat- en bebouwingsbeeld;
2. de milieusituatie;
3. de woonsituatie;
4. de landschappelijke waarden;
5. de cultuurhistorische waarden;
6. de archeologische waarden;
7. de natuurwaarden;
8. de verkeersveiligheid;
9. de ontsluitingssituatie;
10. de parkeersituatie;
11. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
Artikel 31:
Algemene wijzigingsregels
Burgemeester
en Wethouders kunnen het bestemmingsplan wijzigen in die zin dat:
a. in
een aanduiding “maximale bouwhoogte” een grotere bouwhoogte voor het bouwen van
antennemasten wordt aangegeven, mits:
-
de bouwhoogte van antennemasten ten hoogste
b. de
dubbelbestemming ‘Leiding – Gas’ wordt aangebracht, indien:
1. wordt
voldaan aan de regels uit de van toepassing zijnde wettelijke regels;
2. hierdoor
geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de
milieusituatie, de woonsituatie, de landschappelijke waarden, de archeologische
waarden, de natuurwaarden, de verkeersveiligheid en de gebruiksmogelijkheden
van de aangrenzende gronden;
c. de
dubbelbestemming ‘Leiding – Hoogspanningsverbinding’ wordt aangebracht, indien:
-
hierdoor geen onevenredige afbreuk
wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de milieusituatie, de
woonsituatie, de landschappelijke waarden, de archeologische waarden, de
natuurwaarden, de verkeersveiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de
aangrenzende gronden;
d. de
dubbelbestemming ‘Leiding – Overig’ wordt aangebracht, indien:
1. wordt
voldaan aan de regels uit de van toepassing zijnde wettelijke regels;
2. hierdoor
geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de
milieusituatie, de woonsituatie, de landschappelijke waarden, de archeologische
waarden, de natuurwaarden, de verkeersveiligheid en de gebruiksmogelijkheden
van de aangrenzende gronden;
e. de
dubbelbestemming ‘Leiding – Water’ wordt aangebracht, indien:
-
hierdoor geen onevenredige afbreuk
wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de milieusituatie, de
woonsituatie, de landschappelijke waarden, de archeologische waarden, de
natuurwaarden, de verkeersveiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de
aangrenzende gronden;
f.
de dubbelbestemming ‘Waarde –
Archeologie’ wordt aangebracht, indien:
-
door onderzoek archeologische
waarden van gronden naar voren komen;
g. de
dubbelbestemming ‘Waarde – Cultuurhistorie’ wordt aangebracht, indien:
-
door onderzoek cultuurhistorische
en (cultuur)landschappelijke waarden van gronden naar voren komen;
h. de
dubbelbestemming ‘Waarde – Landschap’ wordt aangebracht, indien:
-
door aanvullend onderzoek
(cultuur)landschappelijke waarden van gronden naar voren komen;
i.
de dubbelbestemming ‘Waterstaat –
Waterstaatkundige functie’ wordt aangebracht, indien:
-
dit noodzakelijk is ten behoeve van
de bescherming, ophoging en verbetering van de gronden met een waterkerende
en/of waterregulerende (neven)functie;
j.
de gebiedsaanduiding “milieuzone –
grondwaterbeschermingsgebied” wordt aangebracht, indien:
-
een wijziging van het beloop en/of
een verandering in de omvang en de begrenzing van milieubeschermingsgebieden in
de Provinciale Milieuverordening daartoe aanleiding geeft.
Verwijzingsregel wijzigingsbevoegdheden
en/of uit te werken bestemmingen
Voorzover in de bestemmingsregels,
dubbelbestemmingsregels en/of de overige regels wordt verwezen naar
bestemmingen die daarin niet rechtstreeks zijn opgenomen, zijn de
bestemmingsregels en/of de dubbelbestemmingsregels van toepassing als bedoeld
in de bijlage "Standaardregels (versie 2.0)".
33. 1.
Overgangsrecht
bouwwerken
a. Een
bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan
aanwezig of in uitvoering is dan wel gebouwd kan worden krachtens een
omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze
afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot,
1. gedeeltelijk
worden vernieuwd of veranderd;
2. na
het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of
veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt gedaan binnen twee
jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.
b. Burgemeester
en wethouders kunnen eenmalig in afwijking van sublid a. een
omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk
als bedoeld in het sublid a. met maximaal 10 %.
c. Sublid
a. is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip
van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in
strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling
van dat plan.
33. 2.
Overgangsrecht
gebruik
a.
Het gebruik van grond en bouwwerken
dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en
hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.
b.
Het is verboden het met het
bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in sublid a., te veranderen of te
laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze
verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.
c.
Indien het gebruik, bedoeld in
sublid a., na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode
langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te
hervatten of te laten hervatten.
d.
Sublid a. is niet van toepassing op
het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan,
daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
Deze regels worden aangehaald als:
Regels van het
Bestemmingsplan Suwâld 2009
van de gemeente
Tytsjerksteradiel.
Aldus vastgesteld in de
raadsvergadering van ……………………….
De voorzitter, De griffier,
………………. ……………
BIJLAGE
1
|
|
Bedrijvenlijst |
|
SBI-CODE |
|
OMSCHRIJVING |
AFSTANDEN IN METERS |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
- |
NUMMER |
|
GEUR |
STOF |
GELUID |
|
|
GEVAAR |
|
GROOTSTE
AFSTAND |
|
CATEGORIE |
|
01 |
- |
LANDBOUW EN DIENSTVERLENING T.B.V. DE LANDBOUW |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0111, 0113 |
|
Akkerbouw en fruitteelt (bedrijfsgebouwen) |
10 |
10 |
30 |
C |
|
10 |
|
30 |
|
2 |
|
0112 |
0 |
Tuinbouw: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0112 |
1 |
- bedrijfsgebouwen |
10 |
10 |
30 |
C |
|
10 |
|
30 |
|
2 |
|
0112 |
2 |
- kassen zonder verwarming |
10 |
10 |
30 |
C |
|
10 |
|
30 |
|
2 |
|
0112 |
3 |
- kassen met gasverwarming |
10 |
10 |
30 |
C |
|
10 |
|
30 |
|
2 |
|
0112 |
4 |
- champignonkwekerijen (algemeen) |
30 |
10 |
30 |
C |
|
10 |
|
30 |
|
2 |
|
0112 |
5 |
- champignonkwekerijen met mestfermentatie |
100 |
10 |
30 |
C |
|
10 |
|
100 |
|
3.2 |
|
0112 |
6 |
- bloembollendroog- en prepareerbedrijven |
30 |
10 |
30 |
C |
|
10 |
|
30 |
|
2 |
|
0112 |
7 |
- witlofkwekerijen (algemeen) |
30 |
10 |
30 |
C |
|
10 |
|
30 |
|
2 |
|
0121 |
|
Fokken en houden van rundvee |
100 |
30 |
30 |
C |
|
0 |
|
100 |
|
3.2 |
|
0122 |
0 |
Fokken en houden van overige graasdieren: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0122 |
1 |
- paardenfokkerijen |
50 |
30 |
30 |
C |
|
0 |
|
50 |
|
3.1 |
|
0122 |
2 |
- overige graasdieren |
50 |
30 |
30 |
C |
|
0 |
|
50 |
|
3.1 |
|
0123 |
|
Fokken en houden van varkens |
200 |
30 |
50 |
C |
|
0 |
|
200 |
D |
4.1 |
|
0124 |
0 |
Fokken en houden van pluimvee: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0124 |
1 |
- legkippen |
200 |
30 |
50 |
C |
|
0 |
|
200 |
D |
4.1 |
|
0124 |
2 |
- opfokkippen en mestkuikens |
200 |
30 |
50 |
C |
|
0 |
|
200 |
|
4.1 |
|
0124 |
3 |
- eenden en ganzen |
200 |
50 |
50 |
C |
|
0 |
|
200 |
|
4.1 |
|
0124 |
4 |
- overig pluimvee |
100 |
30 |
50 |
C |
|
0 |
|
100 |
D |
3.2 |
|
0125 |
0 |
Fokken en houden van overige dieren: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0125 |
1 |
- nertsen en vossen |
200 |
30 |
30 |
C |
|
0 |
|
200 |
|
4.1 |
|
0125 |
2 |
- konijnen |
100 |
30 |
30 |
C |
|
0 |
|
100 |
|
3.2 |
|
0125 |
3 |
- huisdieren |
30 |
0 |
50 |
C |
|
10 |
|
50 |
|
3.1 |
|
0125 |
4 |
- maden, wormen e.d. |
100 |
0 |
30 |
C |
|
10 |
|
100 |
|
3.2 |
|
0125 |
5 |
- bijen |
10 |
0 |
30 |
C |
|
10 |
|
30 |
|
2 |
|
0125 |
6 |
- overige dieren |
30 |
10 |
30 |
C |
|
0 |
|
30 |
D |
2 |
|
014 |
0 |
Dienstverlening t.b.v. de landbouw: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
014 |
1 |
- algemeen (o.a. loonbedrijven): b.o. > |
30 |
10 |
50 |
|
|
10 |
|
50 |
D |
3.1 |
|
014 |
2 |
- algemeen (o.a. loonbedrijven): b.o.<= |
30 |
10 |
30 |
|
|
10 |
|
30 |
|
2 |
|
014 |
3 |
- plantsoenendiensten en hoveniersbedrijven: b.o. > |
30 |
10 |
50 |
|
|
10 |
|
50 |
|
3.1 |
|
014 |
4 |
- plantsoenendiensten en hoveniersbedrijven: b.o. <= |
30 |
10 |
30 |
|
|
10 |
|
30 |
|
2 |
|
0142 |
|
KI-stations |
30 |
10 |
30 |
C |
|
0 |
|
30 |
|
2 |
|
02 |
- |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
02 |
- |
BOSBOUW EN DIENSTVERLENING T.B.V. BOSBOUW |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
020 |
|
Bosbouwbedrijven |
10 |
10 |
50 |
|
|
0 |
|
50 |
|
3.1 |
|
05 |
- |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
05 |
- |
VISSERIJ- EN VISTEELTBEDRIJVEN |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0501.1 |
|
Zeevisserijbedrijven |
100 |
0 |
100 |
C |
|
50 |
R |
100 |
|
3.2 |
|
0501.2 |
|
Binnenvisserijbedrijven |
50 |
0 |
50 |
C |
|
10 |
|
50 |
|
3.1 |
|
0502 |
0 |
Vis- en schaaldierkwekerijen |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0502 |
1 |
- oester-, mossel- en schelpenteeltbedrijven |
100 |
30 |
50 |
C |
|
0 |
|
100 |
|
3.2 |
|
0502 |
2 |
- visteeltbedrijven |
50 |
0 |
50 |
C |
|
0 |
|
50 |
|
3.1 |
|
10 |
- |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
10 |
- |
TURFWINNING |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
103 |
|
Turfwinningbedrijven |
50 |
50 |
100 |
C |
|
10 |
|
100 |
|
3.2 |
|
11 |
- |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
11 |
- |
AARDOLIE- EN AARDGASWINNING |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
111 |
0 |
Aardolie- en aardgaswinning: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
