Plan: Hoofddorp woongebieden en Buitenkaag
Status: Ontwerp
Plantype: Bestemmingsplan
IMRO-idn:
NL.IMRO.0394.BPGhfdbuipilot-B001
ARTIKEL 5 Bedrijf - Nutsvoorziening
Artikel 6 Bedrijf – Verkooppunt motorbrandstoffen
ARTIKEL 8 Cultuur en ontspanning
ARTIKEL 23 Wonen - Woonwagenstandplaats
ARTIKEL 26 Leiding – Hoogspanning
ARTIKEL 30 Waarde – Archeologie-4
ARTIKEL 31 Waarde – Archeologie-6
ARTIKEL 32 Waarde - Cultuurhistorie Stelling van Amsterdam
ARTIKEL 34 Waterstaat - Beschermingszone
ARTIKEL 35 Anti-dubbeltelregel
ARTIKEL 36 Uitsluiting aanvullende werking Verordening fysiek domein
ARTIKEL 37 Luchtvaartverkeerzone - lib
ARTIKEL 38 Overige zone – bijzondere steigers
ARTIKEL 39 Overige zone – steigers
ARTIKEL 40 Overige zone – steigers niet toegestaan
ARTIKEL 41 Geluidzone – Industrie
ARTIKEL 42 Overige zone - landschap 1
ARTIKEL 43 Overige zone - stedelijke inpassing
ARTIKEL 44 Algemene afwijkingsregels
ARTIKEL 45 Algemene wijzigingsregels
HOOFDSTUK 4 OVERGANGS- EN SLOTREGELS
plan:
het bestemmingsplan ‘Hoofddorp woongebieden en
Buitenkaag’ met identificatienummer NL.IMRO.0394.BPGhfdbuipilot.B001 van de
gemeente Haarlemmermeer
bestemmingsplan:
de geometrisch bepaalde planobjecten met de
bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen
aanduiding:
een geometrisch bepaald vlak of figuur,
waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld
ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden
aanduidingsgrens:
de grens van een aanduiding indien het een
vlak betreft
aan huis verbonden beroeps- en/of
bedrijfsuitoefening:
het in of aan huis uitoefenen van (vrije)
beroepen en/of het in of aan huis ontplooien van bedrijfsmatige activiteiten
door de bewoner(s) van dat huis en maximaal één werknemer, die door de beperkte
omvang in een woning en daarbij behorende bijgebouwen met overwegend behoud van
de woonfunctie kan worden uitgeoefend
aanmeervoorziening:
meerpalen, voorzien van een gording
agrarisch bedrijf:
een bedrijf gericht op het voortbrengen van
producten door het telen van gewassen of het houden van dieren, daaronder
begrepen houtteelt, zaadveredeling en de teelt van watergebonden organismen als
planten, algen, weekdieren, schelpdieren en vissen
archeologische waarde:
de aan een gebied toegekende waarde in verband
met de in dat gebied voorkomende overblijfselen uit oude tijden
bebouwing:
één of meerdere gebouwen en/of bouwwerken geen
gebouwen zijnde
bed & breakfast:
een aan de woonfunctie ondergeschikte
verblijfsvoorziening, bestaande uit het tegen betaling aanbieden van
toeristisch en kortdurend verblijf in de woning en/of bijbehorende gebouwen.
Een bed & breakfast wordt gerund door de
hoofdbewoner(s) van de woning. De kamers ten behoeve van een bed & breakfast functioneren niet als zelfstandige
wooneenheid
bedrijf:
een onderneming die goederen vervaardigt,
bewerkt, installeert, inzamelt en/of verhandelt, evenals diverse vormen van
opslag en logistiek
bedrijfsgebouw:
een gebouw dat blijkens aard en indeling
bruikbaar en noodzakelijk is voor de uitoefening van een bedrijf, met
uitzondering van (bedrijfs)woningen
bedrijfswoning:
een woning die gezien ligging en functie
bedoeld is voor bewoning door één huishouden waarvan de aanwezigheid gelet op
de bestemming van een gebouw of terrein noodzakelijk is
bestaand bouwwerk:
het op de dag van het in ontwerp ter inzage
leggen van dit plan legaal bestaand bouwwerk, evenals een bouwwerk dat wordt of
mag worden gebouwd krachtens een voorafgaand aan deze dag verleende of
krachtens een voor deze dag aangevraagde, maar nog te verlenen
omgevingsvergunning
bestaand gebruik:
het gebruik, zoals aanwezig op de dag van het
in ontwerp ter inzage leggen van dit plan, conform de geldende gebruiksregels
of een omgevingsvergunning
bestaande steiger, aanmeervoorziening of
meerpaal:
een op de dag van het van kracht worden van
het Voorbereidingsbesluit Ringvaart (29 december 2015) bestaande steiger,
aanmeervoorziening of meerpaal, evenals een steiger, aanmeervoorziening of
meerpaal die wordt of mag worden gebouwd krachtens een voor deze dag verleende
omgevingsvergunning
bestemmingsgrens:
de grens van een bestemmingsvlak
bestemmingsvlak:
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde
bestemming
bijbehorend bouwwerk:
uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel
functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden,
daar al dan niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een
dak
bouwen:
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk
oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk
bouwgrens:
de grens van een bouwvlak
bouwlaag:
een doorlopend gedeelte van een gebouw dat
door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen
is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond
bouwperceel:
een aaneengesloten stuk grond, waarop
ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten
bouwperceelgrens:
de grens van een bouwperceel
bouwvlak:
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden
zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen
gebouwen zijnde zijn toegelaten
bouwwerk:
een bouwkundige constructie van enige omvang
die direct en duurzaam met de aarde is verbonden
cultuurhistorische waarden:
de fysieke overblijfselen van de historie,
zowel bovengronds (gebouwde monumenten) en ondergronds (archeologie) als het
cultuurlandschap met zijn historische landschapselementen als verbinding
daartussen
detailhandel:
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder
begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen
aan personen die de goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders
dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit
dienstverlening:
bedrijf of instelling waarvan de werkzaamheden
bestaan uit het verlenen van economische en/of maatschappelijke diensten aan
derden, met uitzondering van garagebedrijven en seksinrichtingen.
ecologische waarden:
de aan een gebied toegekende waarde als
leefgebied voor één of meerdere al dan niet met een wettelijk beschermde status
soorten flora en fauna
garagebedrijf:
een bedrijf dat uitsluitend of in hoofdzaak is
bestemd voor onderhoud en reparatie van motorvoertuigen al dan niet met verkoop
van auto’s
gebouw:
elk bouwwerk, dat een voor mensen
toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte
vormt
glastuinbouwbedrijf:
een agrarisch bedrijf waarbij de teelt van
gewassen in een kas plaatsvindt onder gecontroleerde omstandigheden
hoofdgebouw:
één of meer panden, of een gedeelte daarvan,
dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige
bestemming van een perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel
aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is
hoofdverblijf:
de plaats waar een persoon zijn vaste woon- of
verblijfplaats heeft
horeca:
een bedrijfsfunctie die is gericht op het
verstrekken van logies en/of ter plaatse te nuttigen voedsel en dranken en/of
het exploiteren van zaalaccommodatie
horecasteiger:
steiger ten behoeve van en gelegen tegenover
een horecavestiging aan de Ringdijk, waarvan het beloopbaar gedeelte wordt
gebruikt als horecaterras en/of waar boten kunnen aanmeren om gebruik te maken
van het horecaterras en/of de tegenover de steiger liggende horecavestiging
hospitaverhuur:
de verhuur van kamers in een woning waar de eigenaar
zelf zijn hoofdverblijf heeft
hotel:
een horecabedrijf dat tot hoofddoel heeft het
verstrekken van logies met als nevenactiviteiten het verstrekken van ter
plaatse te nuttigen maaltijden en/of dranken en/of het exploiteren van
zaalaccommodatie
huishouden:
een alleenstaande dan wel twee of meer
personen die een duurzame gemeenschappelijke huishouding voeren
kantoor:
een (deel van een) gebouw waarin directie
en/of administratie van een (dienstverlenend) bedrijf zijn gevestigd
kunstobject:
een bouwwerk, geen gebouw zijnde, dat strekt
tot het tot uitdrukking brengen van een kunstzinnig idee, door het op creatieve
wijze vormgeven aan materiaal of materialen
ligplaats:
plaats waar een boot geankerd of afgemeerd is
of kan worden
logiesfunctie:
alle vormen van logies/ verhuur voor
kortdurend recreatief verblijf aan derden met commerciële doeleinden. Die
personen hebben elders hun hoofdverblijf
maaiveld:
de bovenkant van het oorspronkelijke dan wel
(verhoogd of verlaagd) aangelegd terrein waar een gebouw zal worden opgericht
meerpaal:
een paal in het water, die over het algemeen
wordt gebruikt voor het aanmeren van vaartuigen
natuurlijke waarden:
de biotische en abiotische waarden van een
gebied
openbare steiger:
steiger die vrij toegankelijk is en door
iedereen als zodanig gebruikt mag worden
overig bouwwerk:
een bouwkundige constructie van enige omvang,
geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden
pand:
de kleinste bij de totstandkoming functioneel
en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de
aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is
passantensteiger:
een openbare steiger waaraan voor een beperkte
aangegeven tijd passerende boten kunnen aanmeren
peil:
·
voor een
bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de
weg ter plaatse van die hoofdtoegang
·
voor een
bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van
het terrein ter hoogte van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw
·
indien
in of op het water wordt gebouwd: het Normaal Amsterdams Peil (of een ander
plaatselijk aan te houden waterpeil)
·
voor een
bouwwerk op een viaduct of brug: de hoogte van de kruin van het viaduct of de
brug ter plaatse van het bouwwerk
permanent verblijf:
het gebruik van een woning, kampeermiddel,
recreatieverblijf of vakantiehuis door een persoon, gezin of andere groep van
personen op een wijze die ingevolge de Wet gemeenschappelijke
basisadministratie persoonsgegevens noopt tot inschrijving van bewoner(s) in de
basisadministratie persoonsgegevens van de gemeente Haarlemmermeer, terwijl
deze perso(o)n(en) niet aannemelijk kan/ kunnen maken
elders over een hoofdverblijf te beschikken
prostitutie:
het zich beschikbaar stellen tot het
verrichten van seksuele handelingen met anderen tegen vergoeding
recreatiesteiger:
een openbare steiger bedoeld voor recreanten,
zoals hengelaars en zwemmers, of voor pontverkeer voor fietsers of voetgangers
dan wel een openbare trailerhelling, bedoeld voor het te water laten of uit het
water halen van boten
recreatiewoning:
een permanent aanwezig gebouw, bestemd om
uitsluitend door een huishouden of daarmee gelijk te stellen groep van personen
dat het hoofdverblijf elders heeft, gedurende een gedeelte van het jaar bewoond
te worden uitsluitend voor recreatieve doeleinden
seksinrichting:
een voor het publiek toegankelijke besloten
ruimte of locatie waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig
was, seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van
erotisch/pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichtingen wordt in
ieder geval verstaan: een prostitutiebedrijf, een erotische massagesalon, een
seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of een parenclub, al dan niet in
combinatie met elkaar
steiger:
een beloopbare constructie, aangebracht tussen
palen die in (het water) langs de oever staan
steiger, aanmeervoorziening of meerpaal voor
particulier gebruik:
een steiger, aanmeervoorziening of meerpaal
die niet openbaar is
vaartuig:
alle drijvende objecten, daaronder mede
verstaan drijvende werktuigen, evenals woonschepen, glijboten en ponten
vakantieverhuur:
het verhuren van een (zelfstandige) woning of
gedeelte daarvan voor toeristische doeleinden, waarbij geen van de bewoners
aanwezig is
volumineuze detailhandel:
vormen van detailhandel waarvan de
winkelformules een assortiment voeren van overwegend ruimte vergende goederen,
waaronder bouwmarkten, tuincentra, woninginrichtingszaken, auto-, boten- en
caravanbedrijven mede worden begrepen
volwaardig agrarisch bedrijf:
een agrarisch bedrijf dat tenminste aan één
volledige arbeidskracht een inkomen verschaft
watersport gerelateerd bedrijf, niet zijnde
een jachthaven:
een hulp- en/of handelsbedrijf, ondersteunend
aan sport, die in of op het water uitgeoefend wordt en/of waterrecreatie
waarbij gebruik wordt gemaakt van een pleziervaartuig zoals een zeilmakerij,
een groothandel in bootonderdelen of een kleinschalige detailhandel in watersportbenodigdheden
woning:
een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld
voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden
woonschip:
elk vaar- of drijftuig, dat uitsluitend of in
hoofdzaak wordt gebezigd als, of te oordelen naar zijn constructie en/of inrichting
uitsluitend of in hoofdzaak bestemd is tot hoofdbewoning geldend dag- en/of
nachtverblijf
zelfstandige
woonruimte:
woonruimte
die een eigen toegang heeft en die door één huishouden kan worden bewoond
zonder daarbij afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen (zoals
badruimte, toilet en keuken) buiten de woonruimte
zomerpeil
van de Ringvaart:
NAP
-0,61 meter
Bij toepassing van deze
regels wordt als volgt gemeten:
afstand:
de afstand tussen bouwwerken onderling,
alsmede de afstand van bouwwerken tot perceelsgrenzen wordt daar gemeten waar
deze afstand het kleinste is
bouwhoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van
een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van
ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard
daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen
breedte van de Ringvaart:
de grootste afstand haaks op de oevers, dan
wel de oever en de gemeentegrens van Haarlemmermeer, in geval en voor zover de
Ringvaart buiten de begrenzing van de gemeente Haarlemmermeer ligt
breedte van steigers:
de afmeting van de steiger haaks op de
oeverlijn
dakhelling:
langs het dakvlak ten opzichte van het
horizontale vlak
goothoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de
goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen
constructiedeel; de goothoogte van dakkapellen, topgevels, trappenhuizen,
liftkokers, schoorstenen en andere gelijksoortige ondergeschikte bouwdelen
worden buiten beschouwing gelaten
hoogte van meerpalen en aanmeervoorzieningen:
vanaf het hoogste punt tot aan het zomerpeil
van de Ringvaart
hoogte van steigers:
vanaf de bovenzijde van het beloopbaar
gedeelte tot aan het zomerpeil van de Ringvaart
hoogte van transparante omheiningen en hijs-
en bootliftinstallaties:
vanaf de bovenzijde van het beloopbaar
gedeelte van de steiger tot het hoogste punt
hoogte van windturbines:
vanaf het peil tot aan de as van de
windturbine
inhoud van een bouwwerk:
tussen de onderzijde van de begane grondvloer,
de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de
buitenzijde van daken en dakkapellen
lengte, breedte en horizontale diepte van een
bouwwerk:
tussen (de lijnen, getrokken door) de
buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de gemeenschappelijke
scheidsmuren)
lengte van steigers:
de afmeting van de steiger parallel aan de
oeverlijn
oppervlakte van een bouwwerk:
tussen de buitenwerkse
gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op
het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het
bouwwerk
verticale diepte:
de diepte van een gebouw, gemeten vanaf de
onderzijde van de begane grondvloer tot het laagste punt van het gebouw, dan
wel wanneer geen sprake is van een bovenliggende begane grondvloer, gemeten van
het peil tot het laagste punt van het gebouw
ondergeschikte bouwdelen:
Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien
van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters,
kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en
kroonlijsten, luifels, erkers, balkons, dakterrasafscheidingen aan de
achterzijde van dijkwoningen en overstekende daken buiten beschouwing gelaten,
mits de overschrijding van bouwgrenzen c.q. bestemmingsgrenzen (dus niet goot-
en bouwhoogten) niet meer dan 1 meter bedraagt.
2.1
Bestemmingen
3.1 Bestemmingsomschrijving
De voor ‘Agrarisch'
aangewezen gronden zijn bestemd voor:
a. agrarische
bedrijfsactiviteiten met een, in hoofdzaak, grondgebonden bedrijfsvoering, met
uitzondering van glastuinbouw, intensieve veehouderij en paardenfokkerij;
b. wonen in een bedrijfswoning
ter plaatse van de aanduiding ‘bedrijfswoning’;
c. een gebruiksgerichte paardenhouderij ter plaatse van de aanduiding ‘paardenhouderij’;
met daarbij behorend(e):
d. verhardingen;
e. paden;
f. groen;
g. water en
waterhuishoudkundige voorzieningen;
h. nutsvoorzieningen.
3.2 Bouwregels
3.2.1 Voor het bouwen van
bedrijfsgebouwen gelden de volgende bepalingen:
a. gebouwen dienen binnen een
bouwvlak te worden gebouwd;
b. de afstand van gebouwen tot
de bouwperceelgrens mag niet minder zijn dan 5 meter;
c. gebouwen dienen te worden
gebouwd op een afstand van minimaal 5 meter achter de voorgevel van de
bedrijfswoning of het denkbeeldig verlengde van die voorgevel;
d. ter plaatse van de
aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)' zijn de aangegeven
maximum goot- en bouwhoogte toegestaan.
3.2.2 Voor het bouwen van
een bedrijfswoning en bijbehorende bouwwerken gelden de volgende bepalingen:
a. per volwaardig agrarisch
bedrijf mag niet meer dan één bedrijfswoning worden gebouwd;
b. gebouwen dienen binnen een
bouwvlak te worden gebouwd;
c. voor niet-inpandige
bedrijfswoningen mag de goothoogte niet meer zijn dan 6 meter;
d. voor niet-inpandige
bedrijfswoningen mag de bouwhoogte niet meer zijn dan 9 meter;
e. de oppervlakte van
bijbehorende bouwwerken mag per bedrijfswoning niet meer zijn dan 70 m²;
f. de goothoogte van
bijbehorende bouwwerken mag niet meer zijn dan 3 meter;
g. de bouwhoogte van
bijbehorende bouwwerken mag niet meer zijn dan 5 meter;
h. bijbehorende bouwwerken
dienen achter de voorgevel van de bedrijfswoning of het denkbeeldig verlengde
van die voorgevel te worden gebouwd.
