Regels ´Wijzigingsplan bestemmingsplan Landelijk Gebied Binnenmaas locatie Tweede Kruisweg 3 in Puttershoek”
HOOFDSTUK 1 INLEIDENDE REGELS
Artikel 1 Begrippen
Plan
het ´Wijzigingsplan bestemmingsplan Landelijk Gebied Binnenmaas locatie Tweede Kruisweg 3 in Puttershoek”.
Wijzigingsplan
de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0585.WPPTH2eKruisweg3-VG01met de bijbehorende toelichting, regels en verbeelding.
Verbeelding
de tekening nummer NL.IMRO.0585.WPPTH2eKruisweg3-VG01 van het ´Wijzigingsplan bestemmingsplan Landelijk Gebied Binnenmaas locatie Tweede Kruisweg 3 in Puttershoek’;
Aanduiding
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.
Aan huis gebonden bedrijf
een kleinschalig bedrijf dat wordt uitgeoefend door de gebruiker van een woning, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt, dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is en dat geen onevenredige hinder oplevert voor het woon- en leefmilieu.
Aan huis gebonden beroep
een dienstverlenend beroep op maatschappelijk, juridisch, administratief, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch of hiermee gelijk te stellen gebied, dat wordt uitgeoefend door de gebruiker van een woning, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt, en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is;
Bebouwing
een of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
Bedrijf
een onderneming die is gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen dan wel het bedrijfsmatig verlenen van diensten.
Bestaand
a. bij bouwwerken: een bouwwerk dat op het moment van terinzagelegging van het ontwerp van het plan bestaat of wordt gebouwd, dan wel nadien kan worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning, waarvoor de aanvraag voor het tijdstip van terinzagelegging is ingediend, tenzij in de voorschriften anders is bepaald;
b. bij gebruik: het gebruik dat op het moment van terinzagelegging van het ontwerp
van het plan bestaat, tenzij in de voorschriften anders is bepaald.
Bestemmingsgrens
een als zodanig op de plankaart aangeduide lijn, die de grens aangeeft van een bestemmingsvlak.
Bestemmingsvlak
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming.
Bijgebouw
een niet voor bewoning bestemd vrijstaand of aangebouwd gebouw, dat bouwkundig ondergeschikt en functioneel dienstbaar is aan een binnen hetzelfde bestemmingsvlak staande woning;
Bouwen
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk.
Bouwwerk
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, welke hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond;
Dakkapel
een constructie ter vergroting van een gebouw, die zich tussen de dakgoot en de nok van een dakvlak bevindt, waarbij deze constructie onder de noklijn is gelegen en de onderzijde van de constructie in het dakvlak is geplaatst.
Dakopbouw
een constructie ter vergroting van een gebouw, die zich boven de dakgoot bevindt, waarbij deze constructie (deels) boven de oorspronkelijke nok uitkomt en de onderzijden van de constructie in één of beide dakvlak(ken) is (zijn) geplaatst.
Gebouw
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.
Kap
een constructie van één of meer dakvlakken met een helling van meer dan 30° en minder dan 65°.
Peil
a. voor gebouwen die onmiddellijk aan de weg grenzen: de hoogte van die weg;
b. in andere gevallen en voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld.
Voorgevellijn
de naar de dichtstbijzijnde weg gekeerde grens van het bouwvlak.
Artikel 2 Wijze van meten
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten c.q. gerekend:
Afstand
de afstand tussen bouwwerken onderling alsmede de afstand van bouwwerken tot perceelsgrenzen worden daar gemeten waar deze afstand het kleinst zijn.
Bouwhoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen zoals schoorstenen, antennes, en naar aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.
Breedte, lengte en diepte van een bouwwerk
tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels en het hart van de scheidsmuren.
Goothoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot/de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel.
Inhoud van een bouwwerk
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.
Oppervlakte van een bouwwerk
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
HOOFDSTUK 2 BESTEMMINGSREGELS
3.1 Bestemmingsomschrijving
De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
a. het wonen;
b. aan-huis-gebonden beroepen en aan huis gebonden bedrijven binnen bestaande gebouwen;
c. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals erven, nutsvoorzieningen, parkeervoorzieningen, tuinen en water.