111 |
1 |
- aardoliewinputten |
100 |
0 |
200 |
C |
|
200 |
R |
200 |
|
4.1 |
|
111 |
2 |
- aardgaswinning incl. gasbeh.inst.: < 10.000.000 N
m3/d |
30 |
0 |
500 |
C |
|
200 |
R |
500 |
|
5.1 |
|
111 |
3 |
- aardgaswinning incl. gasbeh.inst.: >= 10.000.000 N
m3/d |
50 |
0 |
700 |
C |
Z |
200 |
R |
700 |
|
5.2 |
|
14 |
- |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
14 |
- |
WINNING VAN ZAND, GRIND, KLEI, ZOUT, E.D. |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
1421 |
0 |
Steen-, grit- en krijtmalerijen (open lucht): |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
1421 |
1 |
- algemeen |
10 |
100 |
200 |
|
|
10 |
|
200 |
D |
4.1 |
|
1421 |
2 |
- steenbrekerijen |
10 |
200 |
700 |
|
Z |
10 |
|
700 |
|
5.2 |
|
144 |
|
Zoutwinningbedrijven |
50 |
10 |
100 |
C |
|
30 |
|
100 |
|
3.2 |
|
145 |
|
Mergel- en overige delfstoffenwinningbedrijven |
10 |
200 |
500 |
C |
|
50 |
|
500 |
|
5.1 |
|
15 |
- |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
15 |
- |
VERVAARDIGING VAN VOEDINGSMIDDELEN EN DRANKEN |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
151 |
0 |
Slachterijen en overige vleesverwerking: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
151 |
1 |
- slachterijen en pluimveeslachterijen |
100 |
0 |
100 |
C |
|
50 |
R |
100 |
D |
3.2 |
|
151 |
2 |
- vetsmelterijen |
700 |
0 |
100 |
C |
|
30 |
|
700 |
|
5.2 |
|
151 |
3 |
- bewerkingsinrichting van darmen en vleesafval |
300 |
0 |
100 |
C |
|
50 |
R |
300 |
|
4.2 |
|
151 |
4 |
- vleeswaren- en vleesconservenfabrieken: p.o. > |
100 |
0 |
100 |
C |
|
50 |
R |
100 |
|
3.2 |
|
151 |
5 |
- vleeswaren- en vleesconservenfabrieken: p.o. <= |
50 |
0 |
50 |
C |
|
30 |
|
50 |
|
3.1 |
|
151 |
6 |
- vleeswaren- en vleesconservenfabrieken: p.o. <= |
30 |
0 |
50 |
|
|
10 |
|
50 |
|
3.1 |
|
151 |
7 |
- loonslachterijen |
50 |
0 |
50 |
|
|
10 |
|
50 |
|
3.1 |
|
151 |
8 |
- vervaardiging van snacks en vervaardiging van
kant-en-klaar-maaltijden met p.o. < |
50 |
0 |
50 |
|
|
10 |
|
50 |
|
3.1 |
|
152 |
0 |
Visverwerkingsbedrijven: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
152 |
1 |
- drogen |
700 |
100 |
200 |
C |
|
30 |
|
700 |
|
5.2 |
|
152 |
2 |
- conserveren |
200 |
0 |
100 |
C |
|
30 |
|
200 |
|
4.1 |
|
152 |
3 |
- roken |
300 |
0 |
50 |
C |
|
0 |
|
300 |
|
4.2 |
|
152 |
4 |
- verwerken anderszins: p.o.> |
300 |
10 |
50 |
C |
|
30 |
|
300 |
D |
4.2 |
|
152 |
5 |
- verwerken anderszins: p.o. <= |
100 |
10 |
50 |
|
|
30 |
|
100 |
|
3.2 |
|
152 |
6 |
- verwerken anderszins: p.o. <= |
50 |
10 |
30 |
|
|
10 |
|
50 |
|
3.1 |
|
1531 |
0 |
Aardappelprodukten fabrieken: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
1531 |
1 |
- vervaardiging van aardappelproducten |
300 |
30 |
200 |
C |
|
50 |
R |
300 |
|
4.2 |
|
1531 |
2 |
- vervaardiging van snacks met p.o. < |
50 |
10 |
50 |
|
|
50 |
R |
50 |
|
3.1 |
|
1532, 1533 |
0 |
Groente- en fruitconservenfabrieken: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
1532, 1533 |
1 |
- jam |
50 |
10 |
100 |
C |
|
10 |
|
100 |
|
3.2 |
|
1532, 1533 |
2 |
- groente algemeen |
50 |
10 |
100 |
C |
|
10 |
|
100 |
|
3.2 |
|
1532, 1533 |
3 |
- met koolsoorten |
100 |
10 |
100 |
C |
|
10 |
|
100 |
|
3.2 |
|
1532, 1533 |
4 |
- met drogerijen |
300 |
10 |
200 |
C |
|
30 |
|
300 |
|
4.2 |
|
1532, 1533 |
5 |
- met uienconservering (zoutinleggerij) |
300 |
10 |
100 |
C |
|
10 |
|
300 |
|
4.2 |
|
1541 |
0 |
Vervaardiging van ruwe plantaardige en dierlijke oliën en
vetten: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
1541 |
1 |
- p.c. < 250.000 t/j |
200 |
30 |
100 |
C |
|
30 |
R |
200 |
|
4.1 |
|
1541 |
2 |
- p.c. >= 250.000 t/j |
300 |
50 |
300 |
C |
Z |
50 |
R |
300 |
|
4.2 |
|
1542 |
0 |
Raffinage van plantaardige en dierlijke oliën en vetten: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
1542 |
1 |
- p.c. < 250.000 t/j |
200 |
10 |
100 |
C |
|
100 |
R |
200 |
|
4.1 |
|
1542 |
2 |
- p.c. >= 250.000 t/j |
300 |
10 |
300 |
C |
Z |
200 |
R |
300 |
|
4.2 |
|
1543 |
0 |
Margarinefabrieken: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
1543 |
1 |
- p.c. < 250.000 t/j |
100 |
10 |
200 |
C |
|
30 |
R |
200 |
|
4.1 |
|
1543 |
2 |
- p.c. >= 250.000 t/j |
200 |
10 |
300 |
C |
Z |
50 |
R |
300 |
|
4.2 |
|
1551 |
0 |
Zuivelprodukten fabrieken: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
1551 |
1 |
- gedroogde produkten, p.c. >= 1,5 t/u |
200 |
100 |
500 |
C |
Z |
50 |
R |
500 |
|
5.1 |
|
1551 |
2 |
- geconcentreerde produkten, verdamp. cap. >=20 t/u |
200 |
30 |
500 |
C |
Z |
50 |
R |
500 |
|
5.1 |
|
1551 |
3 |
- melkprodukten fabrieken v.c. < 55.000 t/j |
50 |
0 |
100 |
C |
|
50 |
R |
100 |
|
3.2 |
|
1551 |
4 |
- melkprodukten fabrieken v.c. >= 55.000 t/j |
100 |
0 |
300 |
C |
Z |
50 |
R |
300 |
|
4.2 |
|
1551 |
5 |
- overige zuivelprodukten fabrieken |
50 |
50 |
300 |
C |
|
50 |
R |
300 |
|
4.2 |
|
1552 |
1 |
Consumptie-ijsfabrieken: p.o. > |
50 |
0 |
100 |
C |
|
50 |
R |
100 |
|
3.2 |
|
1552 |
2 |
- consumptie-ijsfabrieken: p.o. <= |
10 |
0 |
30 |
|
|
0 |
|
30 |
|
2 |
|
1561 |
0 |
Meelfabrieken: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
1561 |
1 |
- p.c. >= 500 t/u |
200 |
100 |
300 |
C |
Z |
100 |
R |
300 |
|
4.2 |
|
1561 |
2 |
- p.c. < 500 t/u |
100 |
50 |
200 |
C |
|
50 |
R |
200 |
|
4.1 |
|
1561 |
|
Grutterswarenfabrieken |
50 |
100 |
200 |
C |
|
50 |
|
200 |
D |
4.1 |
|
1562 |
0 |
Zetmeelfabrieken: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
1562 |
1 |
- p.c. < 10 t/u |
200 |
50 |
200 |
C |
|
30 |
R |
200 |
|
4.1 |
|
1562 |
2 |
- p.c. >= 10 t/u |
300 |
100 |
300 |
C |
Z |
50 |
R |
300 |
|
4.2 |
|
1571 |
0 |
Veevoerfabrieken: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
1571 |
1 |
- destructiebedrijven |
700 |
30 |
200 |
C |
|
50 |
|
700 |
D |
5.2 |
|
1571 |
2 |
- beender-, veren-, vis-, en vleesmeelfabriek |
700 |
100 |
100 |
C |
|
30 |
R |
700 |
D |
5.2 |
|
1571 |
3 |
- drogerijen (gras, pulp, groenvoeder, veevoeder) cap.
< 10 t/u water |
300 |
100 |
200 |
C |
|
30 |
|
300 |
|
4.2 |
|
1571 |
4 |
- drogerijen (gras, pulp, groenvoeder, veevoeder) cap.
>= 10 t/u water |
700 |
200 |
300 |
C |
Z |
50 |
|
700 |
|
5.2 |
|
1571 |
5 |
- mengvoeder, p.c. < 100 t/u |
200 |
50 |
200 |
C |
|
30 |
|
200 |
|
4.1 |
|
1571 |
6 |
- mengvoeder, p.c. >= 100 t/u |
300 |
100 |
300 |
C |
Z |
50 |
R |
300 |
|
4.2 |
|
1572 |
|
Vervaardiging van voer voor huisdieren |
200 |
100 |
200 |
C |
|
30 |
|
200 |
|
4.1 |
|
1581 |
0 |
Broodfabrieken, brood- en banketbakkerijen: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
1581 |
1 |
- v.c. < |
30 |
10 |
30 |
C |
|
10 |
|
30 |
|
2 |
|
1581 |
2 |
- v.c. >= |
100 |
30 |
100 |
C |
|
30 |
|
100 |
|
3.2 |
|
1582 |
|
Banket, biscuit- en koekfabrieken |
100 |
10 |
100 |
C |
|
30 |
|
100 |
|
3.2 |
|
1583 |
0 |
Suikerfabrieken: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
1583 |
1 |
- v.c. < 2.500 t/j |
500 |
100 |
300 |
C |
|
100 |
R |
500 |
|
5.1 |
|
1583 |
2 |
- v.c. >= 2.500 t/j |
1000 |
200 |
700 |
C |
Z |
200 |
R |
1000 |
|
5.3 |
|
1584 |
0 |
Verwerking cacaobonen en vervaardiging chocolade- en
suikerwerk: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
1584 |
1 |
- Cacao- en chocoladefabrieken: p.o. > |
500 |
50 |
100 |
|
|
50 |
R |
500 |
|
5.1 |
|
1584 |
2 |
- cacao- en chocoladefabrieken vervaardigen van chocoladewerken
met p.o. < |
100 |
30 |
50 |
|
|
30 |
|
100 |
|
3.2 |
|
1584 |
3 |
- cacao- en chocoladefabrieken vervaardigen van chocoladewerken
met p.o. <= |
30 |
10 |
30 |
|
|
10 |
|
30 |
|
2 |
|
1584 |
4 |
- Suikerwerkfabrieken met suiker branden |
300 |
30 |
50 |
|
|
30 |
R |
300 |
|
4.2 |
|
1584 |
5 |
- Suikerwerkfabrieken zonder suiker branden: p.o. > |
100 |
30 |
50 |
|
|
30 |
R |
100 |
|
3.2 |
|
1584 |
6 |
- suikerwerkfabrieken zonder suiker branden: p.o. <= |
30 |
10 |
30 |
|
|
10 |
|
30 |
|
2 |
|
1585 |
|
Deegwarenfabrieken |
50 |
30 |
10 |
|
|
10 |
|
50 |
|
3.1 |
|
1586 |
0 |
Koffiebranderijen en theepakkerijen: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
1586 |
1 |
- koffiebranderijen |
500 |
30 |
200 |
C |
|
10 |
|
500 |
D |
5.1 |
|
1586 |
2 |
- theepakkerijen |
100 |
10 |
30 |
|
|
10 |
|
100 |
|
3.2 |
|
1587 |
|
Vervaardiging van azijn, specerijen en kruiden |
200 |
30 |
50 |
|
|
10 |
|
200 |
|
4.1 |
|
1589 |
|
Vervaardiging van overige voedingsmiddelen |
200 |
30 |
50 |
|
|
30 |
|
200 |
D |
4.1 |
|
1589.1 |
|
Bakkerijgrondstoffenfabrieken |
200 |
50 |
50 |
|
|
50 |
R |
200 |
|
4.1 |
|
1589.2 |
0 |
Soep- en soeparomafabrieken: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
1589.2 |
1 |
- zonder poederdrogen |
100 |
10 |
50 |
|
|
10 |
|
100 |
|
3.2 |
|
1589.2 |
2 |
- met poederdrogen |
300 |
50 |
50 |
|
|
50 |
R |
300 |
|
4.2 |
|
1589.2 |
|
Bakmeel- en puddingpoederfabrieken |
200 |
50 |
50 |
|
|
30 |
|
200 |
|
4.1 |
|
1591 |
|
Destilleerderijen en likeurstokerijen |
300 |
30 |
200 |
C |
|
30 |
|
300 |
|
4.2 |
|
1592 |
0 |
Vervaardiging van ethylalcohol door gisting: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
1592 |
1 |
- p.c. < 5.000 t/j |
200 |
30 |
200 |
C |
|
30 |
R |
200 |
|
4.1 |
|
1592 |
2 |
- p.c. >= 5.000 t/j |
300 |
50 |
300 |
C |
|
50 |
R |
300 |
|
4.2 |
|
1593 t/m 1595 |
|
Vervaardiging van wijn, cider e.d. |
10 |
0 |
30 |
C |
|
0 |
|
30 |
|
2 |
|
1596 |
|
Bierbrouwerijen |
300 |
30 |
100 |
C |
|
50 |
R |
300 |
|
4.2 |
|
1597 |
|
Mouterijen |
300 |
50 |
100 |
C |
|
30 |
|
300 |
|
4.2 |
|
1598 |
|
Mineraalwater- en frisdrankfabrieken |
10 |
0 |
100 |
|
|
50 |
R |
100 |
|
3.2 |
|
16 |
- |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
16 |
- |
VERWERKING VAN TABAK |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
160 |
|
Tabakverwerkende industrie |
200 |
30 |
50 |
C |
|
30 |
|
200 |
|
4.1 |
|
17 |