3.2.3
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende
bepalingen:
a. de hoogte van
erfafscheidingen mag niet meer zijn dan 2,5 meter;
b. de hoogte van overige
bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer zijn dan 6 meter.
3.3 Afwijken van de bouwregels
Burgemeester en wethouders
kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 3.2.1 sub a en
toestaan dat bedrijfsgebouwen buiten het bouwvlak wordt gebouwd, met dien
verstande dat:
a. de gezamenlijke oppervlakte
van gebouwen buiten het bouwvlak mag niet meer zijn dan 150 m²;
b. de goothoogte van een
gebouw buiten het bouwvlak mag niet meer zijn dan 4 meter;
c. de bouwhoogte van een
gebouw buiten het bouwvlak mag niet meer zijn dan 6 meter;
d. op gronden gelegen tussen
de naar de weg gekeerde bouwgrens en de bestemming ‘Verkeer’ geen
gebouw wordt geplaatst.
3.4 Specifieke
gebruiksregels
3.4.1
Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval begrepen:
a. het gebruik van de bedrijfswoning voor de
huisvesting van meer dan één huishouden;
b. het gebruik van de bedrijfswoning voor de
uitoefening van een bed & breakfast of
logiesfunctie, met uitzondering van bestaande bed & breakfast
en logiesfuncties;
c. het gebruik van de bedrijfswoning voor
vakantieverhuur.
3.4.2 In afwijking van het bepaalde in 3.4.1 sub
a, is woningdelen door middel van hospitaverhuur toegestaan onder de volgende
voorwaarden:
a. de hoofdbewoner heeft zijn vaste woon- of
verblijfplaats in de bedrijfswoning;
b. de hoofdbewoner bewoont minimaal 60 % van
het vloeroppervlak van de bedrijfswoning zelf;
c. er worden maximaal twee kamers verhuurd;
d. per verhuurde kamer is maximaal één bewoner
toegestaan.
3.4.3 In afwijking van het bepaalde in 3.4.1 sub b
en c is vakantieverhuur toegestaan onder de volgende voorwaarden:
a. de bedrijfswoning betreft een zelfstandige
woonruimte;
b. de hoofdbewoner heeft zijn vaste woon- of verblijfplaats
in de bedrijfswoning;
c. er wordt aan niet meer dan zes personen per
nacht onderdak verleend;
d. de vakantieverhuur vindt maximaal 30 dagen
per jaar plaats.
4.1 Bestemmingsomschrijving
De voor ‘Bedrijf’
aangewezen gronden zijn bestemd voor
a. bedrijfsactiviteiten zoals
opgenomen in de bij dit plan behorende Staat van Bedrijfsactiviteiten, waarbij
geldt dat:
1. ter plaatse van de
aanduiding ‘bedrijf tot en met categorie 2’ bedrijfsactiviteiten behorende tot
milieucategorie 1 of 2 zoals opgenomen in de Staat van Bedrijfsactiviteiten
zijn toegestaan;
2. ter plaatse van de
aanduiding ‘bedrijf tot en met categorie 3.1’ bedrijfsactiviteiten behorende
tot milieucategorie 1, 2 of 3.1 zoals opgenomen in de Staat van
Bedrijfsactiviteiten zijn toegestaan;
3. ter plaatse van de aanduiding ‘bedrijf tot en met categorie 3.2’
bedrijfsactiviteiten behorende tot milieucategorie 1, 2, 3.1 of 3.2 zoals
opgenomen in de Staat van Bedrijfsactiviteiten zijn toegestaan;
4. ter plaatse van de
aanduiding ‘bedrijf tot en met categorie 4.1’ bedrijfsactiviteiten
behorende tot milieucategorie 1, 2, 3.1, 3.2 of 4.1 zoals opgenomen in de Staat
van Bedrijfsactiviteiten zijn toegestaan;
b. wonen in een bedrijfswoning
ter plaatse van de aanduiding ‘bedrijfswoning’;
c. tevens een garagebedrijf ter plaatse van de aanduiding ‘garagebedrijf’;
d. uitsluitend een agrarisch loonbedrijf ter plaatse van de aanduiding ‘agrarisch
loonbedrijf’;
e. uitsluitend een hoveniersbedrijf ter plaatse van de aanduiding
‘hovenier’;
f. uitsluitend een brandweerkazerne ter plaatse van de aanduiding
‘brandweerkazerne’;
met daarbij behorend(e):
g. verhardingen, in- en
uitritten;
h. fiets- en voetpaden;
i. groen;
j. water en
waterhuishoudkundige voorzieningen;
k. nutsvoorzieningen;
l. parkeervoorzieningen;
m. kantoren;
met dien verstande dat:
n. garagebedrijven anders dan
bedoeld onder 4.1 sub c niet zijn toegestaan;
o. geluidzoneringsplichtige inrichtingen niet zijn
toegestaan;
p. verkooppunten van
motorbrandstoffen niet zijn toegestaan;
q. risicovolle inrichtingen
als bedoeld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen en het
Vuurwerkbesluit, opslag hieronder begrepen, niet zijn toegestaan.
4.2 Bouwregels
4.2.1 Voor het bouwen van
bedrijfsgebouwen gelden de volgende bepalingen:
a. gebouwen dienen binnen een
bouwvlak te worden gebouwd;
b. ter plaatse van de
aanduiding ‘maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m), maximum
bebouwingspercentage (%)’ zijn de aangegeven maximum goot- en
bouwhoogte en bebouwingspercentage toegestaan;
d. ondergrondse gebouwen zijn
uitsluitend toegestaan in één bouwlaag met een maximale diepte van 4 meter;
e. ondergrondse gebouwen mogen
worden gebouwd zonder een daarboven aanwezig gebouw.
4.2.2 Voor het bouwen van
bedrijfswoningen en bijbehorende bouwwerken gelden de volgende bepalingen:
a. een bedrijfswoning mag
uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘bedrijfswoning’
worden gebouwd;
b. ter plaatse van de
aanduiding ‘maximum goot- en bouwhoogte (m)’ zijn de aangegeven maximum
goot- en bouwhoogte toegestaan;
c. voor het bouwen van
bijbehorende bouwwerken bij bedrijfswoningen gelden de volgende bepalingen:
1. de bouwhoogte van tegen
de bedrijfswoning aangebouwde bijbehorende bouwwerken mag niet meer zijn dan
0,3 meter boven de bovenkant van de scheidingsconstructie met de tweede
bouwlaag van de bedrijfswoning, tot een maximum van 5 meter;
2. de goothoogte van
vrijstaande bijbehorende bouwwerken mag niet meer zijn dan 3 meter en de
bouwhoogte mag niet meer zijn dan 5 meter;
3. de gezamenlijke
oppervlakte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer zijn dan 70 m².
4.2.3 Voor het bouwen van
bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen:
a. de hoogte van erf- en
terreinafscheidingen mag niet meer zijn dan 2 meter;
b. de hoogte van overige
bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer zijn dan 6 meter.
4.3 Afwijken
van de bouwregels
4.3.1. Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning
afwijken van:
a. het bepaalde in 4.2.1 sub a
en toestaan dat gebouwen buiten het bouwvlak worden gebouwd met dien verstande
dat:
- de gezamenlijke oppervlakte van gebouwen buiten het bouwvlak per
bouwperceel niet meer mag zijn dan 20 m²;
- de goothoogte niet meer mag zijn dan 3 meter en de bouwhoogte niet
meer mag zijn dan 5 meter.
4.4 Specifieke gebruiksregels
4.4.1 Per bedrijf is het
gebruik van bijbehorende kantoren toegestaan tot een oppervlakte van 30% van de
bedrijfsvloeroppervlakte, tot een maximum van 500 m².
4.4.2 Activiteiten dienende
ter functionele ondersteuning van de hoofdactiviteit op een perceel zijn
toegestaan, met dien verstande dat:
a. de ondersteunende
activiteit niet meer omvat dan 25% van de totale bedrijfsvloeroppervlakte, met
een maximum van 150 m2;
b. de openingstijden vallen
binnen die van de hoofdactiviteit;
c. de toegang uitsluitend
plaatsvindt via de hoofdingang van de hoofdactiviteit.
4.4.3 Tot een gebruik,
strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend:
a. het gebruik van gronden en
bouwwerken ten behoeve van andere bedrijven dan de bedrijven die zijn bedoeld
in 4.1;
b. het gebruik van gronden en
bouwwerken ten behoeve van detailhandel anders dan ten behoeve van
ondersteuning van de hoofdfunctie als bedoeld in 4.1;
c. het gebruik van gronden en
bouwwerken ten behoeve van zelfstandige kantoren;
d. het gebruik van gronden en
bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting dan wel prostitutie;
e. het gebruik van de
bedrijfswoning voor de huisvesting van meer dan één huishouden;
f. het gebruik van de
bedrijfswoning voor de uitoefening van een bed & breakfast
of logiesfunctie, met uitzondering van bestaande bed & breakfast
en logiesfuncties;
g. het gebruik van de
bedrijfswoning voor vakantieverhuur.
4.4.4 In afwijking van het bepaalde in 4.4.3 sub e,
is woningdelen door middel van hospitaverhuur toegestaan onder de volgende
voorwaarden:
a. de hoofdbewoner heeft zijn
vaste woon- of verblijfplaats in de bedrijfswoning;
b. de hoofdbewoner bewoont
minimaal 60 % van het vloeroppervlak van de bedrijfswoning zelf;
c. er worden maximaal twee
kamers verhuurd;
d. per verhuurde kamer is
maximaal één bewoner toegestaan.
4.4.5 In
afwijking van het bepaalde in 4.4.3 sub f en g is vakantieverhuur toegestaan
onder de volgende voorwaarden:
a. de bedrijfswoning betreft
een zelfstandige woonruimte;
b. de hoofdbewoner heeft zijn
vaste woon- of verblijfplaats in de bedrijfswoning;
c. er wordt aan niet meer dan
zes personen per nacht onderdak verleend;
d. de vakantieverhuur vindt
maximaal 30 dagen per jaar plaats.
4.5 Afwijken van de gebruiksregels
Burgemeester en wethouders
kunnen, met inachtneming van de milieusituatie, met een omgevingsvergunning
afwijken van het bepaalde in zowel 4.1 als 4.4.3 sub a voor het vestigen van
bedrijfsactiviteiten die één milieucategorie hoger zijn ingeschaald en
voor bedrijfsactiviteiten die niet voorkomen op de bij dit plan behorende Staat
van Bedrijfsactiviteiten, met dien verstande dat:
a. deze naar hun aard en
invloed op de omgeving geacht kunnen worden te behoren tot de categorie die
maximaal is toegestaan binnen de betreffende bestemming;
b. het geen risicovolle
inrichtingen als bedoeld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen en het
Vuurwerkbesluit betreft.
5.1 Bestemmingsomschrijving
De voor
'Bedrijf - Nutsvoorziening' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
a. nutsvoorzieningen;
met daarbij
behorend(e):
b. verhardingen, in- en
uitritten;
c. fiets- en voetpaden;
d. groen;
e. water en
waterhuishoudkundige voorzieningen;
f. parkeervoorzieningen.
5.2 Bouwregels
5.2.1 Voor het
bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen:
a. gebouwen dienen binnen een
bouwvlak te worden gebouwd;
b. ter plaatse van de
aanduiding ‘maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m), maximum
bebouwingspercentage (%)’ zijn de aangegeven maximum goot- en bouwhoogte en
bebouwingspercentage toegestaan;
c. ter plaatse van de
aanduiding ‘maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)’ zijn de aangegeven
maximum goot- en bouwhoogte toegestaan.
5.2.2 Voor het
bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen:
a. de hoogte van erf- en
terreinafscheidingen mag niet meer zijn dan 2,5 meter;
b. de hoogte van overige
bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer zijn dan 6 meter.
6.1 Bestemmingsomschrijving
De voor 'Bedrijf -
Verkooppunt motorbrandstoffen', aangewezen gronden zijn bestemd voor:
a. opslag en verkoop van motorbrandstoffen,
zonder LPG;
met daarbij behorend(e):
b. dienstverlening;
c. verhardingen, in- en uitritten;
d. groen;
e. water en waterhuishoudkundige voorzieningen;
f. nutsvoorzieningen;
g. parkeervoorzieningen.
6.2 Bouwregels
6.2.1 Voor het bouwen van
gebouwen gelden de volgende bepalingen:
a. gebouwen dienen binnen een bouwvlak te worden
gebouwd;
b. ter plaatse van de aanduiding 'maximum
goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m), maximum bebouwingspercentage(%)' zijn
de aangegeven maximum goot- en bouwhoogte en bebouwingspercentage toegestaan.
6.2.2 Voor het bouwen van
bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen:
a. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen
mag niet meer zijn dan 2,5 meter;
b. de hoogte van overige bouwwerken, geen
gebouwen zijnde, mag niet meer zijn dan 6 meter.
6.3 Afwijken van de bouwregels
Burgemeester en wethouders
kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 6.2.1 sub a voor
het bouwen van gebouwen buiten het bouwvlak, onder voorwaarde dat:
a. de omvang van de gebouwen per bouwperceel
niet meer mag zijn dan 20 m²;
b. de goothoogte niet meer mag zijn dan 3 meter
en de bouwhoogte niet meer mag zijn dan 5 meter.
6.4 Specifieke gebruiksregels
6.4.1 Activiteiten dienende
ter functionele ondersteuning van de hoofdactiviteit op een perceel zijn
toegestaan, met dien verstande dat:
- de ondersteunende activiteit niet meer omvat dan 25% van
de totale bedrijfsvloeroppervlakte,
met
een maximum van 150 m2;
- de openingstijden vallen binnen die van de
hoofdactiviteit;
- de toegang uitsluitend plaatsvindt via de hoofdingang van
de hoofdactiviteit.
6.4.2 Tot een gebruik,
strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend:
a. het gebruik van gronden en bouwwerken ten
behoeve van volumineuze detailhandel;
b. het gebruik van gronden en bouwwerken ten
behoeve van perifere detailhandel;
c. het gebruik van gronden en bouwwerken ten
behoeve van een seksinrichting dan wel prostitutie.
7.1
Bestemmingsomschrijving
De voor ‘Centrum’ aangewezen gronden zijn bestemd voor:
a. de volgende functies die
uitsluitend uitgeoefend mogen worden op de begane grondlaag:
1. detailhandel;
2. dienstverlening;
3. kantoren;
4. maatschappelijke
voorzieningen, zoals educatieve voorzieningen, voorzieningen gericht op jeugd
en/of kinderopvang en/of naschoolse opvang, voorzieningen ten behoeve van
verenigingsleven, voorzieningen ten behoeve van gezondheidszorg, sociale en/of
levensbeschouwelijke voorzieningen en openbare dienstverlening;
5. horeca-activiteiten
tot en met categorie 2 zoals opgenomen in de bij dit plan
behorende Staat van Horeca-activiteiten;
6. cultuur
en ontspanning;
7. bedrijfsactiviteiten
tot en met categorie 1 zoals opgenomen in de bij dit plan behorende Staat van
Bedrijfsactiviteiten;
b. de volgende functies voor
zover die worden uitgeoefend op de verdieping(en) van gebouwen:
1. wonen
in een woning, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding ‘wonen
uitgesloten’ geen wonen op de verdieping(en) is toegestaan;
2. aan huis verbonden beroeps-
en/of bedrijfsuitoefening;
c. een onderdoorgang ter
plaatse van de aanduiding ‘onderdoorgang’;
met daarbij behorend(e):
d. verhardingen, in- en
uitritten;
e. wegen en paden;
f. verblijfsgebied;
g. groen;
h. water en
waterhuishoudkundige voorzieningen;
i. nutsvoorzieningen;
j. parkeervoorzieningen;
k. toegangen, opgangen en
bergingen;
l. reclame-uitingen;
met daaraan ondergeschikt:
m. kunstobjecten.
7.2 Bouwregels
7.2.1 Voor het bouwen van
gebouwen gelden de volgende bepalingen:
a. gebouwen dienen binnen een
bouwvlak te worden gebouwd;
b. ter plaatse van de
aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m), maximum
bebouwingspercentage (%)' zijn de aangegeven maximum goot- en bouwhoogte en
bebouwingspercentage toegestaan;
d. ondergrondse gebouwen mogen
worden gebouwd zonder een daarboven aanwezig gebouw;
e. ter plaatse van de
aanduiding ‘onderdoorgang’ dient de bestaande doorgangshoogte gehandhaafd te
blijven.
7.2.2 Voor het bouwen van
bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen:
a. de hoogte van
terrasafscheidingen en windschermen mag niet meer zijn dan 1,5 meter;
b. de hoogte van overige erf-
en terreinafscheidingen mag niet meer zijn dan 2 meter;
c. de hoogte van de overige
bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer zijn dan 10 meter.
7.3 Afwijken van de bouwregels
7.3.1 Burgemeester en
wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in
7.2.1 sub a en toestaan dat gebouwen buiten het bouwvlak worden gebouwd, met
dien verstande dat:
a. de gezamenlijke oppervlakte
van gebouwen buiten het bouwvlak per bouwperceel niet meer mag zijn dan 20 m²;
b. de goot- en bouwhoogte van
gebouwen niet meer mag zijn dan 3 respectievelijk 5 meter.
7.4 Specifieke gebruiksregels
7.4.1 Het gebruik van een
woning ten dienste van aan huis verbonden beroeps- en/of bedrijfsuitoefening is
toegestaan tot niet meer dan 40% van het vloeroppervlak van de woning met een
maximum van 50 m².
7.4.2 Horeca-activiteiten
zijn toegestaan tot een oppervlakte van maximaal 25% van de bebouwbare
oppervlakte van het bestemmingsvlak.
