Regels
behorende bij het bestemmingsplan "1e herziening van het Uitwerkingsplan (ex artikel 11 WRO) Loostraat zuid, Huissen 2001; deelplan “het Riet” van de gemeente Lingewaard
Opdrachtgever:
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Lingewaard
Wissing stedebouw en ruimtelijke vormgeving b.v.
Barendrecht
Hoofdstuk 1 Inleidende regels
Artikel 1 Begripsbepalingen
Artikel 2 Wijze van meten
Hoofdstuk
2 Bestemmingsregels
Artikel
3 Wonen
Hoofdstuk 3 Algemene regels
Artikel 4 Anti-dubbeltelbepaling
Hoofdstuk
4 Overgangs-
en slotregels
Artikel 5 Overgangsrecht
Artikel 6 Slotregel
Artikel 7 Bepalingen van het bestemmingsplan “Loostraat zuid, Huissen 2001 en het Uitwerkingsplan (ex artikel 11 WRO) Loostraat zuid, Huissen 2001; deelplan “het Riet” welke van toepassing zijn
De voorliggende 1e herziening van het Uitwerkingsplan (ex artikel 11 WRO) Loostraat zuid, Huissen 2001; deelplan “het Riet” is een uitwerking en maakt deel uit van het bestemmingsplan Loostraat zuid, Huissen 2001. Het bestemmingsplan Loostraat zuid, Huissen 2001 is vastgesteld op 23 mei 2002, goedgekeurd door Gedeputeerde Staten van Gelderland d.d. 18 december 2002, onherroepelijk geworden is op 5 november 2003 en partieel herzien bij raadsbesluit van 19 mei 2005, goedgekeurd op 17 augustus 2005 en onherroepelijk geworden op 3 november 2005.
Hoofdstuk
1 Inleidende regels
Artikel 1 Begripsbepalingen
1.1 Plan
Het bestemmingsplan “1e herziening van het Uitwerkingsplan (ex artikel 11 WRO) Loostraat zuid, Huissen 2001; deelplan “het Riet” van de gemeente Lingewaard;
1.2 Verbeelding
De verbeelding van het bestemmingsplan “1e herziening van het Uitwerkingsplan (ex artikel 11 WRO) Loostraat zuid, Huissen 2001; deelplan “het Riet” , bestaande uit de verbeelding met nummer NL.IMRO.1705.18-OH01;
1.3 Bestemmingsplan
De geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.1705.18-OH01, met de bijbehorende regels;
Artikel 2 Wijze van meten
Bij de toepassing van
deze regels wordt als volgt gemeten:
|
2.1 de dakhelling: |
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale
vlak; |
|
2.2
de goothoogte
van een bouwwerk: |
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, dan wel de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; |
|
2.3
de inhoud van een
bouwwerk: |
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; |
|
2.4
de bouwhoogte
van een bouwwerk: |
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een bouwwerk, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; |
|
2.5
de oppervlakte
van een bouwwerk: |
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; |
|
2.6
horizontale
diepte van een gebouw: |
de lengte van een gebouw, gemeten loodrecht vanaf de naar de weg gekeerde gevel; |
|
2.7
verticale diepte
van een gebouw: |
de diepte van een gebouw, gemeten vanaf de onderzijde van de begane grondvloer; |
|
2.8
grondoppervlakte
van bebouwing: |
de oppervlakte van de grond, in beslag genomen door de horizontale projectie van een gebouw; |
|
2.9
hoogte van een
bouwlaag: |
tussen de bovenzijde van de vloeren van geheel of gedeeltelijk onder elkaar gelegen bouwlagen; indien sprake is van één bouwlaag is de hoogte daarvan gelijk aan de goothoogte. |
Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels
Bestemmingsomschrijving
3.1. De voor ‘Wonen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor:
a. wonen, al dan niet in combinatie met de uitoefening van een beroep aan huis, met dien verstande dat maximaal 40% van de vloeroppervlakte van de begane grond van het hoofdgebouw en bijgebouwen mag worden gebruikt ten behoeve van het beroep aan huis, met een maximum van 45 m²;
met de daarbij behorende:
b. tuinen;
c. parkeervoorzieningen, met dien verstande dat ter plaatse van de gronden met de aanduiding “specifieke vorm van wonen - parkeren op eigen erf” op elk bouwperceel minimaal één parkeerplaats dient te worden aangelegd; De parkeernorm per woning bedraagt minimaal 1,9 parkeerplaatsen, waarvan tenminste 0,5 parkeerplaats per woning in het openbaar gebied dient te worden gerealiseerd;
d. waterlopen en waterpartijen;
e. duikers.
Bouwregels
3.2. Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels:
a. het maximaal aantal woningen bedraagt 20;
b. hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd;
c. de afstand tot de zijdelingse perceelgrens bedraagt:
- bij vrijstaande woningen minimaal 2 m¹ aan beide zijden;
- bij twee-aangebouwde en geschakelde woningen 2 m¹ aan één zijde;
d. gebouwen -of gedeelten daarvan- mogen uitsluitend zodanig
worden geplaatst dat zij de voorgevellijn ter plaatse van de figuur “gevellijn” niet overschrijden. In afwijking hiervan mogen ondergeschikte bouwdelen de voorgevellijn met maximaal 1,5 m overschrijden.
e. de goothoogte mag niet meer bedragen dan op de verbeelding is aangegeven;
f. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan op de verbeelding is aangegeven.
