|
Artikel
22 |
|
Waarde – cultuurhistorie (WR-C) (dubbelbestemming) |
|
|
|
|
|
|
|
lid 22.1 |
|
Bestemmingsomschrijving |
|
|
|
|
|
|
|
1. |
|
De voor “Waarde – cultuurhistorie” aangewezen gronden zijn, behalve voor
de andere daar voorkomende bestem-ming(en), mede
bestemd voor het behoud en zo mogelijk de
versterking van de aan deze gronden
eigen zijnde cultuurhistorische waarden, zijnde: |
|
|
|
|
a. de hoofdstructuur van (historische) wegen, lanen, waterlopen, parken en tuinen die een afgeleide is van het strandwallen- en strandvlaktenlandschap; b. de (laan)beplanting (zowel de oude laanbeplanting als voortzetting van een eeuwenlange traditie als de jonge laanbeplanting die in samenhang met het betrokken villapark is aangebracht) en de aanwezigheid van plantsoenen in de villawijken; c. ensembles van 19de en 20ste –eeuwse landhuizen en villa’s en vroeg 20ste eeuwse villaparken en woon-wijken waar de stedenbouwkundige kwaliteiten gepaard gaan met hoge gaafheid en/of zeldzaamheid; d.
cultuurhistorisch waarden en natuur- en landschaps-waarden
op perceelsniveau in relatie met de aanwezige bebouwing, zoals:
beplantingsstructuren, natuurlijke accidentatie,
restanten van cultuurhistorisch bebouwing, servituten en/of historische zicht-assen; e. GIP-objecten (voor zover deze niet al deel uitmaken van de te beschermen waarden als bedoeld onder c.); f. erf- en tuinafscheidingen van huiskavels en land-goederen die de karakteristieke verkavelingstructuur visualiseren, in het bijzonder de erfscheidingen die deel uitmaken van het ontwerp van de woning en in het verlengde daarvan een cultuurhistorische waarde vertegenwoordigen; g. de openbare ruimte en het straatmeubilair waar deze karakteristiek en beeldbepalend is voor de wijk. |
|
|
|
|
|
|
|
2. |
|
Met betrekking tot het bouwen binnen deze bestemming gelden de hieronder omschreven regels. Deze regels hebben, bij strijdigheid daarmee, voorrang boven de regels genoemd in de artikelen 3 tot en met 19 van dit bestem-mingsplan. |
|
|
|
|
|
|
|
lid 22.2 |
|
Bouwregels |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Bouwen als bedoeld in lid 22.1 onder 2 dient zodanig plaats te vinden dat de ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan aanwezige cultuur-historische waarden niet worden aangetast. Burgemeester en wethouders laten zich daarbij adviseren door deskundigen. |
|
|
|
|
Binnen de dubbelbestemming “Waarde-cultuurhistorie” is een scherpe beoordeling op welstand en beeldkwaliteit gewenst. Het handboek welstand en beeldkwaliteit zal hiervoor als aanvullend toetsingskader worden gehanteerd |
|
|
|
|
|
|
|
lid 22.3 |
|
Nadere
eisen |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen ten aanzien van de plaats en de afmetingen van gebouwen en andere bouwwerken in relatie tot: |
|
|
|
|
a. de instandhouding van c.q. het tot stand brengen van een, in stedenbouwkundig opzicht, samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; b. de natuur- en landschapswaarden die in het geding zijn, waarbij gedacht moet worden aan accidentatie, water-structuren, bos- en beplantingsstructuren in samenhang met de landschappelijke hoofdstructuur. |
|
|
|
|
|
|
|
lid 22.4 |
|
Aanlegvergunning |
|
|
|
|
|
|
|
verbodsbepaling 1. |
|
Met inachtneming van het gestelde in lid 22.1 is het binnen het gehele plangebied verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wet-houders (aanlegvergunning), de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: |
|
|
|
|
a.
het aanleggen
van verharde wegen, paden of parkeer-stroken en het
aanbrengen van andere oppervlakte-verhardingen met
een grotere plaatselijke oppervlakte dan b.
het ontginnen,
bodem verlagen, afgraven, ophogen en egaliseren van gronden met een grotere
hoogte dan c.
het kappen van
bomen die deel uitmaken van bestaan-de laanbeplanting; d.
aantasting van
wateren, waterlopen, sloten en greppels door graven, dempen, verdiepen,
vergroten en/of herprofilering; e.
de aanleg van
oeverbeschoeiingen, kaden of aanleg-plaatsen; f.
alle
overige werkzaamheden die de cultuurhistorische waarden in het terrein kunnen
aantasten en die niet worden gerekend tot het normale onderhoud van de gronden. Voor zover voor meerdere werken en/of werkzaamheden
vergunning wordt gevraagd en deze in één (inrichtings)plan
zijn ondergebracht, wordt dit plan in zijn geheel in de beoor-deling
betrokken. |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
toelaatbaarheid 2. |
|
Het bepaalde in lid 22.4 onder 1 is slechts toelaatbaar indien door deze werken en/of werkzaamheden aan de cultuurhistorische waarde van deze gronden geen oneven-redige afbreuk wordt gedaan en een afweging van de in het geding zijnde belangen tot uitkomst heeft, dat een aanleg-vergunning in redelijkheid niet kan worden geweigerd. Dit zo nodig nadat, door een in overleg met burgemeester en wethouders aangewezen deskundige, onderzoek is gedaan waaruit blijkt dat er geen aantasting van de cultuur-historische waarden zal optreden. |
|
|
|
|
|
|
uitzondering 3. |
|
Het bepaalde in lid 22.4 onder 1 is niet van toepassing op het uitvoeren van andere werken en/of werkzaamheden in het kader van onderhoud en beheer. |
|
|
|
|
|
|
|
lid 22.5 |
|
Sloopvergunning |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Sloop van karakteristieke panden en/of GIP-objecten of delen daarvan kan slechts worden
toegestaan in de volgende ge-vallen: |
|
|
|
|
a. het betreft delen van een pand of bijgebouwen, die op zichzelf niet als karakteristiek c.q. cultuurhistorisch waardevol vallen aan te merken, en door sloop daarvan geen onevenredige aantasting van de karakteristieke hoofdvorm plaats vindt; b. de karakteristieke hoofdvorm van een pand is niet langer aanwezig en kan niet zonder ingrijpende wijzigingen van het pand worden hersteld; c. de karakteristieke hoofdvorm is in redelijkheid niet te handhaven; d. de economische levensduur is ten gevolge van de bouw-technische kwaliteit verstreken; e. uit een waardestelling blijkt dat sloop aanvaardbaar is. |
|
|
|
|
In alle gevallen is een sloopvergunning noodzakelijk. |
|
|
|
|
|
|