7.4.3 Onder strijdig
gebruik wordt in ieder geval begrepen:
a. het verhuren of anderszins
beschikbaar stellen van woonruimte aan derden ten behoeve van de uitoefening
van een beroep hoe gering ook van omvang, tenzij een afwijkend gebruik is
toegestaan;
b. het bij aan huis verbonden
beroepsuitoefening ontplooien van bedrijfsmatige activiteiten die vallen in een
hogere categorie dan categorie 1 uit de bij deze regels behorende Staat van
Bedrijfsactiviteiten of die vergunnings- of meldingsplichtig
zijn op basis van de Wet milieubeheer;
c. het gebruik van de woning
voor de huisvesting van meer dan één huishouden;
d. het gebruik van de woning
voor de uitoefening van een bed & breakfast of
logiesfunctie, met uitzondering van bestaande bed & breakfast
en logiesfuncties;
e. het gebruik van de woning
voor vakantieverhuur.
7.4.4 In afwijking van het bepaalde in 7.4.3 sub
c, is woningdelen door middel van hospitaverhuur toegestaan onder de volgende
voorwaarden:
a. de hoofdbewoner heeft zijn vaste woon- of verblijfplaats in de
woning;
b. de hoofdbewoner bewoont minimaal 60 % van het vloeroppervlak van
de woning zelf;
c. er worden maximaal twee kamers verhuurd;
d. per verhuurde kamer is maximaal één bewoner toegestaan.
7.4.5 In afwijking van het bepaalde in 7.4.3 sub d
en e is vakantieverhuur toegestaan onder de volgende voorwaarden:
a. de woning betreft een zelfstandige woonruimte;
b. de hoofdbewoner heeft zijn vaste woon- of verblijfplaats in de
woning;
c. er wordt aan niet meer dan zes personen per nacht onderdak
verleend;
d. de vakantieverhuur vindt maximaal 30 dagen per jaar plaats.
7.5 Afwijken van de gebruiksregels
Burgemeester en wethouders
kunnen, met inachtneming van de milieusituatie, met een omgevingsvergunning
afwijken van het bepaalde in 7.1 sub a en toestaan dat horeca-activiteiten
worden gevestigd die één categorie hoger zijn ingeschaald of die
niet voorkomen op de bij dit plan behorende Staat van Horeca-activiteiten, met
dien verstande dat deze naar hun aard en invloed op de omgeving geacht kunnen
worden te behoren tot de categorie die maximaal is toegestaan binnen deze
bestemming.
8.1 Bestemmingsomschrijving
De voor ‘Cultuur
en ontspanning’ aangewezen gronden zijn bestemd voor:
a. voorzieningen gericht op
cultuur, spel, vermaak en ontspanning, waaronder begrepen podiumkunsten, musea,
muziekscholen en dansscholen, spel- en speelruimten, themamarkten en
hobbymarkten, oefenruimten en creativiteitscentra en zalenverhuur
met daarbij behorend(e):
b. verhardingen, in- en
uitritten;
c. groen;
d. water en
waterhuishoudkundige voorzieningen;
e. nutsvoorzieningen;
f. parkeervoorzieningen;
met dien verstande dat:
g. bioscopen niet zijn
toegestaan;
h. casino’s niet zijn
toegestaan;
i. speelautomatenhallen niet
zijn toegestaan;
j. seksinrichtingen en
prostitutie niet zijn toegestaan.
8.2 Bouwregels
8.2.1 Voor het bouwen van gebouwen
gelden de volgende bepalingen:
a. gebouwen dienen binnen een
bouwvlak te worden gebouwd;
b. ter plaatse van de
aanduiding 'maximum bouwhoogte (m), maximum bebouwingspercentage (%)' zijn de
aangegeven maximum bouwhoogte en bebouwingspercentage toegestaan;
c. plaatse van de aanduiding
'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m), maximum bebouwingspercentage
(%)’ zijn de aangegeven maximum goot- en bouwhoogte en bebouwingspercentage
toegestaan.
8.2.2 Voor het bouwen van
bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen:
a. de hoogte van erf- en
terreinafscheidingen mag niet meer zijn dan 2 meter;
b. de hoogte van overige
bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer zijn dan 6 meter.
8.3 Afwijken van de bouwregels
8.3.1 Burgemeester en wethouders
kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 8.2.1 sub a en
toestaan dat gebouwen buiten het bouwvlak worden gebouwd, met dien verstande
dat:
a. de gezamenlijke
oppervlakte van gebouwen buiten het bouwvlak per bouwperceel niet meer mag zijn
dan 20 m²;
b. de goot- en bouwhoogte van
gebouwen niet meer mag zijn dan 3 respectievelijk 5 meter.
8.4 Specifieke gebruiksregels
8.4.1 Activiteiten dienende
ter functionele ondersteuning van de hoofdactiviteit op een perceel zijn
toegestaan, met dien verstande dat:
a. de ondersteunende
activiteit niet meer omvat dan 25% van de totale bedrijfsvloeroppervlakte, met
een maximum van 150 m2;
b. de openingstijden vallen
binnen die van de hoofdactiviteit;
c. de toegang uitsluitend
plaatsvindt via de hoofdingang van de hoofdactiviteit.
9.1 Bestemmingsomschrijving
De
voor ‘Gemengd 1’ aangewezen gronden zijn bestemd voor:
a. detailhandel, met dien verstande dat
ter plaatse van de aanduiding ‘detailhandel uitgesloten’ geen detailhandel is
toegestaan;
b. dienstverlening;
c. kantoren;
d. bedrijfsactiviteiten tot en met
categorie 1 zoals opgenomen in de bij dit plan behorende Staat van
Bedrijfsactiviteiten, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding
‘bedrijf uitgesloten’ geen bedrijfsactiviteiten zijn toegestaan;
e. bedrijfsactiviteiten behorende tot
milieucategorie 1 of 2 zoals opgenomen in de Staat van Bedrijfsactiviteiten,
uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘bedrijf tot en met categorie 2’;
f. wonen in een woning;
g. aan huis verbonden beroeps- en/of
bedrijfsuitoefening;
met
daarbij behorend(e):
h. verhardingen, in- en uitritten;
i. groen;
j. water en waterhuishoudkundige
voorzieningen;
k. nutsvoorzieningen;
l. parkeervoorzieningen.
9.2 Bouwregels
9.2.1
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen:
a. gebouwen dienen binnen een bouwvlak te
worden gebouwd;
b. ter plaatse van de aanduiding 'maximum
goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m), maximum bebouwingspercentage (%)' zijn
de aangegeven maximum goot- en bouwhoogte en bebouwingspercentage toegestaan;
c. ter plaatse van de aanduiding ‘maximum
goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m) zijn de aangegeven maximum goot- en
bouwhoogte toegestaan;
d. ter plaatse van de specifieke
bouwaanduiding ‘overbouw’ is uitsluitend een overbouw toegestaan, waarbij de
bestaande hoogte van de overbouw behouden blijft;
e ondergrondse gebouwen zijn uitsluitend
toegestaan in één bouwlaag met een maximale diepte van 4 meter;
f. ondergrondse gebouwen mogen worden
gebouwd zonder een daarboven aanwezig gebouw.
9.2.2
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende
bepalingen:
a. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn
uitsluitend toegestaan voor zover de in artikel 2 van bijlage II van het
Besluit omgevingsrecht (Bor), zoals opgenomen in de
bij deze regels behorende bijlage genoemde situaties, dit toelaten;
b. In afwijking van het bepaalde onder
9.2.2 a mogen erfafscheidingen in het achtererfgebied op de perceelsgrens
worden gebouwd;
c. de hoogte van overige bouwwerken, geen
gebouwen zijnde, mag niet meer zijn dan 6 meter.
9.3 Afwijken van de bouwregels
Burgemeester
en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in
9.2.1 sub a en toestaan dat gebouwen buiten het bouwvlak worden gebouwd, met
dien verstande dat:
a. de gezamenlijke oppervlakte van
gebouwen buiten het bouwvlak per bouwperceel niet meer mag zijn dan 20 m²;
b. de goot- en bouwhoogte van gebouwen
niet meer mag zijn dan 3 respectievelijk 5 meter.
9.4 Specifieke gebruiksregels
9.4.1
Het gebruik van een woning en/of bijbehorende bouwwerken ten dienste van aan
huis verbonden beroeps- en bedrijfsuitoefening is toegestaan tot niet meer dan
40% van het gezamenlijke vloeroppervlak van de woning en bijbehorende
bouwwerken, tot een maximum van 50 m².
9.4.2
Activiteiten dienende ter functionele ondersteuning van de hoofdactiviteit op
een perceel zijn toegestaan, met dien verstande dat:
a. de ondersteunende activiteit niet meer
omvat dan 25% van de totale bedrijfsvloeroppervlakte, met een maximum van 150 m2;
b. de openingstijden vallen binnen die van
de hoofdactiviteit;
c. de toegang uitsluitend plaatsvindt via
de hoofdingang van de hoofdactiviteit.
9.4.3
Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval begrepen:
a. het verhuren of anderszins beschikbaar
stellen van woonruimte aan derden ten behoeve van de uitoefening van een beroep
hoe gering ook van omvang, tenzij een afwijkend gebruik is toegestaan;
b. het bij aan huis verbonden
beroepsuitoefening ontplooien van bedrijfsmatige activiteiten die vallen in een
hogere categorie dan categorie 1 uit de bij deze regels behorende Staat van
Bedrijfsactiviteiten of die vergunnings- of meldingsplichtig
zijn op basis van de Wet milieubeheer;
c. het gebruik van de woning voor de
huisvesting van meer dan één huishouden;
d. het gebruik van de woning voor de
uitoefening van een bed & breakfast of
logiesfunctie, met uitzondering van bestaande bed & breakfast
en logiesfuncties;
e. het gebruik van de woning voor
vakantieverhuur.
9.4.4 In afwijking van het bepaalde in 9.4.3 sub
c, is woningdelen door middel van hospitaverhuur toegestaan onder de volgende
voorwaarden:
a. de hoofdbewoner heeft zijn vaste woon-
of verblijfplaats in de woning;
b. de hoofdbewoner bewoont minimaal 60 %
van het vloeroppervlak van de woning zelf;
c. er worden maximaal twee kamers
verhuurd;
d. per verhuurde kamer is maximaal één
bewoner toegestaan.
9.4.5 In afwijking van het bepaalde in 9.4.3 sub d
en e is vakantieverhuur toegestaan onder de volgende voorwaarden:
a. de woning betreft een zelfstandige
woonruimte;
b. de hoofdbewoner heeft zijn vaste woon-
of verblijfplaats in de woning;
c. er wordt aan niet meer dan zes personen
per nacht onderdak verleend;
d. de vakantieverhuur vindt maximaal 30
dagen per jaar plaats.
10.1 Bestemmingsomschrijving
De voor ‘Gemengd - 2’ aangewezen gronden zijn bestemd voor:
a. maatschappelijke
voorzieningen;
b. cultuur en
ontspanning;
c. recreatieve
voorzieningen;
d. binnensport;
e. aan huis
verbonden beroeps- en/of bedrijfsuitoefening;
met daarbij behorend(e):
f. verhardingen,
in- en uitritten;
g. groen;
h. water en
waterhuishoudkundige voorzieningen;
i. nutsvoorzieningen;
j. parkeervoorzieningen.
10.2 Bouwregels
10.2.1
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen:
a. gebouwen dienen binnen een bouwvlak te
worden gebouwd;
b. ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte 9M0, maximum bouwhoogte (m), maximum
bebouwingspercentage (%)' zijn de aangegeven maximum goot- en bouwhoogte en
bebouwingspercentage toegestaan;
c. ter plaatse van de aanduiding ‘maximum
goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)’ zijn de aangegeven maximum goot- en
bouwhoogte toegestaan;
d ondergrondse gebouwen zijn uitsluitend
toegestaan in één bouwlaag met een maximale diepte van 4 meter;
e. ondergrondse gebouwen mogen worden
gebouwd zonder een daarboven aanwezig gebouw.
10.2.2
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende
bepalingen:
a. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn
uitsluitend toegestaan voor zover de in artikel 2 van bijlage II van het
Besluit omgevingsrecht (Bor), zoals opgenomen in de
bij deze regels behorende bijlage genoemde situaties, dit toelaten;
b. In afwijking van het bepaalde onder
10.2.2 sub a mogen erfafscheidingen in het achtererfgebied op de perceelsgrens
worden gebouwd.
c. de hoogte van overige bouwwerken, geen
gebouwen zijnde, mag niet meer zijn dan 6 meter.
10.3 Afwijken van de bouwregels
Burgemeester
en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in
10.2.1 sub a en toestaan dat gebouwen buiten het bouwvlak worden gebouwd, met
dien verstande dat:
a. de gezamenlijke oppervlakte van
gebouwen buiten het bouwvlak per bouwperceel niet meer mag zijn dan 20 m²;
b. de goot- en bouwhoogte van gebouwen
niet meer mag zijn dan 3 respectievelijk 5 meter.
10.4 Specifieke gebruiksregels
10.4.1
Het gebruik van een woning en/of bijbehorende bouwwerken ten dienste van aan
huis verbonden beroeps- en bedrijfsuitoefening is toegestaan tot niet meer dan
40% van het gezamenlijke vloeroppervlak van de woning en bijbehorende
bouwwerken, tot een maximum van 50 m².
10.4.2
Activiteiten dienende ter functionele ondersteuning van de hoofdactiviteit op
een perceel zijn toegestaan, met dien verstande dat:
a. de ondersteunende activiteit niet meer omvat dan
25% van de totale bedrijfsvloeroppervlakte,
b. met een maximum van 150 m2;
de openingstijden vallen binnen die van de hoofdactiviteit;
c.
de toegang uitsluitend
plaatsvindt via de hoofdingang van de hoofdactiviteit.
d.
11.1 Bestemmingsomschrijving
De voor ‘Groen’
aangewezen gronden zijn bestemd voor:
a. groenvoorzieningen;
b. een antennemast,
uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘antennemast’;
met daaraan ondergeschikt:
c. wandel- en fietspaden;
d. speelvoorzieningen;
e. bergbezinkbassins;
f. water en
waterhuishoudkundige voorzieningen;
g. kunstobjecten.
11.2 Bouwregels
11.2.1 Voor het bouwen van
gebouwen gelden de volgende bepalingen:
a. toegestaan zijn
bergbezinkbassins en gebouwen ten behoeve van speelvoorzieningen;
b. de hoogte van gebouwen ten
behoeve van speelvoorzieningen mag niet meer zijn dan 4 meter;
c. de oppervlakte van gebouwen
ten behoeve van speelvoorzieningen mag niet meer zijn dan 10 m2;
d. de diepte van
bergbezinkbassins mag niet meer zijn dan 4 meter.
11.2.2 Voor het bouwen van
bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen:
a. de hoogte van een antennemast mag niet meer
zijn dan 30 meter;
b. de hoogte van overige bouwwerken, geen
gebouwen zijnde, mag niet meer zijn dan 6 meter.
12.1 Bestemmingsomschrijving
De voor ‘Horeca’
aangewezen gronden zijn bestemd voor:
a. horeca-activiteiten:
1. ter plaatse van de
aanduiding ‘horeca tot en met categorie 1’ zijn horeca-activiteiten
behorende tot categorie 1, zoals opgenomen in de bij dit plan behorende Staat
van Horeca-activiteiten, toegestaan;
2. ter plaatse van de
aanduiding ‘horeca tot en met categorie 2’ zijn horeca-activiteiten
behorende tot categorie 2, zoals opgenomen in de bij dit plan behorende Staat
van Horeca-activiteiten, toegestaan;
3. ter plaatse van de
aanduiding ‘horeca tot en met categorie 3’ zijn horeca-activiteiten
behorende tot categorie 2 of 3, zoals opgenomen in de bij dit plan behorende
Staat van Horeca-activiteiten, toegestaan;
b. wonen in een woning, op de verdieping van
gebouwen, ter plaatse van de aanduiding ‘wonen’;
c. aan huis verbonden beroeps- en/of
bedrijfsuitoefening;
met daarbij behorend(e):
d. verhardingen, in- en
uitritten;
e. groen;
f. water en
waterhuishoudkundige voorzieningen;
g. nutsvoorzieningen;
h. parkeervoorzieningen.
12.2 Bouwregels
12.2.1 Voor het bouwen van
gebouwen gelden de volgende bepalingen:
a. gebouwen dienen binnen een
bouwvlak te worden gebouwd;
b. ter plaatse van de
aanduiding ‘maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m), maximum
bebouwingspercentage (%)’ zijn de aangegeven maximum goot- en
bouwhoogte en bebouwingspercentage toegestaan;
c. ter plaatse van de
aanduiding ‘maximum aantal wooneenheden’ is het aangegeven aantal woningen
toegestaan;
d. ondergrondse gebouwen zijn
uitsluitend toegestaan in één bouwlaag met een maximale diepte van 4 meter;
e. ondergrondse gebouwen mogen
worden gebouwd zonder een daarboven aanwezig gebouw.
12.2.2 Voor het bouwen van
bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen:
a. de hoogte van erf- en
terreinafscheidingen mag niet meer zijn dan 2 meter;
b. de hoogte van overige
bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer zijn dan 6 meter.
12.3 Afwijken van de bouwregels
Burgemeester en wethouders
kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 12.2.1 sub a en
toestaan dat gebouwen buiten het bouwvlak worden gebouwd, met dien verstande
dat:
a. de gezamenlijke
oppervlakte van gebouwen buiten het bouwvlak per bouwperceel niet meer mag zijn
dan 20 m²;
b. de goot- en bouwhoogte van
gebouwen niet meer mag zijn dan 3 respectievelijk 5 meter.