3.3. Voor het bouwen van bijgebouwen, aan- en uitbouwen gelden de volgende regels:
a. de minimale afstand van bijgebouwen tot de voorgevellijn bedraagt 3 m¹;
b. aan- en uitbouwen mogen uitsluitend achter de voorgevellijn gebouwd worden;
c. de gezamenlijke oppervlakte van bijgebouwen bij een hoofdgebouw bedraagt maximaal 30 m²; De gezamenlijke oppervlakte van aan- en uitbouwen bij een hoofdgebouw bedraagt maximaal 45 m²
d. de goothoogte voor met het hoofdgebouw verbonden bijgebouwen mag niet hoger zijn dan de eerste volledige bouwlaag boven het peil;
e. de bouwhoogte voor met het hoofdgebouw verbonden bijgebouwen bedraagt maximaal 5,5 m1, met dien verstande dat de bouwhoogte minimaal 1,5 m¹ onder de nok van het hoofdgebouw gelegen dient te zijn. Doorgetrokken schuintes zijn wel toegestaan;
f. de maximale goothoogte van vrijstaande bijgebouwen bedraagt 3,5 m¹ en de maximale bouwhoogte bedraagt 5,5 m¹.
3.4. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:
a. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag maximaal 2 m¹ bedragen, met dien verstande dat de hoogte van erf- en terreinafscheidingen voor zover gelegen voor de voorgevellijn maximaal 1 m¹ mag bedragen;
b. in afwijking van het bepaalde in sub a mag de hoogte van erf- en terreinafscheidingen bij hoekwoningen, aan de zijde van het zijerf dat grenst aan de openbare weg of het openbaar groen, tot 3 m¹ uit de voorgevellijn maximaal 1 m¹ bedragen;
c. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 2,5 m¹ bedragen.
3.5. Voor het bouwen van overkappingen gelden de volgende regels:
a. de bouwhoogte van overkappingen mag niet meer dan 3 m¹ bedragen;
b. het bebouwde oppervlakte mag niet meer dan 20 m² bedragen;
c. het bebouwingspercentage van het gehele perceel mag niet meer bedragen dan 50%, met dien verstande dat het hoofdgebouw niet meegerekend wordt;
d. de overschrijding van de voorgevelrooilijn mag niet meer bedragen dan 1,5 m¹.
3.6. Specifieke gebruiksregels
Tot een
strijdig gebruik van gronden en bouwwerken als bedoeld in artikel 7.10 Wro wordt in elk geval gerekend het gebruik voor:
a. het wonen in vrijstaande bijgebouwen;
b. kamerbewoning;
c. seksinrichtingen.
Hoofdstuk 3 Algemene regels
Artikel 4 Anti-dubbeltelbepaling
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels
Artikel 5 Overgangsrecht
Overgangsrecht
bouwwerken
5.1. Voor bouwwerken luidt het overgangsrecht als volgt:
a. een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een bouwvergunning, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot,
1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;
2. na het tenietgaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de bouwvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is tenietgegaan;
b. eenmalig kan ontheffing worden verleend van het bepaalde in dit lid onder a voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk zoals bedoeld in dit lid onder a, met maximaal 10%;
c. het bepaalde in dit lid onder a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsregeling van dat plan.
5.2. Voor gebruik luidt het overgangsrecht als volgt:
a. het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet;
b. het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in dit lid onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind;
c. indien het gebruik, bedoeld in dit lid onder a, na de inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten;
d. het bepaalde in dit lid onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsregeling van dat plan.
Artikel 6 Slotregel
Deze regels kunnen worden aangehaald onder de titel:
Regels van de 1e herziening van het Uitwerkingsplan (ex artikel 11 WRO) Loostraat zuid, Huissen 2001; deelplan “het Riet” van de gemeente Lingewaard.
Artikel 7 Bepalingen van het bestemmingsplan “Loostraat zuid, Huissen 2001” en “het Uitwerkingsplan (ex artikel 11 WRO) Loostraat zuid, Huissen 2001; deelplan “het Riet” welke van toepassing zijn.
Het bepaalde in artikel 1 van de voorschriften van het bestemmingsplan “Loostraat zuid, Huissen 2001 is, voor zover niet herzien, onverkort van toepassing op de 1e herziening van het Uitwerkingsplan (ex artikel 11 WRO) Loostraat zuid, Huissen 2001; deelplan “het Riet”.
Het bepaalde in paragraaf II, artikel 5 van de voorschriften van het Uitwerkingsplan (ex artikel 11 WRO) Loostraat zuid, Huissen 2001; deelplan “het Riet” van de gemeente Lingewaard is, voor zover niet herzien, onverkort van toepassing op de 1e herziening van het Uitwerkingsplan (ex artikel 11 WRO) Loostraat zuid, Huissen 2001; deelplan “het Riet”.