- |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
17 |
- |
VERVAARDIGING VAN TEXTIEL |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
171 |
|
Bewerken en spinnen van textielvezels |
10 |
50 |
100 |
|
|
30 |
|
100 |
|
3.2 |
|
172 |
0 |
Weven van textiel: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
172 |
1 |
- aantal weefgetouwen < 50 |
10 |
10 |
100 |
|
|
0 |
|
100 |
|
3.2 |
|
172 |
2 |
- aantal weefgetouwen >= 50 |
10 |
30 |
300 |
|
Z |
50 |
|
300 |
|
4.2 |
|
173 |
|
Textielveredelingsbedrijven |
50 |
0 |
50 |
|
|
10 |
|
50 |
|
3.1 |
|
174, 175 |
|
Vervaardiging van textielwaren |
10 |
0 |
50 |
|
|
10 |
|
50 |
|
3.1 |
|
1751 |
|
Tapijt-, kokos- en vloermattenfabrieken |
100 |
30 |
200 |
|
|
10 |
|
200 |
|
4.1 |
|
176, 177 |
|
Vervaardiging van gebreide en gehaakte stoffen en
artikelen |
0 |
10 |
50 |
|
|
10 |
|
50 |
|
3.1 |
|
18 |
- |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
18 |
- |
VERVAARDIGING VAN KLEDING; BEREIDEN EN VERVEN VAN BONT |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
181 |
|
Vervaardiging kleding van leer |
30 |
0 |
50 |
|
|
0 |
|
50 |
|
3.1 |
|
182 |
|
Vervaardiging van kleding en -toebehoren (excl. van leer) |
10 |
10 |
30 |
|
|
10 |
|
30 |
|
2 |
|
183 |
|
Bereiden en verven van bont; vervaardiging van artikelen
van bont |
50 |
10 |
10 |
|
|
10 |
|
50 |
|
3.1 |
|
19 |
- |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
19 |
- |
VERVAARDIGING VAN LEER EN LEDERWAREN (EXCL. KLEDING) |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
191 |
|
Lederfabrieken |
300 |
30 |
100 |
|
|
10 |
|
300 |
|
4.2 |
|
192 |
|
Lederwarenfabrieken (excl. kleding en schoeisel) |
50 |
10 |
30 |
|
|
10 |
|
50 |
D |
3.1 |
|
193 |
|
Schoenenfabrieken |
50 |
10 |
50 |
|
|
10 |
|
50 |
|
3.1 |
|
20 |
- |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
20 |
- |
HOUTINDUSTRIE EN VERVAARDIGING ARTIKELEN VAN HOUT, RIET,
KURK E.D. |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
2010.1 |
|
Houtzagerijen |
0 |
50 |
100 |
|
|
50 |
R |
100 |
|
3.2 |
|
2010.2 |
0 |
Houtconserveringsbedrijven: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
2010.2 |
1 |
- met creosootolie |
200 |
30 |
50 |
|
|
10 |
|
200 |
|
4.1 |
|
2010.2 |
2 |
- met zoutoplossingen |
10 |
30 |
50 |
|
|
10 |
|
50 |
|
3.1 |
|
202 |
|
Fineer- en plaatmaterialenfabrieken |
100 |
30 |
100 |
|
|
10 |
|
100 |
|
3.2 |
|
203, 204, 205 |
0 |
Timmerwerkfabrieken, vervaardiging overige artikelen van
hout |
0 |
30 |
100 |
|
|
0 |
|
100 |
|
3.2 |
|
203, 204, 205 |
1 |
Timmerwerkfabrieken, vervaardiging overige artikelen van
hout, p.o. < |
0 |
30 |
50 |
|
|
0 |
|
50 |
|
3.1 |
|
205 |
|
Kurkwaren-, riet- en vlechtwerkfabrieken |
10 |
10 |
30 |
|
|
0 |
|
30 |
|
2 |
|
21 |
- |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
21 |
- |
VERVAARDIGING VAN PAPIER, KARTON EN PAPIER- EN KARTONWAREN |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
2111 |
|
Vervaardiging van pulp |
200 |
100 |
200 |
C |
|
50 |
R |
200 |
|
4.1 |
|
2112 |
0 |
Papier- en kartonfabrieken: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
2112 |
1 |
- p.c. < 3 t/u |
50 |
30 |
50 |
C |
|
30 |
R |
50 |
|
3.1 |
|
2112 |
2 |
- p.c. 3 - 15 t/u |
100 |
50 |
200 |
C |
Z |
50 |
R |
200 |
|
4.1 |
|
2112 |
3 |
- p.c. >= 15 t/u |
200 |
100 |
300 |
C |
Z |
100 |
R |
300 |
|
4.2 |
|
212 |
|
Papier- en kartonwarenfabrieken |
30 |
30 |
100 |
C |
|
30 |
R |
100 |
|
3.2 |
|
2121.2 |
0 |
Golfkartonfabrieken: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
2121.2 |
1 |
- p.c. < 3 t/u |
30 |
30 |
100 |
C |
|
30 |
R |
100 |
|
3.2 |
|
2121.2 |
2 |
- p.c. >= 3 t/u |
50 |
30 |
200 |
C |
Z |
30 |
R |
200 |
|
4.1 |
|
22 |
- |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
22 |
- |
UITGEVERIJEN, DRUKKERIJEN EN REPRODUKTIE VAN OPGENOMEN
MEDIA |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
221 |
|
Uitgeverijen (kantoren) |
0 |
0 |
10 |
|
|
0 |
|
10 |
|
1 |
|
2221 |
|
Drukkerijen van dagbladen |
30 |
0 |
100 |
C |
|
10 |
|
100 |
|
3.2 |
|
2222 |
|
Drukkerijen (vlak- en rotatie-diepdrukkerijen) |
30 |
0 |
100 |
|
|
10 |
|
100 |
|
3.2 |
|
2222.6 |
|
Kleine drukkerijen en kopieerinrichtingen |
10 |
0 |
30 |
|
|
0 |
|
30 |
|
2 |
|
2223 |
A |
Grafische afwerking |
0 |
0 |
10 |
|
|
0 |
|
10 |
|
1 |
|
2223 |
B |
Binderijen |
30 |
0 |
30 |
|
|
0 |
|
30 |
|
2 |
|
2224 |
|
Grafische reproduktie en zetten |
30 |
0 |
10 |
|
|
10 |
|
30 |
|
2 |
|
2225 |
|
Overige grafische aktiviteiten |
30 |
0 |
30 |
|
|
10 |
|
30 |
D |
2 |
|
223 |
|
Reproduktiebedrijven opgenomen media |
0 |
0 |
10 |
|
|
0 |
|
10 |
|
1 |
|
23 |
- |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
23 |
- |
AARDOLIE-/STEENKOOLVERWERK. IND.; BEWERKING
SPLIJT-/KWEEKSTOFFEN |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
231 |
|
Cokesfabrieken |
1000 |
700 |
1000 |
C |
Z |
100 |
R |
1000 |
|
5.3 |
|
2320.1 |
|
Aardolieraffinaderijen |
1500 |
100 |
1500 |
C |
Z |
1500 |
R |
1500 |
|
6 |
|
2320.2 |
A |
Smeeroliën- en vettenfabrieken |
50 |
0 |
100 |
|
|
30 |
R |
100 |
|
3.2 |
|
2320.2 |
B |
Recyclingbedrijven voor afgewerkte olie |
300 |
0 |
100 |
|
|
50 |
R |
300 |
|
4.2 |
|
2320.2 |
C |
Aardolieproduktenfabrieken n.e.g. |
300 |
0 |
200 |
|
|
50 |
R |
300 |
D |
4.2 |
|
233 |
|
Splijt- en kweekstoffenbewerkingsbedrijven |
10 |
10 |
100 |
|
|
1500 |
|
1500 |
D |
6 |
|
24 |
- |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
24 |
- |
VERVAARDIGING VAN CHEMISCHE PRODUKTEN |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
2411 |
0 |
Vervaardiging van industriële gassen: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
2411 |
1 |
- luchtscheidingsinstallatie v.c. >= 10 t/d lucht |
10 |
0 |
700 |
C |
Z |
100 |
R |
700 |
|
5.2 |
|
2411 |
2 |
- overige gassenfabrieken, niet explosief |
100 |
0 |
500 |
C |
|
100 |
R |
500 |
|
5.1 |
|
2411 |
3 |
- overige gassenfabrieken, explosief |
100 |
0 |
500 |
C |
|
300 |
R |
500 |
|
5.1 |
|
2412 |
|
Kleur- en verfstoffenfabrieken |
200 |
0 |
200 |
C |
|
200 |
R |
200 |
D |
4.1 |
|
2413 |
0 |
Anorg. chemische grondstoffenfabrieken: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
2413 |
1 |
- niet vallend onder "post-Seveso-richtlijn" |
100 |
30 |
300 |
C |
|
300 |
R |
300 |
D |
4.2 |
|
2413 |
2 |
- vallend onder "post-Seveso-richtlijn" |
300 |
50 |
500 |
C |
|
700 |
R |
700 |
D |
5.2 |
|
2414.1 |
A0 |
Organ. chemische grondstoffenfabrieken: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
2414.1 |
A1 |
- niet vallend onder "post-Seveso-richtlijn" |
300 |
10 |
200 |
C |
|
300 |
R |
300 |
D |
4.2 |
|
2414.1 |
A2 |
- vallend onder "post-Seveso-richtlijn" |
1000 |
30 |
500 |
C |
|
700 |
R |
1000 |
D |
5.3 |
|
2414.1 |
B0 |
Methanolfabrieken: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
2414.1 |
B1 |
- p.c. < 100.000 t/j |
100 |
0 |
200 |
C |
|
100 |
R |
200 |
|
4.1 |
|
2414.1 |
B2 |
- p.c. >= 100.000 t/j |
200 |
0 |
300 |
C |
Z |
200 |
R |
300 |
|
4.2 |
|
2414.2 |
0 |
Vetzuren en alkanolenfabrieken (niet synth.): |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
2414.2 |
1 |
- p.c. < 50.000 t/j |
300 |
0 |
200 |
C |
|
100 |
R |
300 |
|
4.2 |
|
2414.2 |
2 |
- p.c. >= 50.000 t/j |
500 |
0 |
300 |
C |
Z |
200 |
R |
500 |
|
5.1 |
|
2415 |
|
Kunstmeststoffenfabrieken |
500 |
300 |
500 |
C |
|
500 |
R |
500 |
|
5.1 |
|
2416 |
|
Kunstharsenfabrieken e.d. |
700 |
30 |
300 |
C |
|
500 |
R |
700 |
|
5.2 |
|
242 |
0 |
Landbouwchemicaliënfabrieken: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
242 |
1 |
- fabricage |
300 |
50 |
100 |
C |
|
1000 |
R |
1000 |
|
5.3 |
|
242 |
2 |
- formulering en afvullen |
100 |
10 |
30 |
C |
|
500 |
R |
500 |
D |
5.1 |
|
243 |
|
Verf, lak en vernisfabrieken |
300 |
30 |
200 |
C |
|
300 |
R |
300 |
D |
4.2 |
|
2441 |
0 |
Farmaceutische grondstoffenfabrieken: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
2441 |
1 |
- p.c. < 1.000 t/j |
200 |
10 |
200 |
C |
|
300 |
R |
300 |
|
4.2 |
|
2441 |
2 |
- p.c. >= 1.000 t/j |
300 |
10 |
300 |
C |
|
500 |
R |
500 |
|
5.1 |
|
2442 |
0 |
Farmaceutische produktenfabrieken: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
2442 |
1 |
- formulering en afvullen geneesmiddelen |
50 |
10 |
50 |
|
|
50 |
R |
50 |
|
3.1 |
|
2442 |
2 |
- verbandmiddelenfabrieken |
10 |
10 |
30 |
|
|
10 |
|
30 |
|
2 |
|
2451 |
|
Zeep-, was- en reinigingsmiddelenfabrieken |
300 |
100 |
200 |
C |
|
100 |
R |
300 |
|
4.2 |
|
2452 |
|
Parfumerie- en cosmeticafabrieken |
300 |
30 |
50 |
C |
|
50 |
R |
300 |
|
4.2 |
|
2461 |
|
Kruit-, vuurwerk-, en springstoffenfabrieken |
30 |
10 |
50 |
|
|
1000 |
V |
1000 |
|
5.3 |
|
2462 |
0 |
Lijm- en plakmiddelenfabrieken: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
2462 |
1 |
- zonder dierlijke grondstoffen |
100 |
10 |
100 |
|
|
50 |
|
100 |
|
3.2 |
|
2462 |
2 |
- met dierlijke grondstoffen |
500 |
30 |
100 |
|
|
50 |
|
500 |
|
5.1 |
|
2464 |
|
Fotochemische produktenfabrieken |
50 |
10 |
100 |
|
|
50 |
R |
100 |
|
3.2 |
|
2466 |
A |
Chemische kantoorbenodigdhedenfabrieken |
50 |
10 |
50 |
|
|
50 |
R |
50 |
|
3.1 |
|
2466 |
B |
Overige chemische produktenfabrieken n.e.g. |
200 |
30 |
100 |
C |
|
200 |
R |
200 |
D |
4.1 |
|
247 |
|
Kunstmatige synthetische garen- en vezelfabrieken |
300 |
30 |
300 |
C |
|
200 |
R |
300 |
|
4.2 |
|
25 |
- |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
25 |
- |
VERVAARDIGING VAN PRODUKTEN VAN RUBBER EN KUNSTSTOF |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
2511 |
|
Rubberbandenfabrieken |
300 |
50 |
300 |
C |
|
100 |
R |
300 |
|
4.2 |
|
2512 |
0 |
Loopvlakvernieuwingsbedrijven: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
2512 |
1 |
- vloeropp. < |
50 |
10 |
30 |
|
|
30 |
|
50 |
|
3.1 |
|
2512 |
2 |
- vloeropp. >= |
200 |
50 |
100 |
|
|
50 |
R |
200 |
|
4.1 |
|
2513 |
|
Rubber-artikelenfabrieken |