12.4 Specifieke gebruiksregels
12.4.1 Het gebruik van een
woning en/of bijbehorende bouwwerken ten dienste van aan huis verbonden
beroeps- en bedrijfsuitoefening is toegestaan tot niet meer dan 40% van het
gezamenlijke vloeroppervlak van de woning en bijbehorende bouwwerken, tot een
maximum van 50 m².
12.4.2 Tot een gebruik,
strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend:
a. het gebruik van gronden en
bouwwerken ten behoeve van andere horeca-activiteiten dan de activiteiten die
zijn bedoeld in 12.1 sub a;
b. het gebruik van gronden en
bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting, prostitutie of erotisch getinte
horeca.
12.5 Afwijken van de gebruiksregels
Burgemeester en wethouders
kunnen, met inachtneming van de milieusituatie, met een omgevingsvergunning
afwijken van het bepaalde in 12.1 sub a en toestaan dat horeca-activiteiten
worden gevestigd die één categorie hoger zijn ingeschaald, met dien
verstande dat deze naar hun aard en invloed op de omgeving geacht kunnen worden
te behoren tot de categorie die maximaal is toegestaan binnen deze bestemming.
13.1 Bestemmingsomschrijving
De voor ‘Horeca
- Hotel’ aangewezen gronden zijn bestemd voor:
a. hotels;
met daarbij behorend(e):
b. verhardingen, in- en
uitritten;
c. groen;
d. water en
waterhuishoudkundige voorzieningen;
e. nutsvoorzieningen;
f. parkeervoorzieningen.
13.2 Bouwregels
13.2.1 Voor het bouwen van
gebouwen gelden de volgende bepalingen:
a. gebouwen dienen binnen een
bouwvlak te worden gebouwd;
b. ter plaatse van de
aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m), maximum bebouwingspercentage
(%)' zijn de aangegeven maximum goot- en bouwhoogte en bebouwingspercentage
toegestaan;
c. ondergrondse gebouwen zijn
uitsluitend toegestaan in één bouwlaag met een maximale diepte van 4
meter;
d. ondergrondse gebouwen mogen
worden gebouwd zonder een daarboven aanwezig gebouw.
13.2.2 Voor het bouwen van
bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen:
a. de hoogte van erf- en
terreinafscheidingen mag niet meer zijn dan 2 meter;
b. de hoogte van overige
bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer zijn dan 6 meter.
13.3 Afwijken van de bouwregels
Burgemeester en wethouders
kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 13.2.1 sub a en
toestaan dat gebouwen buiten het bouwvlak worden gebouwd, met dien verstande
dat:
a. de gezamenlijke oppervlakte
van gebouwen buiten het bouwvlak per bouwperceel niet meer mag zijn dan 20 m²;
b. de goot- en bouwhoogte van
gebouwen niet meer mag zijn dan 3 respectievelijk 5 meter.
14.1 Bestemmingsomschrijving
De voor ‘Kantoor’
aangewezen gronden zijn bestemd voor:
a. kantoren;
met daarbij behorend(e):
b. verhardingen, in- en
uitritten;
c. groen;
d. water en
waterhuishoudkundige voorzieningen;
e. nutsvoorzieningen;
f. parkeervoorzieningen.
14.2 Bouwregels
14.2.1 Voor het bouwen van
gebouwen gelden de volgende bepalingen:
a. gebouwen dienen binnen een
bouwvlak te worden gebouwd;
b. ter plaatse van de
aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m), maximum
bebouwingspercentage (%)' zijn de aangegeven maximum goot- en bouwhoogte en
bebouwingspercentage toegestaan;
c. ondergrondse gebouwen zijn
uitsluitend toegestaan in één bouwlaag met een maximale diepte van 4
meter;
d. ondergrondse gebouwen mogen
worden gebouwd zonder een daarboven aanwezig gebouw.
14.2.2 Voor het bouwen van
bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen:
a. de hoogte van erf- en
terreinafscheidingen mag niet meer zijn dan 2 meter;
b. de hoogte van overige
bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer zijn dan 6 meter.
14.3 Afwijken van de bouwregels
Burgemeester en wethouders
kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 14.2.1 sub a en
toestaan dat gebouwen buiten het bouwvlak worden gebouwd, met dien verstande
dat:
a. de gezamenlijke oppervlakte
van gebouwen buiten het bouwvlak per bouwperceel niet meer mag zijn dan 20 m²;
b. de goot- en bouwhoogte van
gebouwen niet meer mag zijn dan 3 respectievelijk 5 meter.
14.4 Specifieke gebruiksregels
14.4.1 Activiteiten dienende
ter functionele ondersteuning van de hoofdactiviteit op een perceel zijn
toegestaan, met dien verstande dat:
- de ondersteunende activiteit niet meer
omvat dan 25% van de totale bedrijfsvloeroppervlakte,
met een maximum van 150 m2;
- de openingstijden vallen binnen die
van de hoofdactiviteit;
- de toegang uitsluitend plaatsvindt via
de hoofdingang van de hoofdactiviteit.
15.1 Bestemmingsomschrijving
De voor ‘Maatschappelijk'
aangewezen gronden zijn bestemd voor:
a. educatieve voorzieningen;
b. voorzieningen gericht op
jeugd en/of kinderopvang en/ of naschoolse opvang;
c. voorzieningen ten behoeve
van verenigingsleven;
d. voorzieningen ten behoeve
van gezondheidszorg;
e. welzijnsinstellingen;
f. sociale en/of
levensbeschouwelijke voorzieningen;
g. openbare dienstverlening;
h. een begraafplaats,
uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘begraafplaats’;
i. wonen in een zorgwoning ter
plaatse van de aanduiding ‘zorgwoning’;
j. ter plaatse van de
aanduiding ‘wonen’ tevens voor wonen vanaf de eerste bouwlaag vanaf peil;
met daarbij behorend(e):
k. verhardingen, in- en
uitritten;
l. groen;
m. water en
waterhuishoudkundige voorzieningen;
n. nutsvoorzieningen;
o. parkeervoorzieningen.
15.2 Bouwregels
15.2.1 Voor het bouwen van
gebouwen gelden de volgende bepalingen:
a. gebouwen dienen binnen een
bouwvlak te worden gebouwd;
b. ter plaatse van de
aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m), maximum
bebouwingspercentage (%)' zijn de aangegeven maximum goot- en bouwhoogte en
bebouwingspercentage toegestaan;
c. ondergrondse gebouwen zijn
uitsluitend toegestaan in één bouwlaag met een maximale diepte van 4 meter;
d. ondergrondse gebouwen mogen
worden gebouwd zonder een daarboven aanwezig gebouw.
15.2.2 Voor het bouwen van
bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen:
a. de hoogte van erf- en
terreinafscheidingen mag niet meer zijn dan 2 meter;
b. de hoogte van overige
bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer zijn dan 6 meter.
15.3 Afwijken van de bouwregels
Burgemeester en wethouders
kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 15.2.1 sub a en
toestaan dat gebouwen buiten het bouwvlak worden gebouwd, met dien verstande
dat:
a. de gezamenlijke oppervlakte
van gebouwen buiten het bouwvlak per bouwperceel niet meer mag zijn dan 20 m²;
b. de goot- en bouwhoogte van
gebouwen niet meer mag zijn dan 3 respectievelijk 5 meter.
15.4 Specifieke gebruiksregels
15.4.1
Activiteiten dienende ter functionele ondersteuning van de hoofdactiviteit op
een perceel zijn toegestaan, met dien verstande dat:
- de ondersteunende activiteit niet meer
omvat dan 25% van de totale bedrijfsvloeroppervlakte,
met een maximum van 150 m2;
- de openingstijden vallen binnen die
van de hoofdactiviteit;
- de toegang uitsluitend plaatsvindt via
de hoofdingang van de hoofdactiviteit.
16.1
Bestemmingsomschrijving
De voor ‘Recreatie’ aangewezen gronden zijn bestemd voor:
a. recreatieve voorzieningen
in de vorm van extensieve recreatie;
b. tevens intensieve recreatie
in de vorm van volkstuin ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van
recreatie - volkstuin’;
met daarbij behorend(e):
c. wandel-, fiets- en
ruiterpaden;
d. groen;
e. water en
waterhuishoudkundige voorzieningen;
f. nutsvoorzieningen;
g. parkeervoorzieningen.
16.2 Bouwregels
16.2.1
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen:
a. gebouwen zijn
uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van
recreatie - volkstuin’;
b. per volkstuin is maximaal één gebouw
toegestaan;
c.
de bouwhoogte mag niet meer zijn dan 3
meter;
d.
het oppervlak mag niet meer zijn dan 20
m2.
16.2.2 Voor het bouwen van
bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen:
a. de hoogte van erf- en
terreinafscheidingen mag niet meer zijn dan 2 meter;
b. de hoogte van de overige
bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer zijn dan 3 meter.
17.1 Bestemmingsomschrijving
De voor ‘Sport’
aangewezen gronden zijn bestemd voor:
a. sport;
met daarbij behorend(e):
b. verhardingen, in- en
uitritten;
c. groen;
d. water en
waterhuishoudkundige voorzieningen;
e. nutsvoorzieningen;
f. parkeervoorzieningen.
17.2 Bouwregels
17.2.1 Voor het bouwen van
gebouwen gelden de volgende bepalingen:
a. gebouwen dienen binnen een
bouwvlak te worden gebouwd;
b. ter plaatse van de
aanduiding ‘maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)’ zijn de aangegeven
maximum goot- en bouwhoogte toegestaan;
c. ter plaatse van de
aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m), maximum
bebouwingspercentage (%)' zijn de aangegeven maximum goot- en bouwhoogte en
bebouwingspercentage toegestaan.
17.2.2 Voor het bouwen van
bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen:
a. de hoogte van erf- en
terreinafscheidingen mag niet meer zijn dan 2 meter;
b. de hoogte van ballenvangers
mag niet meer zijn dan 10 meter;
c. de hoogte van (licht)masten
mag niet meer zijn dan 20 meter;
d. de hoogte van de overige
bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer zijn dan 6 meter.
17.3 Afwijken van de bouwregels
Burgemeester en wethouders
kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 17.2.1 sub a en
toestaan dat gebouwen buiten het bouwvlak worden gebouwd, met dien verstande
dat:
a. de gezamenlijke oppervlakte
van gebouwen buiten het bouwvlak per bouwperceel niet meer mag zijn dan 20 m²;
b. de goot- en bouwhoogte van
gebouwen niet meer mag zijn dan 3 respectievelijk 5 meter.
17.4 Specifieke gebruiksregels
17.4.1 Activiteiten dienende ter functionele
ondersteuning van de hoofdactiviteit op een perceel zijn toegestaan, met dien
verstande dat:
- de
ondersteunende activiteit niet meer omvat dan 25% van de totale
bedrijfsvloeroppervlakte,
met
een maximum van 150 m2;
- de
openingstijden vallen binnen die van de hoofdactiviteit;
- de toegang uitsluitend plaatsvindt via de
hoofdingang van de hoofdactiviteit.
18.1 Bestemmingsomschrijving
De voor ‘Tuin’
aangewezen gronden zijn bestemd voor:
a. tuinen;
b. een ontsluiting op de
openbare weg, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘ontsluiting’;
met daarbij behorend(e):
c. terreinverhardingen;
d. bouwwerken.
18.2 Bouwregels
18.2.1 Voor het bouwen van
gebouwen gelden de volgende bepalingen:
a. toegestaan zijn erkers;
b. de diepte van erkers mag
niet meer zijn dan 1,20 meter en de afstand tussen de erker en de perceelgrens
mag niet minder dan 1 meter zijn;
c. de breedte van erkers mag niet
meer dan 65% van de breedte van de gevel van het hoofdgebouw zijn;
d. de bouwhoogte van erkers
mag niet meer zijn dan 0,3 meter boven de bovenkant van de
scheidingsconstructie met de tweede bouwlaag van het hoofdgebouw, tot een
maximum van 4 meter;
e. ter plaatse van de
aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – 5 m²’ zijn bijbehorende bouwwerken met
een maximum oppervlak van 5 m² en een maximum bouwhoogte van 3 meter
toegestaan;
f. ter plaatse van de
aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – 10 m²’ zijn bijbehorende bouwwerken met
een maximum oppervlak van 10 m² en een maximum bouwhoogte van 3 meter
toegestaan;
g. ter plaatse van de
aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – 15 m²’ zijn bijbehorende bouwwerken met
een maximum oppervlak van 15 m² en een maximum bouwhoogte van 3 meter
toegestaan;
h. ter plaatse van de
aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – 20 m2’ zijn bijbehorende
bouwwerken met een maximum oppervlak van 20 m2 en een maximum
bouwhoogte van 3 meter toegestaan;
i. ter plaatse van de
aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – 25 m2’ zijn bijbehorende
bouwwerken met een maximum oppervlak van 25 m2 en een maximum
bouwhoogte van 3 meter toegestaan;
j. ter plaatse van de
aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – 30 m2’ zijn bijbehorende
bouwwerken met een maximum oppervlak van 30 m2 en een maximum
bouwhoogte van 3 meter toegestaan.
18.2.2 Voor het bouwen van
bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen:
a. bouwwerken, geen gebouwen
zijnde, zijn uitsluitend toegestaan voor zover de in artikel 2 van bijlage II
van het Besluit omgevingsrecht (Bor) genoemde
situaties, zoals opgenomen in de bij deze regels behorende bijlage, dit
toelaten;
b. in afwijking van het
bepaalde in 18.2.2 sub a, is ter plaatse van de specifieke bouwaanduiding
‘erfafscheiding 1’ een erfafscheiding van 1,20 meter toegestaan;
c. carports zijn niet
toegestaan.
18.3 Specifieke gebruiksregels
Tot een gebruik, strijdig
met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend:
a. het gebruik van gronden als
opslagplaats, anders dan voor opslag ten behoeve van normaal tuinonderhoud;
b. het gebruik van gronden als
stallingsplaats of standplaats van kampeermiddelen.
19.1 Bestemmingsomschrijving
De voor ‘Verkeer’
aangewezen gronden zijn bestemd voor:
a. wegen, woonstraten, fiets-
en voetpaden en verblijfsgebied;
b. parkeervoorzieningen;
c. groen;
d. een onderdoorgang ter
plaatse van de aanduiding ‘onderdoorgang’;
e. ter plaatse van de
aanduiding ‘garagebox’ tevens voor garageboxen;
met daarbij behorend(e):
f. water en
waterhuishoudkundige voorzieningen;
g. voorzieningen ter
bevordering van de milieukwaliteit, zoals geluidschermen en luchtkwaliteit
schermen;
h. nutsvoorzieningen;
i. speelvoorzieningen;
met daaraan ondergeschikt:
j. kunstobjecten;
k. reclame-uitingen.
19.2 Bouwregels
19.2.1 Voor het bouwen van
gebouwen gelden de volgende bepalingen:
a. toegestaan zijn gebouwen
ten behoeve van verkeersafwikkeling, bergbezinkbassins en speelvoorzieningen;
b. uitsluitend ter plaatse van
de aanduiding ‘garagebox’ zijn garageboxen met een bouwhoogte van niet meer dan
3 meter toegestaan;
c. in afwijking van het
bepaalde in 19.2.1 onder b, mogen ter plaatse van de aanduiding ‘maximum
goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)’ de goot- en bouwhoogte niet meer zijn
dan de aangegeven goot- en bouwhoogte;
d. de hoogte van gebouwen ten
behoeve van speelvoorzieningen en verkeersafwikkeling mag niet meer zijn dan 4
meter;
e. de oppervlakte van gebouwen
ten behoeve van speelvoorzieningen en verkeersafwikkeling mag niet meer zijn
dan 10 m2;
f. de diepte van
bergbezinkbassins mag niet meer zijn dan 4 meter;
g. ter plaatse van de
aanduiding ‘onderdoorgang’ dient de bestaande doorgangshoogte gehandhaafd te
blijven.
19.2.2 Voor het bouwen van
bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt dat de hoogte niet meer mag zijn dan 10
meter.
19.3 Specifieke gebruiksregels
Tot een gebruik, strijdig
met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend:
a. het gebruik van gronden en/of garageboxen
ten behoeve van bedrijfsmatige opslag en/of handel.
20.1 Bestemmingsomschrijving
De voor ‘Water’
aangewezen gronden zijn bestemd voor:
a. water;
b. waterhuishoudkundige
voorzieningen;
c. bergbezinkbassins;
d. bruggen ten behoeve van
langzaam verkeer;
e. ter plaatse van de
aanduiding ‘verkooppunt motorbrandstoffen’ tevens voor een verkooppunt van
motorbrandstoffen;
f. een erftoegangsbrug ter
plaatse van de specifieke bouwaanduiding ‘erftoegangsbrug’;
met daarbij behorend(e):
g. verhardingen;
h. groen;
i. nutsvoorzieningen;
met daaraan ondergeschikt:
j. vlonders, steigers,
overkappingen of daaraan gelijk te stellen bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
20.2 Bouwregels
20.2.1 Voor het bouwen van
gebouwen gelden de volgende bepalingen:
a. toegestaan zijn
bergbezinkbassins;
b. de diepte van
bergbezinkbassins mag niet meer zijn dan 4 meter.
20.2.2 Voor het bouwen van
bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen:
a. de hoogte mag niet meer
zijn dan 6 meter;
b. ter plaatse van de
specifieke bouwaanduiding ‘omheining’ mag de hoogte van omheiningen op steigers
en vlonders niet meer zijn dan 1 meter.
20.3 Specifieke gebruiksregels
Tot een gebruik strijdig
met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend het gebruik voor:
a. ligplaatsen voor
woonschepen;
b. opslag, met uitzondering
van tijdelijke opslag voortkomend uit het onderhoud en/ of gebruik in
overeenstemming met de bestemming van de betrokken gronden en bouwwerken.