3.2 Bouwregels
Op deze gronden mogen uitsluitend de volgende bouwwerken worden gebouwd:
a. per bestemmingsvlak mag één woning met bijgebouwen worden gebouwd met een gezamenlijke inhoud van 650 m3, dan wel de bestaande grotere inhoud;
b. de bouwhoogte en de goothoogte van een woning bedraagt ten hoogste 9 m respectievelijk 6 m, dan wel de bestaande grotere bouw- en/of goothoogte;
c. de bouwhoogte en goothoogte van een bijgebouw bedraagt ten hoogste 6 m respectievelijk 3 m, dan wel de bestaande grotere bouw- en/of goothoogte;
d. bijgebouwen mogen niet voor de voorgevellijn van de woning worden gebouwd;
e. de goothoogte van een bijgebouw bedraagt ten hoogste 3 m;
f. de hoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 2 m;
g. onverminderd het hiervoor bepaalde omtrent hoogte, goothoogte en/of inhoud mogen bestaande gebouwen gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd ten behoeve van:
1. het aanbrengen van voorzieningen ten behoeve van het aan huis gebonden bedrijf, mits de ten behoeve van het aan huis gebonden bedrijf in gebruik zijnde vloeroppervlakte niet groter wordt dan 50 m2;
2. het aanbrengen van voorzieningen ten behoeve van het aan huis gebonden beroep, mits de ten behoeve van het aan huis gebonden beroep in gebruik zijnde vloeroppervlakte niet groter wordt dan 50 m2.
h. onverminderd het hiervoor bepaalde omtrent hoogte, goothoogte en/of inhoud is herbouw van een woning uitsluitend toegestaan op de bestaande locatie binnen het bestemmingsvlak.
3.3 Afwijkingsregels
a. Burgemeester en wethouders kunnen omgevingsvergunning verlenen om af te wijken van het bepaalde in lid 3.2, onder h, voor de herbouw van een woning op een andere locatie binnen het bestemmingsvlak, met inachtneming van de volgende voorwaarden:
1. de nieuwe locatie moet in ruimtelijk, milieuhygiënisch en/of verkeerstechnisch opzicht een verbetering ten opzichte van de oude locatie vormen;
2. de maatvoering van de nieuwe woning moet voldoen aan het daaromtrent bepaalde in lid 3.2 sub b;
3. het moet op het moment van het verlenen van omgevingsvergunning vast staan dat de bestaande woning wordt afgebroken;
4. er mogen geen milieuhygiënische belemmeringen ontstaan voor in de omgeving gevestigde agrarische bedrijven;
5. voor de nieuwe woning moet een aanvaardbaar woonklimaat kunnen worden gerealiseerd.
b. Burgemeester en wethouders kunnen omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de maximale inhoud van een woning met 125 m3, met inachtneming van de volgende voorwaarden:
1. de uitbreiding enkel de vergroting van het woongenot tot doel heeft;
2. de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad;
3. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de karakteristiek en de kwaliteiten van het landelijk gebied.
3.4 Specifieke gebruiksregel
De vloeroppervlakte ten behoeve van aan-huis-gebonden beroepen en aan huis gebonden bedrijven bedraagt ten hoogste 50 m².
HOOFDSTUK 3 ALGEMENE REGELS
Artikel 4 Anti-dubbeltelregel
Grond, die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan, waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Artikel 5 Algemene bouwregels
De bouwgrenzen, niet zijnde bestemmingsgrenzen, mogen in afwijking van aanduidingsgrenzen, aanduidingen en bestemmingsregels worden overschreden door:
a. tot gebouwen behorende stoepen, stoeptreden, trappen(huizen), galerijen, hellingbanen, funderingen, balkons, entreeportalen, veranda's en afdaken, mits de overschrijding ten hoogste 2,5 m bedraagt;
b. tot gebouwen behorende erkers en serres, mits de overschrijding ten hoogste 2 m bedraagt;
c. andere ondergeschikte onderdelen van gebouwen, mits de overschrijding ten hoogste 1,5 m bedraagt.
Artikel 6 Algemene afwijkingsregels
Burgemeester en wethouders kunnen omgevingsvergunning verlenen om af te wijken van de regels voor:
a. afwijkingen van maten (waaronder percentages) met ten hoogste 10%;
b. overschrijding van bouwgrenzen, niet zijnde bestemmingsgrenzen, voor zover zulks van belang is voor een technisch betere realisering van bouwwerken dan wel voor zover zulks noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein; de overschrijdingen mogen echter ten hoogste 3 m bedragen en het bouwvlak mag met ten hoogste 10% worden vergroot.
Er wordt geen omgevingsvergunning verleend, indien daardoor onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de ingevolge de bestemming gegeven gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken.
HOOFDSTUK 4 OVERGANGS- EN SLOTREGELS
Artikel 7 Overgangsrecht
7.1 Overgangsrecht bouwwerken
1. Een bouwwerk, dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een bouwvergunning, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot,
a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;
b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de bouwvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.
2. Burgemeester en wethouders kunnen eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%.
3. Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
7.2 Overgangsrecht gebruik
1. Het gebruik van grond en bouwwerken, dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.
2. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerst lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.
3. Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na de inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.
4. Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
Artikel 8 Slotregel
Deze regels kunnen worden aangehaald onder de naam “Regels van het wijzigingsplan bestemmingsplan Landelijk Gebied Binnenmaas locatie Tweede Kruisweg 3 in Puttershoek”.