100 |
10 |
50 |
|
|
50 |
R |
100 |
D |
3.2 |
|
252 |
0 |
Kunststofverwerkende bedrijven: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
252 |
1 |
- zonder fenolharsen |
200 |
50 |
100 |
|
|
100 |
R |
200 |
|
4.1 |
|
252 |
2 |
- met fenolharsen |
300 |
50 |
100 |
|
|
200 |
R |
300 |
|
4.2 |
|
252 |
3 |
- productie van verpakkingsmateriaal en assemblage van
kunststofbouwmaterialen |
50 |
30 |
50 |
|
|
30 |
|
50 |
|
3.1 |
|
26 |
- |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
26 |
- |
VERVAARDIGING VAN GLAS, AARDEWERK, CEMENT-, KALK- EN
GIPSPRODUKTEN |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
261 |
0 |
Glasfabrieken: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
261 |
1 |
- glas en glasprodukten, p.c. < 5.000 t/j |
30 |
30 |
100 |
|
|
30 |
|
100 |
|
3.2 |
|
261 |
2 |
- glas en glasprodukten, p.c. >= 5.000 t/j |
30 |
100 |
300 |
C |
Z |
50 |
R |
300 |
|
4.2 |
|
261 |
3 |
- glaswol en glasvezels, p.c.< 5.000 t/j |
300 |
100 |
100 |
|
|
30 |
|
300 |
|
4.2 |
|
261 |
4 |
- glaswol en glasvezels, p.c. >= 5.000 t/j |
500 |
200 |
300 |
C |
Z |
50 |
R |
500 |
|
5.1 |
|
2615 |
|
Glasbewerkingsbedrijven |
10 |
30 |
50 |
|
|
10 |
|
50 |
|
3.1 |
|
262, 263 |
0 |
Aardewerkfabrieken: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
262, 263 |
1 |
- vermogen elektrische ovens totaal < 40 kW |
10 |
10 |
30 |
|
|
10 |
|
30 |
|
2 |
|
262, 263 |
2 |
- vermogen elektrische ovens totaal >= 40 kW |
30 |
50 |
100 |
|
|
30 |
|
100 |
|
3.2 |
|
264 |
A |
Baksteen en baksteenelementenfabrieken |
30 |
200 |
200 |
|
|
30 |
|
200 |
|
4.1 |
|
264 |
B |
Dakpannenfabrieken |
50 |
200 |
200 |
|
|
100 |
R |
200 |
|
4.1 |
|
2651 |
0 |
Cementfabrieken: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
2651 |
1 |
- p.c. < 100.000 t/j |
10 |
300 |
500 |
C |
|
30 |
R |
500 |
|
5.1 |
|
2651 |
2 |
- p.c. >= 100.000 t/j |
30 |
500 |
1000 |
C |
Z |
50 |
R |
1000 |
|
5.3 |
|
2652 |
0 |
Kalkfabrieken: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
2652 |
1 |
- p.c. < 100.000 t/j |
30 |
200 |
200 |
|
|
30 |
R |
200 |
|
4.1 |
|
2652 |
2 |
- p.c. >= 100.000 t/j |
50 |
500 |
300 |
|
Z |
50 |
R |
500 |
|
5.1 |
|
2653 |
0 |
Gipsfabrieken: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
2653 |
1 |
- p.c. < 100.000 t/j |
30 |
200 |
200 |
|
|
30 |
R |
200 |
|
4.1 |
|
2653 |
2 |
- p.c. >= 100.000 t/j |
50 |
500 |
300 |
|
Z |
50 |
R |
500 |
|
5.1 |
|
2661.1 |
0 |
Betonwarenfabrieken: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
2661.1 |
1 |
- zonder persen, triltafels en bekistingtrille |
10 |
100 |
200 |
|
|
30 |
|
200 |
|
4.1 |
|
2661.1 |
2 |
- met persen, triltafels of bekistingtrillers, p.c. <
100 t/d |
10 |
100 |
300 |
|
|
30 |
|
300 |
|
4.2 |
|
2661.1 |
3 |
- met persen, triltafels of bekistingtrillers, p.c. >=
100 t/d |
30 |
200 |
700 |
|
Z |
30 |
|
700 |
|
5.2 |
|
2661.2 |
0 |
Kalkzandsteenfabrieken: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
2661.2 |
1 |
- p.c. < 100.000 t/j |
10 |
50 |
100 |
|
|
30 |
|
100 |
|
3.2 |
|
2661.2 |
2 |
- p.c. >= 100.000 t/j |
30 |
200 |
300 |
|
Z |
30 |
|
300 |
|
4.2 |
|
2662 |
|
Mineraalgebonden bouwplatenfabrieken |
50 |
50 |
100 |
|
|
30 |
|
100 |
|
3.2 |
|
2663, 2664 |
0 |
Betonmortelcentrales: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
2663, 2664 |
1 |
- p.c. < 100 t/u |
10 |
50 |
100 |
|
|
100 |
R |
100 |
|
3.2 |
|
2663, 2664 |
2 |
- p.c. >= 100 t/u |
30 |
200 |
300 |
|
Z |
50 |
R |
300 |
|
4.2 |
|
2665, 2666 |
0 |
Vervaardiging van produkten van beton, (vezel)cement en
gips: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
2665, 2666 |
1 |
- p.c. < 100 t/d |
10 |
50 |
100 |
|
|
50 |
R |
100 |
|
3.2 |
|
2665, 2666 |
2 |
- p.c. >= 100 t/d |
30 |
200 |
300 |
|
Z |
200 |
R |
300 |
|
4.2 |
|
267 |
0 |
Natuursteenbewerkingsbedrijven: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
267 |
1 |
- zonder breken, zeven en drogen: p.o. > |
10 |
30 |
100 |
|
|
0 |
|
100 |
D |
3.2 |
|
267 |
2 |
- zonder breken, zeven en drogen: p.o. <= |
10 |
30 |
50 |
|
|
0 |
|
50 |
|
3.1 |
|
267 |
3 |
- met breken, zeven of drogen, v.c. < 100.000 t/j |
10 |
100 |
300 |
|
|
10 |
|
300 |
|
4.2 |
|
267 |
4 |
- met breken, zeven of drogen, v.c. >= 100.000 t/j |
30 |
200 |
700 |
|
Z |
10 |
|
700 |
|
5.2 |
|
2681 |
|
Slijp- en polijstmiddelen fabrieken |
10 |
30 |
50 |
|
|
10 |
|
50 |
D |
3.1 |
|
2682 |
A0 |
Bitumineuze materialenfabrieken: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
2682 |
A1 |
- p.c. < 100 t/u |
300 |
100 |
100 |
|
|
30 |
|
300 |
|
4.2 |
|
2682 |
A2 |
- p.c. >= 100 t/u |
500 |
200 |
200 |
|
Z |
50 |
|
500 |
|
5.1 |
|
2682 |
B0 |
Isolatiematerialenfabrieken (excl. glaswol): |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
2682 |
B1 |
- steenwol, p.c. >= 5.000 t/j |
100 |
200 |
300 |
C |
Z |
30 |
|
300 |
|
4.2 |
|
2682 |
B2 |
- overige isolatiematerialen |
200 |
100 |
100 |
C |
|
50 |
|
200 |
|
4.1 |
|
2682 |
C |
Minerale produktenfabrieken n.e.g. |
50 |
50 |
100 |
|
|
50 |
|
100 |
D |
3.2 |
|
2682 |
D0 |
Asfaltcentrales: p.c.< 100 ton/uur |
100 |
50 |
200 |
|
|
30 |
|
200 |
|
4.1 |
|
2682 |
D1 |
- asfaltcentrales, p.c. >= 100 ton/uur |
200 |
100 |
300 |
|
Z |
50 |
|
300 |
|
4.2 |
|
27 |
- |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
27 |
- |
VERVAARDIGING VAN METALEN |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
271 |
0 |
Ruwijzer- en staalfabrieken: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
271 |
1 |
- p.c. < 1.000 t/j |
700 |
500 |
700 |
|
|
200 |
R |
700 |
|
5.2 |
|
271 |
2 |
- p.c. >= 1.000 t/j |
1500 |
1000 |
1500 |
C |
Z |
300 |
R |
1500 |
|
6 |
|
272 |
0 |
IJzeren- en stalenbuizenfabrieken: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
272 |
1 |
- p.o. < |
30 |
30 |
500 |
|
|
30 |
|
500 |
|
5.1 |
|
272 |
2 |
- p.o. >= |
50 |
100 |
1000 |
|
Z |
50 |
R |
1000 |
|
5.3 |
|
273 |
0 |
Draadtrekkerijen, koudbandwalserijen en profielzetterijen: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
273 |
1 |
- p.o. < |
30 |
30 |
300 |
|
|
30 |
|
300 |
|
4.2 |
|
273 |
2 |
- p.o. >= |
50 |
50 |
700 |
|
Z |
50 |
R |
700 |
|
5.2 |
|
274 |
A0 |
Non-ferro-metaalfabrieken: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
274 |
A1 |
- p.c. < 1.000 t/j |
100 |
100 |
300 |
|
|
30 |
R |
300 |
|
4.2 |
|
274 |
A2 |
- p.c. >= 1.000 t/j |
200 |
300 |
700 |
|
Z |
50 |
R |
700 |
|
5.2 |
|
274 |
B0 |
Non-ferro-metaalwalserijen, -trekkerijen e.d.: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
274 |
B1 |
- p.o. < |
50 |
50 |
500 |
|
|
50 |
R |
500 |
|
5.1 |
|
274 |
B2 |
- p.o. >= |
200 |
100 |
1000 |
|
Z |
100 |
R |
1000 |
|
5.3 |
|
2751, 2752 |
0 |
IJzer- en staalgieterijen/ -smelterijen: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
2751, 2752 |
1 |
- p.c. < 4.000 t/j |
100 |
50 |
300 |
C |
|
30 |
R |
300 |
|
4.2 |
|
2751, 2752 |
2 |
- p.c. >= 4.000 t/j |
200 |
100 |
500 |
C |
Z |
50 |
R |
500 |
|
5.1 |
|
2753, 2754 |
0 |
Non-ferro-metaalgieterijen/ -smelterijen: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
2753, 2754 |
1 |
- p.c. < 4.000 t/j |
100 |
50 |
300 |
C |
|
30 |
R |
300 |
|
4.2 |
|
2753, 2754 |
2 |
- p.c. >= 4.000 t/j |
200 |
100 |
500 |
C |
Z |
50 |
R |
500 |
|
5.1 |
|
28 |
- |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
28 |
- |
VERVAARD. VAN PRODUKTEN VAN METAAL (EXCL.
MACH./TRANSPORTMIDD.) |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
281 |
0 |
Constructiewerkplaatsen: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
281 |
1 |
- gesloten gebouw |
30 |
30 |
100 |
|
|
30 |
|
100 |
|
3.2 |
|
281 |
1a |
- gesloten gebouw, p.o. < |
30 |
30 |
50 |
|
|
10 |
|
50 |
|
3.1 |
|
281 |
2 |
- in open lucht, p.o. < |
30 |
50 |
200 |
|
|
30 |
|
200 |
|
4.1 |
|
281 |
3 |
- in open lucht, p.o. >= |
50 |
200 |
300 |
|
Z |
30 |
|
300 |
|
4.2 |
|
2821 |
0 |
Tank- en reservoirbouwbedrijven: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
2821 |
1 |
- p.o. < |
30 |
50 |
300 |
|
|
30 |
R |
300 |
|
4.2 |
|
2821 |
2 |
- p.o. >= |
50 |
100 |
500 |
|
Z |
50 |
R |
500 |
|
5.1 |
|
2822, 2830 |
|
Vervaardiging van verwarmingsketels, radiatoren en
stoomketels |
30 |
30 |
200 |
|
|
30 |
|
200 |
|
4.1 |
|
284 |
A |
Stamp-, pers-, dieptrek- en forceerbedrijven |
10 |
30 |
200 |
|
|
30 |
|
200 |
|
4.1 |
|
284 |
B |
Smederijen, lasinrichtingen, bankwerkerijen e.d. |
50 |
30 |
100 |
|
|
30 |
|
100 |
D |
3.2 |
|
284 |
B1 |
Smederijen, lasinrichtingen, bankwerkerijen e.d., p.o.
< |
30 |
30 |
50 |
|
|
10 |
|
50 |
D |
3.1 |
|
2851 |
0 |
Metaaloppervlaktebehandelingsbedrijven: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
2851 |
1 |
- algemeen |
50 |
50 |
100 |
|
|
50 |
|
100 |
|
3.2 |
|
2851 |
10 |
- stralen |
30 |
200 |
200 |
|
|
30 |
|
200 |
D |
4.1 |
|
2851 |
11 |
- metaalharden |
30 |
50 |
100 |
|
|
50 |
|
100 |
D |
3.2 |
|
2851 |
12 |
- lakspuiten en moffelen |
100 |
30 |
100 |
|
|
50 |
R |
100 |
D |
3.2 |
|
2851 |
2 |
- scoperen (opspuiten van zink) |
50 |
50 |
100 |
|
|
30 |
R |
100 |
D |
3.2 |
|
2851 |
3 |
- thermisch verzinken |
100 |
50 |
100 |
|
|
50 |
|
100 |
|
3.2 |
|
2851 |
4 |
- thermisch vertinnen |
100 |
50 |
100 |
|
|
50 |
|
100 |
|
3.2 |
|
2851 |
5 |
- mechanische oppervlaktebehandeling (slijpen, polijsten) |
30 |
50 |
100 |
|
|
30 |
|
100 |
|
3.2 |
|
2851 |
6 |
- anodiseren, eloxeren |
50 |
10 |
100 |
|
|
30 |
|
100 |
|
3.2 |
|
2851 |
7 |
- chemische oppervlaktebehandeling |
50 |
10 |
100 |
|
|
30 |
|
100 |
|
3.2 |
|
2851 |
8 |
- emailleren |
100 |
50 |
100 |
|
|
50 |
R |
100 |
|
3.2 |
|
2851 |
9 |
- galvaniseren (vernikkelen, verchromen, verzinken,
verkoperen ed) |
30 |
30 |
100 |
|
|
50 |
|
100 |
|
3.2 |
|
2852 |
1 |
Overige metaalbewerkende industrie |
10 |
30 |
100 |
|
|
30 |
|
100 |
D |
3.2 |
|
2852 |
2 |
Overige metaalbewerkende industrie, inpandig, p.o.