21.1 Bestemmingsomschrijving
De voor ‘Wonen’
aangewezen gronden zijn bestemd voor:
a. wonen in een woning;
b. aan huis verbonden beroeps-
en/of bedrijfsuitoefening;
c. stille opslag, ter plaatse
van de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – stille opslag’;
d. een onderdoorgang ter
plaatse van de aanduiding ‘onderdoorgang’;
e. een kinderdagverblijf ter
plaatse van de aanduiding ‘kinderdagverblijf’;
f. bedrijfsactiviteiten
behorende tot milieucategorie 1, 2 of 3.1 zoals opgenomen in de Staat van
Bedrijfsactiviteiten, ter plaatse van de aanduiding ‘bedrijf tot en met
categorie 3.1’;
met daarbij behorend(e):
g. tuinen en erven;
h. parkeervoorzieningen.
21.2 Bouwregels
21.2.1 Voor het bouwen van
gebouwen gelden de volgende bepalingen:
a. hoofdgebouwen dienen binnen
een bouwvlak te worden gebouwd;
b. per bouwperceel is één
woning toegestaan;
c. ter plaatse van de
aanduiding ‘maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)’ zijn
de aangegeven maximum goothoogte en maximum bouwhoogte toegestaan;
d. ter plaatse van de
aanduiding ‘maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m), maximum
bebouwingspercentage (%)’ zijn de aangegeven maximum goot- en bouwhoogte en
bebouwingspercentage toegestaan;
e. ter plaatse van de
specifieke bouwaanduiding ‘maximale breedte bebouwing 50%’ mag de breedte van
de bebouwing maximaal 50% van het bouwvlak zijn;
f. ter plaatse van de figuur
‘gevellijn’ bevindt zich de rooilijn/voorgevellijn;
g. ter plaatse van de
specifieke bouwaanduiding ‘aanbouw’ is buiten het bouwvlak een aanbouw met een
diepte van 3 meter toegestaan, met een goothoogte van maximaal de
verdiepingshoogte en een maximum bouwhoogte van 4 meter;
h. ter plaatse van de specifieke
bouwaanduiding ‘overbouw’ is uitsluitend een overbouw toegestaan;
i. ter plaatse van de
specifieke bouwaanduiding ‘lessenaarsdak’ zijn
uitsluitend lessenaarsdaken toegestaan;
j. ter plaatse van de
aanduiding ‘twee-aaneen’ zijn twee-aaneengeschakelde woningen toegestaan;
k. ter plaatse van de
specifieke bouwaanduiding ‘bovenste bouwlaag 80%’ mag de bovenste bouwlaag
maximaal 80% van het bouwvlak beslaan;
l. in afwijking van het bepaalde in artikel 2 van Bijlage II van het
Besluit omgevingsrecht mag de maximum oppervlakte van bijbehorende bouwwerken,
in het geval van een bebouwingsgebied groter dan 300 m², 90 m² zijn vermeerderd met 10% van het deel
van het bebouwingsgebied dat groter is dan 300 m² tot een maximum van 250 m²
aan bijbehorende bouwwerken, met een maximum goot- en bouwhoogte van 3
respectievelijk 6 meter;
m. in afwijking van het bepaalde onder 21.2.1 sub k mag, ter plaatse
van de aanduiding ‘bijgebouw’, de oppervlakte van gebouwen gelijk zijn aan de
oppervlakte van bestaande gebouwen met inachtneming van de bestaande lengte,
breedte, goot- en bouwhoogte per gebouw;
n.
ter plaatse van de aanduiding ‘onderdoorgang’ dient
de bestaande doorgangshoogte gehandhaafd te blijven;
o.
ter
plaatse van de aanduiding ‘overbouw’ dient de bestaande overbouw gehandhaafd te
blijven.
21.2.2 Voor het bouwen van
bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen:
a. bouwwerken, geen gebouwen
zijnde, zijn uitsluitend toegestaan voor zover de in artikel 2 van bijlage II
van het Besluit omgevingsrecht (Bor), zoals opgenomen
in de bij deze regels behorende bijlage genoemde situaties, dit toelaten;
b. In afwijking van het
bepaalde onder 21.2.2 sub a mogen erfafscheidingen in het achtererfgebied op de
perceelsgrens worden gebouwd;
c. in afwijking van het
bepaalde onder 21.2.2 sub a, is ter plaatse van de specifieke bouwaanduiding
‘erfafscheiding 1’ een erfafscheiding van 1,20 meter toegestaan;
d. in afwijking van het
bepaalde onder 21.2.2 sub a, is ter plaatse van de specifieke bouwaanduiding
‘erfafscheiding 2’ een erfafscheiding van; 2,20 meter toegestaan, onder voorwaarde dat de erfafscheiding een
groen karakter heeft en, indien de erfafscheiding grenst aan openbaar gebied,
de erfafscheiding integraal onderdeel uitmaakt van het woningontwerp;
e. steigers en vlonders
zijn toegestaan tot een maximum oppervlak van 75 m2, inclusief de
steiger- of vlonderdelen die in de aangrenzende bestemming Water kunnen worden
of zijn gerealiseerd;
f.
steigers of vlonders mogen niet overkapt worden en de hoogte van
omheiningen op steigers en vlonders mag niet meer zijn dan 1 meter;
g. de hoogte van overige
bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer zijn dan 3 meter, met
uitzondering van hekwerken bij tennisbanen die 3,5 meter hoog mogen zijn.
21.2.3 Voor het bouwen van
ondergrondse gebouwen gelden de volgende bepalingen:
a.
ondergrondse
gebouwen zijn alleen daar toegestaan daar waar ook bovengronds gebouwd is of
mag worden;
b. de ondergrondse bouwdiepte van
ondergrondse bouwwerken mag niet meer zijn dan 4 meter.
21.3 Afwijken van de bouwregels
21.3.1 Burgemeester en wethouders kunnen met een
omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 21.2.1 en toestaan dat de
goot- respectievelijk bouwhoogte van aangebouwde bijbehorende bouwwerken wordt
vergroot, met dien verstande dat:
a. de bouwhoogte van aangebouwde
bijbehorende bouwwerken niet meer mag zijn dan 6 meter wanneer een platte dakafdekking wordt toegepast;
b.
de bouwhoogte van aangebouwde bijbehorende
bouwwerken niet meer mag zijn dan 7 meter wanneer een kap wordt toegepast.
21.3.2 De in 21.3.1 genoemde afwijkingen kunnen
slechts worden verleend, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van:
a. het stedenbouwkundige beeld, gelet op onder meer de onderlinge
samenhang tussen de verschijningsvorm en situering van een bijbehorend bouwwerk
enerzijds en die van het hoofdgebouw anderzijds;
b. de woonsituatie;
c. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
21.4 Specifieke gebruiksregels
21.4.1 Het gebruik van een woning en/of
bijbehorende bouwwerken ten dienste van aan huis verbonden beroeps- en
bedrijfsuitoefening is toegestaan tot niet meer dan 40% van het gezamenlijke
vloeroppervlak van de woning en bijbehorende bouwwerken, tot een maximum van 50
m², met dien verstande dat ter plaatse van de aanduidingen ‘bedrijf aan huis’
en ‘beroep aan huis’ een oppervlak van 100 m2 is toegestaan,
uitsluitend ten behoeve van bedrijf respectievelijk beroep aan huis.
21.4.2 Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval
begrepen:
a. het gebruiken of laten
gebruiken van de gronden en/of opstallen binnen deze bestemming ten behoeve van
zelfstandige bewoning en afhankelijke woonruimte, voor zover het betreft
vrijstaande bijbehorende bouwwerken;
b. het verhuren of anderszins
beschikbaar stellen van woonruimte aan derden ten behoeve van de uitoefening
van een beroep hoe gering ook van omvang, tenzij een afwijkend gebruik is
toegestaan.
c. het bij aan huis verbonden
beroeps- en/of bedrijfsuitoefening ontplooien van bedrijfsmatige activiteiten
die vallen in een hogere categorie dan categorie 1 uit de bij dit plan
behorende Staat van Bedrijfsactiviteiten of die vergunnings- of meldingsplichtig zijn op basis van de Wet milieubeheer;
d. het ten behoeve van aan
huis verbonden beroeps- en/of bedrijfsuitoefening hebben van bedrijfsmatige
opslag in de open lucht;
e. het gebruik ten behoeve van
detailhandel;
f. het gebruik van de woning
voor de huisvesting van meer dan één huishouden;
g. het gebruik van de woning
voor de uitoefening van een bed & breakfast of
logiesfunctie, met uitzondering van bestaande bed & breakfast
en logiesfuncties;
h. het gebruik van de woning
voor vakantieverhuur.
21.4.3 In afwijking van het bepaalde in 21.4.2 sub
f, is woningdelen door middel van hospitaverhuur toegestaan onder de volgende
voorwaarden:
a. de hoofdbewoner heeft zijn vaste woon- of verblijfplaats in de
woning;
b. de hoofdbewoner bewoont minimaal 60 % van het vloeroppervlak van
de woning zelf;
c. er worden maximaal twee kamers verhuurd;
d. per verhuurde kamer is maximaal één bewoner toegestaan.
21.4.4 In afwijking van het bepaalde in 21.4.2 sub
g en h is vakantieverhuur toegestaan onder de volgende voorwaarden:
a. de woning betreft een zelfstandige woonruimte;
b. de hoofdbewoner heeft zijn vaste woon- of verblijfplaats in de
woning;
c. er wordt aan niet meer dan zes personen per nacht onderdak
verleend;
d. de vakantieverhuur vindt maximaal 30 dagen per jaar plaats.
22.1 Bestemmingsomschrijving
De voor ‘Wonen
- Gestapeld’ aangewezen gronden zijn bestemd voor:
a. wonen in een woning;
b. aan huis verbonden beroeps-
en/of bedrijfsuitoefening;
c. een onderdoorgang ter
plaatse van de aanduiding ‘onderdoorgang’;
met daarbij behorend(e):
d. tuinen en erven;
e. terreinverhardingen;
f. bergingen;
g. parkeervoorzieningen.
22.2 Bouwregels
22.2.1 Voor het bouwen van
gebouwen gelden de volgende regels:
a. gebouwen dienen binnen het
bouwvlak te worden gebouwd;
b. ter plaatse van de
aanduiding ‘maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)’, maximum bebouwingspercentage (%) zijn de aangegeven maximum goot- en bouwhoogte
en maximum bebouwingspercentage toegestaan;
c. in afwijking van het
bepaalde onder 22.2.1 sub a, mogen ter plaatse van de aanduiding ‘berging’
buiten het bouwvlak uitsluitend bergingen met een hoogte van 3 meter gebouwd
worden;
d. ter plaatse van de aanduiding ‘onderdoorgang’
dient de bestaande doorgangshoogte gehandhaafd te blijven.
22.2.2 Voor het bouwen van
bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen:
a. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn
uitsluitend toegestaan voor zover de in artikel 2 van
bijlage II van het Besluit
omgevingsrecht (Bor), zoals opgenomen in de bij deze
regels behorende bijlage X, genoemde situaties, dit toelaten.
22.2.3 Voor het bouwen van
ondergrondse gebouwen gelden de volgende bepalingen:
a. ondergrondse gebouwen ook
mogen worden gebouwd zonder een daarboven aanwezig bovengronds gebouw;
b. ondergrondse gebouwen zijn
uitsluitend toegestaan in één bouwlaag met een maximale diepte van 4 meter.
22.3 Specifieke gebruiksregels
22.3.1 Het
gebruik van een woning ten dienste van aan huis verbonden beroeps- en/of
bedrijfsuitoefening is toegestaan tot niet meer dan 40% van het gezamenlijke
vloeroppervlak van de woning, tot een maximum van 50 m².
22.3.2 Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval
begrepen:
a. het gebruiken of laten
gebruiken van de gronden en/of opstallen binnen deze bestemming ten behoeve van
zelfstandige bewoning en afhankelijke woonruimte, voor zover het betreft
bergingen;
b. het verhuren of anderszins
beschikbaar stellen van woonruimte aan derden ten behoeve van de uitoefening
van een beroep hoe gering ook van omvang, tenzij een afwijkend gebruik is
toegestaan.
c. het bij aan huis verbonden
beroeps- en/of bedrijfsuitoefening ontplooien van bedrijfsmatige activiteiten
die vallen in een hogere categorie dan categorie 1 uit de bij dit plan
behorende Staat van Bedrijfsactiviteiten of die vergunnings- of meldingsplichtig zijn op basis van de Wet milieubeheer;
d. het ten behoeve van aan
huis verbonden beroeps- en/of bedrijfsuitoefening hebben van bedrijfsmatige
opslag in de open lucht;
e. het gebruik van de woning
voor de huisvesting van meer dan één huishouden;
f. het gebruik van de woning
voor de uitoefening van een bed & breakfast of
logiesfunctie, met uitzondering van bestaande bed & breakfast
en logiesfuncties;
g. het gebruik van de woning
voor vakantieverhuur.
22.3.3 In afwijking van het bepaalde in 22.3.2 sub
e, is woningdelen door middel van hospitaverhuur toegestaan onder de volgende
voorwaarden:
a. de hoofdbewoner heeft zijn vaste woon- of verblijfplaats in de
woning;
b. de hoofdbewoner bewoont minimaal 60 % van het vloeroppervlak van
de woning zelf;
c. er worden maximaal twee kamers verhuurd;
d. per verhuurde kamer is maximaal één bewoner toegestaan.
22.3.4 In afwijking van het bepaalde in 22.4.2 sub
f en g is vakantieverhuur toegestaan onder de volgende voorwaarden:
a. de woning betreft een zelfstandige woonruimte;
b. de hoofdbewoner heeft zijn vaste woon- of verblijfplaats in de
woning;
c. er wordt aan niet meer dan zes personen per nacht onderdak
verleend;
d. de vakantieverhuur vindt maximaal 30 dagen per jaar plaats.
23.1 Bestemmingsomschrijving
De voor ‘Wonen -
Woonwagenstandplaats’ aangewezen gronden zijn bestemd voor:
a. wonen in woonwagens;
b. aan huis verbonden beroeps-
en/of bedrijfsuitoefening;
met daarbij behorend(e):
c. tuinen;
d. terreinverhardingen;
e. erven.
23.2 Bouwregels
23.2.1 Voor het bouwen van gebouwen
gelden de volgende bepalingen:
a. gebouwen dienen binnen het
bouwvlak te worden gebouwd;
b. ter plaatse van de
aanduiding ‘maximum aantal wooneenheden’ mag het aantal woonwagens
niet meer zijn dan het aangegeven aantal wooneenheden;
c. ter plaatse van de
aanduiding ‘maximum goot- en bouwhoogte (m)’ zijn voor woonwagens de aangegeven
maximum goot- en bouwhoogte toegestaan;
d. de gezamenlijke oppervlakte
van de woonwagen en bijbehorende bouwwerken mag niet meer zijn dan 100 m²;
e. de bouwhoogte van
bijbehorende bouwwerken mag niet meer zijn dan 3 meter;
f. de afstand tussen
woonwagens mag niet minder zijn dan 5 meter;
g. de afstand tot de
perceelsgrens mag niet minder zijn dan 1 meter;
23.2.2 Voor het bouwen van bouwwerken,
geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen:
a. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer zijn dan
2 meter;
b. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet
meer zijn dan 3 meter.
23.3 Specifieke gebruiksregels
23.3.1 Het gebruik van een
woonwagen en/of bijbehorende bouwwerken ten dienste van aan huis verbonden
beroeps- en/of bedrijfsuitoefening is toegestaan tot niet meer dan 40% van het
gezamenlijke vloeroppervlak van de woonwagen en bijbehorende bouwwerken, tot
een maximum van 40 m².
23.3.2 Onder strijdig
gebruik wordt in ieder geval begrepen:
a. het gebruiken of laten
gebruiken van de gronden en/of opstallen binnen deze bestemming ten behoeve van
zelfstandige bewoning en afhankelijke woonruimte, voor zover het betreft
vrijstaande bijbehorende bouwwerken;
b. het verhuren of anderszins
beschikbaar stellen van woonruimte aan derden ten behoeve van de uitoefening
van een beroep hoe gering ook van omvang, tenzij een afwijkend gebruik is
toegestaan.
c. het bij aan huis verbonden
beroeps- en/of bedrijfsuitoefening ontplooien van bedrijfsmatige activiteiten
die vallen in een hogere categorie dan categorie 1 uit de bij dit plan
behorende Staat van Bedrijfsactiviteiten of die vergunnings- of meldingsplichtig zijn op basis van de Wet milieubeheer;
d. het ten behoeve van aan
huis verbonden beroeps- en/of bedrijfsuitoefening hebben van bedrijfsmatige
opslag in de open lucht;
e. het gebruiken van het
hoofdgebouw en/of bijbehorende bouwwerken ten behoeve van detailhandel;
f. het gebruik van de
woonwagen voor de huisvesting van meer dan één huishouden;
g. het gebruik van de
woonwagen voor de uitoefening van een bed & breakfast
of logiesfunctie, met uitzondering van bestaande bed & breakfast
en logiesfuncties;
h. het gebruik van de woonwagen
voor vakantieverhuur.
23.3.3 In afwijking van het bepaalde in 23.3.2 sub
f, is woningdelen door middel van hospitaverhuur toegestaan onder de volgende
voorwaarden:
a. de hoofdbewoner heeft zijn vaste woon- of verblijfplaats in de
woonwagen;
b. de hoofdbewoner bewoont minimaal 60 % van het vloeroppervlak van
de woonwagen zelf;
c. er worden maximaal twee kamers verhuurd;
d. per verhuurde kamer is maximaal één bewoner toegestaan.
23.3.4 In afwijking van het bepaalde in 23.3.2 sub
g en h is vakantieverhuur toegestaan onder de volgende voorwaarden:
a. de woonwagen betreft een zelfstandige woonruimte;
b. de hoofdbewoner heeft zijn vaste woon- of verblijfplaats in de
woonwagen;
c. er wordt aan niet meer dan zes personen per nacht onderdak
verleend;
d. de vakantieverhuur vindt maximaal 30 dagen per jaar plaats.
