Artikel 12

 

Sport (S)

 

 

 

lid 12.1

 

Bestemmingsomschrijving

 

 

 

 

 

De voor “Sport” aangewezen gronden zijn bestemd voor:

a.         een sportveld;

b.         een tennispark op de gronden met de aanduiding (tn) met de daarbij behorende speelvelden;

c.         gebouwen ten dienste van de bestemming als bedoeld onder b., zoals een clubgebouw, een kantine, kleed-ruimten, sanitaire voorzieningen en bergruimten;

d.         water.

 

 

Ten dienste van de bestemming zijn toegangswegen, erven, groenvoorzieningen, parkeervoorzieningen en andere bouw-werken toegestaan.

 

 

 

lid 12.2

 

Bouwregels

 

 

 

sportveld                                  1.

 

 

Op het sportveld is geen bebouwing toegestaan.

                                       2.

 

De hoogte van erfscheidingen langs het sportveld mag maximaal 1,50 meter bedragen.

 

 

 

                                       3.

 

De hoogte van ballenvangers mag ten hoogste 4,00 meter bedragen.

 

 

 

                                       4.

 

Erfscheidingen langs het sportveld dienen vanaf de grond een open constructie te hebben, met dien verstande dat 75% van de verticale projectie van de erfscheiding open moet zijn.

 

 

 

tennispark

              5.

 

Het hoofdgebouw op de gronden met de aanduiding tennis-park (tn) moeten worden opgericht binnen het aangegeven bouwvlak.

 

 

 

                                       6.

 

Het gebouw en delen van het gebouw mogen geen grotere goot- en bouwhoogte hebben dan aanwezig op het tijdstip van ter inzage legging van het ontwerp van het plan.

 

 

 

andere bouwwerken                 7.

tennispark

 

De hoogte van erfscheidingen die zijn gesitueerd aan de Groen van Prinstererlaan mag ten hoogste 1,50 meter be-dragen.

 

 

 

                                       8.

 

Voor de toegankelijkheid van het tennispark zijn langs de Groen van Prinstererlaan maximaal twee toegangshekken toegestaan.

 

 

 

                                       9.

 

Voor toegangshekken geldt een maximale hoogte van 2,00 meter.

 

 

 

10.

 

De breedte van toegangshekken mag totaal, inclusief een voetgangersentree, ten hoogst 30 % van de breedte van het bouwperceel bedragen tot een maximum van 6,00 meter.

 

 

 

11.

 

De hoogte van erfscheidingen die tevens dienen ter afscher-ming van tennisbanen (ballenvangers) mag ten hoogste 4,00 meter bedragen.

 

 

 

12.

 

De hoogte van de afscherming van tennisbanen (ballen-vangers) die geen erfscheiding zijn mag ten hoogste 4,00 meter bedragen.

 

 

 

13.

 

Erfscheidingen, ballenvangers en toegangshekken dienen vanaf de grond een open constructie te hebben, met dien verstande dat 75% van de verticale projectie van de erf-scheiding open moet zijn.

 

 

 

14.

 

de hoogte van andere bouwwerken, geen erfscheiding of ballenvangers zijnde, mag ten hoogste 3,00 meter bedragen.

 

 

 

15.

 

In afwijking van het bepaalde onder 13. mag de bouwhoogte van lichtmasten maximaal 10,00 meter bedragen.

 

 

 

lid 12.3

 

Nadere eisen

 

 

 

 

 

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen ten aanzien van de plaats en de afmetingen van gebouwen en andere bouwwerken in relatie tot:

 

 

a.         de instandhouding van c.q. het tot stand brengen van een, in stedenbouwkundig opzicht, samenhangend straat- en bebouwingsbeeld;

b.         de instandhouding van de aan de gronden eigen zijnde cultuurhistorische waarden, zoals vastgelegd in artikel 22;

c.         de natuur- en landschapswaarden die in het geding zijn; zoals bedoeld in artikel 23, waarbij gedacht moet worden aan accidentatie, waterstructuren, bos- en beplantings-structuren in samenhang met de landschappelijke hoofdstructuur;

d.         de verkeersveiligheid: als gevolg van bebouwings-mogelijkheden mogen geen verkeersonveilige situaties ontstaan;

e.         de sociale veiligheid: voorkomen dient te worden dat een ruimtelijke situatie ontstaat die onoverzichtelijk, onher-kenbaar en niet sociaal controleerbaar is;

f.           de gebruiksmogelijkheden op naastgelegen bestem-mingen, met dien verstande dat andere bestemmingen niet in hun gebruik mogen worden beperkt.