<200m2 |
10 |
30 |
50 |
|
|
10 |
|
50 |
D |
3.1 |
|
287 |
A0 |
Grofsmederijen, anker- en kettingfabrieken: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
287 |
A1 |
- p.o. < |
30 |
50 |
200 |
|
|
30 |
|
200 |
|
4.1 |
|
287 |
A2 |
- p.o. >= |
50 |
100 |
500 |
|
Z |
30 |
|
500 |
|
5.1 |
|
287 |
B |
Overige metaalwarenfabrieken n.e.g. |
30 |
30 |
100 |
|
|
30 |
|
100 |
|
3.2 |
|
287 |
B |
Overige metaalwarenfabrieken n.e.g.; inpandig, p.o. < |
30 |
30 |
50 |
|
|
10 |
|
50 |
|
3.1 |
|
29 |
- |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
29 |
- |
VERVAARDIGING VAN MACHINES EN APPARATEN |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
29 |
0 |
Machine- en apparatenfabrieken: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
29 |
1 |
- p.o. < |
30 |
30 |
100 |
|
|
30 |
|
100 |
D |
3.2 |
|
29 |
2 |
- p.o. >= |
50 |
30 |
200 |
|
|
30 |
|
200 |
D |
4.1 |
|
29 |
3 |
- met proefdraaien verbrandingsmotoren >= 1 MW |
50 |
30 |
300 |
|
Z |
30 |
|
300 |
D |
4.2 |
|
30 |
- |
VERVAARDIGING VAN KANTOORMACHINES EN COMPUTERS |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
30 |
A |
Kantoormachines- en computerfabrieken |
30 |
10 |
30 |
|
|
10 |
|
30 |
|
2 |
|
31 |
- |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
31 |
- |
VERVAARDIGING VAN OVER. ELEKTR. MACHINES, APPARATEN EN BENODIGDH. |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
311 |
|
Elektromotoren- en generatorenfabrieken |
200 |
30 |
30 |
|
|
50 |
|
200 |
|
4.1 |
|
312 |
|
Schakel- en installatiemateriaalfabrieken |
200 |
10 |
30 |
|
|
50 |
|
200 |
|
4.1 |
|
313 |
|
Elektrische draad- en kabelfabrieken |
100 |
10 |
200 |
|
|
100 |
R |
200 |
D |
4.1 |
|
314 |
|
Accumulatoren- en batterijenfabrieken |
100 |
30 |
100 |
|
|
50 |
|
100 |
|
3.2 |
|
315 |
|
Lampenfabrieken |
200 |
30 |
30 |
|
|
300 |
R |
300 |
|
4.2 |
|
316 |
|
Elektrotechnische industrie n.e.g. |
30 |
10 |
30 |
|
|
10 |
|
30 |
|
2 |
|
3162 |
|
Koolelektrodenfabrieken |
1500 |
300 |
1000 |
C |
Z |
200 |
R |
1500 |
|
6 |
|
32 |
- |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
32 |
- |
VERVAARDIGING VAN AUDIO-, VIDEO-, TELECOM-APPARATEN EN
-BENODIGDH. |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
321 t/m 323 |
|
Vervaardiging van audio-, video- en telecom-apparatuur
e.d. |
30 |
0 |
50 |
|
|
30 |
|
50 |
D |
3.1 |
|
3210 |
|
Fabrieken voor gedrukte bedrading |
50 |
10 |
50 |
|
|
30 |
|
50 |
|
3.1 |
|
33 |
- |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
33 |
- |
VERVAARDIGING VAN MEDISCHE EN OPTISCHE APPARATEN EN
INSTRUMENTEN |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
33 |
A |
Fabrieken voor medische en optische apparaten en
instrumenten e.d. |
30 |
0 |
30 |
|
|
0 |
|
30 |
|
2 |
|
34 |
- |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
34 |
|
VERVAARDIGING VAN AUTO'S, AANHANGWAGENS EN OPLEGGERS |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
341 |
0 |
Autofabrieken en assemblagebedrijven |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
341 |
1 |
- p.o. < |
100 |
10 |
200 |
C |
|
30 |
R |
200 |
D |
4.1 |
|
341 |
2 |
- p.o. >= |
200 |
30 |
300 |
|
Z |
50 |
R |
300 |
|
4.2 |
|
3420.1 |
|
Carrosseriefabrieken |
100 |
10 |
200 |
|
|
30 |
R |
200 |
|
4.1 |
|
3420.2 |
|
Aanhangwagen- en opleggerfabrieken |
30 |
10 |
200 |
|
|
30 |
|
200 |
|
4.1 |
|
343 |
|
Auto-onderdelenfabrieken |
30 |
10 |
100 |
|
|
30 |
R |
100 |
|
3.2 |
|
35 |
- |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
35 |
- |
VERVAARDIGING VAN TRANSPORTMIDDELEN (EXCL. AUTO'S, AANHANGWAGENS) |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
351 |
0 |
Scheepsbouw- en reparatiebedrijven: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
351 |
1 |
- houten schepen |
30 |
30 |
50 |
|
|
10 |
|
50 |
|
3.1 |
|
351 |
2 |
- kunststof schepen |
100 |
50 |
100 |
|
|
50 |
R |
100 |
|
3.2 |
|
351 |
3 |
- metalen schepen < |
50 |
100 |
200 |
|
|
30 |
|
200 |
|
4.1 |
|
351 |
4 |
- metalen schepen >= 25m en/of proefdraaien motoren
>= 1 MW |
100 |
100 |
500 |
C |
Z |
50 |
|
500 |
|
5.1 |
|
3511 |
|
Scheepssloperijen |
100 |
200 |
700 |
|
|
100 |
R |
700 |
|
5.2 |
|
352 |
0 |
Wagonbouw- en spoorwegwerkplaatsen: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
352 |
1 |
- algemeen |
50 |
30 |
100 |
|
|
30 |
|
100 |
|
3.2 |
|
352 |
2 |
- met proefdraaien van verbrandingsmotoren >= 1 MW |
50 |
30 |
300 |
|
Z |
30 |
R |
300 |
|
4.2 |
|
353 |
0 |
Vliegtuigbouw en -reparatiebedrijven: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
353 |
1 |
- zonder proefdraaien motoren |
50 |
30 |
200 |
|
|
30 |
|
200 |
|
4.1 |
|
353 |
2 |
- met proefdraaien motoren |
100 |
30 |
1000 |
|
Z |
100 |
R |
1000 |
|
5.3 |
|
354 |
|
Rijwiel- en motorrijwielfabrieken |
30 |
10 |
100 |
|
|
30 |
R |
100 |
|
3.2 |
|
355 |
|
Transportmiddelenindustrie n.e.g. |
30 |
30 |
100 |
|
|
30 |
|
100 |
D |
3.2 |
|
36 |
- |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
36 |
- |
VERVAARDIGING VAN MEUBELS EN OVERIGE GOEDEREN N.E.G. |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
361 |
1 |
Meubelfabrieken |
50 |
50 |
100 |
|
|
30 |
|
100 |
D |
3.2 |
|
361 |
2 |
Meubelstoffeerderijen b.o. < |
0 |
10 |
10 |
|
|
0 |
|
10 |
|
1 |
|
362 |
|
Fabricage van munten, sieraden e.d. |
30 |
10 |
10 |
|
|
10 |
|
30 |
|
2 |
|
363 |
|
Muziekinstrumentenfabrieken |
30 |
10 |
30 |
|
|
10 |
|
30 |
|
2 |
|
364 |
|
Sportartikelenfabrieken |
30 |
10 |
50 |
|
|
30 |
|
50 |
|
3.1 |
|
365 |
|
Speelgoedartikelenfabrieken |
30 |
10 |
50 |
|
|
30 |
|
50 |
|
3.1 |
|
3661.1 |
|
Sociale werkvoorziening |
0 |
30 |
30 |
|
|
0 |
|
30 |
|
2 |
|
3661.2 |
|
Vervaardiging van overige goederen n.e.g. |
30 |
10 |
50 |
|
|
30 |
|
50 |
D |
3.1 |
|
37 |
- |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
37 |
- |
VOORBEREIDING TOT RECYCLING |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
371 |
|
Metaal- en autoschredders |
30 |
100 |
500 |
|
Z |
30 |
|
500 |
|
5.1 |
|
372 |
A0 |
Puinbrekerijen en -malerijen: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
372 |
A1 |
- v.c. < 100.000 t/j |
30 |
100 |
300 |
|
|
10 |
|
300 |
|
4.2 |
|
372 |
A2 |
- v.c. >= 100.000 t/j |
30 |
200 |
700 |
|
|
10 |
|
700 |
|
5.2 |
|
372 |
B |
Rubberregeneratiebedrijven |
300 |
50 |
100 |
|
|
50 |
R |
300 |
|
4.2 |
|
372 |
C |
Afvalscheidingsinstallaties |
200 |
200 |
300 |
C |
|
50 |
|
300 |
|
4.2 |
|
40 |
- |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
40 |
- |
PRODUKTIE EN DISTRIB. VAN STROOM, AARDGAS, STOOM EN WARM
WATER |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
40 |
A0 |
Elektriciteitsproduktiebedrijven (electrisch vermogen
>= 50 MWe) |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
40 |
A1 |
- kolengestookt (incl. meestook biomassa), thermisch
vermogen > 75 MWth |
100 |
700 |
700 |
C |
Z |
200 |
|
700 |
|
5.2 |
|
40 |
A2 |
- oliegestookt, thermisch vermogen > 75 MWth |
100 |
100 |
500 |
C |
Z |
100 |
|
500 |
|
5.1 |
|
40 |
A3 |
- gasgestookt (incl. bijstook biomassa), thermisch
vermogen > 75 MWth,in |
100 |
100 |
500 |
C |
Z |
100 |
R |
500 |
|
5.1 |
|
40 |
A4 |
- kerncentrales met koeltorens |
10 |
10 |
500 |
C |
|
1500 |
|
1500 |
D |
6 |
|
40 |
A5 |
- warmte-kracht-installaties (gas), thermisch vermogen
> 75 MWth |
30 |
30 |
500 |
C |
Z |
100 |
R |
500 |
|
5.1 |
|
40 |
B0 |
bio-energieinstallaties electrisch vermogen < 50 MWe: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
40 |
B1 |
- covergisting, verbranding en vergassing van mest, slib,
GFT en reststromen voedingsindustrie |
100 |
50 |
100 |
|
|
30 |
R |
100 |
|
3.2 |
|
40 |
B2 |
- vergisting, verbranding en vergassing van overige
biomassa |
50 |
50 |
100 |
|
|
30 |
R |
100 |
|
3.2 |
|
40 |
C0 |
Elektriciteitsdistributiebedrijven, met
transformatorvermogen: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
40 |
C1 |
- < 10 MVA |
0 |
0 |
30 |
C |
|
10 |
|
30 |
|
2 |
|
40 |
C2 |
- 10 - 100 MVA |
0 |
0 |
50 |
C |
|
30 |
|
50 |
|
3.1 |
|
40 |
C3 |
- 100 - 200 MVA |
0 |
0 |
100 |
C |
|
50 |
|
100 |
|
3.2 |
|
40 |
C4 |
- 200 - 1000 MVA |
0 |
0 |
300 |
C |
Z |
50 |
|
300 |
|
4.2 |
|
40 |
C5 |
- >= 1000 MVA |
0 |
0 |
500 |
C |
Z |
50 |
|
500 |
|
5.1 |
|
40 |
D0 |
Gasdistributiebedrijven: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
40 |
D1 |
- gascompressorstations vermogen < 100 MW |
0 |
0 |
300 |
C |
|
100 |
|
300 |
|
4.2 |
|
40 |
D2 |
- gascompressorstations vermogen >= 100 MW |
0 |
0 |
500 |
C |
|
200 |
R |
500 |
|
5.1 |
|
40 |
D3 |
- gas:
reduceer-, compressor-, meet- en regelinst. Cat. A |
0 |
0 |
10 |
C |
|
10 |
|
10 |
|
1 |
|
40 |
D4 |
- gasdrukregel- en meetruimten (kasten en gebouwen), cat.