24.1.
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Leiding – CO2'
aangewezen gronden zijn behalve voor de andere daar geldende bestemming(en)
primair bestemd voor:
a. een ondergrondse leiding
voor het transport van CO2 met de daarbij behorende belemmeringenstrook.
24.2. Bouwregels
Voor het bouwen gelden de
volgende regels:
a. op deze gronden mogen
ten behoeve van de in 24.1. genoemde bestemming uitsluitend bouwwerken, geen
gebouwen zijnde, worden gebouwd met een bouwhoogte van ten hoogste 3 meter;
b. ten behoeve van de
andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag met inachtneming van de
voor de betrokken bestemming(en) geldende (bouw)regels uitsluitend worden
gebouwd, indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of
verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte, voor zover
gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en gebruik wordt gemaakt van de
bestaande fundering.
24.3. Afwijken van de
bouwregels
Het bevoegd gezag kan bij
omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 24.2 voor het bouwen
overeenkomstig de andere
daar voorkomende bestemming(en) indien de veiligheid van
de betrokken leiding niet
wordt geschaad en vooraf schriftelijk advies is ingewonnen bij de
betrokken
leidingexploitant. Een omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien
geen kwetsbare objecten
worden toegelaten.
24.4. Omgevingsvergunning
voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of
van werkzaamheden
24.4.1. Het is verboden op
of in de gronden met de bestemming Leiding - CO2 zonder of in afwijking
van een omgevingsvergunning
de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of de volgende
werkzaamheden uit te
voeren:
a. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en bomen;
b. het aanleggen van wegen
of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen;
c. het indrijven van
voorwerpen in de bodem;
d. het uitvoeren van
grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen,
e. mengen, diepploegen,
egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage;
f. het aanleggen,
vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren;
g. het permanent opslaan
van goederen.
24.4.2. Het verbod is niet
van toepassing op werken en/of werkzaamheden:
a. die reeds in uitvoering
zijn op het van kracht worden van het plan;
b. die het normale
onderhoud ten aanzien van de leiding en belemmeringenstrook of ten aanzien van
de functies van de andere voorkomende bestemming(en) betreffen;
c. welke graafwerkzaamheden
als bedoeld in de Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netten vormen;
d. mogen worden uitgevoerd
krachtens een reeds verleende vergunning op het tijdstip van het van kracht
worden van het plan.
24.4.3. Een
omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of
van werkzaamheden kan
worden verleend indien de betreffende werken en/of werkzaamheden
niet strijdig zijn met de
veiligheid van de leiding en van de bijbehorende belemmeringenstrook.
25.1 Bestemmingsomschrijving
De voor 'Leiding - Gas'
aangewezen gronden zijn behalve voor de andere daar geldende bestemming(en)
primair bestemd voor:
a. een ondergrondse leiding
voor het transport van gas met een druk van ten hoogste 40 bar met de daarbij
behorende belemmeringenstrook;
met daarbij behorend(e):
b. toegangswegen.
25.2 Bouwregels
Voor het bouwen gelden de
volgende regels:
op deze gronden mogen ten
behoeve van de in 25.1 genoemde bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd;
a. de bouwhoogte van
bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer zijn dan 3 meter;
b. ten behoeve van de andere
voor deze gronden geldende bestemming(en) mag, met inachtneming van de voor de
betrokken bestemming(en) geldende (bouw)regels, uitsluitend worden gebouwd,
indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering
van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of
onder peil, niet wordt uitgebreid en gebruik wordt gemaakt van de bestaande
fundering.
25.3 Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning
afwijken van het bepaalde in 25.2 voor het bouwen
overeenkomstig de andere
daar voorkomende bestemming(en), indien de veiligheid van
de betrokken leiding niet
wordt geschaad en vooraf schriftelijk advies is ingewonnen bij de
betrokken leidingexploitant.
Een omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien
geen kwetsbare objecten
worden toegelaten.
25.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van
werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
25.4.1 Het is verboden op
of in de gronden met de dubbelbestemming Leiding - Gas zonder of in afwijking
van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of de
volgende werkzaamheden uit te voeren:
a. het aanbrengen van diep
wortelende beplantingen en bomen;
b. het aanleggen van wegen of
paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen;
c. het indrijven van
voorwerpen in de bodem;
d. het uitvoeren van
grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen,
mengen, diepploegen,
egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage;
e. het aanleggen, vergraven,
verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren;
f. het permanent opslaan van
goederen.
25.4.2 Het verbod is niet van toepassing op werken
en/of werkzaamheden:
a. die reeds in uitvoering
zijn op het van kracht worden van het plan;
b. die het normale onderhoud
ten aanzien van de leiding en belemmeringenstrook of ten aanzien van de
functies van de andere voorkomende bestemming(en) betreffen;
c. welke graafwerkzaamheden
als bedoeld in de Wet informatie-uitwisseling ondergrondse
netten vormen;
d. mogen worden uitgevoerd
krachtens een reeds verleende vergunning op het tijdstip van het van kracht
worden van het plan.
25.4.3 Een omgevingsvergunning voor het uitvoeren
van werken, geen bouwwerk zijnde, of
van werkzaamheden kan
worden verleend indien de betreffende werken en/of werkzaamheden
niet strijdig zijn met de
veiligheid van de leiding en van de bijbehorende belemmeringenstrook.
26.1 Bestemmingsomschrijving
a.
een ondergrondse hoogspanningsverbinding, met
dien verstande dat:
1. ter
plaatse van de aanduiding ‘hoogspanning l’ een ondergrondse
hoogspanningsverbinding van 380 kV met de daarbij behorende belemmeringenstrook
is toegestaan;
2. ter
plaatse van de aanduiding ‘hoogspanning ll’ een
ondergrondse hoogspanningsverbinding van 150 kV met de daarbij behorende
belemmeringenstrook is toegestaan;
3. ter
plaatse van de aanduiding ‘hoogspanning lll’
ondergrondse hoogspanningsverbindingen van 150 kV en 380 kV met de daarbij
behorende belemmeringenstrook zijn toegestaan;
4. ter
plaatse van de aanduiding ‘hoogspanning IV’ ondergrondse
hoogspanningsverbindingen van 50 kV met de daarbij behorende
belemmeringenstrook is toegestaan;
met daarbij behorend(e):
b.
toegangswegen.
26.2 Bouwregels
Voor het bouwen gelden de
volgende regels:
a. op deze gronden mogen ten
behoeve van de in 26.1 genoemde bestemming uitsluitend bouwwerken, geen
gebouwen zijnde, worden gebouwd;
b. de bouwhoogte van
bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer zijn dan 3 meter;
c. ten behoeve van de andere
voor deze gronden geldende bestemming(en) mag, met inachtneming van de voor de
betrokken bestemming(en) geldende (bouw)regels, uitsluitend worden gebouwd,
indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering
van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of
onder peil, niet wordt uitgebreid en gebruik wordt gemaakt van de bestaande
fundering.
26.3 Afwijken van de
bouwregels
Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde
in 26.2 voor het bouwen
overeenkomstig de andere daar voorkomende bestemming(en), indien de
veiligheid van
de betrokken leiding niet wordt geschaad en nadat de leidingbeheerder
gedurende drie weken in de gelegenheid is gesteld schriftelijk advies uit te
brengen. Een omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien geen
gevoelige bestemmingen worden toegelaten.
26.4 Omgevingsvergunning
voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
26.4.1 Het is verboden op of in de gronden met de
dubbelbestemming Leiding – Hoogspanning zonder of in afwijking van een
omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of volgende
werkzaamheden uit te voeren:
a.
het aanbrengen van
beplanting en bomen;
b.
het aanleggen van wegen
of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen;
c.
het indrijven van
voorwerpen in de bodem;
d.
het uitvoeren van
grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen,
diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage;
e.
het aanleggen, vergraven,
verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren;
f.
het permanent opslaan
van goederen.
26.4.2 Het verbod is niet van toepassing op werken en/of
werkzaamheden:
a.
die het normale
onderhoud ten aanzien van de leiding en belemmeringenstrook of ten aanzien van
de functies van de andere voorkomende bestemming(en) betreffen;
b.
die reeds in uitvoering
zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan;
c.
welke graafwerkzaamheden
als bedoeld in de Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netten vormen;
d.
mogen
worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning op het tijdstip van
het van kracht worden van het plan.
26.4.3 Een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken,
geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden kan worden verleend indien de
betreffende werken en/of werkzaamheden niet strijdig zijn met de veiligheid van
de leiding en van de bijbehorende belemmeringenstrook.
26.4.4 Alvorens een omgevingsvergunning wordt verleend,
winnen burgemeester en wethouders schriftelijk advies in bij de
leidingbeheerder over de vraag of door de voorgenomen werken of werkzaamheden
de belangen inzake de leiding niet onevenredig worden geschaad en welke
voorwaarden dienen te worden gesteld ter voorkoming van eventuele schade. De
leidingbeheerder krijgt gedurende drie weken de gelegenheid om schriftelijk
advies uit te brengen.
27.1
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Leiding - Olie' aangewezen gronden zijn behalve voor de andere
daar geldende bestemming(en) primair bestemd voor:
a. een ondergrondse leiding
voor het transport van olie de daarbij behorende belemmeringenstrook;
met daarbij behorend(e):
b. toegangswegen.
27.2 Bouwregels
Voor het bouwen gelden de volgende regels:
op deze gronden mogen ten behoeve van de in 27.1 genoemde bestemming
uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen
zijnde, worden gebouwd;
a. de bouwhoogte van
bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer zijn dan 3 meter;
b. ten behoeve van de andere
voor deze gronden geldende bestemming(en) mag, met inachtneming van de voor de
betrokken bestemming(en) geldende (bouw)regels, uitsluitend worden gebouwd,
indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering
van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of
onder peil, niet wordt uitgebreid en gebruik wordt gemaakt van de bestaande
fundering.
27.3 Afwijken
van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde
in 27.2 voor het bouwen
overeenkomstig de andere daar voorkomende bestemming(en), indien de
veiligheid van
de betrokken leiding niet wordt geschaad en vooraf schriftelijk advies
is ingewonnen bij de
betrokken leidingexploitant. Een omgevingsvergunning kan slechts worden
verleend indien
geen kwetsbare objecten worden toegelaten.
27.4
Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van
werkzaamheden
27.4.1 Het is verboden op of in de gronden met de dubbelbestemming
Leiding - Gas zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende
werken, geen bouwwerken zijnde, of de volgende werkzaamheden uit te voeren:
a. het aanbrengen van diep
wortelende beplantingen en bomen;
b. het aanleggen van wegen of
paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen;
c. het indrijven van
voorwerpen in de bodem;
d. het uitvoeren van
grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen,
mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van
drainage;
e. het aanleggen, vergraven,
verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren;
f. het permanent opslaan van
goederen.
27.4.2 Het verbod is niet van
toepassing op werken en/of werkzaamheden:
a. die reeds in uitvoering
zijn op het van kracht worden van het plan;
b. die het normale onderhoud
ten aanzien van de leiding en belemmeringenstrook of ten aanzien van de
functies van de andere voorkomende bestemming(en) betreffen;
c. welke graafwerkzaamheden
als bedoeld in de Wet informatie-uitwisseling ondergrondse
netten vormen;
d. mogen worden uitgevoerd
krachtens een reeds verleende vergunning op het tijdstip van het van kracht
worden van het plan.
27.4.3 Een omgevingsvergunning
voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of
van werkzaamheden kan worden verleend indien de betreffende werken en/of
werkzaamheden
niet strijdig zijn met de veiligheid van de leiding en van de
bijbehorende belemmeringenstrook.
28.1
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Leiding - Riool' aangewezen gronden zijn, behalve
voor de andere daar geldende bestemming(en), mede bestemd voor:
a. een ondergrondse rioolleiding, met dien verstande
dat:
1. ter plaatse van de aanduiding ‘riool l’ een
ondergrondse rioolleiding met een diameter van 1.500 mm met de daarbij behorende
belemmeringenstrook is toegestaan.
28.2 Bouwregels
Voor het bouwen gelden de volgende regels:
a. op deze gronden mogen ten
behoeve van de in 28.1 genoemde bestemming uitsluitend bouwwerken, geen
gebouwen zijnde, worden gebouwd;
b. de bouwhoogte van bouwwerken,
geen gebouwen zijnde, mag niet meer zijn dan 3 meter;
c. ten behoeve van de andere
voor deze gronden geldende bestemming(en) mag, met inachtneming van de voor de
betrokken bestemming(en) geldende (bouw)regels, uitsluitend worden gebouwd,
indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering
van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of
onder peil, niet wordt uitgebreid en gebruik wordt gemaakt van de bestaande
fundering.
28.3 Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan bij
omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 28.2 voor het bouwen
overeenkomstig de andere daar voorkomende
bestemming(en), indien de veiligheid van
de betrokken leiding niet wordt geschaad en
nadat de leidingbeheerder gedurende drie weken in de gelegenheid is gesteld
schriftelijk advies uit te brengen. Een omgevingsvergunning kan slechts worden
verleend indien geen gevoelige bestemmingen worden toegelaten.
28.4 Omgevingsvergunning voor het
uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
28.4.1 Het is verboden
op of in de gronden met de dubbelbestemming Leiding – Riool zonder of in
afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken
zijnde, of volgende werkzaamheden uit te voeren:
a. het aanbrengen van beplanting en bomen;
b. het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere
oppervlakteverhardingen;
c. het indrijven van voorwerpen in de bodem;
d. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend
afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en
aanleggen van drainage;
e. het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten,
vijvers en andere wateren;
f. het permanent opslaan van goederen.
28.4.2 Het verbod is
niet van toepassing op werken en/of werkzaamheden:
a. die het normale onderhoud ten aanzien van de leiding en
belemmeringenstrook of ten aanzien van de functies van de andere voorkomende
bestemming(en) betreffen;
b. die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van
kracht worden van het plan;
c. welke graafwerkzaamheden als bedoeld in de Wet
informatie-uitwisseling ondergrondse netten vormen;
d. mogen worden uitgevoerd krachtens een
reeds verleende vergunning op het tijdstip van het van kracht worden van het
plan.
28.4.3 Een omgevingsvergunning
voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden kan
worden verleend indien de betreffende werken en/of werkzaamheden niet strijdig
zijn met de veiligheid van de leiding en van de bijbehorende
belemmeringenstrook.
28.4.4 Alvorens een
omgevingsvergunning wordt verleend, winnen burgemeester en wethouders
schriftelijk advies in bij de leidingbeheerder over de vraag of door de
voorgenomen werken of werkzaamheden de belangen inzake de leiding niet
onevenredig worden geschaad en welke voorwaarden dienen te worden gesteld ter
voorkoming van eventuele schade. De leidingbeheerder krijgt gedurende drie
weken de gelegenheid om schriftelijk advies uit te brengen.
29.1 Bestemmingsomschrijving
De voor 'Leiding - Water' aangewezen gronden zijn, behalve
voor de andere daar geldende bestemming(en), mede bestemd voor:
a. een ondergrondse leiding voor het transport van
water, met dien verstande dat:
1. ter plaatse van de aanduiding ‘water l’ een
ondergrondse leiding (PWN) met een diameter van 300 mm met de daarbij behorende
belemmeringenstrook is toegestaan;
2. ter plaatse van de aanduiding ‘water ll’ een ondergrondse leiding (WRK) met een diameter van 1.500
mm met de daarbij behorende belemmeringenstrook is toegestaan;
met daarbij behorend(e):
b. toegangswegen.
29.2 Bouwregels
Voor het bouwen gelden de volgende regels:
a. op deze gronden mogen ten
behoeve van de in 29.1 genoemde bestemming uitsluitend bouwwerken, geen
gebouwen zijnde, worden gebouwd;
b. de bouwhoogte van
bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer zijn dan 3 meter;
c. ten behoeve van de andere
voor deze gronden geldende bestemming(en) mag, met inachtneming van de voor de
betrokken bestemming(en) geldende (bouw)regels, uitsluitend worden gebouwd,
indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering
van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of
onder peil, niet wordt uitgebreid en gebruik wordt gemaakt van de bestaande
fundering.
29.3 Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan bij
omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 29.2 voor het bouwen
overeenkomstig de andere daar voorkomende
bestemming(en), indien de veiligheid van
de betrokken leiding niet wordt geschaad en
nadat de leidingbeheerder gedurende drie weken in de gelegenheid is gesteld
schriftelijk advies uit te brengen. Een omgevingsvergunning kan slechts worden
verleend indien geen gevoelige bestemmingen worden toegelaten.
29.4 Omgevingsvergunning voor het
uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
29.4.1 Het is verboden
op of in de gronden met de dubbelbestemming Leiding – Water zonder of in
afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken
zijnde, of volgende werkzaamheden uit te voeren:
a. het aanbrengen van beplanting en bomen;
b. het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere
oppervlakteverhardingen;
c. het indrijven van voorwerpen in de bodem;
d. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend
afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en
aanleggen van drainage;
e. het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten,
vijvers en andere wateren;
f. het permanent opslaan van goederen.
29.4.2 Het verbod is
niet van toepassing op werken en/of werkzaamheden:
a. die het normale onderhoud ten aanzien van de leiding en
belemmeringenstrook of ten aanzien van de functies van de andere voorkomende
bestemming(en) betreffen;
b. die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van
kracht worden van het plan;
c. welke graafwerkzaamheden als bedoeld in de Wet
informatie-uitwisseling ondergrondse netten vormen;
d. mogen worden uitgevoerd krachtens een
reeds verleende vergunning op het tijdstip van het van kracht worden van het
plan.
29.4.3 Een
omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van
werkzaamheden kan worden verleend indien de betreffende werken en/of
werkzaamheden niet strijdig zijn met de veiligheid van de leiding en van de
bijbehorende belemmeringenstrook.