B en C |
0 |
0 |
30 |
C |
|
10 |
|
30 |
|
2 |
|
40 |
D5 |
- gasontvang- en -verdeelstations, cat. D |
0 |
0 |
50 |
C |
|
50 |
R |
50 |
|
3.1 |
|
40 |
E0 |
Warmtevoorzieningsinstallaties, gasgestookt: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
40 |
E1 |
- stadsverwarming |
30 |
10 |
100 |
C |
|
50 |
|
100 |
|
3.2 |
|
40 |
E2 |
- blokverwarming |
10 |
0 |
30 |
C |
|
10 |
|
30 |
|
2 |
|
40 |
F0 |
windmolens: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
40 |
F1 |
- wiekdiameter |
0 |
0 |
100 |
C |
|
30 |
|
100 |
|
3.2 |
|
40 |
F2 |
- wiekdiameter |
0 |
0 |
200 |
C |
|
50 |
|
200 |
|
4.1 |
|
40 |
F3 |
- wiekdiameter |
0 |
0 |
300 |
C |
|
50 |
|
300 |
|
4.2 |
|
41 |
- |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
41 |
- |
WINNING EN DITRIBUTIE VAN WATER |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
41 |
A0 |
Waterwinning-/ bereiding- bedrijven: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
41 |
A1 |
- met chloorgas |
50 |
0 |
50 |
C |
|
1000 |
R |
1000 |
D |
5.3 |
|
41 |
A2 |
- bereiding met chloorbleekloog e.d. en/of straling |
10 |
0 |
50 |
C |
|
30 |
|
50 |
|
3.1 |
|
41 |
B0 |
Waterdistributiebedrijven met pompvermogen: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
41 |
B1 |
- < 1 MW |
0 |
0 |
30 |
C |
|
10 |
|
30 |
|
2 |
|
41 |
B2 |
- 1 - 15 MW |
0 |
0 |
100 |
C |
|
10 |
|
100 |
|
3.2 |
|
41 |
B3 |
- >= 15 MW |
0 |
0 |
300 |
C |
|
10 |
|
300 |
|
4.2 |
|
45 |
- |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
45 |
- |
BOUWNIJVERHEID |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
45 |
0 |
Bouwbedrijven algemeen: b.o. > |
10 |
30 |
100 |
|
|
10 |
|
100 |
|
3.2 |
|
45 |
1 |
- bouwbedrijven algemeen: b.o. <= |
10 |
30 |
50 |
|
|
10 |
|
50 |
|
3.1 |
|
45 |
2 |
Aannemersbedrijven met werkplaats: b.o. > |
10 |
30 |
50 |
|
|
10 |
|
50 |
|
3.1 |
|
45 |
3 |
- aannemersbedrijven met werkplaats: b.o.< |
0 |
10 |
30 |
|
|
10 |
|
30 |
|
2 |
|
50 |
- |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
50 |
- |
HANDEL/REPARATIE VAN AUTO'S, MOTORFIETSEN;
BENZINESERVICESTATIONS |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
501, 502, 504 |
|
Handel in auto's en motorfietsen, reparatie- en
servicebedrijven |
10 |
0 |
30 |
|
|
10 |
|
30 |
|
2 |
|
502 |
|
Groothandel in vrachtauto's (incl. import) |
10 |
10 |
100 |
|
|
10 |
|
100 |
|
3.2 |
|
5020.4 |
A |
Autoplaatwerkerijen |
10 |
30 |
100 |
|
|
10 |
|
100 |
|
3.2 |
|
5020.4 |
B |
Autobeklederijen |
0 |
0 |
10 |
|
|
10 |
|
10 |
|
1 |
|
5020.4 |
C |
Autospuitinrichtingen |
50 |
30 |
30 |
|
|
30 |
R |
50 |
|
3.1 |
|
5020.5 |
|
Autowasserijen |
10 |
0 |
30 |
|
|
0 |
|
30 |
|
2 |
|
503, 504 |
|
Handel in auto- en motorfietsonderdelen en -accessoires |
0 |
0 |
30 |
|
|
10 |
|
30 |
|
2 |
|
505 |
0 |
Benzineservisestations: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
505 |
1 |
- met LPG > 1000 m3/jr |
30 |
0 |
30 |
|
|
200 |
R |
200 |
|
4.1 |
|
505 |
2 |
- met LPG < 1000 m3/jr |
30 |
0 |
30 |
|
|
50 |
R |
50 |
|
3.1 |
|
505 |
3 |
- zonder LPG |
30 |
0 |
30 |
|
|
10 |
|
30 |
|
2 |
|
51 |
- |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
51 |
- |
GROOTHANDEL EN HANDELSBEMIDDELING |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
511 |
|
Handelsbemiddeling (kantoren) |
0 |
0 |
10 |
|
|
0 |
|
10 |
|
1 |
|
5121 |
0 |
Grth in akkerbouwprodukten en veevoeders |
30 |
30 |
50 |
|
|
30 |
R |
50 |
|
3.1 |
|
5121 |
1 |
Grth in akkerbouwprodukten en veevoeders met een verwerkingscapaciteit
van 500 ton/uur of meer |
100 |
100 |
300 |
|
Z |
50 |
R |
300 |
|
4.2 |
|
5122 |
|
Grth in bloemen en planten |
10 |
10 |
30 |
|
|
0 |
|
30 |
|
2 |
|
5123 |
|
Grth in levende dieren |
50 |
10 |
100 |
C |
|
0 |
|
100 |
|
3.2 |
|
5124 |
|
Grth in huiden, vellen en leder |
50 |
0 |
30 |
|
|
0 |
|
50 |
|
3.1 |
|
5125, 5131 |
|
Grth in ruwe tabak, groenten, fruit en
consumptie-aardappelen |
30 |
10 |
30 |
|
|
50 |
R |
50 |
|
3.1 |
|
5132, 5133 |
|
Grth in vlees, vleeswaren, zuivelprodukten, eieren,
spijsoliën |
10 |
0 |
30 |
|
|
50 |
R |
50 |
|
3.1 |
|
5134 |
|
Grth in dranken |
0 |
0 |
30 |
|
|
0 |
|
30 |
|
2 |
|
5135 |
|
Grth in tabaksprodukten |
10 |
0 |
30 |
|
|
0 |
|
30 |
|
2 |
|
5136 |
|
Grth in suiker, chocolade en suikerwerk |
10 |
10 |
30 |
|
|
0 |
|
30 |
|
2 |
|
5137 |
|
Grth in koffie, thee, cacao en specerijen |
30 |
10 |
30 |
|
|
0 |
|
30 |
|
2 |
|
5138, 5139 |
|
Grth in overige voedings- en genotmiddelen |
10 |
10 |
30 |
|
|
10 |
|
30 |
|
2 |
|
514 |
|
Grth in overige consumentenartikelen |
10 |
10 |
30 |
|
|
10 |
|
30 |
|
2 |
|
5148.7 |
0 |
Grth in vuurwerk en munitie: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
5148.7 |
1 |
- consumentenvuurwerk, verpakt, opslag < 10 ton |
10 |
0 |
30 |
|
|
10 |
V |
30 |
|
2 |
|
5148.7 |
2 |
- consumentenvuurwerk, verpakt, opslag 10 tot 50 ton |
10 |
0 |
30 |
|
|
50 |
V |
50 |
|
3.1 |
|
5148.7 |
3 |
- professioneel vuurwerk, netto expl. massa per
bewaarplaats < |
10 |
0 |
30 |
|
|
500 |
V |
500 |
|
5.1 |
|
5148.7 |
4 |
- professioneel vuurwerk, netto expl. massa per
bewaarplaats |
10 |
0 |
30 |
|
|
1000 |
V |
1000 |
|
5.3 |
|
5148.7 |
5 |
- munitie |
0 |
0 |
30 |
|
|
30 |
|
30 |
|
2 |
|
5151.1 |
0 |
Grth in vaste brandstoffen: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
5151.1 |
1 |
- klein, lokaal verzorgingsgebied |
10 |
50 |
50 |
|
|
30 |
|
50 |
|
3.1 |
|
5151.1 |
2 |
- kolenterminal, opslag opp. >= |
50 |
500 |
500 |
|
Z |
100 |
|
500 |
|
5.1 |
|
5151.2 |
0 |
Grth in vloeibare en gasvormige brandstoffen: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
5151.2 |
1 |
- vloeistoffen, o.c. < |
50 |
0 |
50 |
|
|
200 |
R |
200 |
D |
4.1 |
|
5151.2 |
2 |
- vloeistoffen, o.c. >= |
100 |
0 |
50 |
|
|
500 |
R |
500 |
D |
5.1 |
|
5151.2 |
3 |
- tot vloeistof verdichte gassen |
50 |
0 |
50 |
|
|
300 |
R |
300 |
D |
4.2 |
|
5151.3 |
|
Grth minerale olieprodukten (excl. brandstoffen) |
100 |
0 |
30 |
|
|
50 |
|
100 |
|
3.2 |
|
5152.1 |
0 |
Grth in metaalertsen: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
5152.1 |
1 |
- opslag opp. < |
30 |
300 |
300 |
|
|
10 |
|
300 |
|
4.2 |
|
5152.1 |
2 |
- opslag opp. >= |
50 |
500 |
700 |
|
Z |
10 |
|
700 |
|
5.2 |
|
5152.2 /.3 |
|
Grth in metalen en -halffabrikaten |
0 |
10 |
100 |
|
|
10 |
|
100 |
|
3.2 |
|
5153 |
0 |
Grth in hout en bouwmaterialen: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
5153 |
1 |
- algemeen: b.o. > |
0 |
10 |
50 |
|
|
10 |
|
50 |
|
3.1 |
|
5153 |
2 |
- algemeen: b.o. <= |
0 |
10 |
30 |
|
|
10 |
|
30 |
|
2 |
|
5153.4 |
4 |
zand en grind: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
5153.4 |
5 |
- algemeen: b.o. > |
0 |
30 |
100 |
|
|
0 |
|
100 |
|
3.2 |
|
5153.4 |
6 |
- algemeen: b.o. <= |
0 |
10 |
30 |
|
|
0 |
|
30 |
|
2 |
|
5154 |
0 |
Grth in ijzer- en metaalwaren en verwarmingsapparatuur: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
5154 |
1 |
- algemeen: b.o. > |
0 |
0 |
50 |
|
|
10 |
|
50 |
|
3.1 |
|
5154 |
2 |
- algemeen: b.o. < = |
0 |
0 |
30 |
|
|
0 |
|
30 |
|
2 |
|
5155.1 |
|
Grth in chemische produkten |
50 |
10 |
30 |
|
|
100 |
R |
100 |
D |
3.2 |
|
5155.2 |
|
Grth in kunstmeststoffen |
30 |
30 |
30 |
|
|
30 |
R |
30 |
|
2 |
|
5156 |
|
Grth in overige intermediaire goederen |
10 |
10 |
30 |
|
|
10 |
|
30 |
|
2 |
|
5157 |
0 |
Autosloperijen: b.o. > |
10 |
30 |
100 |
|
|
30 |
|
100 |
|
3.2 |
|
5157 |
1 |
- autosloperijen: b.o. <= |
10 |
10 |
50 |
|
|
10 |
|
50 |
|
3.1 |
|
5157.2/3 |
0 |
Overige groothandel in afval en schroot: b.o. > |
10 |
30 |
100 |
|
|
10 |
|
100 |
D |
3.2 |
|
5157.2/3 |
1 |
- overige groothandel in afval en schroot: b.o. <= |
10 |
10 |
50 |
|
|
10 |
|
50 |
|
3.1 |
|
5162 |
0 |
Grth in machines en apparaten: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
5162 |
1 |
- machines voor de bouwnijverheid |
0 |
10 |
100 |
|
|
10 |
|
100 |
|
3.2 |
|
5162 |
2 |
- overige |
0 |
10 |
50 |
|
|
0 |
|
50 |
|
3.1 |
|
517 |
|
Overige grth (bedrijfsmeubels, emballage, vakbenodigdheden
e.d. |
0 |
0 |
30 |
|
|
0 |
|
30 |
|
2 |
|
52 |
- |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
52 |
- |
DETAILHANDEL EN REPARATIE T.B.V. PARTICULIEREN |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
52 |
A |
Detailhandel voor zover n.e.g. |
0 |
0 |
10 |
|
|
0 |
|
10 |
|
1 |
|
5211/2,5246/9 |
|
Supermarkten, warenhuizen |
0 |
0 |
10 |
|
|
10 |
|
10 |
|
1 |
|
5222, 5223 |
|
Detailhandel vlees, wild, gevogelte, met roken, koken,
bakken |
10 |
0 |
10 |
|
|
10 |
|
10 |
|
1 |
|
5224 |
|
Detailhandel brood en banket met bakken voor eigen winkel |
10 |
10 |
10 |
C |
|
10 |
|
10 |
|
1 |
|
5231, 5232 |
|
Apotheken en drogisterijen |
0 |
0 |
0 |
|
|
10 |
|
10 |
|
1 |
|
5246/9 |
|
Bouwmarkten, tuincentra, hypermarkten |
0 |
0 |
30 |
|
|
10 |
|
30 |
|
2 |
|
5249 |
|
Detailhandel in vuurwerk tot 10 ton verpakt |
0 |
0 |
10 |
|
|
10 |
V |
10 |
|
1 |
|
5261 |
|
Postorderbedrijven |
0 |
0 |
50 |
|
|
0 |
|
50 |
|
3.1 |
|
527 |
|
Reparatie t.b.v. particulieren (excl. auto's en
motorfietsen) |
0 |
0 |
10 |
|
|
10 |
|
10 |
|
1 |
|
55 |
- |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
55 |
- |
LOGIES-, MAALTIJDEN- EN DRANKENVERSTREKKING |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
5511, 5512 |
|
Hotels en pensions met keuken, conferentie-oorden en
congrescentra |
10 |
0 |
10 |
|
|
10 |
|
10 |
|
1 |
|
552 |
|
Kampeerterreinen, vakantiecentra, e.d. (met keuken) |
30 |
0 |
50 |
C |
|
30 |
|
50 |
|
3.1 |
|
553 |
|
Restaurants, cafetaria's, snackbars, ijssalons met eigen
ijsbereiding, viskramen e.d. |
10 |
0 |
10 |
C |
|
10 |
|
10 |
|
1 |
|
554 |
1 |
Café's, bars |
0 |
0 |
10 |
C |
|
10 |
|
10 |
|
1 |
|
554 |
2 |
Discotheken, muziekcafé's |
0 |
0 |
30 |
C |
|
10 |
|
30 |
D |
2 |
|
5551 |
|
Kantines |
10 |
0 |
10 |
C |
|
10 |
|
10 |
D |
1 |
|
5552 |
|
Cateringbedrijven |
10 |
0 |
30 |
C |
|
10 |
|
30 |
|
2 |
|
60 |
- |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
60 |
- |
VERVOER OVER LAND |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
601 |
0 |
Spoorwegen: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
601 |
1 |
- stations |
0 |
0 |
100 |
C |
|
50 |
R |
100 |
D |
3.2 |
|
601 |
2 |
- rangeerterreinen, overslagstations (zonder
rangeerheuvel) |
30 |
30 |
300 |
C |
|
300 |
R |
300 |
D |
4.2 |
|
6021.1 |
|
Bus-, tram- en metrostations en -remises |
0 |
10 |
100 |
C |
|
0 |
|
100 |
D |
3.2 |
|
6022 |
|
Taxibedrijven |
0 |
0 |
30 |
C |
|
0 |
|
30 |
|
2 |
|
6023 |
|
Touringcarbedrijven |
10 |
0 |
100 |
C |
|
0 |
|
100 |
|
3.2 |
|
6024 |
0 |
Goederenwegvervoerbedrijven (zonder schoonmaken tanks):
b.o. > |
0 |
0 |
100 |
C |
|
30 |
|
100 |
|
3.2 |
|
6024 |
1 |
- Goederenwegvervoerbedrijven (zonder schoonmaken tanks)
b.o. <= |
0 |
0 |
50 |
C |
|
30 |
|
50 |
|
3.1 |
|
603 |
|
Pomp- en compressorstations van pijpleidingen |
0 |
0 |
30 |
C |
|
10 |
|
30 |
D |
2 |
|
61, 62 |
- |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
61, 62 |
- |
VERVOER OVER WATER / DOOR DE LUCHT |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
61, 62 |
A |
Vervoersbedrijven (uitsluitend kantoren) |
0 |
0 |
10 |
|
|
0 |
|
10 |
|
1 |
|
63 |
- |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
63 |
- |
DIENSTVERLENING T.B.V. HET VERVOER |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
6311.1 |
0 |
Laad-, los- en overslagbedrijven t.b.v. zeeschepen: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
6311.1 |
1 |
- containers |
0 |
10 |
500 |
C |
|
100 |
R |
500 |
|
5.1 |
|
6311.1 |
2 |
- stukgoederen |
0 |
30 |
300 |
C |
|
100 |
R |
300 |
D |
4.2 |
|
6311.1 |
3 |
- ertsen, mineralen e.d., opslagopp. >= |
50 |
700 |
1000 |
C |
Z |
50 |
|
1000 |
|
5.3 |
|
6311.1 |
4 |
- granen of meelsoorten, v.c. >= 500 t/u |
100 |
500 |
500 |
C |
Z |
100 |
R |
500 |
|
5.1 |
|
6311.1 |
5 |
- steenkool, opslagopp. >= |
50 |
700 |
700 |
C |
Z |
100 |
|
700 |
|
5.2 |
|
6311.1 |
6 |
- olie, LPG, e.d. |
300 |
0 |
100 |
C |
|
1000 |
R |
1000 |
|
5.3 |
|
6311.1 |
7 |
- tankercleaning |
300 |
10 |
100 |
C |
|
200 |
R |
300 |
|
4.2 |
|
6311.2 |
0 |
Laad-, los- en overslagbedrijven t.b.v. binnenvaart: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
6311.2 |
1 |
- containers |
0 |
10 |
300 |
|
|
50 |
R |
300 |
|
4.2 |
|
6311.2 |
10 |
- tankercleaning |
300 |
10 |
100 |
|
|
200 |
R |
300 |
|
4.2 |
|
6311.2 |
2 |
- stukgoederen |
0 |
10 |
100 |
|
|
50 |
R |
100 |
D |
3.2 |
|
6311.2 |
3 |
- ertsen, mineralen, e.d., opslagopp. < |
30 |
200 |
300 |
|
|
30 |
|
300 |
|
4.2 |
|
6311.2 |
4 |
- ersten, mineralen, e.d., opslagopp. >= |
50 |
500 |
700 |
|
Z |
50 |
|
700 |
|
5.2 |
|
6311.2 |
5 |
- granen of meelsoorten , v.c. < 500 t/u |
50 |
300 |
200 |
|
|
50 |
R |
300 |
|
4.2 |
|
6311.2 |
6 |
- granen of meelsoorten, v.c. >=
500 t/u |
100 |
500 |
300 |
|
Z |
100 |
R |
500 |
|
5.1 |
|
6311.2 |
7 |
- steenkool, opslagopp. < |
50 |
300 |
300 |
|
|
50 |
|
300 |
|
4.2 |
|
6311.2 |
8 |
- steenkool, opslagopp. >= |
50 |
500 |
500 |
|
Z |
100 |
|
500 |
|
5.1 |
|
6311.2 |
9 |
- olie, LPG, e.d. |
100 |
0 |
50 |
|
|
700 |
R |
700 |
|
5.2 |
|
6312 |
|
Veem- en pakhuisbedrijven,
koelhuizen |
30 |
10 |
50 |
C |
|
50 |
R |
50 |
D |
3.1 |
|
6321 |
1 |
Autoparkeerterreinen,
parkeergarages |
10 |
0 |
30 |
C |
|
0 |
|
30 |
|
2 |
|
6321 |
2 |
Stalling van vrachtwagens (met
koelinstallaties) |
10 |
0 |
100 |
C |
|
30 |
|
100 |
|
3.2 |
|
6322, 6323 |
|
Overige dienstverlening t.b.v.
vervoer (kantoren) |
0 |
0 |
10 |
|
|
0 |
|
10 |
|
1 |
|
6323 |
A |
Luchthavens |
200 |
50 |
1500 |
C |
|
500 |
R |
1500 |
D |
6 |
|
6323 |
B |
Helikopterlandplaatsen |
0 |
50 |
500 |
|
|
50 |
|
500 |
|
5.1 |
|
633 |
|
Reisorganisaties |
0 |
0 |
10 |
|
|
0 |
|
10 |
|
1 |
|
634 |
|
Expediteurs, cargadoors (kantoren) |
0 |
0 |
10 |
|
|
0 |
|
10 |
D |
1 |
|
64 |
- |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
64 |
- |
POST EN TELECOMMUNICATIE |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
641 |
|
Post- en koeriersdiensten |
0 |
0 |
30 |
C |
|
0 |
|
30 |
|
2 |
|
642 |
A |
Telecommunicatiebedrijven |
0 |
0 |
10 |
C |
|
0 |
|
10 |
|
1 |
|
642 |
B0 |
zendinstallaties: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
642 |
B1 |
- LG en MG, zendervermogen < 100
kW (bij groter vermogen: onderzoek!) |
0 |
0 |
0 |
C |
|
100 |
|
100 |
|
3.2 |
|
642 |
B2 |
- FM en TV |
0 |
0 |
0 |
C |
|
10 |
|
10 |
|
1 |
|
642 |
B3 |
- GSM en UMTS-steunzenders |
0 |
0 |
0 |
C |
|
10 |
|
10 |
|
1 |
|
65, 66, 67 |
- |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
65, 66, 67 |
- |
FINANCIELE INSTELLINGEN EN VERZEKERINGSWEZEN |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
65, 66, 67 |
A |
Banken, verzekeringsbedrijven,
beurzen |
0 |
0 |
10 |
C |
|
0 |
|
10 |
|
1 |
|
70 |
- |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
70 |
- |
VERHUUR VAN EN HANDEL IN ONROEREND
GOED |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
70 |
A |
Verhuur van en handel in onroerend
goed |
0 |
0 |
10 |
|
|
0 |
|
10 |
|
1 |
|
71 |
- |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
71 |
- |
VERHUUR VAN TRANSPORTMIDDELEN,
MACHINES, ANDERE ROERENDE GOEDEREN |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
711 |
|
Personenautoverhuurbedrijven |
10 |
0 |
30 |
|
|
10 |
|
30 |
|
2 |
|
712 |
|
Verhuurbedrijven voor
transportmiddelen (excl. personenauto's) |
10 |
0 |
50 |
|
|
10 |
|
50 |
D |
3.1 |
|
713 |
|
Verhuurbedrijven voor machines en
werktuigen |
10 |
0 |
50 |
|
|
10 |
|
50 |
D |
3.1 |
|
714 |
|
Verhuurbedrijven voor roerende goederen
n.e.g. |
10 |
10 |
30 |
|
|
10 |
|
30 |
D |
2 |
|
72 |
- |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
72 |
- |
COMPUTERSERVICE- EN INFORMATIETECHNOLOGIE |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
72 |
A |
Computerservice- en
informatietechnologie-bureau's e.d. |
0 |
0 |
10 |
|
|
0 |
|
10 |
|
1 |
|
72 |
B |
Switchhouses |
0 |
0 |
30 |
C |
|
0 |
|
30 |
|
2 |
|
73 |
- |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
73 |
- |
SPEUR- EN ONTWIKKELINGSWERK |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
731 |
|
Natuurwetenschappelijk speur- en ontwikkelingswerk |
30 |
10 |
30 |
|
|
30 |
R |
30 |
|
2 |
|
732 |
|
Maatschappij- en geesteswetenschappelijk
onderzoek |
0 |
0 |
10 |
|
|
0 |
|
10 |
|
1 |
|
74 |
- |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
74 |
- |
OVERIGE ZAKELIJKE DIENSTVERLENING |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
74 |
A |
Overige zakelijke dienstverlening:
kantoren |
0 |
0 |
10 |
|
|
0 |
|
10 |
D |
1 |
|
747 |
|
Reinigingsbedrijven voor gebouwen |
50 |
10 |
30 |
|
|
30 |
|
50 |
D |
3.1 |
|
7481.3 |
|
Foto- en filmontwikkelcentrales |
10 |
0 |
30 |
C |
|
10 |
|
30 |
|
2 |
|
7484.3 |
|
Veilingen voor landbouw- en
visserijprodukten |
50 |
30 |
200 |
C |
|
50 |
R |
200 |
|
4.1 |
|
7484.4 |
|
Veilingen voor huisraad, kunst e.d. |
0 |
0 |
10 |
|
|
0 |
|
10 |
|
1 |
|
75 |
- |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
75 |
- |
OPENBAAR BESTUUR, OVERHEIDSDIENSTEN,
SOCIALE VERZEKERINGEN |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
75 |
A |
Openbaar bestuur (kantoren e.d.) |
0 |
0 |
10 |
|
|
0 |
|
10 |
|
1 |
|
7522 |
|
Defensie-inrichtingen |
30 |
30 |
200 |
C |
|
100 |
|
200 |
D |
4.1 |
|
7525 |
|
Brandweerkazernes |
0 |
0 |
50 |
C |
|
0 |
|
50 |
|
3.1 |
|
80 |
- |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
80 |
- |
ONDERWIJS |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
801, 802 |
|
Scholen voor basis- en algemeen
voortgezet onderwijs |
0 |
0 |
30 |
|
|
0 |
|
30 |
|
2 |
|
803, 804 |
|
Scholen voor beroeps-, hoger en
overig onderwijs |
10 |
0 |
30 |
|
|
10 |
|
30 |
D |
2 |
|
85 |
- |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
85 |
- |
GEZONDHEIDS- EN WELZIJNSZORG |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
8511 |
|
Ziekenhuizen |
10 |
0 |
30 |
C |
|
10 |
|
30 |
|
2 |
|
8512, 8513 |
|
Artsenpraktijken, klinieken en
dagverblijven |
0 |
0 |
10 |
|
|
0 |
|
10 |
|
1 |
|
8514, 8515 |
|
Consultatiebureaus |
0 |
0 |
10 |
|
|
0 |
|
10 |
|
1 |
|
853 |
1 |
Verpleeghuizen |
10 |
0 |
30 |
C |
|
0 |
|
30 |
|
2 |
|
853 |
2 |
Kinderopvang |
0 |
0 |
30 |
|
|
0 |
|
30 |
|
2 |
|
90 |
- |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
90 |
- |
MILIEUDIENSTVERLENING |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
9001 |
A0 |
RWZI's en gierverwerkingsinricht.,
met afdekking voorbezinktanks: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
9001 |
A1 |
- < 100.000 i.e. |
200 |
10 |
100 |
C |
|
10 |
|
200 |
|
4.1 |
|
9001 |
A2 |
- 100.000 - 300.000 i.e. |
300 |