29.4.4 Alvorens een
omgevingsvergunning wordt verleend, winnen burgemeester en wethouders
schriftelijk advies in bij de leidingbeheerder over de vraag of door de
voorgenomen werken of werkzaamheden de belangen inzake de leiding niet
onevenredig worden geschaad en welke voorwaarden dienen te worden gesteld ter
voorkoming van eventuele schade. De leidingbeheerder krijgt gedurende drie
weken de gelegenheid om schriftelijk advies uit te brengen.
30.1 Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie-4'
aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar
geldende bestemming(en), mede bestemd
voor de bescherming en veiligstelling van
archeologische waarden.
30.2 Bouwregels
Voor het bouwen gelden de volgende regels:
a. op
deze gronden mogen ten behoeve van de in 30.1 genoemde bestemming uitsluitend
bouwwerken,
geen gebouwen zijnde, worden gebouwd;
b. de
bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer zijn dan 3
meter;
c. ten
behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag, met
inachtneming van de voor de betrokken
bestemming(en) geldende (bouw)regels, uitsluitend worden gebouwd, indien:
1.
de aanvrager van de
omgevingsvergunning voor het bouwen een rapport heeft
overgelegd waarin de archeologische
waarde van de betrokken locatie naar het
oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld;
2. de betrokken archeologische waarden, gelet op dit rapport, door
de bouwactiviteiten
niet
worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de
omgevingsvergunning
voor het bouwen voorschriften en beperkingen te verbinden,
gericht
op het behoud van de archeologische resten in de bodem, het doen van
opgravingen
dan wel het begeleiden van de bouwactiviteiten door een archeologische
deskundige;
d. het
bepaalde in 30.2 onder c, sub 1 en 2 is niet van toepassing, indien het
bouwplan
betrekking
heeft op één of meer van de volgende activiteiten of bouwwerken:
1. vervanging, vernieuwing of verandering van
bestaande bebouwing, waarbij de
oppervlakte,
voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en waarbij
gebruik
wordt gemaakt van de bestaande fundering;
2. bouwen zonder graafwerkzaamheden van meer
dan 500 m2;
3. bouwen zonder graafwerkzaamheden dieper dan
0,4 m.
30.3 Omgevingsvergunning voor het
uitvoeren van werken, geen bouwwerk
zijnde, of van werkzaamheden
30.3.1 Uitvoeringsverbod zonder
omgevingsvergunning
Het is verboden op of in de gronden met
de bestemming Waarde - Archeologie-4 zonder of in
afwijking van een omgevingsvergunning de
volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of de
volgende werkzaamheden uit te voeren:
a. het ontgronden, afgraven, egaliseren
en diepploegen van gronden;
b. het uitvoeren van heiwerkzaamheden of
het op een of ander wijze indrijven van
voorwerpen, indien:
1. sprake is van een gerede kans op het
zijwaarts in de bodem dringen van bouwmateriaal
zoals
bijvoorbeeld bij grondinjectie of de kans op het uitzakken van gegoten beton;
2. de verwachte verstoring als gevolg van de
funderingspalen, al of niet plaatselijk, 1%
van
de oppervlakte overschrijdt. Als vuistregel kan gesteld worden dat dit het
geval is
wanneer
de afstand tussen de funderingspalen kleiner is dan 30 maal de diameter bij
grond
verdringende palen en kleiner dan 10 maal de diameter bij grondvervangende
palen;
c. het verlagen of verhogen van het
waterpeil;
d. het aanleggen of rooien van bos of
boomgaard waarbij stobben worden verwijderd;
e. het aanbrengen van drainage;
f.
het aanleggen van leidingen.
30.3.2 Uitzondering op het
uitvoeringsverbod
Het verbod van 30.3.1 is niet van
toepassing, indien de werken en werkzaamheden:
a. noodzakelijk zijn voor de uitvoering
van een bouwplan waarbij het bepaalde in 30.2 in acht is genomen;
b. een oppervlakte beslaan van 500 m2
of minder;
c. niet dieper gaan dan 0,4 m;
d. reeds in uitvoering zijn op het
tijdstip van de inwerkingtreding van het plan;
e. ten dienste van archeologisch
onderzoek worden uitgevoerd.
30.3.3 Voorwaarden voor een
omgevingsvergunning
De werken en werkzaamheden, zoals
bedoeld in 31.3.1, zijn slechts toelaatbaar, indien de
aanvrager van de omgevingsvergunning
voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden
aan de hand van nader archeologisch
onderzoek kan aantonen dat op de betrokken locatie geen
archeologische waarden aanwezig zijn.
Voorts zijn de werken en werkzaamheden toelaatbaar,
indien:
a. de
aanvrager van de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken en
werkzaamheden een rapport heeft
overgelegd waarin de archeologische waarde van de
betrokken locatie naar het oordeel van
het bevoegd gezag in voldoende mate is
vastgesteld;
b. de
betrokken archeologische waarden, gelet op dit rapport, door de activiteiten
niet worden
geschaad of mogelijke schade kan worden
voorkomen door aan de omgevingsvergunning
voor het uitvoeren van werken en
werkzaamheden voorschriften en beperkingen te
verbinden, gericht op het behoud van de
archeologische resten in de bodem, het doen van
opgravingen dan wel het begeleiden van
de bouwactiviteiten door een archeologische
deskundige.
31.1 Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie-6'
aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar
geldende bestemming(en), mede bestemd
voor de bescherming en veiligstelling van
archeologische waarden.
31.2 Bouwregels
Voor het bouwen gelden de volgende
regels:
a. op
deze gronden mogen ten behoeve van de in 31.1 genoemde bestemming uitsluitend
bouwwerken,
geen gebouwen zijnde, worden gebouwd;
b. de
bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer zijn dan 3
meter;
c. ten
behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag, met
inachtneming van de voor de betrokken
bestemming(en) geldende (bouw)regels, uitsluitend worden gebouwd, indien:
1.
de aanvrager van de
omgevingsvergunning voor het bouwen een rapport heeft
overgelegd
waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende
mate is vastgesteld;
2. de betrokken archeologische waarden, gelet op dit rapport, door
de bouwactiviteiten
niet
worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de
omgevingsvergunning
voor het bouwen voorschriften en beperkingen te verbinden,
gericht
op het behoud van de archeologische resten in de bodem, het doen van
opgravingen
dan wel het begeleiden van de bouwactiviteiten door een archeologische
deskundige;
d. het
bepaalde in 31.2 onder c, sub 1 en 2 is niet van toepassing, indien het bouwplan
betrekking
heeft op één of meer van de volgende activiteiten of bouwwerken:
1. vervanging, vernieuwing of verandering van
bestaande bebouwing, waarbij de
oppervlakte,
voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en waarbij
gebruik
wordt gemaakt van de bestaande fundering;
2. bouwen zonder graafwerkzaamheden van meer
dan 10.000 m2;
3.
bouwen zonder graafwerkzaamheden dieper dan 0,4 m.
31.3 Omgevingsvergunning voor het
uitvoeren van werken, geen bouwwerk
zijnde, of van werkzaamheden
31.3.1 Uitvoeringsverbod zonder
omgevingsvergunning
Het is verboden op of in de gronden met
de bestemming Waarde - Archeologie-6 zonder of in
afwijking van een omgevingsvergunning de
volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of de
volgende werkzaamheden uit te voeren:
a. het ontgronden, afgraven, egaliseren
en diepploegen van gronden;
b. het uitvoeren van heiwerkzaamheden of
het op een of ander wijze indrijven van
voorwerpen, indien:
1. sprake is van een gerede kans op het
zijwaarts in de bodem dringen van bouwmateriaal
zoals
bijvoorbeeld bij grondinjectie of de kans op het uitzakken van gegoten beton;
2. de verwachte verstoring als gevolg van de
funderingspalen, al of niet plaatselijk, 1%
van
de oppervlakte overschrijdt. Als vuistregel kan gesteld worden dat dit het
geval is
wanneer
de afstand tussen de funderingspalen kleiner is dan 30 maal de diameter bij
grond
verdringende palen en kleiner dan 10 maal de diameter bij grondvervangende
palen;
c. het verlagen of verhogen van het waterpeil;
d. het aanleggen of rooien van bos of
boomgaard waarbij stobben worden verwijderd;
e. het aanbrengen van drainage;
f.
het aanleggen van leidingen.
31.3.2 Uitzondering op het
uitvoeringsverbod
Het verbod van 30.3.1 is niet van
toepassing, indien de werken en werkzaamheden:
a. noodzakelijk zijn voor de uitvoering
van een bouwplan waarbij het bepaalde in 31.2 in acht is genomen;
b. een oppervlakte beslaan van 10.000 m2
of minder;
c. niet dieper gaan dan 0,4 m;
c. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip
van de inwerkingtreding van het plan;
d. ten dienste van archeologisch
onderzoek worden uitgevoerd.
31.3.3 Voorwaarden voor een
omgevingsvergunning
De werken en werkzaamheden, zoals
bedoeld in 31.3.1, zijn slechts toelaatbaar, indien de
aanvrager van de omgevingsvergunning
voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden
aan de hand van nader archeologisch
onderzoek kan aantonen dat op de betrokken locatie geen
archeologische waarden aanwezig zijn.
Voorts zijn de werken en werkzaamheden toelaatbaar,
indien:
a. de
aanvrager van de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken en
werkzaamheden een rapport heeft
overgelegd waarin de archeologische waarde van de
betrokken locatie naar het oordeel van
het bevoegd gezag in voldoende mate is
vastgesteld;
b. de
betrokken archeologische waarden, gelet op dit rapport, door de activiteiten
niet worden
geschaad of mogelijke schade kan worden
voorkomen door aan de omgevingsvergunning
voor het uitvoeren van werken en
werkzaamheden voorschriften en beperkingen te
verbinden, gericht op het behoud van de
archeologische resten in de bodem, het doen van
opgravingen dan wel het begeleiden van
de bouwactiviteiten door een archeologische
deskundige.
32.1 Bestemmingsomschrijving
De voor ‘Waarde
- Cultuurhistorie Stelling van Amsterdam’ aangewezen gronden zijn,
behalve voor de daar geldende bestemming(en), mede bestemd voor behoud en
herstel van de ter plaatse voorkomende cultuurhistorische waarden, welke met
name bestaan uit:
wat betreft bebouwing en
structureren in hun onderlinge samenhang:
a. hoofdverdedigingslijn van
dijken, kades en liniewallen met accessen (en met bruggen) als de
hoofdstructuurdrager;
b. voorstellingen en
voorposities met bijbehorende bouwwerken;
c. kazematten,
kruitmagazijnen, munitiedepots, genieloodsen, groepsschuilplaatsen en overige
militaire bouwwerken;
d. inundatiewerken,
(dam)sluizen, duikers, hevels, kokers, peilschalen.
en wat betreft de openheid
van het landschap:
e. schootcirkels van forten en
batterijen;
f. voorstellingen;
g. vrij zicht op aanvalszijde
en verdedigingszijde van de hoofdverdedigingslinie van dijken, kades en
liniewallen met accessen;
h. vrij zicht in schootscirkels rond de forten en batterijen;
i. delen van karakteristieke,
nog open (inundatie)gebieden.
32.2 Bouwregels
Voor het bouwen van
gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:
er mag niet worden gebouwd
ten behoeve van de voor deze gronden andere aangewezen bestemming, indien als
gevolg daarvan onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de cultuurhistorische
waarde van de gronden.
32.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van
werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
32.3.1 Het is verboden om zonder omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een
werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden de volgende werken, geen
bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren:
a. het ontgronden, afgraven,
egaliseren, diepploegen en ophogen van gronden;
b. het aanplanten van bomen
en/of houtgewas;
c. het aanbrengen van
verhardingen;
d. het aanleggen van verharde
en halfverharde wegen en paden;
e. het aanleggen van
voorzieningen ten behoeve van het recreatief medegebruik;
f. het aanleggen van
ligplaatsen voor vaartuigen;
g. het aanbrengen van
drainage;
h. het aanleggen van
leidingen.
32.3.2 Het in 32.3.1
vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden die:
a. het normale onderhoud
betreffen;
b. reeds in uitvoering zijn op
het tijdstip van het van kracht worden van dit plan.
32.3.3 De in 32.3.1
genoemde vergunning kan slechts worden verleend indien geen onevenredige
afbreuk wordt gedaan aan de cultuurhistorische waarden.
33.1
Bestemmingsomschrijving
De
voor ‘Waarde - Natuur’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar geldende
bestemming(en), mede bestemd voor:
33.2
Bouwregels
33.2.1
In afwijking van het bepaalde bij de andere met de bestemming ‘Waarde - Natuur’
samenvallende bestemming(en), geldt dat ten behoeve van die bestemming(en) geen
nieuwe bebouwing mag worden gerealiseerd en dat de bestaande bebouwing niet mag
worden uitgebreid.
33.2.2
Voor het bouwen van gebouwen geldt de volgende bepaling:
a. gebouwen zijn niet toegestaan.
33.2.3
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt de volgende
bepaling:
a. de hoogte van bouwwerken, geen
gebouwen zijnde, mag niet meer zijn dan 6 meter.
33.3
Afwijken van de bouwregels
33.4
Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden
33.4.1
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk,
geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden de volgende werken, geen bouwwerken
zijnde, en werkzaamheden uit te voeren::
33.4.2
Het in 33.4.1 bedoelde verbod is niet van toepassing op werken of werkzaamheden
welke:
33.4.3
De in 33.4.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend indien de aanwezige
natuur- en landschapswaarden, blijkens een advies van een ecologisch
deskundige, niet worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden
voor herstel van die waarden niet onevenredig worden of kunnen worden
verkleind.
34.1 Bestemmingsomschrijving
De op de verbeelding als
dubbelbestemming voor 'Waterstaat - Beschermingszone' aangewezen gronden zijn
naast het bepaalde in de andere voor die gronden aangewezen bestemmingen
(basisbestemmingen en andere dubbelbestemmingen) tevens bestemd voor:
a. de aanleg, de verbetering
en het onderhoud van de waterkeringen;
met daaraan ondergeschikt:
b. dijken en kaden;
c. wegen en paden;
d. parkeervoorzieningen;
met (de) daarbij behorende:
e. bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
34.2 Bouwregels
34.2.1 In afwijking van het
bepaalde bij de basisbestemmingen en de andere dubbelbestemmingen mag op deze
gronden niet anders worden gebouwd dan ten behoeve van de dubbelbestemming
'Waterstaat - Beschermingszone'.
34.2.2 Op of in deze
gronden mogen geen gebouwen ten behoeve van de dubbelbestemming 'Waterstaat -
Beschermingszone' worden gebouwd.
34.2.3 Voor het bouwen van
bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van de dubbelbestemming 'Waterstaat
- Beschermingszone' gelden de volgende regels:
a. de hoogte van erf- en
terreinafscheidingen mag niet meer zijn dan 1 meter bedragen;
b. de bouwhoogte van overige
bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 5 meter bedragen.
34.3 Afwijken van de bouwregels
34.3.1 Burgemeester en
wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in
34.2.1 en toestaan dat bouwwerken worden gebouwd, welke toelaatbaar zijn op
grond van het bepaalde in een andere voor die gronden aangewezen bestemmingen.
34.3.2 De in 34.3.1
genoemde vergunning wordt verleend, mits:
a. geen afbreuk wordt gedaan
aan de waterstaatsbelangen, zoals omschreven in 34.1;
b. vooraf advies is ingewonnen
van de betrokken waterbeheerder.
34.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van
werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
Indien en voor zover deze
gronden samenvallen met gronden, waarvoor in andere voor die gronden aangewezen bestemmingen een
omgevingsvergunning van kracht is, geldt dat de daarin genoemde werken en
werkzaamheden, voor zover deze althans niet worden uitgevoerd ter realisering
of instandhouding van de dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterkering',
uitsluitend toelaatbaar zijn, mits:
a. door die werken of werkzaamheden
tevens geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de waterstaatsbelangen, zoals
omschreven in 34.1;
b. vooraf advies is ingewonnen
van de betrokken waterbeheerder.
34.5 Specifieke gebruiksregels
Tot een gebruik, strijdig
met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend een gebruik ten behoeve van
een basisbestemming of andere dubbelbestemming, waardoor een onevenredige
afbreuk aan de waterstaatsbelangen wordt gedaan.
Grond die eenmaal in
aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is
gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere
bouwplannen buiten beschouwing.
De voorschriften van de
Verordening fysiek domein ten aanzien van onderwerpen van stedenbouwkundige
aard blijven overeenkomstig het gestelde in artikel 9 lid 2 van de Woningwet
buiten toepassing, behoudens ten aanzien van de volgende onderwerpen:
a. het bouwen bij
hoogspanningsleidingen en ondergrondse hoofdtransportleidingen, en
b. de ruimte tussen
bouwwerken.
37.1 Luchtvaartverkeerzone-LIB 2.2.1
Voor zover de
gronden, met de aanduiding ‘luchtvaartverkeerzone-lib’, zijn gelegen
binnen de luchtvaartverkeerzone-LIB art. 2.2.1, gelden de beperkingen met
betrekking tot bebouwing en het gebruik daarvan, gesteld in artikel 2.2.1 van
het “Luchthavenindelingbesluit Schiphol”.
37.2 Luchtvaartverkeerzone-LIB 2.2.2
Voor zover de
gronden, met de aanduiding ‘luchtvaartverkeerzone-lib’, zijn gelegen
binnen de luchtvaartverkeerzone-LIB art. 2.2.2, gelden de beperkingen met
betrekking tot de hoogte van gebouwen, andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde
en objecten, gesteld in artikel 2.2.2 van het “Luchthavenindelingbesluit Schiphol”.