10 |
200 |
C |
Z |
10 |
|
300 |
|
4.2 |
|
9001 |
A3 |
- >= 300.000 i.e. |
500 |
10 |
300 |
C |
Z |
10 |
|
500 |
|
5.1 |
|
9001 |
B |
rioolgemalen |
30 |
0 |
10 |
C |
|
0 |
|
30 |
|
2 |
|
9002.1 |
A |
Vuilophaal-,
straatreinigingsbedrijven e.d. |
50 |
30 |
50 |
|
|
10 |
|
50 |
|
3.1 |
|
9002.1 |
B |
Gemeentewerven
(afval-inzameldepots) |
30 |
30 |
50 |
|
|
30 |
R |
50 |
|
3.1 |
|
9002.1 |
C |
Vuiloverslagstations |
200 |
200 |
300 |
|
|
30 |
|
300 |
|
4.2 |
|
9002.2 |
A0 |
Afvalverwerkingsbedrijven: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
9002.2 |
A1 |
- mestverwerking/korrelfabrieken |
500 |
10 |
100 |
C |
|
10 |
|
500 |
|
5.1 |
|
9002.2 |
A2 |
- kabelbranderijen |
100 |
50 |
30 |
|
|
10 |
|
100 |
|
3.2 |
|
9002.2 |
A3 |
- verwerking radio-actief afval |
0 |
10 |
200 |
C |
|
1500 |
|
1500 |
|
6 |
|
9002.2 |
A4 |
- pathogeen afvalverbranding (voor
ziekenhuizen) |
50 |
10 |
30 |
|
|
10 |
|
50 |
|
3.1 |
|
9002.2 |
A5 |
- oplosmiddelterugwinning |
100 |
0 |
10 |
|
|
30 |
R |
100 |
D |
3.2 |
|
9002.2 |
A6 |
- afvalverbrandingsinrichtingen,
thermisch vermogen > 75 MW |
300 |
200 |
300 |
C |
Z |
50 |
|
300 |
D |
4.2 |
|
9002.2 |
A7 |
- verwerking fotochemisch en
galvano-afval |
10 |
10 |
30 |
|
|
30 |
R |
30 |
|
2 |
|
9002.2 |
B |
Vuilstortplaatsen |
300 |
200 |
300 |
|
|
10 |
|
300 |
|
4.2 |
|
9002.2 |
C0 |
Composteerbedrijven: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
9002.2 |
C1 |
- niet-belucht v.c. < 5.000
ton/jr |
300 |
100 |
50 |
|
|
10 |
|
300 |
|
4.2 |
|
9002.2 |
C2 |
- niet-belucht v.c. 5.000 tot
20.000 ton/jr |
700 |
300 |
100 |
|
|
30 |
|
700 |
|
5.2 |
|
9002.2 |
C3 |
- belucht v.c. < 20.000 ton/jr |
100 |
100 |
100 |
|
|
10 |
|
100 |
|
3.2 |
|
9002.2 |
C4 |
- belucht v.c. > 20.000 ton/jr |
200 |
200 |
100 |
|
|
30 |
|
200 |
|
4.1 |
|
9002.2 |
C5 |
- GFT in gesloten gebouw |
200 |
50 |
100 |
|
|
100 |
R |
200 |
|
4.1 |
|
91 |
- |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
91 |
- |
DIVERSE ORGANISATIES |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
9111 |
|
Bedrijfs- en werknemersorganisaties
(kantoren) |
0 |
0 |
10 |
|
|
0 |
|
10 |
|
1 |
|
9131 |
|
Kerkgebouwen e.d. |
0 |
0 |
30 |
|
|
0 |
|
30 |
|
2 |
|
9133.1 |
A |
Buurt- en clubhuizen |
0 |
0 |
30 |
C |
|
0 |
|
30 |
D |
2 |
|
9133.1 |
B |
Hondendressuurterreinen |
0 |
0 |
50 |
|
|
0 |
|
50 |
|
3.1 |
|
92 |
- |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
92 |
- |
CULTUUR, SPORT EN RECREATIE |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
921, 922 |
|
Studio's (film, TV, radio, geluid) |
0 |
0 |
30 |
C |
|
10 |
|
30 |
|
2 |
|
9213 |
|
Bioscopen |
0 |
0 |
30 |
C |
|
0 |
|
30 |
|
2 |
|
9232 |
|
Theaters, schouwburgen, concertgebouwen,
evenementenhallen |
0 |
0 |
30 |
C |
|
0 |
|
30 |
|
2 |
|
9233 |
|
Recreatiecentra, vaste kermis e.d. |
30 |
10 |
300 |
|
|
10 |
|
300 |
D |
4.2 |
|
9234 |
|
Muziek- en balletscholen |
0 |
0 |
30 |
|
|
0 |
|
30 |
|
2 |
|
9234.1 |
|
Dansscholen |
0 |
0 |
30 |
C |
|
0 |
|
30 |
|
2 |
|
9251, 9252 |
|
Bibliotheken, musea, ateliers, e.d. |
0 |
0 |
10 |
|
|
0 |
|
10 |
|
1 |
|
9253.1 |
|
Dierentuinen |
100 |
10 |
50 |
C |
|
0 |
|
100 |
|
3.2 |
|
9261.1 |
0 |
Zwembaden: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
9261.1 |
1 |
- overdekt |
10 |
0 |
50 |
C |
|
10 |
|
50 |
|
3.1 |
|
9261.1 |
2 |
- niet overdekt |
30 |
0 |
200 |
|
|
10 |
|
200 |
|
4.1 |
|
9261.2 |
A |
Sporthallen |
0 |
0 |
50 |
C |
|
0 |
|
50 |
|
3.1 |
|
9261.2 |
B |
Bowlingcentra |
0 |
0 |
30 |
C |
|
0 |
|
30 |
|
2 |
|
9261.2 |
C |
Overdekte kunstijsbanen |
0 |
0 |
100 |
C |
|
50 |
R |
100 |
|
3.2 |
|
9261.2 |
D |
Stadions en open-lucht-ijsbanen |
0 |
0 |
300 |
C |
|
50 |
R |
300 |
|
4.2 |
|
9261.2 |
E |
Maneges |
50 |
30 |
30 |
|
|
0 |
|
50 |
|
3.1 |
|
9261.2 |
F |
Tennisbanen (met verlichting) |
0 |
0 |
50 |
C |
|
0 |
|
50 |
|
3.1 |
|
9261.2 |
G |
Veldsportcomplex (met verlichting) |
0 |
0 |
50 |
C |
|
0 |
|
50 |
|
3.1 |
|
9261.2 |
H |
Golfbanen |
0 |
0 |
10 |
|
|
0 |
|
10 |
|
1 |
|
9261.2 |
I |
Kunstskibanen |
0 |
0 |
30 |
C |
|
50 |
R |
50 |
|
3.1 |
|
9262 |
0 |
Schietinrichtingen: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
9262 |
1 |
- binnenbanen: geweer- en pistoolbanen |
0 |
0 |
200 |
C |
|
10 |
|
200 |
|
4.1 |
|
9262 |
10 |
- buitenbanen met voorzieningen:
pistoolbanen |
10 |
0 |
1000 |
|
|
200 |
|
1000 |
|
5.3 |
|
9262 |
11 |
- buitenbanen met voorzieningen:
boogbanen |
0 |
0 |
30 |
|
|
30 |
|
30 |
|
2 |
|
9262 |
2 |
- binnenbanen: boogbanen |
0 |
0 |
10 |
C |
|
10 |
|
10 |
|
1 |
|
9262 |
3 |
- vrije buitenbanen: kleiduiven |
0 |
0 |
200 |
|
|
300 |
|
300 |
|
4.2 |
|
9262 |
4 |
- vrije buitenbanen: schietbomen |
0 |
0 |
500 |
|
|
1500 |
|
1500 |
|
6 |
|
9262 |
5 |
- vrije buitenbanen: geweerbanen |
10 |
0 |
1500 |
|
|
1500 |
|
1500 |
|
6 |
|
9262 |
6 |
- vrije buitenbanen: pistoolbanen |
10 |
0 |
1500 |
|
|
1500 |
|
1500 |
|
6 |
|
9262 |
7 |
- vrije buitenbanen: boogbanen |
0 |
0 |
10 |
|
|
200 |
|
200 |
|
4.1 |
|
9262 |
8 |
- buitenbanen met voorzieningen:
schietbomen |
10 |
0 |
300 |
|
|
500 |
|
500 |
|
5.1 |
|
9262 |
9 |
- buitenbanen met voorzieningen:
geweerbanen |
10 |
0 |
1000 |
|
|
1500 |
|
1500 |
|
6 |
|
9262 |
B |
Skelter- en kartbanen, < 8
uur/week in gebruik |
50 |
30 |
500 |
C |
|
30 |
|
500 |
|
5.1 |
|
9262 |
C |
Skelter- en kartbanen, >=8
uur/week in gebruik |
50 |
50 |
1000 |
C |
Z |
30 |
|
1000 |
|
5.3 |
|
9262 |
D |
Autocircuits, motorcrossterreinen
e.d., < 8 uur/week in gebruik |
100 |
50 |
700 |
|
|
50 |
|
700 |
|
5.2 |
|
9262 |
E |
Autocircuits, motorcrossterreinen
e.d., >=8 uur/week in gebruik |
100 |
100 |
1500 |
|
Z |
50 |
|
1500 |
|
6 |
|
9262 |
F |
Sportscholen, gymnastiekzalen |
0 |
0 |
30 |
C |
|
0 |
|
30 |
|
2 |
|
9262 |
G |
Jachthavens met diverse voorzieningen |
10 |
10 |
50 |
C |
|
30 |
|
50 |
|
3.1 |
|
9271 |
|
Casino's |
10 |
0 |
30 |
C |
|
0 |
|
30 |
|
2 |
|
9272.1 |
|
Amusementshallen |
0 |
0 |
30 |
C |
|
0 |
|
30 |
|
2 |
|
9272.2 |
|
Modelvliegtuig-velden |
10 |
0 |
300 |
|
|
100 |
|
300 |
|
4.2 |
|
93 |
- |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
93 |
- |
OVERIGE DIENSTVERLENING |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
9301.1 |
A |
Wasserijen en strijkinrichtingen |
30 |
0 |
50 |
C |
|
30 |
|
50 |
|
3.1 |
|
9301.1 |
B |
Tapijtreinigingsbedrijven |
30 |
0 |
50 |
|
|
30 |
|
50 |
|
3.1 |
|
9301.2 |
|
Chemische wasserijen en ververijen |
30 |
0 |
30 |
|
|
30 |
R |
30 |
|
2 |
|
9301.3 |
A |
Wasverzendinrichtingen |
0 |
0 |
30 |
|
|
0 |
|
30 |
|
2 |
|
9301.3 |
B |
Wasserettes, wassalons |
0 |
0 |
10 |
|
|
0 |
|
10 |
|
1 |
|
9302 |
|
Kappersbedrijven en schoonheidsinstituten |
0 |
0 |
10 |
|
|
0 |
|
10 |
|
1 |
|
9303 |
0 |
Begrafenisondernemingen: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
9303 |
1 |
- uitvaartcentra |
0 |
0 |
10 |
|
|
0 |
|
10 |
|
1 |
|
9303 |
2 |
- begraafplaatsen |
0 |
0 |
10 |
|
|
0 |
|
10 |
|
1 |
|
9303 |
3 |
- crematoria |
100 |
10 |
30 |
|
|
10 |
|
100 |
|
3.2 |
|
9304 |
|
Fitnesscentra, badhuizen en
sauna-baden |
10 |
0 |
30 |
C |
|
0 |
|
30 |
|
2 |
|
9305 |
A |
Dierenasiels en -pensions |
30 |
0 |
100 |
C |
|
0 |
|
100 |
|
3.2 |
|
9305 |
B |
Persoonlijke dienstverlening n.e.g. |
0 |
0 |
10 |
C |
|
0 |
|
10 |
D |
1 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
BIJLAGE
2
|
|
Lijst
met beroeps- en bedrijfsactiviteiten
aan huis |
BEROEPS- EN
BEDRIJFSACTIVITEITEN AAN HUIS
Uitoefening
van (para-)medische beroepen, waaronder:
individuele
praktijk voor huisarts, psychiater, psycholoog, fysiotherapie of bewegingsleer,
voedingsleer, lichaamsverzorging, mondhygiëne, tandheelkunde, logopedie,
dierenarts, alternatieve geneeswijzen enz.
Stoffeerderijbedrijven, waaronder:
(maat)kledingmakerij,
kledingverstelbedrijf, meubelstoffeerderij, woningstoffeerderij,
waarbij
detailhandel in stoffen en stofferingen in ieder geval is uitgesloten.
Kantoorfunctie
voor bedrijvigheid die elders wordt uitgeoefend, zoals:
schoonmaakbedrijf,
schoorsteenveegbedrijf, glazenwasserij, maar ook voor bijvoorbeeld een detail-
of groothandelsbedrijf of een aannemersbedrijf.
Reparatiebedrijfjes, waaronder:
schoen-/lederwarenreparatiebedrijf,
uurwerkreparatiebedrijf, goud- en zilverwerkreparatiebedrijf, reparatie van
kleine (elektrische) gebruiksgoederen, reparatie van muziekinstrumenten,
computerservice- en informatietechnologiebedrijf, enz.
In
ieder geval zijn autoreparatiebedrijven uitgezonderd.
logiesverstrekking
in de vorm van bed en brôchje (bieden logies- en ontbijtgelegenheid).
Advies- en ontwerpbureaus, waaronder:
reclameontwerp,
grafisch ontwerp, tuinontwerp- en advies, (binnenhuis)architect, (steden)bouwkundig
ontwerp, juridisch advies, financieel advies, milieukundig advies, enz.
(Zakelijke)
dienstverlening, waaronder:
notaris,
advocaat, accountant, assurantie-/ verzekeringsbemiddeling,
administratiekantoor, vertaalbureau,
exploitatie en handel in onroerende zaken, enz.
Overige dienstverlening, waaronder:
kappersbedrijf,
schoonheidssalon, fotograaf, foto– en filmontwikkelbedrijf, kinderopvang (i.c.
gastouder of kindercentrum met een capaciteit van < 10
kinderen), enz.
Onderwijs, waaronder:
autorijschool,
onderwijs, niet in te delen naar specificatie, mits zonder werkplaats of laboratorium.
===