37.3 Luchtvaartverkeerzone – LIB 2.2.2a
Voor zover de
gronden, met de aanduiding ‘luchtvaartverkeerzone-lib’, zijn gelegen
binnen de luchtvaartverkeerzone-LIB art. 2.2.2a, gelden de beperkingen met betrekking
tot de hoogte van objecten, gesteld in artikel 2.2.2a van het “Luchthavenindelingbesluit Schiphol”.
37.4 Luchtvaartverkeerzone-LIB 2.2.3
Voor zover de gronden, met
de aanduiding ‘Luchtvaartverkeerzone’ zijn
gelegen binnen de luchtvaartverkeerzone-LIB artikel 2.2.3, gelden beperkingen
met betrekking tot de vogel aantrekkende werking gesteld in artikel 2.2.3 van
het “Luchthavenindelingbesluit Schiphol”.
38.1 Bestemmingsomschrijving
Ter plaatse van de aanduiding ‘overige zone – bijzondere steigers’
gelden, in afwijking van en in aanvulling op de ter
plaatse geldende bestemming, de volgende bouw- en gebruiksregels voor steigers,
aanmeervoorzieningen en meerpalen.
38.2 Bouwregels
Uitsluitend
zijn toegestaan bestaande steigers, aanmeervoorzieningen en meerpalen ten
behoeve van botenverhuur, een campingbedrijf en scouting, met bestaande
maten, afmetingen, oeversituering en zijdelingse afstanden.
38.3 Gebruiksregels
a. Alleen het gebruik van de steigers, aanmeervoorzieningen en
meerpalen ten behoeve van botenverhuur, campingbedrijf en scouting is
toegestaan.
b. Als strijdig gebruik wordt in ieder geval aangemerkt het innemen
van een ligplaats met een vaartuig, waarbij ter plaatse sprake is van
horeca-activiteiten, of met een vaartuig dat gebruikt wordt ten behoeve van een
seksinrichting of prostitutie.
39.1 Bestemmingsomschrijving
Ter plaatse van de aanduiding ‘overige zone –
steigers’ gelden, in afwijking van en in aanvulling
op de ter plaatse geldende bestemming, de volgende bouw- en gebruiksregels voor
steigers, aanmeervoorzieningen en meerpalen.
39.2 Bouwregels
39.2.1
Voor het bouwen van steigers, aanmeervoorzieningen en meerpalen voor
particulier gebruik gelden de volgende regels:
a. aan
de Haarlemmermeerse zijde van de Ringvaart zijn
steigers, aanmeervoorzieningen of meerpalen uitsluitend toegestaan tegenover
woonpercelen die genummerd zijn aan de ringdijk en waarbij geen sprake is van
een tussen het woonperceel en de ringvaart gelegen (ander) bebouwd perceel;
b. aan
de tegenover Haarlemmermeer gelegen zijde van de Ringvaart zijn steigers,
aanmeervoorzieningen of meerpalen uitsluitend toegestaan bij woonpercelen die
geheel of voor een deel aan de Ringvaart grenzen dan wel bij woonpercelen die
genummerd zijn aan de weg die tussen die woonpercelen en parallel aan de
Ringvaart loopt;
c. per
woonperceel is 1 steiger of aanmeervoorziening toegestaan;
d. een
steiger of aanmeervoorziening wordt parallel en aansluitend aan de oever
gebouwd;
e.
de hoogte van de steiger is
maximaal 0,60 meter;
f.
op of aan de steiger mag
niet gebouwd worden, met uitzondering van transparante omheiningen en hijs- of
bootliftinstallaties, die maximaal 1,10 meter hoog mogen zijn;
g.
de maximale breedte, de
maximale lengte en de maximale oppervlakte van de steiger zijn:
|
Breedte watergang |
Maximale breedte steiger |
maximale oppervlakte steiger |
maximale lengte steiger |
|
≥ 20 meter en ≤ 50 meter |
1,5 meter |
9,0 m2 |
6 meter |
|
≥ 50 meter |
1,5 meter |
10,0 m2 |
10
meter |
h.
de minimale afstand van de
steiger tot de denkbeeldig doorgetrokken zijdelingse perceelsgrens bedraagt
1,25 meter;
i.
de hoogte van een meerpaal
is maximaal 2 meter en de omvang maximaal 25 cm bij een ronde, of 20 cm bij 20
cm bij een vierkante paal;
j.
een aanmeervoorziening
bestaat uit maximaal 4 palen, en heeft een maximale lengte overeenkomstig het
bepaalde in 39.2.1 onder g. voor een steiger;
k.
de minimale afstand van een
aanmeervoorziening tot de denkbeeldig doorgetrokken zijdelingse perceelsgrens
bedraagt 1,25 meter;
l.
de onderlinge afstand tussen
steigers en/of aanmeervoorzieningen bedraagt minimaal 2,50 meter;
m. in afwijking van het bepaalde in 39.2.1 onder a. t/m l. zijn bestaande
steigers, aanmeervoorzieningen en meerpalen met bestaande maten, afmetingen,
oeversituering en zijdelingse afstanden toegestaan.
39.2.2 Voor het bouwen van horecasteigers gelden de volgende
regels:
a. een horecasteiger mag uitsluitend ten behoeve van en tegenover een
horecavestiging aan de ringdijk worden gebouwd;
b. het bepaalde in 39.2.1 onder d t/m f en h t/m m
is van overeenkomstige toepassing;
c. de maximale lengte van de steiger is maximaal gelijk aan de breedte van
het betreffende horecaperceel, verminderd met de aan te houden zijdelingse
afstand tot de perceelsgrenzen, met een maximum van 25 meter;
d. de maximale breedte van de steiger is 2 meter.
39.2.3 Voor het bouwen van passanten-
en recreatiesteigers en –aanmeervoorzieningen gelden de volgende regels:
a.
de steiger of
aanmeervoorziening mag niet worden gebouwd tegenover woonpercelen en dient op
landschappelijk verantwoorde wijze te worden ingepast;
b.
de hoogte van een steiger is
maximaal 1 meter;
c. op de steiger mag niet gebouwd worden, met uitzondering van
transparante omheiningen van maximaal 1,10 meter hoog.
39.2.4 Ten behoeve van de doorvaart
of geleiding van de scheepvaart mogen meerpalen en aanmeervoorzieningen
worden gebouwd.
39.2.5 Voor het bouwen van steigers
en aanmeervoorzieningen voor bedrijfsdoeleinden gelden de volgende regels:
1.
het bepaalde onder 39.2.2.
onder b t/m d van overeenkomstige toepassing is;
2.
deze niet tegenover
woonpercelen mogen worden gebouwd.
b. in afwijking van het bepaalde onder
39.2.5 onder a. zijn bestaande bedrijfssteigers
en aanmeervoorzieningen, met bestaande maten,
afmetingen, oeversituering en zijdelingse afstanden, toegestaan.
39.3 Afwijken van de bouwregels
Burgemeester
en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in
dit artikel met betrekking tot maten, afmetingen, oeversituering, aantallen en
zijdelingse afstanden, mits:
a.
de steiger, aanmeervoorziening of meerpaal, mede gelet op het gebruik
daarvan op een landschappelijk verantwoorde wijze kan worden ingepast;
b.
geen afbreuk wordt gedaan aan de waterstaatsbelangen, zoals omschreven in
de geldende bestemmingsregeling en daarover vooraf advies is ingewonnen van de
betrokken waterbeheerder;
c.
de steiger, aanmeervoorziening of meerpaal geen belemmering vormt voor een
goede doorvaart.
39.4 Specifieke
gebruiksregels
Als strijdig gebruik wordt in ieder geval aangemerkt het innemen
van een ligplaats met een vaartuig, waarbij ter plaatse sprake is van
horeca-activiteiten, of met een vaartuig dat gebruikt wordt ten behoeve van een
seksinrichting of prostitutie.
40.1 Bestemmingsomschrijving
Ter plaatse van de aanduiding ‘overige zone –
steigers niet toegestaan’ gelden, in afwijking van en
in aanvulling op de ter plaatse geldende bestemming, de volgende bouw- en gebruiksregels
voor steigers, aanmeervoorzieningen en meerpalen.
40.2 Bouwregels
a. er
zijn geen steigers, aanmeervoorzieningen en meerpalen voor particulier gebruik
toegestaan;
b. in afwijking van het bepaalde in 40.2. onder a. zijn bestaande steigers,
aanmeervoorzieningen en meerpalen met bestaande maten, afmetingen,
oeversituering en zijdelingse afstanden toegestaan;
c. een horecasteiger mag uitsluitend ten behoeve van en tegenover een
horecavestiging aan de ringdijk worden gebouwd, waarbij het bepaalde in 40.2.2.
van overeenkomstige toepassing is;
c.
voor het bouwen van
passanten- en recreatiesteigers is het bepaalde in 40.2.3 van overeenkomstige
toepassing;
d.
ten behoeve van de doorvaart
of geleiding van de scheepvaart mogen meerpalen en aanmeervoorzieningen worden
gebouwd;
e.
er zijn geen steigers,
aanmeervoorzieningen en meerpalen voor bedrijfsdoeleinden toegestaan;
f. in afwijking van het bepaalde in
40.2 onder e. zijn bestaande
bedrijfssteigers aanmeervoorzieningen en meerpalen toegestaan, met bestaande
maten, afmetingen, oeversituering en zijdelingse afstanden.
40.3 Gebruiksregels
Als strijdig gebruik wordt in ieder geval aangemerkt het innemen
van een ligplaats met een vaartuig, waarbij ter plaatse sprake is van
horeca-activiteiten, of met een vaartuig dat gebruikt wordt ten behoeve van een
seksinrichting of prostitutie.
Ter
plaatse van de gebiedsaanduiding 'Geluidzone - Industrie' gelden, in verband
met het gezoneerde industrieterrein, beperkingen voor
het tegengaan van een te hoge geluidsbelasting vanwege bedrijfslawaai op
geluidsgevoelige gebouwen- en terreinen.
Ter plaatse van de aanduiding ‘Overige zone - landschap 1’ geldt,
in afwijking van en in aanvulling op de ter plaatse geldende bestemming, dat vergunningvrije bijbehorende bouwwerken vanwege de
landschappelijke openheid uitsluitend achter het hoofdgebouw zijn toegestaan.
Ter plaatse van de aanduiding ‘Overige zone - stedelijke
inpassing’ geldt, in afwijking van en in aanvulling op de ter plaatse geldende
bestemming, dat vanwege de stedelijke inpassing geen vergunningvrije
bijbehorende bouwwerken zijn toegestaan.
Burgemeester en wethouders
kunnen, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en
bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de milieusituatie, de verkeersveiligheid, de
sociale veiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, bij
omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde op de verbeelding en in deze
regels voor:
a. het in geringe mate
aanpassen van het beloop of het profiel van wegen of de aansluiting van wegen
onderling, indien de verkeersveiligheid en/of - intensiteit daartoe aanleiding
geven;
b. het in geringe mate
afwijken tot ten hoogste 2 m van een bouwgrens, mits dit nodig is om het plan
aan te passen vanwege een blijkbaar meetverschil tussen werkelijke toestand van
het terrein en de verbeelding;
c. de bestemmingsbepalingen ten
aanzien van de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de
hoogte van de bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wordt vergroot tot niet meer
dan 10 m;
d. het verhogen van de
maximale (bouw)hoogte van gebouwen met maximaal 25% ten behoeve van
plaatselijke verhogingen, zoals schoorstenen, luchtkokers, liftkokers en
lichtkappen, mits de totale oppervlakte van vergrotingen op dat gebouw niet
meer is dan 50% van de oppervlakte van de bovenste verdiepingsvloer;
e. de bestemmingsbepalingen
ten aanzien van de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en toestaan dat
de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van civiele
kunstwerken, geen gebouwen zijnde, wordt vergroot tot niet meer dan 40 m;
f. het gebruik van gronden die worden
toegevoegd aan woonpercelen, voor de functie wonen of
tuin, en kunnen daarbij toestaan dat een
erfafscheiding op de nieuwe perceelsgrens aan de
achterzijde van het achtererf van maximaal 2 meter hoog is toegestaan. Bij een
hoekwoning geldt dat de erfafscheiding op de achtererfgrens alleen binnen de
denkbeeldige lijn langs de zijgevel van het hoofdgebouw naar de achtererfgrens
(=voorgevelrooilijn zijgevel) 2 meter hoog mag zijn.
45.1 Overschrijding bestemmingsgrenzen
Burgemeester en wethouders kunnen de in het plan
opgenomen bestemmingen wijzigen ten behoeve van overschrijding van
bestemmingsgrenzen, voor zover zulks van belang is voor een technisch betere
realisering van bestemmingen of bouwwerken dan wel voor zover zulks
noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein. De
overschrijdingen mogen echter ten hoogste 3 meter bedragen en het
bestemmingsvlak mag met ten hoogste 10% worden vergroot.
45.2 Ruimte
voor ruimte
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd,
indien is komen vast te staan dat in een bouwvlak
op gronden als bedoeld in artikel 3
Agrarisch de agrarische bedrijfsvoering is beëindigd, de bestemming binnen dat
bouwvlak te wijzigen in de bestemming Wonen waarbij tevens één of meerdere
woningen mogen worden gebouwd ter compensatie van storende bebouwing of
functies buiten het bestaand bebouwd gebied, mits:
a.
niet meer woningen worden toegestaan dan
noodzakelijk is om de sloop van de storende
bebouwingfuncties te
realiseren;
b.
een vermindering van het bebouwde oppervlak
door een netto-afname van bebouwing in
oppervlakte en volume
plaatsvindt;
c.
zeker is gesteld dat de herstructurering van
de te saneren locatie inclusief de sloop van de
hiervoor bedoelde
bebouwing of functies plaats heeft;
d.
compensatie vanuit het ruimte voor ruimte
beleid dient primair plaats te vinden in of tegen het
bestaand bebouwd gebied
en als dat niet mogelijk is mag het op de te saneren locatie;
e.
sprake is van een zorgvuldige
landschappelijke inpassing;
f.
de nieuw te bouwen woningen geen onevenredige
beperking opleveren voor de bedrijfsvoering
van omringende
agrarische bedrijven;
g.
voor zover de locatie is gelegen binnen de 35
Ke contour mogen, na verkregen verklaring van
geen bezwaar van de
minister I&M, maximaal 3 woningen worden gerealiseerd;
h.
voor zover de locatie is gelegen binnen de 20
Ke contour mogen naast de naast de bestaande
maximaal 3 woningen worden
gerealiseerd;
46.2.1
Reserveren en inrichten ruimte voor parkeren, stallen, laden, lossen
Bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor bouwen en/of een
wijziging van het gebruik van gronden of bouwwerken geldt, dat op eigen terrein
in voldoende mate ruimte moet zijn gereserveerd en ingericht en in stand worden
gehouden voor het parkeren, stallen, laden en/of lossen van voertuigen
overeenkomstig het geldende parkeerbeleid van Haarlemmermeer.
46.2.2
Beleidsregels en peildatum
Het bevoegd gezag past de in 46.2.1 genoemde regels toe met inachtneming
van de beleidsregels zoals die gelden ten tijde van de ontvangst van de
aanvraag om een omgevingsvergunning.
46.2.3
Specifieke gebruiksregels
Ruimte voor het parkeren, stallen, laden en/of lossen van voertuigen,
voor zover de aanwezigheid van deze ruimte krachtens deze parkeerregels is
geëist, dient te allen tijde voor dit doel beschikbaar en ingericht te blijven.
Ander gebruik wordt aangemerkt als strijdig gebruik.
46.2.4
Afwijken
Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het
bepaalde in 46.2.1:
b.
voor wat betreft
het parkeren op eigen terrein: indien op andere wijze in voldoende mate ruimte
wordt gereserveerd, ingericht en in stand wordt gehouden voor het parkeren, stallen,
laden en/of lossen van voertuigen, overeenkomstig het geldende parkeerbeleid
van Haarlemmermeer;
b.
voor wat betreft
het in voldoende mate ruimte reserveren, inrichten en in stand houden: indien
aanpassing van het (bouw)plan om alsnog te kunnen voorzien in voldoende
parkeerruimte redelijkerwijs niet kan worden verlangd.
46.2.5
Nadere eisen
Het bevoegd gezag kan nadere eisen stellen aan de situering en inrichting
van de ruimte voor het parkeren, stallen, laden en/of lossen van voertuigen,
indien dit noodzakelijk is om een functionele verkeersstructuur en/of
bereikbaarheid te waarborgen. De verkeersveiligheid, woon- en leefomgeving
mogen niet worden aangetast.
47.1 Overgangsrecht bouwwerken
1. Een bouwwerk dat op het
tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering
is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning, en afwijkt
van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot,
a. gedeeltelijk worden
vernieuwd of veranderd;
b. na het teniet gaan ten
gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de
aanvraag van de omgevingsvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop
het bouwwerk is teniet gegaan.
2. Het bevoegd gezag kan
eenmalig bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 47.1 sub 1 voor
het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in 45.1 sub 1 met
maximaal 10 %.
3. Het bepaalde in 47.1 sub 1
is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van
inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd
met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat
plan.
47.2 Overgangsrecht gebruik
1. Het gebruik van grond en
bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het
bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.
2. Het is verboden het met het
bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in 47.2 sub 1 te veranderen of te
laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze
verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.
3. Indien het gebruik, bedoeld
in 47.2 sub 1, na de inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan
een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of
te laten hervatten.
4. Het bepaalde in 47.2 sub 1
is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen
geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat
plan.
47.3 Hardheidsclausule
Voor zover toepassing van
het overgangsrecht bouwwerken of gebruik leidt tot een onbillijkheid van
overwegende aard jegens een of meer natuurlijke personen kunnen burgemeester en
wethouders ten behoeve van die persoon of personen van dat overgangsrecht
ontheffing verlenen.
Deze regels
worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan ‘Hoofddorp woongebieden
en Buitenkaag’ van de gemeente Haarlemmermeer.